Endocrinoloog: medische transities voor minderjarigen hebben gevaarlijke neveneffecten

Osteoporose (Bron: Canva)

Recente studies geven aan dat puberteitsremmers en cross-sekse hormonen schadelijke neveneffecten hebben als kinderen een medische transitie ondergaan.

Als tiener worstelde Keira Bell met de verwerking van haar genderidentiteit. Toen ze 16 was, begon ze met het proces van transitie van vrouw naar man. Doktoren schreven haar puberteitsremmers voor. Die leidden er uiteindelijk toe dat ze last kreeg van opvliegers en hersenmist. Bell vertelde aan The Christian Institute dat de hersenmist er de oorzaak van was dat zij niet in staat was om helder na te denken over haar genderdysforie (onbehagen).

Haar medisch team had haar ook testosteron gegeven en er werden operaties ingepland. Na de operaties kreeg ze zenuwbeschadiging in haar borst. Als ze kinderen zou kunnen krijgen, zou borstvoeding onmogelijk zijn.

Nu Keira bijna 30 is, betreurt ze haar transitie. Ze voert al jarenlang campagne om de mensen bewust te maken van de gevaarlijke gevolgen voor de gezondheid om in de kinderleeftijd en de puberteit een medische transitie te ondergaan.

Uiteindelijk bracht Bell in het Verenigd Koninkrijk haar zaak voor de Hoge Raad. In 2020 oordeelde het Hof ten gunste van haar tegen de NHS Gender Identitiy Development Service. De rechters oordeelden dat het onwaarschijnlijk was dat kinderen onder de 13 jaar in staat zouden zijn om toestemming te geven voor hormoonremmers. Ook twijfelden ze eraan of tieners onder de 18 daartoe in staat zouden zijn.

‘Een heleboel meisjes willen geslachtsverandering omdat zij pijn voelen, of dat nu is van mentale gezondheidsklachten, levenstrauma, of om andere redenen. Ik weet wat het is om gevangen te raken in dromen dat geslachtsverandering dit allemaal wel oplost,’ vertelt ze in het rapport van The Christian Institute.

Dutch Protocol

Het in Nederland gevestigde Bijbels Beraad MV, heeft een samenvatting geschreven van een Amerikaans rapport van meer dan 400 pagina’s dat de nadruk legt op de zorgen en de langetermijn effecten van medische geslachtsverandering in de kinderjaren.

Het bevat o.a. gegevens van het Amerikaanse Departement van Gezondheid en Menselijke Diensten, dat een resumerend overzicht heeft gepubliceerd van alle beschikbare literatuur betreffende medische geslachtsverandering bij kinderen. Het rapport bekritiseert de huidige standaard in de behandeling van genderdysforie bij kinderen, wat men The Dutch Protocol noemt.

Terwijl medische professionals verdedigen dat deze procedures ‘noodzakelijk’ zijn, houden velen er geen rekening mee dat veel van deze pubers psychiatrische problemen hebben die om professionele hulp vragen.

Het is ook zo dat deze pubers in staat zijn om hun gedachten en gevoelens in de loop van hun ontwikkeling te veranderen. In de meeste gevallen lost de genderdysforie bij de jeugd zich vanzelf op. Aan de andere kant, ‘er is geen manier om erachter te komen welke patiënten blijvend genderdysforie zullen ervaren en welke patiënten hun lichaam zullen accepteren’, zegt het rapport, dat door Bijbels Beraad MV werd geciteerd.

In de ‘geschiedenis’ sectie van het rapport, staan de details waaruit blijkt dat nooit bewezen is dat de medische behandelingen die gebruikt worden voor pubertransitie veilig zijn voor kinderen. Het is een normale procedure een behandeling voor kinderen goed te keuren als het bewezen is dat het veilig is voor volwassenen. Dit is echter hier niet het geval, zegt Bijbels Beraad MV over het Amerikaanse rapport. Zulke behandelingen, legt de organisatie uit, zijn gebleken onomkeerbaar te zijn en lopen dikwijls uit op onvruchtbaarheid, vaat- en hartproblemen, alsmede cognitieve storingen.

