Toeleven naar de trouwdag, een huwelijk goed houden, een christelijk huishouden vormgeven, kinderen opvoeden: voor veel echtparen gaan deze zaken met meer vallen dan opstaan. Job en Janneke van Beek uit Amerongen vertellen in dit interview hoe het bij hen ging en gaat.

Hoe was jullie verkeringstijd?
Job: „We hebben elkaar leren kennen op een Daniëlkamp, op Texel, georganiseerd door de Jeugdbond Gereformeerde Gemeenten.”

Janneke: „Tijdens de vakantie sprong de vonk al enigszins over, maar het was vooral Job die na thuiskomst contact bleef zoeken. We hadden al vrij snel verkering.”

Job: „We waren allebei 16, dus onze ouders hebben ons vaak heen en weer gereden. In het begin zagen we elkaar maar eens per maand, ongeveer. We hebben in die periode veel brieven geschreven. Sociale media waren er nog niet, namelijk. Toen we 18 waren, kochten we allebei een telefoon.”

Janneke: „We hebben die verkeringstijd eigenlijk een roes doorgebracht. De gesprekken die we hadden waren nooit heel fundamenteel. We waren allebei lid van hetzelfde kerkverband, dus we wisten allebei hoe het hoorde, maar we praatten er nooit over.”

Job: „Later is dat wel lastig geweest. Als we een meningsverschil hadden, vonden we het ingewikkeld om daar echt goed over te praten, want dat hadden we nog niet geleerd.”

Janneke: „Als we jongeren die nu verkering hebben of hopen te krijgen een advies mogen geven: voer vooral tafelgesprekken. Gesprekken waarbij je elkaar in de ogen kunt kijken, en het lichamelijk aspect niet een belangrijke rol speelt. Zo leer je elkaar beter kennen en kan je samen met de Heere God zoeken of jullie voor elkaar bestemd zijn.”

Wat deed jullie besluiten om met elkaar te trouwen?
Janneke: „Ik verlangde sneller naar het huwelijk dan Job. Hij woonde vanwege studie al sinds z’n zeventiende op zichzelf; ik woonde nog bij m’n ouders. Daardoor had ik behoefte aan een eigen huis, aan rust. En ik wilde voor m’n man gaan zorgen.”

Job: „Op 2 mei 2003 zijn we getrouwd, toen waren we allebei 22 jaar. We hebben dus zes jaar verkering gehad. Die jaren vlogen voorbij, maar achteraf bezien duurde het wel erg lang. Zeker op het terrein van seksualiteit maak je het jezelf wel moeilijk als je zo lang wacht. Voor iemand die met de Heere leeft en zeker weet dat Hij iemand op zijn of haar pad heeft geplaatst, hoeft een verkeringstijd niet zo lang te duren. Maar bij ons lag dat toen niet zo.”

Dat is nu anders?
Job: „Ons leven kent duidelijk twee fases. We komen allebei uit de Gereformeerde Gemeenten. We hebben best wat meegekregen qua toerusting, maar we moesten het doen zonder relatie met de Heere. Daar kwam bij ons allebei op ons dertigste verandering in.”

Janneke: „Tot de zwangerschap van onze tweede waren we vooral bezig met het ideaalbeeld, huisje boompje beestje. En dat ging heel goed. Maar toen onze dochter op komst was, kwamen er zorgen. Op de echo hadden ze een afwijking gezien. Na de geboorte bleek ze een syndroom te hebben.”

Job: „In dezelfde tijd was er een vriendin die ernstig ziek werd, ze kreeg kanker en overleed na een paar maanden. Zij kende de Heere. Met haar hebben we heel indringende gesprekken gevoerd. Haar vertrouwen en blijdschap, dat maakte mij jaloers. Dat wil ik ook, dacht ik toen. Ik ben de Bijbel gaan doorploegen. Het was een zware strijd. Ik zat met heel veel vragen; dogmatische kwesties, leerverschillen. Daar raakte ik helemaal verstrikt in. Tot ik op een avond zag: alles is gereed, ik hoef mezelf niet op te knappen en mag komen zoals ik ben – een zondaar. Dat vond ik wel wat evangelisch overkomen, maar de Heere brak erdoorheen.”

