Wilma Samyn en Marieke den Butter

Tijdens het schrijven van hun boek ”Vrouw vandaag” zeiden Marieke den Butter (rechts op de foto) en Wilma Samyn regelmatig tegen elkaar: „Dit onderwerp slaan we over; dit is té gewoon.” Toch belandden die Bijbelse waarheden over de rol en positie van de vrouw vaak wél op papier. „Het lijken misschien gewone zaken, maar ze zijn heel belangrijk en worden in rap tempo steeds minder gewoon. Daarom is het goed om ze op te schrijven.”

Wilma (54) en Marieke (46) schreven ”Vrouw vandaag” op grote afstand van elkaar. Samyn woont in het Belgische Bilzen, net over de grens bij Maastricht; Den Butter in Chiang Mai, Thailand.

Hoe zijn jullie in het buitenland verzeild geraakt?
Wilma: „Ik studeerde dertig jaar geleden in Leuven, aan het Bijbelinstituut. Daar heb ik mijn man ontmoet. Hij is een Belg en na ons trouwen zijn we hier blijven hangen.”

Marieke: „Mijn man en ik zijn in 2002 namens de zendingsorganisatie OMF (Overseas Missionary Fellowship, CK) uitgezonden naar Zuidoost-Azië. Tweeënhalf jaar geleden zijn we in Chiang Mai komen wonen.”

Hoe kennen jullie elkaar?
Wilma: „Dat komt doordat ik het tijdschrift Above Rubies in Nederland verspreid. Above Rubies is een behoorlijk Amerikaans blad voor vrouwen en moeders. De titel is ontleend aan Spreuken 31 vers 10 waar Salomo zegt dat een deugdelijke huisvrouw te waarderen is boven de robijnen.”

Marieke: „Ik las dat blad weleens, omdat het een van de zeldzame tijdschriften is waarin heel positief geschreven wordt over het moederschap. Het is héél Amerikaans, dus er zijn grote cultuurverschillen, maar het is wel Bijbels. Omdat Wilma dat blad in België verspreidt, staat haar naam erin. Ik besloot eens contact met haar op te nemen, en schreef een mailtje. Daaruit ontstond mooi contact.”

Wilma: „We voelden veel herkenning over de vragen rondom het moederschap. Daar hadden we het met elkaar over. Op een gegeven moment zijn we ook een boekje gaan schrijven, ter bemoediging van moeders. Later volgde een tweede. En nu ”Vrouw vandaag”, dat niet alleen over moeders, maar over álle vrouwen gaat.”

Het moederschap speelt in het nieuwe boek ook een grote rol. Hoe waren jullie eigen moeders?
Wilma: „Ik was het eerste kind dat mijn ouders kregen, en ben vier jaar enig kind geweest. Ik was altijd met mijn moeder. Dat zal er vast aan bijgedragen hebben dat ik een hele hechte band met haar heb. Ze was echt een moeder zoals dat bij vorige generaties heel gangbaar was. Ze werkte niet, en was er altijd voor het gezin.”

Marieke: „De band tussen mijn moeder en mij is ook heel goed. En ik ben net als Wilma ook de oudste, maar was slechts één jaar enig kind. Uiteindelijk kreeg ik zes broertjes en zusjes. Mijn moeder was er ook altijd. Zo was dat toen. Je hoefde in die tijd ook niet zozeer een bewuste en weldoordachte keuze te maken om geen betaald werk te doen.”

Spraken jullie met je moeders over het moederschap?
Wilma: „We hebben allebei het moederschap geleerd van onze moeders, maar alleen met daden, niet met woorden. Er werd in die tijd niet zo nagedacht over waaróm het Bijbels is om er volledig voor je kinderen te zijn. Dat was te vanzelfsprekend. En hoe je dat moederschap op een Bijbelse manier praktisch moest invullen, daar werd niet over gesproken. Maar de liefde voor het moederschap was er wel!”

Marieke: „Zolang de hele cultuur hetzelfde over het moederschap denkt, en zolang feminisme ver van je bed is, gaat dat goed. Maar feminisme is tegenwoordig overal. En het seculiere denken over vrouw-zijn en moederschap ook. Als je in deze tijd niet heel bewust bezig bent met Bijbelse inzichten over het moederschap, kun je sterk beïnvloed raken door moderne ideeën. Dat is ons ook overkomen. Het gezin en het moederschap hadden bij ons niet de prioriteit die het verdiende. We waren vooral bezig met wat we naast het moederschap allemaal nog meer konden doen.”

