Leestijd: 5 minuten
Het kan lijken dat ‘heel ons fundament kraakt’ en dat alles in de wereld ‘onderste boven’ gaat. Maar het belijden van de waarheid mag met ontspanning gepaard gaan. Het teken van de regenboog leert ons dat God Zijn algemene en bijzondere beloften staande houdt.
Blaise Pascal (1623-1662), de grote apologeet van het christelijk geloof, was niet de vrolijkste thuis. In zijn lezenswaardige Gedachten schreef hij dat wij mensen verlangen naar een vaste ondergrond waarop wij een hoge toren kunnen bouwen die tot in de eeuwigheid reikt. Maar wij nemen daarentegen waar dat ‘heel ons fundament kraakt’ en dat ‘de aarde zich opent tot in de diepste diepten’. Voor hem was deze stand van zaken een dwingende reden om geen zekerheid en geen vastheid in het leven op deze aarde te zoeken.
Ons fundament kraakt
Alhoewel je het bijna niet durft te zeggen -je bent tegenwoordig al gauw ‘alarmistisch’- denk ik toch dat niet weinigen zich in dit levensgevoel herkennen als zij nadenken over het maatschappelijke en politieke debat. Het vertrouwen in politici bevindt zich op een historisch dieptepunt. De scherpe polarisatie maakt een discussie bijna onmogelijk. En dwars door alle verwarring heen gaan de ontwikkelingen op LHBTI-gebied en de medische ethiek gewoon door.
De Transgenderwet leek gesneuveld en de anti-conversiewet leek weinig kans te maken, maar ziedaar: er komt een nieuw initiatief voor een transgenderwet, de anti-conversiewet kwam toch door de Tweede Kamer en wordt begin volgende maand in de Eerste Kamer besproken (en zo goed als zeker aangenomen). Daar bovenop komt eveneens begin volgende maand in de Tweede Kamer een wetsvoorstel voor draagmoederschap aan de orde. En terwijl deze agenda verder en schijnbaar onstuitbaar wordt uitgerold, staan de ontwikkelingen in de eigen achterban niet stil en zijn we daar vooral in een discussie verzeild geraakt over ‘de toon’ en woordkeus. De vraag naar het ‘hoe’ van het debat is al vaker een excuus gebleken om het eigenlijke debat niet meer te hoeven voeren.
Geen adiaphora
De zorgen over al deze ontwikkelingen zijn vooral zo diep en terecht, omdat er iets wezenlijks op het spel staat. Het gaat hier niet over adiaphora, middelmatige zaken, waarover je met elkaar van mening kunt verschillen. De orde van Gods goede schepping wordt ondersteboven gekeerd – zozeer zelfs dat zeer serieus te nemen denkers als C. S. Lewis zich hebben afgevraagd of wij mensen het beeld van God in ons zouden kunnen afschaffen, en wat daarvan dan de gevolgen zouden kunnen zijn. Dat is de ernst die hangt boven en achter de discussies die wij over deze zaken voeren. Carl Trueman noemt dit dreigende scenario in zijn nieuwste boek ‘de ontheiliging van de mens’.
Die omslag van het natuurlijke (in Bijbelse zin) naar het on- en tegennatuurlijke wordt treffend geïllustreerd in de regenboog en de wijze waarop dit christelijke symbool door de LHBTI-beweging is geannexeerd. Maar die diefstal moet ons er niet van weerhouden om bij de diepe, oorspronkelijke betekenis van de regenboog stil te blijven staan.
Het Noachitisch verbond
Zoals bekend is de regenboog het symbool van het Noachitisch verbond. Nadat God de van Hem afgevallen wereld met de zondvloed heeft gestraft, belooft Hij aan Noach en aan diens zonen en aan ‘alle levende ziel’ dat Hij de wereld niet opnieuw met de wateren van de vloed zal uitroeien. En de regenboog is het teken van deze in dit verbond gegeven belofte. Anders dan het verbond dat God met Abraham en Mozes sloot en daarmee met het Joodse volk (Psalm 147:19-20), is dit verbond universeel. Het geldt ‘zolang als de wereld staan zal’ (kanttekening bij Genesis 9:17). De eerbied voor het leven staat daarbij centraal.
In de Joodse traditie is die notie van de eerbied voor het leven uitgewerkt in de zogeheten zeven Noachitische geboden, waaronder het gebod valt om een rechtsorde in te stellen en het verbod op ontucht, doodslag, diefstal en roof. Die geboden staan niet in de Bijbel zelf, en ook elders is van het Noachitische verbond méér gemaakt dan Bijbels verantwoord lijkt. Abraham Kuyper bijvoorbeeld, dacht dat dit verbond een ‘nieuwe stand der dingen’ creëerde, een basis waarop niet alleen samenwerking mogelijk wordt tussen christenen en niet-christenen (die immers ook in die algemene genade delen), maar ook het fundament biedt voor een optimistisch cultuurprogramma.