Janneke: „Bij mij kwam die verandering op een heel andere manier, maar wel in dezelfde tijd. Zonder dat we het van elkaar wisten, heeft God ons beiden aangeraakt.”

Job: „Ik dook in al die leerverschillen; Janneke geloofde meer als een kind. Bij haar kostte het minder strijd.”

Janneke: „In die tijd zijn we ook samen gaan bidden. In het gebed hoorden we welke zaken er bij de ander speelden, welke vragen er leefden. Dat hoort eigenlijk anders natuurlijk. Het is beter om er eerst met elkaar over te praten en het dan samen aan God voor te leggen. Maar tot die tijd hadden wij nog nooit gesproken over wat er in ons hart omging.”

Even terug naar jullie huwelijksdag. Hoe was de eerste tijd daarna?
Janneke: „Het voelde wat onwerkelijk. Je hebt ineens echt een huishouden. Je moet het met z’n tweeën gaan regelen. Maar dat ging best goed, naar de maatstaven die wij toen hadden.”

Job: „Wij begonnen in een heel klein huurhuisje in Rotterdam. Voor 235 euro per maand –echt onvoorstelbaar nu. Voor stellen is dat tegenwoordig echt een uitdaging, die huisvesting. Het is nodig dat familie, maar ook de kerk, om jonge echtparen heen gaat staan en waar mogelijk helpt.”

Tekst gaat onder de foto verder.

Er zijn niet twee mensen hetzelfde; hoe gingen jullie in het begin van jullie huwelijk om met verschillen in persoonlijkheid?
Job: „Ik ben van nature de leider, Janneke is wat volgzamer.”

Janneke: „Job is wat extraverter, ik wat rustiger. Dat verschil heeft in het eerste deel van ons huwelijk wel spanning opgeleverd.”

Job: „Ik had een heel sterke wil, was misschien niet altijd even goed aanspreekbaar. Het voelde voor mij als falen om mijn wil opzij te zetten. Als God niet had ingegrepen, waren we nu misschien nog wel getrouwd, maar we zouden gigantisch langs elkaar heen leven. Na mijn bekering is mijn persoonlijkheid veranderd. Ik ben gewoon nog Job, maar ik ben wel zachter geworden, probeer een luisterend oor te bieden. Ik zie de vrucht van de Geest in het leven van Janneke en mij steeds meer zichtbaar worden.

Wat is eigenlijk mijn rol als man? Hoe zorg ik voor mijn vrouw? Wat vraagt God van me? Met die vragen was ik in het begin van ons huwelijk eigenlijk niet bezig. Later wel. En toen zag ik welke fouten ik gemaakt had.”

Na de trouwdag vorm je ineens een huishouden. Hoe gaven jullie de huisgodsdienst vorm?
Job: „Voor onze bekering lazen we aan tafel wel uit de Bijbel en bad ik een formuliergebed, maar vooral uit gewoonte.”

Janneke: „De dingen die we van thuis hadden meegekregen, die deden we gewoon, maar het had voor ons weinig inhoud. Er persoonlijk en samen echt mee bezig zijn, dat deden we niet.”

Job: „Na die verandering in ons leven gingen we meer tijd besteden aan samen bidden, lezen en onze kinderen onderwijzen vanuit Gods woord. We kiezen regelmatig een Bijbels thema uit, waarover we dan met de kinderen spreken en er een verwerkingsopdracht bij maken. We zijn ook gaan zingen na de maaltijd. We stimuleren de kinderen hierbij om een muziekinstrument te bespelen.

Maar als je er als pasgetrouwden wel serieus mee bezig bent, dan kan het ook zoeken zijn hoe je die huisgodsdienst vormgeeft. Elk huwelijk en elk gezin is uniek. Er is niet een model dat je in elk huishouden kunt toepassen. In ons gezin is het nu bijvoorbeeld praktisch onmogelijk om met elkaar de dag af te sluiten.”