Wilma: „Het klinkt ook zo aantrekkelijk en christelijk: „Je moet je gaven en talenten gebruiken in de samenleving.” „Je hebt meer in je mars dan alleen thuis te zitten met je kinderen.” „Je mag je talenten gebruiken voor anderen.” Het klinkt mooi, maar die argumenten worden vaak verkeerd gebruikt, en leiden af van de Bijbelse roeping.”

Veel vrouwen werken naast het moederschap. Hebben jullie zelf buitenshuis gewerkt?
Marieke: „Ik heb hbo-verpleegkunde gestudeerd, en heb daarna deeltijd in de thuiszorg gewerkt. Toen we kinderen hadden, hebben mijn man en ik altijd gezorgd dat een van beiden thuis was. Dus ja, ik heb buitenshuis gewerkt. De Bijbel spreekt niet duidelijk over buitenshuis werken als vrouw, maar wel over de hogere roeping van vrouwen. Als je die roeping voelt en aanvaart, dan maak je sneller de goede keuzes. Kijk, als je als fulltimemoeder alsnog heel veel met je eigen dingen bezig bent, dan zit het ook niet goed. Het gaat om het hart. Moeder-zijn heeft eeuwigheidswaarde.”

Wilma: „Tot ik drie kinderen had, heb ik buitenshuis gewerkt. Ik was godsdienstdocent op verschillende scholen, dus ik reisde veel. De voorzieningen voor kinderopvang zijn hier in België heel goed, want bijna alle moeders werken fulltime. Maar het ging knagen: ik ga met mijn Bijbellessen de scholen langs, terwijl mijn kinderen bij een niet-christelijke opvang zitten. Ik voelde dat mijn prioriteit anders moest liggen. Daarom besloot ik te stoppen met werken. Dat was een worsteling, maar op dat moment ervaarde ik dat toch als een betere keuze.”

In ”Vrouw vandaag” beschrijven jullie wat de Bijbel zegt over het moederschap. Is de praktische invulling van moeder-zijn niet sterk tijdgebonden?
Marieke: „Er is zeker veel ruimte om het zelf in te vullen. Vroeger werkten bijna alle vrouwen; ze hielpen op het land, of bij de handel van hun man. Maar ze waren er ook voor hun kinderen. Ik bedoel hiermee te zeggen: thuismoederschap en buitenshuis werken staan niet lijnrecht tegenover elkaar. Het een sluit het ander niet uit; de scheiding ligt niet zo scherp. Het gaat om je prioriteit. Zie je het moederschap als last of als opdracht? Als het goed is, mag het opvoeden van je kinderen je iets kosten: aandacht, tijd, geld.”

Op zich zijn dit overbekende, vertrouwde klanken, toch?
Marieke: „Gisteren sprak ik nog met iemand die zei: „Eigenlijk is wat jullie schrijven heel gewoon.” En zo is het. Het is gewoon de nuchtere, Bijbelse waarheid.”

Wilma: „Tijdens het schrijven dachten we af en toe: dit slaan we over, want dit is té gewoon. Maar uiteindelijk schreven we het dan toch op, want veel gewone zaken zijn heel belangrijk, maar worden in rap tempo steeds minder gewoon. Zeker nu de genderideologie over ons heen komt, moeten we ons oefenen in het vinden van de juiste woorden om het Bijbelse geluid te laten horen.”

Den Butter: „Vroeger waren feministen de vrouwen op de Dam, maar tegenwoordig overspoelt hun gedachtegoed de hele maatschappij. En dat heeft invloed op ons. We zijn er niet immuun voor. Dus is het belangrijk gegrond te zijn in het Woord van God. Daarom schreven we dit boekje.”

Was een boek met de strekking van ”Vrouw vandaag” er nog niet?
Marieke: „We hebben lang gezocht naar boeken over Bijbels vrouw-zijn en moederschap. En dan stuitte je vaak op boekjes van het soort ‘vind balans’, ‘je bent uniek’, ‘wees jezelf’. En prekenboeken over vrouwen in de Bijbel – die zijn heel waardevol, maar vaak weinig praktisch. Bijvoorbeeld de vraag wat het in het leven van alledag betekent om onderdanig te zijn aan je man; daar vonden we geen lectuur over.”

