In Efeze 5:1-14 doet Paulus een beroep op de gemeente van Efeze. Dat zijn de geroepen heiligen, de gelovigen die te Efeze zijn. Paulus schrijft deze brief ook aan de kerk van alle tijden en alle plaatsen. En hij doet dan in het bijzonder een oproep in Efeze 5.
Efeze 5
1 ZIJT dan navolgers Gods, als geliefde kinderen;
2 En wandelt in de liefde, gelijkerwijs ook Christus ons liefgehad heeft en Zichzelven voor ons heeft overgegeven tot een offerande en een slachtoffer Gode, tot een welriekenden reuk.
3 Maar hoererij en alle onreinheid of gierigheid, laat ook onder u niet genaamd worden, gelijkerwijs het den heiligen betaamt,
4 Noch oneerbaarheid, noch zot geklap, of gekkernij, welke niet betamen, maar veelmeer dankzegging.
5 Want dit weet gij, dat geen hoereerder, of onreine, of gierigaard, die een afgodendienaar is, erfenis heeft in het Koninkrijk van Christus en van God.
6 Dat u niemand verleide met ijdele woorden; want om deze dingen komt de toorn Gods over de kinderen der ongehoorzaamheid.
7 Zo zijt dan hun medegenoten niet.
8 Want gij waart eertijds duisternis, maar nu zijt gij licht in den Heere; wandelt als kinderen des lichts
9 (Want de vrucht des Geestes is in alle goedheid en rechtvaardigheid en waarheid),
10 Beproevende wat den Heere welbehaaglijk is.
11 En hebt geen gemeenschap met de onvruchtbare werken der duisternis, maar bestraft ze ook veeleer.
12 Want hetgeen heimelijk van hen geschiedt, is schandelijk ook te zeggen.
13 Maar al deze dingen, van het licht bestraft zijnde, worden openbaar; want al wat openbaar maakt, is licht.
14 Daarom zegt Hij: Ontwaak, gij die slaapt, en sta op uit de doden, en Christus zal over u lichten.
Waarom is het nodig dat Paulus deze brief schrijft? Dat hij aan de geroepen heiligen en aan de gelovigen te Efeze, en tegelijkertijd aan de gelovigen van alle tijden en plaatsen schrijft? Nou, dat is nodig. Die brief van Paulus aan de Efeziërs is vooral bedoeld om, wanneer wij tot geloof, tot inkeer en tot bekering gekomen mogen zijn, dat we onderwijs ontvangen, hoe we dit leven moeten leven, door het geloof alleen. Want ja, dat is toch een leerschool, want we moeten niet alleen door dit leven heen, maar ook uit dit leven.
We moeten ook de overgang of de doorgang over. Er is geen mens die niet sterft, zolang als de Heere Jezus niet is teruggekomen. De dood is nog nooit iemand vergeten.
Als geliefde kinderen
Maar Paulus doet hier een bijzondere oproep om een navolger van God te zijn, als geliefde kinderen. En dat heeft te maken met, ben je nou vernieuwd, ben je wedergeboren tot een levende hoop, dan ben je ook nieuw. En natuurlijk, dat oude, dat blijft en dat vecht ons aan.
Maar hier doet Paulus een oproep om dat vanzelfsprekende van de nieuwe mens in liefde te leven, om het daar te zoeken. Paulus doet op andere plaatsen in zijn brieven ook wel de oproep ‘Wees mijn navolgers, gelijkerwijs ook ik van Christus’. Maar hij doet hier een oproep om als geliefde kinderen, als door God geliefde kinderen te leven, te wandelen in de liefde.
Zoals Christus
En dan vervolgt hij: ‘Zoals ook Christus ons liefgehad heeft en Zichzelf voor ons heeft overgegeven tot een offerande en een slachtoffer, Gode tot een welriekende reuk.’ Dus de oproep wordt gedaan om te leven als geliefde kinderen, door God geliefd. Om te wandelen in de liefde, in de agápè, in de liefde van God. Dat is een liefde die God op het oog en die de ander, de broeder of zuster op het oog heeft.
Wat die liefde is blijkt uit de liefde waarmee Christus ons heeft liefgehad. Hij heeft Zich doodgeliefd, Hij heeft Zichzelf voor ons overgegeven tot een Offerande en een Slachtoffer. Hij heeft verzoening door Zijn bloed teweeg gebracht. Verzoening door voldoening.
Hij heeft ervoor gezorgd dat Zijn Vader voor eeuwig tevreden is met het bloedoffer wat Hij plaatsvervangend heeft gebracht, om de toorn van God over al de Zijnen weg te dragen. En dat is voor God als een welriekende reuk. God is tevreden met dat Offer van Christus, dat getuigt van vrede en van genade.
En nu worden wij opgeroepen – in bijzonder wanneer wij de Heere mogen dienen en vrezen – om te wandelen in die liefde, waarmee ook Christus ons liefgehad heeft. Ja, dat is een oproep om vanuit het nieuwe leven, vanuit de Heere in de verbinding met Hem te leven, als navolgers van God, als geliefde kinderen. En nou wil dat woord van God niet alleen gesproken worden, maar dat woord van God wil dan door de Heilige Geest ook daadwerkelijk tot leven komen in het hart van de kinderen van God.