Weerhoudende genade
Beter lijkt het om in die algemene genade die in het verbond met Noach wordt bevestigd, een weerhoudende genade te zien. God laat zijn schepping niet los, laat ons niet aan onszelf over. Chaos en geweld, zonde en ongerechtigheid, de uitkomst van de periode van Adam tot Noach (Genesis 6:5-7) zullen worden beteugeld om het leven op aarde leefbaar te houden. Gods scheppingsordeningen zijn weliswaar aangetast maar worden niet uitgewist. In ons blijven sporen van het beeld van God bewaard, zich uitend in ‘vonkjes’ van Godskennis en kennis van goed en kwaad (de natuurwet). De bloem van het paradijs blijft als instelling gehandhaafd. En ons leven wordt beschermd door een rechtsorde die God Zelf instelt, ‘want God heeft de mens naar Zijn beeld geschapen’ (Genesis 9:6).
Wanneer wij de regenboog zien, worden wij aan de trouw van God aan Zijn schepping herinnerd. En God Zelf zal de boog ook aanzien ‘om te gedenken aan het eeuwig verbond tussen God en tussen alle levende ziel’ (Genesis 9:16).
Dit verbond staat dus tot de laatste dag, alhoewel het lijkt dat de bescherming en eerbiediging van het leven zoals het door God met de schepping is bedoeld (en waarvan wij krachtens de natuurwet nog enige kennis hebben), meer dan ooit ter discussie wordt gesteld of wordt ontkend. Zal God Zijn genade vergeten en de mens in zijn denken, spreken en doen zozeer aan zichzelf overlaten dat hij, wapperend met zijn geperverteerde regenboogvlag, het beeld van God in zichzelf aantast en afschaft?
Het onderste boven
Wanneer wij over dit soort vragen nadenken, mogen we ook bedenken dat het beeld van de regenboog verderop in de Bijbel terugkeert. In Jesaja 54 lezen we beloften over het herstel van Israël, en die beloften voor de uitverkoren rest van Israël zijn net zo vast en zeker als de beloften die God na de zondvloed aan Noach en zijn zaad heeft gegeven. (vers 9). Prachtig is de kanttekening bij het tiende vers, dat over wijkende bergen en wankelende heuvels gaat.* Gods goedertierenheid en trouw zijn eeuwig en onveranderlijk, zo lezen we daar, ‘al ware het dat in de wereld het onderste boven ging’. Al zetten wij in deze wereld alles op z’n kop (en daar zijn we druk mee bezig, met die omkering van alle waarden zoals die bijvoorbeeld in het LHBTI-debat aan het licht treedt), toch blijft God getrouw aan Zijn beloften, zoals Hij die zowel in het verbond met Noach en de gehele schepping als in het verbond van Zijn genade met Zijn uitverkorenen heeft gegeven.
En zo zien we het beeld van de regenboog in het laatste Bijbelboek terugkeren. In Openbaring 4 lezen we over een troon waarop God de Vader is gezeten en die omgeven is van een regenboog, ‘in het aanzien de steen smaragd gelijk’. De regenboog is nu een teken van Gods genadeverbond: ‘wat stormen en watervloeden van vervolging of andere zwarigheden hier in deze wereld hun (de leden van Zijn gemeente) ook overkomen, Hij zal hen nochtans niet laten vergaan, gelijk van de wateren van de zondvloed gesproken wordt’ (kanttekening 10 op Openbaring 4:3). In een later gezicht verschijnt Christus bekleed met een wolk en met een regenboog boven Zijn hoofd, die volgens de kanttekening dezelfde betekenis heeft als in Openbaring 4:3.
Hopeloos, maar niet ernstig
Wij kunnen dus denken dat ‘heel ons fundament kraakt’ en dat we geroepen zijn (met Groen van Prinsterer) om voor de waarheid uit te komen op het kritieke punt (het punt namelijk waarop de waarheid wordt geloochend en het belijden geboden is) – en dat is allemaal waar – toch mogen we dat met enige ontspanning doen. Soms lijkt het wel alsof de weerhouder er niet meer is (II Thessalonicenzen 2:6-7), en dat ‘de mens der zonde, de zoon des verderfs’ vrij spel heeft gekregen. Dat moment, waarop God Zijn algemene genade zal inhouden, kan en zal tegen het einde der tijden aanbreken. Maar tot die tijd mogen wij erop vertrouwen dat de Heere onze God zowel aan Zijn verbond met Noach gedenkt, ook al lijkt het dat in de wereld alles ‘onderste boven gaat’, als aan Zijn verbond met Zijn uitverkorenen, ‘wat stormen en watervloeden van vervolging of andere zwarigheden hier in deze wereld hun ook overkomen’.