Janneke: „Wij wonen sinds 2019 in Amerongen, in het voormalige Zendings-Diaconessenhuis, waar nu stichting Hebron Missie zit. Wij zijn een van de gezinnen die hier een leefgemeenschap vormen. Er zijn in dit gebouw allerlei activiteiten waar wij samen vaak bij betrokken zijn.”

Job: „Gelukkig is er altijd wel een maaltijd dat we er allemaal zijn, meestal ’s avonds.”

Jullie kregen kinderen. Hoe stonden jullie daar tegenover?
Job: „In het begin heb ik me sterk laten leiden door de tijdgeest. Eerst even geen kinderen, eerst genieten, en daarna aan kinderen denken. Zo dacht ik. Ik was er sterk op gericht dat alles in huis er tiptop uit moest zien. Achteraf heb ik daar de zondigheid van ingezien. Zeker nu ik ervaar dat het een grote vreugde is om kinderen te hebben, hen op te voeden met Gods Woord en hen te leren om met de Heere leven.”

Janneke: „Ik ben dankbaar dat we de kinderzegen hebben ontvangen. We moesten er wel een tijd op wachten voor we de eerste kregen. Daardoor realiseerde ik me dat het leven niet maakbaar is. Het is een groot wonder als God kinderen geeft. Een kind is ‘eeuwig leven’ waarover je verantwoordelijkheid krijgt om het op te voeden tot Gods eer.”

Wat hadden jullie aan je eigen opvoeding?
Job: „Hierop terugblikken is altijd een uitdaging. Ik wil mijn ouders eren omdat zij naar eer en geweten mij heel veel goeds hebben meegegeven. Natuurlijk hebben ze daarin ook gebreken gehad, maar ze hebben me opgevoed met de kennis die zij hadden. De eventuele tekortkomingen die erbij kwamen kijken, waren er niet tegen beter weten in. Daar ben ik van overtuigd. En ik heb er ook veel goede herinneringen aan. Bovendien: wij maken ook fouten. Als er zaken goed gaan, is dat niet dankzij ons; eerder ondanks ons.”

Janneke: „Wat je van je ouders hebt meegekregen, vul je aan met wat je zelf belangrijk vindt. Bij ons is dat bijvoorbeeld het lezen en gebed aan tafel. Dat hebben we in onze opvoeding meegekregen, maar wij vullen het aan door er onze kinderen actief bij te betrekken. Ze mogen zelf ook lezen en bidden. Dat heeft ook te maken met de huidige cultuur. Je kiest vormen die beter passen bij de jongeren van tegenwoordig.”

Wat is het doel van jullie huwelijk?
Job: „We zijn na ons dertigste echt enorme fans van het huwelijk geworden. Maar we zien tegelijk: het huwelijk is geen doel op zich. Het is een middel om samen gevormd te worden tot het beeld van Jezus Christus. Zachtmoedigheid, nederigheid, liefde; die zaken moet je in een huwelijk in praktijk brengen, als werkplaats voor de rest van het leven.”

Janneke: „Wij zien ons huwelijk echt als missie: niet voor onszelf, maar tot eer van Hem en om onze naaste te dienen.”

Hoe voeden jullie je kinderen op?
Job: „Ik las ergens: opvoeden is 70 procent aan jezelf werken, en 30 procent aan het kind. En dat is echt waar. Uiteindelijk draait het voor een groot deel om het goede voorbeeld geven, en dat kan alleen als je jezelf voedt met Gods Woord en je daardoor laat corrigeren. Dat maakt je hart zacht en plaats alles in het juiste perspectief. Vanuit die basis opvoeden is een grote vreugde.”

Janneke: „Een boek waar we veel van geleerd hebben is ”De weg naar het kinderhart”, van Tedd Trip. Hij zegt dat je als ouders niet in de eerste plaats geroepen bent om het gedrag van je kinderen te veranderen, maar om hun hart te bereiken.”