 Onomkeerbare gevolgen

Quentin van Meter, een zeer ervaren endocrinoloog in de VS, heeft zich uitgesproken over de gevaren van medische transitie bij kinderen. Hij is het eens met de Amerikaanse opvatting in dit rapport dat deze behandelingen schadelijker zijn dan we ons realiseren.

“Als je de natuurlijke puberteit stopt en deze vervangt door een kunstmatige, dan past zij niet bij het lichaam”, zegt hij.

“Het lichaam zegt: ‘Ik weet niet wat ik moet doen met dit hoge niveau van oestrogeen als biologische man’. Het gevolg is dat mijn hart vatbaar wordt voor ziekte. Ik ben vatbaar voor kanker. Ik loop het risico een beroerte te krijgen. Ik word totaal onvruchtbaar, en kan op geen enkele manier meer functioneren op seksueel gebied’, zegt hij over het proces. ‘Want op het moment dat ik mijn testikels of eierstokken heb beschadigd door eerst de hypofysehormonen te onderdrukken en vervolgens cross-sekse hormonen toe te dienen, zullen ze nooit meer herstellen”, zegt hij.

Van Meter legt eveneens uit dat het gebruik van puberteitsremmers ook een cruciale periode kan verstoren waarin de calciumopname het hoogst is om een maximale botdichtheid te bereiken.

“Calcium is een heel noodzakelijk element. Het is een zeer belangrijke voedingsstof voor het lichaam, omdat het verantwoordelijk is voor intercellulaire verbindingen en samentrekkingen van de spieren en voor de werking van insuline”, zegt hij.

Maar het is ook belangrijk voor de opbouw van het skelet en het voorkomt botaandoeningen op latere leeftijd. Calcium wordt opgeslagen in een reserve binnenin de botten. Echter, als puberteit onderdrukkende hormonen gebruikt worden tijdens de puberteit, kunnen deze voorraden worden uitgeput, en dan worden botontkalking (osteoporose), breuken en heupfracturen een reëel risico.

‘Bij personen van 85 jaar oud is osteoporose niet ongebruikelijk. Maar bij volwassenen van ongeveer 40 jaar zou het geen veelvoorkomend verschijnsel mogen zijn,’ aldus Van Meter.

De schade van een medische transitie op jonge leeftijd blijft niet beperkt tot het lichaam; ook de hersenen worden erdoor beïnvloed, licht hij toe.

Hij verwijst naar een artikel in het Journal of Clinical Endocrinology and Metabolism, een toonaangevend wetenschappelijk tijdschrift binnen de endocrinologie. Daarin wordt gerapporteerd over het optreden van vroege dementie bij patiënten bij wie het gonadotropine-releasing hormoon niet goed functioneert. ‘Wanneer dit hormoon, ook wel GnRH genoemd, van nature verstoord is, ontwikkelen deze patiënten op jonge leeftijd dementie,’ aldus Van Meter.

Hoewel steeds meer studies wijzen op de schadelijke effecten van de hormonen die worden gebruikt bij medische gendertransitie, zijn de langetermijneffecten van deze hormoonbehandelingen nog altijd onbekend.

‘Het zal nog lange tijd duren voordat we daar duidelijkheid over krijgen. Ik denk dat er een hele generatie overheen zal gaan. Dat is zorgwekkend, want in de tussentijd zullen duizenden kinderen de nadelige gevolgen ondervinden, terwijl wij wachten op langetermijngegevens.’

Hij verwacht bovendien dat de komende jaren verschillende rechtszaken zullen worden aangespannen over deze schadelijke gevolgen. Volgens hem beginnen dergelijke procedures in de Verenigde Staten inmiddels op gang te komen.

De glijdende schaal

Volgens Van Meter is de acceptatie van puberteitsremmers en hormonen van het andere geslacht bij kinderen met genderdysforie niet van de ene op de andere dag ontstaan, maar geleidelijk gegroeid.

Hij herinnert zich dat hij in 1993 een dertienjarige jongen behandelde die de wens had om als meisje verder te leven. Zijn ouders steunden die wens en vroegen Van Meter advies en ook welke mogelijkheden er waren.