Wandel in de liefde
En daar zal het maar over gaan, of die wandel in de liefde in ons tot uitdrukking mag komen. Want uiteindelijk gaat het daar toch om in het Koninkrijk van God, het Koninkrijk van de liefde. En dat betekent dan ook tegelijkertijd, wanneer je mag leven door de liefde, laat je dan ook niet verleiden, door wat dan ook. Want Paulus doet vervolgens een oproep: maar laat ook onder u hoererij, oftewel ontucht, en alle onreinheid of gierigheid (een ander woord voor hebzucht) niet genoemd worden, gelijkerwijs de heilige betaamt.
Dus laat dat ons gespreksonderwerp niet zijn, want uiteindelijk zijn dat woorden die uitnodigen om ons te brengen tot die zonde in praktijk te brengen. Nee, laat het onder ons niet genoemd worden, ook niet oneerbaarheid, of zot geklap, een ander woord voor dwaze praat, of gekkernij, lichtzinnige taal, welke niet betamen, maar juist veel meer dankzegging. Dus dat leven in de liefde, als een kind van God, naar de nieuwe mens, betekent dat ook de gespreksonderwerpen gericht zijn op het goede. En dat wij door het noemen van al die dingen (die uiteindelijk toch ook in ons eigen hart voorkomen), om dat toch vooral niet wakker te roepen, of op te roepen.
Geen erfenis
Want, Paulus vervolgt: want dit weet u, dat geen hoereerder, of een ander woord voor overspeler, of ontuchtpleger, of onreine, of gierigaard, een hebzuchtige, die een afgodendienaar is, dus die daar zijn vertrouwen op stelt, erfenis heeft in het Koninkrijk van Christus en van God. Nee, uiteindelijk, wanneer je daarin volhard en waarin je daarin leeft als een vis in het water, hetzij in overspel, in gedachten, woorden, werken, in onreinheid, of door hebzucht, ons vertrouwen stellen op andere dingen dan God, ja dan heb je geen erfenis in het Koninkrijk van Christus en het Koninkrijk van God.
Ja, Paulus zegt het: want dit weet u, dat geen hoereerder, of onreine, of gierigaard, die een afgodendienaar is, erfenis heeft in dat Koninkrijk van Christus en van God. Natuurlijk, elk kind van God heeft te kampen met deze zonden, die ook voortkomen uit ons eigen van nature boze hart. Maar wanneer wij daarin leven als een vis in het water, dan zullen wij niet erven in het Koninkrijk van Christus. En daarom gaat Paulus verder, waar het dan vervolgens op aankomt: dat u niemand verleiden met ijdele of met loze woorden, want om deze dingen komt de toorn van God over de kinderen der ongehoorzaamheid. Zo wees dan hun medegenoten, hun metgezellen of hun makkers niet.
Dus hierbij komt Paulus op een waarschuwing om je niet te laten verleiden. Dat niemand de gelegenheid krijgt om je te laten verleiden met ijdele of met loze woorden, want uiteindelijk, ja, om deze dingen komt de toorn van God over de kinderen van de ongehoorzaamheid. Dus ja, de toorn van God roept dat uiteindelijk op. Dus laat je daar niet door verleiden. Wees dan hun metgezel, hun makker, hun medegenoot niet.
Niet meer duister
Vervolgens gaat Paulus daar dan dieper op in: want u waart eertijds duisternis. Daar bedoelt Paulus mee, u had geen werkelijk onderscheid van goed en kwaad, omdat u verhard was. Maar nu bent u licht. Dat is het werk van de Heilige Geest, het onderscheiden van goed en kwaad.
En ja, leven tot een voorbeeld. Want zo zegt Paulus het toch: U waart eertijds duisternis. Maar nu bent u licht. In jezelf? Nee, licht in de Heere. En wandelt als kinderen van het licht. Dat betekent dat je mag leven, mag wandelen (daar gaat ook rust van uit). Dat het licht van het Evangelie je hart, je leven, je mond, je handen mag doorstromen. Want, zegt Paulus, de vrucht, de werking of de uitwerking van de Geest is in alle goedheid en rechtvaardigheid en waarheid. Daar gaat het om, om te leven als kinderen van het licht.
Dat heeft te maken met de vrucht, de uitwerking van de Geest. Dat is in alle goedheid en rechtvaardigheid en waarheid. Beproevende, aldoor beproevende wat de Heere welbehaaglijk is.
Zoals ook de apostel Johannes een oproep doet: geliefden, gelooft niet een iedere geest, maar beproef de geesten of ze uit God zijn. Dus een oproep om te leven met alles wat op ons afkomt, dat we het beproeven. Of het naar de zin en de mening is van de Heere.
Of het voor de Heere welbehaaglijk is. En vervolgens zegt Paulus dan ook: Heb geen gemeenschap met de onvruchtbare werken van de duisternis. Maar bestraf ze ook veeleer.Als je ergens gemeenschap mee hebt, dan vorm je een eenheid. Nee, laat je niet verleiden daarin, om uiteindelijk onvruchtbare werken van de duisternis te gaan doen.
