Anti-conversiewet perkt godsdienstvrijheid in

Vrouwe Justitia. Bron: Canva

Een inperking van de godsdienstvrijheid en een instrument in liberale handen om in het leven van orthodoxe gemeenschappen in te grijpen: dat is het betreurenswaardige resultaat van de acceptatie van de anti-conversiewet in de Eerste Kamer.

De Eerste Kamer heeft dinsdag gedebatteerd over de zogeheten anti-conversiewet, een wet die ‘conversiehandelingen’ verbiedt. Dat zijn handelingen of gesprekken die erop gericht zijn iemands seksuele gerichtheid te veranderen of te genezen. Vroeger noemde men dit ‘homogenezing’, maar de betekenis is dus verruimd. Ook jonge mensen (jonger dan achttien jaar) met genderdysforie moeten kunnen zijn wat ze willen zijn en mogen niet tot de heteroseksuele norm worden ‘bekeerd’. Dit wetsvoorstel is de Tweede Kamer al gepasseerd, en in de Eerste Kamer tekende zich deze week een overgrote (zo’n twee derde) meerderheid af die het wetsvoorstel eveneens steunt (inclusief het CDA). De stemming is a.s. dinsdag.

In het debat ging het om de vraag of dit wetsvoorstel nu wel zo nodig is. Er is een rapport uit 2020 waaruit zou blijken dat er in Nederland nog zo’n vijftien organisaties actief zijn die conversiehandelingen aanbieden, met name in ‘orthodox-christelijke’, lees: vooral evangelische kring. De politici erkennen zelf dat het hier om een zeldzame praktijk gaat die in slechts weinig gevallen tot vervolging zal leiden. Maar om de urgentie te benadrukken mocht Jacques Zonne op de ochtend van het debat overal zijn verhaal doen en een petitie aanbieden. Hij presenteerde zich als slachtoffer van pogingen – ruim vijftig jaar geleden, in 1974, ondernomen – tot duiveluitdrijving in een zomerkamp van Youth for Christ. Zijn verhaal vormde de opmaat van de bijdrage van D66’er Boris Dittrich in het debat: zulke dingen gebeuren nog steeds en er moet een einde aan komen. Maar het bewijs voor de stelling dat ‘zulke dingen nog steeds gebeuren’ ontbreekt. En als ze al gebeuren, waren ze in bestaande wetgeving al strafbaar. De kritiek van de Raad van State luidde dan ook dat deze nieuwe wet eigenlijk helemaal niet nodig is.

Reikwijdte

En waar moet nu precies een einde aan komen? Het debat spitste zich vooral toe op de vraag naar de precieze reikwijdte van het wetsvoorstel. Welke handelingen, c.q. gesprekken worden nu exact strafbaar, en vallen ook ouders, ambtsdragers en leraren onder de strafbepaling?

BIG-geregistreerde zorg- en hulpverleners vallen niet onder de reikwijdte van de wet. Maar ouders, leraren en pastores kunnen er wel onder vallen. Bij het sluiten van de markt hadden de initiatiefnemers (van VVD, D66, PvdA-GroenLinks, de Partij voor de Dieren en de SP) in de Tweede Kamer hun bedoelingen verduidelijkt door de woorden ‘stelselmatig of anderszins indringend’ toe te voegen. Af en toe een gesprekje met iemand die met zijn seksuele gevoelens worstelt, een ‘open verkenning’ van de mogelijkheden, wordt niet strafbaar, zo verzekerden de verdedigers van de initiatiefwet, de dames Bente Becker (VVD) en Wieke Paulusma (D66). Christelijke scholen mogen ook blijven zeggen dat homoseksualiteit zondig is, en predikanten mogen zoiets ook in een preek zeggen.

Maar er zijn wel grenzen aan de vrijheid van onderwijs, de persoonlijke levenssfeer en de rechten van ouders, zo betoogden de verdedigers. Als predikanten de zondigheid van homoseksualiteit herhaaldelijk aan de orde stellen (wat iets kan doen met homoseksuele jongeren onder hun gehoor), als pastores, mentoren of ouders stelselmatig en indringend op jongeren inpraten en druk uitoefenen, met het doel hun seksuele gerichtheid te veranderen (te ‘genezen’) of hen van een leven volgens die seksuele voorkeur af te doen zien, dan dreigt wel degelijk een hoge boete of een gevangenisstraf. Er is dan immers sprake van ‘onderdrukking’, van een vorm van geweld die strafbaar moet worden gesteld. Terecht concludeerde de NOS dan ook dat deze wet de vrijheid van godsdienst scherper begrenst. De wet stelt namelijk grenzen aan de manier waarop kerken en kerkelijke organisaties mogen omgaan met jongeren die twijfelen over hun genderidentiteit.