Volgens Van Meter bracht deze situatie hem in een ernstig gewetensconflict. Een dergelijke behandeling was destijds zo uitzonderlijk dat hij deskundigen uit heel Amerika moest raadplegen om advies te krijgen over de mogelijkheden voor deze jongen. Nadat Van Meter verschillende experts had geconsulteerd, besloten de ouders een toestemmingsformulier te ondertekenen om de jongen behandelingen in zijn privékliniek te laten ondergaan. Zes maanden later verhuisde het gezin en hij heeft de jongen nooit meer teruggezien.

Sindsdien heeft hij een glijdende schaal gezien in de acceptatie van transities bij adolescenten binnen de medische gemeenschap.  Hij verwijst naar een artikel uit 2004 waarin sprake is van een kind met een ‘transgender-identiteitsstoornis’. Rond diezelfde periode werd volgens hem, grotendeels buiten de publieke aandacht om, onderzoek gedaan naar medische transitie met behulp van hormonen van het andere geslacht. 

Tijdens zijn deelname aan een panel op een regionale cursus kinderendocrinologie hoorde Van Meter een klinisch psycholoog twee casussen presenteren van jongeren die een medische transitie hadden ondergaan en bij wie deze behandeling als ‘succesvol’ werd beschouwd in het behandelen van hun genderincongruentie.

Tijdens de presentatie kreeg hij de indruk dat de casusbeschrijvingen hem bekend en ingestudeerd voorkwamen. Daarom vroeg hij de psycholoog of deze kinderen daadwerkelijk hadden bestaan. ‘Waar zijn deze kinderen nu?’ vroeg hij. De psycholoog moest daarop het antwoord schuldig blijven.

Nu een groot deel van de medische wereld medische transitie tijdens de adolescentie heeft geaccepteerd, ziet Van Meter schuldgevoel vaak als een belangrijke drijfveer achter die acceptatie. Veel mensen zijn ervan overtuigd geraakt dat deze jongeren uiteindelijk zelfmoord zullen plegen als zij niet de mogelijkheid krijgen om een medische transitie te ondergaan. Volgens hem berust die overtuiging echter op een leugen.

‘Ouders dragen van nature al een zekere mate van schuldgevoel met zich mee. Vervolgens krijgen zij te horen dat hun kind zichzelf zal doden. We beschikken over de statistieken, en die bewering is eenvoudigweg onwaar. Het aantal zelfdodingen is niet hoger of lager onder jongeren die puberteitsremmers hebben gekregen.’

Er zijn aanwijzingen dat het suïcidecijfer na medische behandeling niet verandert. Daarnaast blijkt uit een Finse studie dat de algehele psychische gezondheid na hormonale en chirurgische ingrepen juist verslechterde. Bij personen die een transitie van man naar vrouw ondergingen steeg het percentage psychiatrische problematiek volgens deze studie van 9,8 naar 60,7 procent; bij een transitie van vrouw naar man van 21,6 naar 54,5 procent. De onderzoekers concludeerden bovendien dat het verhoogde suïciderisico onder jongeren die een medische genderbehandeling hadden ondergaan samenhing met onderliggende psychiatrische aandoeningen en niet met de genderdysforie zelf.

Wanneer het gaat om jongeren die worstelen met genderdysforie of vragen rond hun identiteit, benadrukt Van Meter dat volgens hem de aangewezen benadering is om de natuurlijke puberteit ongehinderd haar verloop te laten hebben.

‘Deze kinderen proberen te ontsnappen aan een situatie waarin zij intens lijden. Hun pijn is zo groot dat zij aan hun huidige bestaan willen ontsnappen. Sommigen zullen later homoseksueel of lesbisch blijken te zijn, maar zij zijn niet geboren in het verkeerde lichaam,’ zegt hij.


Dit artikel werd in juni gepubliceerd op CNE.news en maakt deel uit van een tweeluik. In het tweede deel bespreekt dr. Julie Maxwell wat de christelijke gemeenschap kan doen om jongeren die worstelen met hun genderidentiteit beter te ondersteunen.

Ook interessant

Transgender voornaamwoorden gebruiken?

Rosaria Butterfield belijdt openlijk schuld over haar gebruik van transgender voornaamwoorden. We mogen de leugen niet voeden door hierin mee te doen.