Ontwaakt, gij die slaapt
Maar bestraf ze ook veeleer. Want hetgeen in het geheim, dus heimelijk door hen geschied, is schandelijk ook te zeggen. Maar al deze dingen door het licht bestraft zijnde worden openbaar. Want al wat openbaar maakt, is licht. Daarom zegt Hij, ontwaakt gij die slaap en staat op uit de doden, Christus zal over u lichten.
Dus hier komt die geweldige oproep. Je zou toch zeggen: Hij schrijft aan de heiligen te Efeze, de gelovigen van alle tijden en plaatsen. Nee, hier komt de boodschap: Ontwaakt gij die slaapt, en staat op uit de doden en Christus zal over u lichten.
Met andere woorden, ook een kind van God kan zomaar door al die verleidingen die Paulus hier opsomt, meegenomen worden en weer in slaap gesust worden, zodat de duivel, al was het mogelijk, je hart hier zou innemen. Nee, ontwaakt u die slaapt en staat op uit de doden en Christus zal over u lichten. Christus zal verschijnen, als de Zon van de gerechtigheid, om u wel te leiden en als kinderen van de dag voorzichtig te doen wandelen.
Dit komt ook verder tot uitdrukking in het vijftiende vers: zie dan hoe gij voorzichtig wandelt, niet als onwijzen, maar als wijzen. Maar goed, we zouden in dit gedeelte tot vers veertien gaan. Maar dat is de oproep: Ontwaakt, gij die slaap en staat op uit de doden en Christus zal over u lichten. Daarbij moet ik dan ook denken aan de gelijkenis van de verloren zoon (Luk.15). Wat zegt de Heere Jezus in de gelijkenis van de verloren zoon? Hij was verloren en hij is gevonden. Hij was dood en hij is levend geworden.
Oefening
Dus hier wordt die oproep gedaan: Ontwaakt, gij die slaap en staat op uit de doden en Christus zal over u lichten. Dan gaat het over de oefening. Dat moet niet alleen voor het eerst. Dat is ook: hoe zul je ontslapen uit de drievoudige dood; uiteindelijk, in het bijzonder ook de geestelijke dood. De tijdelijke dood, ieder mens moet een keer sterven. De eeuwige dood, de gevolgen van de zondeval die ik nu opnoem en de geestelijke dood.
Dus ontwaakt, gij die slaapt. Dat betekent dat je bent als een dode voor de stem van God, voor de roeping waartoe je geschapen bent om tot eer van God te leven. Ontwaakt, gij die slaap en sta op, kom in beweging, sta op uit de doden en Christus zal over u lichten.
En dat is dat levendmakende werk van de Heere, van de Heilige Geest. De Heilige Geest is het, die Heere is een levendmaakt. Dus wat kan dit ook een boodschap zijn voor u of voor jou, wanneer u de Heere hebt leren kennen in uw leven, dat je dan weer opnieuw wordt opgeroepen om op te staan.
Ontwaakt, gij die slaapt uit de geestelijke slaap van de zonde en sta op uit de doden. Christus zal over u lichten. Dan zeggen de kanttekeningen: ‘als de Zon van de gerechtigheid om u wel te leiden en als kinderen van de dag voorzichtig te doen wandelen’.
Voort-durend onderwijs
Wat een roepstem! Wat is het dan ook bijzonder, dat de Heere niet laat varen de werken van Zijn doorboorde handen. Heeft hij het met Zijn liefde op je voorzien, je getrokken uit de duisternis tot zijn wonderbaar licht, dan komt Hij onophoudelijk met de stem van zijn Woord om je te leren en om je te leiden.
Om je te leren dat die wandel en die vrede te vinden is in Christus Jezus alleen in de kracht van de Geest om te leven als een kind van de hemelse Vader. Dat is uiteindelijk de bedoeling, om niet te slapen maar te waken. Daarom komt de Heere door de mond van Paulus met de stem van het onderwijs om u te leren en te leiden. En dat het dan ook tot lering mag zijn voor ons hart en voor ons leven.
En wat is het dan ook een geweldige troost dat de Heere Zelf uit het Woord van God die roepstem doet uitgaan. Ontwaak, ga niet slapen, sta op uit de dood en Christus zal over je lichten. Als je de Heere niet kent, dan lig je te slapen in de top van een mast. Je wordt opgeroepen om in beweging te komen. Om je aan de Heere over te geven in geloof, in vertrouwen.
En dat is nou het werk van de Geest, dat je op dat woord, op die scheppende kracht van God in beweging komt en tot leven komt en gaat schreeuwen om genade. In God zijn rijkdom, overvloedige genade in Christus Jezus, door de Heilige Geest. O, laten we daaruit leven, tot eer van Gods heerlijke Naam, tot uitbreiding van Zijn koninkrijk. Dat die liefde van het Koninkrijk ook onderling gedeeld mag worden.











