Uitstel stemming anticonversiewet – wat zijn de bezwaren?

go back, ga terug, navigatie

Deze week zou er in de Eerste Kamer gestemd worden over de ‘wet strafbaarstelling conversiehandelingen’, maar de stemming is een week uitgesteld zodat de Kamer hoofdelijk kan stemmen. We volgen deze ontwikkeling met grote interesse. Door Bijbels Beraad M/V is al vaak geschreven over de anticonversiewet. De week uitstel geeft ons gelegenheid om nog éénmaal onze bezwaren tegen deze wet op een rij te zetten.

  1. Het probleem van ‘homogenezing’ wordt in de anticonversiewet sterk uitvergroot. De wet stelt strafbaar wat in de volksmond ‘homogenezing’ heet. In de memorie van toelichting worden dan eerst extreme situaties genoemd zoals elektroshocktherapie of duiveluitdrijving bij mensen met homoseksuele gevoelens. Dit soort praktijken beschouwen wij als zeer ongewenst. Ook zijn we ronduit kritisch op de suggestie dat homoseksuele gevoelens door middel van therapie zouden kunnen worden weggenomen. Dat doet geen recht aan de worsteling van christenen met een homoseksuele gerichtheid of genderdysforie. Er zijn voorbeelden van homo’s die een sterke verandering zagen in hun seksuele gerichtheid, maar deze voorbeelden zijn meer uitzondering dan regel. Bij de politieke behandeling van de anticonversiewet is er echter meerdere keren de vinger bij gelegd dat de genoemde extreme situaties in Nederland niet of nauwelijks voorkomen.
  2. Vervolgens is het probleem dat in deze wet de cirkel heel breed wordt getrokken. De wet hanteert een zeer brede definitie van wat conversiehandelingen zouden zijn. Niet alleen extreme situaties zoals elektroshocktherapie, maar ook het voeren van gesprekken over homoseksualiteit of genderdysforie door hulpverleners of kerkelijk ambtsdragers zouden als conversiehandelingen gezien kunnen worden als deze onvoldoende neutraal gevoerd worden. Het ‘gewone’ kerkelijke werk en het werk van hulpverleners wordt hiermee verdacht gemaakt. Sterk wordt de suggestie gewekt dat gesprekken over homoseksualiteit en genderidentiteit altijd bevestigend zouden moeten zijn. Er zijn echter vele verhalen uit de praktijk van hulpverlening en pastoraat die laten zien dat een gezonde dosis terughoudendheid passend is bij goede hulpverlening en bewogen pastoraat.
  3. De anticonversiewet raakt onmiskenbaar de vrijheid van godsdienst en geweten. Door deze wet betreedt de politiek het terrein van pastoraat, catechisatie en prediking en stelt grenzen aan hoe deze zouden moeten plaatsvinden. Zelfs het ambtelijke gebed zou kunnen vallen onder de reikwijdte van deze wet! Het Bijbelse spreken over huwelijk en seksualiteit komt hiermee in de verdachtenbank te staan. Deze wet is dan ook een flinke stap achteruit voor de vrijheid van godsdienst en geweten in ons vrije Nederland. De wetgever overschrijdt zijn grenzen door zich te bemoeien met het geweten van mensen die hun leven en denken willen richten naar de Bijbel en door het terrein van het pastoraat te betreden.
  4. De anticonversiewet munt uit in vaagheid. Kort voordat de wet 2025 in de Tweede Kamer werd behandeld voegden de indieners de formulering toe dat iemand ‘stelselmatig of anderszins op indringende wijze’ zou worden opgeroepen om zijn seksuele gevoelens te onderdrukken. Terecht is opgemerkt dat dat geen juridische termen zijn. Het is dus niet duidelijk wat er precies mee wordt bedoeld. Ook door de Raad van State is gewezen op de vaagheid van deze wet. De indieners én de minister van Veiligheid & Justitie gaven  bij de behandeling van de wet in de Eerste Kamer aan dat de rechter straks zou moeten gaan bepalen waar precies de grenzen liggen. We krijgen dus een wet met vage definities en een soort uitnodiging aan belangenclubs om processen te gaan voeren zodat de rechter moet gaan vaststellen wat er met deze boterzachte definities wordt bedoeld. Daarmee heeft de politiek haar huiswerk beslist niet goed gedaan.
  5. Deze wet is schadelijk voor degenen die hij zegt te beschermen. Onze vrees is dat de anticonversiewet een remmend effect heeft op het pastoraat rond homoseksualiteit en genderidentiteit. Een open pastoraal gesprek komt onder grote druk te staan. De laatste jaren is er in veel kerken een toenemende openheid om te spreken over homoseksualiteit. Homo’s die in het omgaan met hun gevoelens een Bijbelse weg willen gaan, vinden daarbij pastorale steun. Gemeenten leren om hun broeders en zusters hierin als een steunende gemeenschap nabij te zijn en elkaars lasten te dragen. Deze wet zal eraan bijdragen dat hulpverleners en ambtsdragers op hun tellen zullen passen of ze deze (pastorale) zorg nog wel willen bieden. Ze zullen bang zijn hun vingers te branden aan pastorale zorg rond homoseksualiteit of genderdysforie. Deze wetgeving is daarom helemaal niet homovriendelijk, maar voor homo’s in behoudende christelijke gemeenschappen juist heel onvriendelijk. Deze wet steunt hen niet, maar zet hen enorm in de kou. Ook vanuit de kring van hulpverleners die betrokken zijn bij hulpvragers met genderdysforie wordt er de vinger bij gelegd dat een gezonde dosis terughoudendheid noodzakelijk is, maar dat die door deze wet verdacht wordt gemaakt. De uitwerking van de wet is daarom mogelijk zeer schadelijk. Je wilt jongeren met genderdysforie kunnen begeleiden om hun geboortegeslacht te accepteren, in plaats van hun vermeende en gevoelde genderidentiteit. Vanwege de vaagheid van deze wet zouden dat nu ‘verboden conversiehandelingen’ kunnen worden. Daarmee remt hij goede hulpverlening af, in plaats van die te bevorderen.
  6. De anticonversiewet is symboolpolitiek die een verkeerd signaal afgeeft. Bij de behandeling van de wet in de Eerste Kamer gaven de indieners toe dat ze vooral een signaal willen afgeven. Het voornemen werd ook geuit om een publiekscampagne op te zetten die het gedachtegoed van de wet moet uitdragen. Door middel van deze wet wordt de norm van een heersende meerderheid opgelegd aan een minderheid die wil vasthouden aan het Bijbelse spreken over huwelijk, seksualiteit en (gender)identiteit. Daarmee geeft hij een verkeerd signaal af. Er is sprake van selectieve verontwaardiging vanuit de overheid. Er zijn veel grotere problemen waarover de overheid een krachtig signaal zou kunnen afgeven, zoals de tsunami van problemen die door de enorme hoeveelheid echtscheidingen over onze samenleving heengolft, of de talloze levens die worden verziekt door het gebruik van pornografie.

Een week extra bedenktijd is geen overbodige luxe voor de leden van de Eerste Kamer. Het zou vurig te wensen zijn dat deze bedenktijd hen tot bezinning brengt over de schadelijke effecten van de anticonversiewet . Want de schade die deze wet berokkent is veel groter dan de problemen die hij denkt op te lossen.

Ook interessant