Wilma: „Daarom zijn we jaren geleden begonnen met het schrijven van die bemoedigingen voor moeders. Die waren eigenlijk alleen bedoeld voor onze dochters en andere vrouwen in onze omgeving. Op een gegeven moment hadden we honderd van die stukjes geschreven. Toen hebben we ze opgestuurd naar een aantal uitgevers, zonder hoge verwachtingen. Er waren er uiteindelijk drie die interesse hadden. We kozen voor Groen. En vanuit die uitgever kwam ook de vraag om een boek te schrijven waarin alles op een rijtje staat wat de Bijbel zegt over moederschap en vrouw-zijn. Zo ontstond ”Vrouw vandaag”.”

Marieke: „We krijgen ook vaak de reactie: het staat nu allemaal mooi op een rijtje. We zijn blij dat te horen, want dat was dus de bedoeling.”

Ons huis is niet van ons, schrijven jullie in het hoofdstuk over gastvrijheid. In Nederland zijn mensen nogal op hun privéleven gesteld, christenen ook. Hoe breng je die gastvrijheid dan in praktijk?
Marieke: „Gastvrijheid is niet zozeer een mooie karaktertrek, of iets wat bij een cultuur past. Het is een Bijbelse opdracht voor de christelijke gemeente. Of je er nu gaven voor hebt, of niet: je hebt de roeping om je huis voor anderen open te zetten. En iedereen kan dit op zijn eigen manier vormgeven.”

Wilma: „Durf mensen ook uit te nodigen als je keuken of woonkamer niet spik en span is. Het is denk ik ook stukje trots waar je overheen moet: je zooi durven laten zien. Maar, denk je dat een eenzame, gescheiden buurvrouw dat erg vindt? Of iemand uit de kerk die zich eenzaam voelt? Echt niet.”

Marieke: „Gastvrijheid vraagt altijd een offer, of je het nu makkelijk vindt om mensen uit te nodigen, of niet. Je offert tijd, geld, een opgeruimd huis, van alles. Maar als je aan die Bijbelse opdracht gehoorzaamt, mag je daar een grote zegen op verwachten.”

Komt er ook een boek voor mannen?
Wilma: „In het boek noemen we wel iets over de rol van de echtgenoot en vader. Die is ook heel belangrijk, en wordt in onze cultuur denk ik sterk onderschat.”

Marieke: „Je hoort tegenwoordig veel opvoeders zeggen dat ze alles fiftyfifty verdelen – de vader een helft, de moeder de andere helft. Dat is volgens mij geen Bijbelse notie. Als moeder heb je honderd procent de taak van een moeder, en als vader heb je honderd procent de taak van een vader. Een vader kan niet de helft van het moederschap op zich nemen.”

Wilma: „Vaders hebben een heel andere impact op kinderen dan moeders. Ik hield eens een lezing, waarna er een man naar me toe kwam. Hij was weduwnaar en zei: „Ik kan geen moeder en vader tegelijk zijn.” Hij voelde sterk dat hij de rol van moeder niet op zich kon nemen.”

Marieke: „Hierin zie je ook de prachtige orde van de schepping. Man en vrouw horen bij elkaar, en zijn ook in de opvoeding van kinderen complementair. Ze vullen elkaar aan, hebben elk hun eigen opdracht en houden elkaar in evenwicht.”

Gerelateerde artikelen

Voormalig gaysporter: „Ik was verloren, en ben gevonden”

Van zijn 22e tot z’n 34e leidt Richard Oostrum (1962) een leven…

Massale bijval voor kritisch Telegraaf-artikel over genderkoek

Zet kinderen niet onder druk met genderkeuze, kopte de Telegraaf vrijdag 19…

„Gelijkheidsdenken gaat SGP-stemmers niet voorbij”

In een video voor NOS Stories –het jongerenplatform van de NOS– bepleitte…

Interview: „Ik voelde me te vies om te bidden”

Voor zijn familie en vrienden was Willem* een serieuze, nette reformatorische jongen.…