Jurisprudentie

Daarmee dient zich echter een fors discussiepunt aan. De laatste jaren kloppen jaarlijks honderden meisjes op de deuren van genderklinieken met twijfels over hun geslacht. Voor de wetenschap is deze grote stijging nog altijd onverklaarbaar. Maar vast staat dat die twijfels in 80 procent van de gevallen van voorbijgaande aard zijn. Bovendien ligt aan die twijfels vaak een andere psychische problematiek ten grondslag. Bevestiging van die twijfels ligt dan niet in de rede; goede gesprekken en psychologische hulp wel. Worden gesprekken en doorverwijzingen naar professionele hulp dankzij deze wet strafbaar?

Tijdens het debat viel het woord ‘jurisprudentiebeleid’. Het viel uit de mond van minister David van Weel van Justitie en Veiligheid. Daarmee wordt bedoeld dat de exacte grenzen in de praktijk zullen worden vastgesteld, door rechters welteverstaan. Dat is natuurlijk allerminst een lokkend perspectief.

Inperking van de godsdienstvrijheid

Deze wet is een gevaarlijke wet, omdat het de christelijke seksuele moraal verdacht gemaakt. In bepaalde omstandigheden wordt deze ook strafbaar gesteld. En er hangen donkere wolken boven deze wet. In Genève bijvoorbeeld, zijn een vader en een moeder uit de ouderlijke macht ontzet omdat zij niet wilden meegaan in de weg die hun dochter op basis van haar seksuele gevoelens wilde bewandelen.

SGP-woordvoerder Peter Schalk voerde een eenzame strijd. Hij merkte terecht op: ‘Ik heb het gevoel dat er maar één vorm van hulp verleend mag worden, namelijk bevestiging van de genderidentiteit. Stelselmatige verkenning of bevraging daarvan kan leiden tot gevangenisstraf of een forse boete’.

Een inperking van de godsdienstvrijheid en een instrument in liberale handen om in het leven van orthodoxe gemeenschappen in te grijpen: dat is het betreurenswaardige resultaat van deze wet.

Welk gebruik maken wij hiervan?

Bijbels Beraad M/V heeft vorige week met zeven andere organisaties een eerste ‘KerkAlert’ doen uitgaan naar honderden kerkenraden met het verzoek om de behandeling van het wetsvoorstel in de gebeden van afgelopen zondag te benoemen en op te dragen. Nu het wetsvoorstel aanstaande dinsdag zo goed als zeker zal worden aangenomen, en omlijst door een publiciteitscampagne kracht van wet zal krijgen, is het goed te denken aan wat Laurens van der Tang deze week in het Nederlands Dagblad zei: ‘Soms verhoort de Heere gebeden op een manier die tegengesteld is aan wat je hoopt, maar toch is dat de beste uitkomst. Daarom bidden wij in de kerk: Uw wil geschiede. Dat kan ook als de wet er toch komt’.

Want als het tegengestelde gebeurt, is het de vraag welk gebruik wij daarvan maken. Een groot gevaar is dat christenen in deze nieuwe situatie te voorzichtig worden in hun onderwerps- en woordkeuze. Dat beknot de zeggingskracht van de waarheid van het Woord van God. Moedeloosheid en vertwijfeling zijn ongepast. Blijvende waakzaamheid, voortdurend gebed, en verootmoediging onder de wil van God en onder Zijn soevereine toelating van al deze ontwikkelingen zijn in deze nieuwe situatie misschien wel gepaster dan ooit.

Ook interessant

Zit er een grote lobby achter LHBTI?

Zit er achter de LHBTI geen grote lobby die flink gesubsidieerd wordt ten koste van onze psychisch zwakkeren? Wij, onze gezindte, zijn

Een homo-ouder in de school

‘De nieuwe Kamervoorzitter Bergkamp is getrouwd met haar partner. Het stel heeft twee dochters.’ Zo besloot op 7 april 2021 een artikel