Job: „Eerst waren we veel bezig met regels, nu proberen we vooral Bijbelse principes over te dragen. Zodat ze hopelijk zelf gaan denken: is dit verstandig of niet? Een onschuldig spelletje op de computer zou ik bijvoorbeeld niet zondig willen noemen, maar je wilt dat je kinderen gaan nadenken over: is het nuttig, is het de tijd waard die het kost, is het goed voor je brein?”

Janneke: „Ook bij het reageren op het gedrag van de kinderen proberen we naar het hart te kijken. Soms wordt ongehoorzaam gedrag niet veroorzaakt door de wil om ongehoorzaam te zijn, maar door een verborgen paniek, vermoeidheid of soms ook wel een zondig patroon. Als je dan gaat corrigeren zonder te praten over die onderliggende oorzaak, dan druk je het kind in de verdrukking, dan zal hij of zij steeds minder open worden, en dat is wat we willen voorkomen.”

Job: „En als we moeten corrigeren, willen we dat heel bewust doen. Dus niet vanuit woede of op een verkeerde manier. Dat kan alleen als je bijvoorbeeld niet moe of geïrriteerd bent. Daarin heb je elkaar als vader en moeder echt nodig.”

Janneke: „Dus soms zeg ik tegen Job: „Ga jij nu maar.” Omdat ik dan bijvoorbeeld te moe ben, en ik bang ben dat ik mijn geduld verlies.”

Wat is de grootste bedreiging voor een goed huwelijk?
Job: „Drukte en stress. Dat je als man en vrouw geen echte tijd voor elkaar hebt. Dat je elkaar niet meer echt in de ogen kunt kijken. Onze agenda’s zitten zo vol. We worden door onze haastcultuur gewoon gek gemaakt.”

Janneke: „De tijd die je met elkaar hebt, die moet je echt bewaken. Jezus liet zich ook nooit opjagen; hij was altijd op tijd. Niet dat we niet hard moeten werken en vaart moeten maken, maar niet met die gejaagdheid alsof wij alles maar draaiend moeten houden.”

Job: „De relatie met God, met je echtgenoot en met je kinderen; dat is echt de belangrijkste ring in het leven. Daarom is investeren in je kinderen uiteindelijk belangrijker dan in je werk opgaan. Dat proberen we onszelf steeds voor te houden.”

Janneke: „Je moet elkaar in de gaten houden, ook in geestelijk opzicht. Als de een bij de andere minder geestelijkheid proeft, dan is het goed om elkaar er even op te bevragen. Je mag elkaar als man en vrouw meenemen. Zo moeten we elkaar steeds weer wijzen op God.”


Job en Janneke van Beek (beiden 40) hebben drie kinderen, van 15, 13 en 7 jaar oud. Janneke werkte tot elf jaar geleden in de zorg. Job heeft voor ProRail gewerkt, en is sinds 2019 directeur van Hebron Missie, een stichting die onder andere voortkomt uit Heart Cry. Van die stichting was hij sinds 2017 voorzitter.

Samen met drie andere gezinnen vormen de Van Beeks het hart van de leefgemeenschap die sinds 2019 in het voormalig Zendings-Diaconessenhuis in Amerongen huist. De gemeenschap bestaat verder uit studenten, gasten en mensen die er tijdelijk onderdak hebben. „Er wonen altijd wel veertig mensen in het gebouw.”


Gepubliceerd: 28-04-2022

Gerelateerde artikelen

Straatevangelist in gesprek met lhbt-stel

Hoe hoort een christen aan andersdenkenden Bijbelse waarheden duidelijk te maken? Zoals…

Interview: „Ik voelde me te vies om te bidden”

Voor zijn familie en vrienden was Willem* een serieuze, nette reformatorische jongen.…

Massale bijval voor kritisch Telegraaf-artikel over genderkoek

Zet kinderen niet onder druk met genderkeuze, kopte de Telegraaf vrijdag 19…

Interview: Carl Trueman over de opkomst van de genderideologie

Virginia Allen interviewt dr. Carl Trueman, professor bijbel- en religiestudies aan Grove…