We kunnen hierbij denken aan de woorden van een zekere Langmead Casserly die dr. W. Aalders eens in een interview citeerde: ‘In de wereld zegt men: de zaak is ernstig, maar niet hopeloos. Het geloof spreekt daarentegen: de zaak is hopeloos, maar niet ernstig.’
* Met dank aan de heer Bart Bolier (Elspeet) die mij op deze kanttekening attendeerde.
‘Al ware het dat in de wereld het onderste boven ging’
Het kan lijken dat ‘heel ons fundament kraakt’ en dat alles in de wereld ‘onderste boven’ gaat. Maar het belijden van de waarheid mag met ontspanning gepaard gaan. Het teken van de regenboog leert ons dat God Zijn algemene en bijzondere beloften staande houdt.
Blaise Pascal (1623-1662), de grote apologeet van het christelijk geloof, was niet de vrolijkste thuis. In zijn lezenswaardige Gedachten schreef hij dat wij mensen verlangen naar een vaste ondergrond waarop wij een hoge toren kunnen bouwen die tot in de eeuwigheid reikt. Maar wij nemen daarentegen waar dat ‘heel ons fundament kraakt’ en dat ‘de aarde zich opent tot in de diepste diepten’. Voor hem was deze stand van zaken een dwingende reden om geen zekerheid en geen vastheid in het leven op deze aarde te zoeken.
Ons fundament kraakt
Alhoewel je het bijna niet durft te zeggen -je bent tegenwoordig al gauw ‘alarmistisch’- denk ik toch dat niet weinigen zich in dit levensgevoel herkennen als zij nadenken over het maatschappelijke en politieke debat. Het vertrouwen in politici bevindt zich op een historisch dieptepunt. De scherpe polarisatie maakt een discussie bijna onmogelijk. En dwars door alle verwarring heen gaan de ontwikkelingen op LHBTI-gebied en de medische ethiek gewoon door.
De Transgenderwet leek gesneuveld en de anti-conversiewet leek weinig kans te maken, maar ziedaar: er komt een nieuw initiatief voor een transgenderwet, de anti-conversiewet kwam toch door de Tweede Kamer en wordt begin volgende maand in de Eerste Kamer besproken (en zo goed als zeker aangenomen). Daar bovenop komt eveneens begin volgende maand in de Tweede Kamer een wetsvoorstel voor draagmoederschap aan de orde. En terwijl deze agenda verder en schijnbaar onstuitbaar wordt uitgerold, staan de ontwikkelingen in de eigen achterban niet stil en zijn we daar vooral in een discussie verzeild geraakt over ‘de toon’ en woordkeus. De vraag naar het ‘hoe’ van het debat is al vaker een excuus gebleken om het eigenlijke debat niet meer te hoeven voeren.
Geen adiaphora
De zorgen over al deze ontwikkelingen zijn vooral zo diep en terecht, omdat er iets wezenlijks op het spel staat. Het gaat hier niet over adiaphora, middelmatige zaken, waarover je met elkaar van mening kunt verschillen. De orde van Gods goede schepping wordt ondersteboven gekeerd – zozeer zelfs dat zeer serieus te nemen denkers als C. S. Lewis zich hebben afgevraagd of wij mensen het beeld van God in ons zouden kunnen afschaffen, en wat daarvan dan de gevolgen zouden kunnen zijn. Dat is de ernst die hangt boven en achter de discussies die wij over deze zaken voeren. Carl Trueman noemt dit dreigende scenario in zijn nieuwste boek ‘de ontheiliging van de mens’.
Die omslag van het natuurlijke (in Bijbelse zin) naar het on- en tegennatuurlijke wordt treffend geïllustreerd in de regenboog en de wijze waarop dit christelijke symbool door de LHBTI-beweging is geannexeerd. Maar die diefstal moet ons er niet van weerhouden om bij de diepe, oorspronkelijke betekenis van de regenboog stil te blijven staan.
Het Noachitisch verbond
Zoals bekend is de regenboog het symbool van het Noachitisch verbond. Nadat God de van Hem afgevallen wereld met de zondvloed heeft gestraft, belooft Hij aan Noach en aan diens zonen en aan ‘alle levende ziel’ dat Hij de wereld niet opnieuw met de wateren van de vloed zal uitroeien. En de regenboog is het teken van deze in dit verbond gegeven belofte. Anders dan het verbond dat God met Abraham en Mozes sloot en daarmee met het Joodse volk (Psalm 147:19-20), is dit verbond universeel. Het geldt ‘zolang als de wereld staan zal’ (kanttekening bij Genesis 9:17). De eerbied voor het leven staat daarbij centraal.
In de Joodse traditie is die notie van de eerbied voor het leven uitgewerkt in de zogeheten zeven Noachitische geboden, waaronder het gebod valt om een rechtsorde in te stellen en het verbod op ontucht, doodslag, diefstal en roof. Die geboden staan niet in de Bijbel zelf, en ook elders is van het Noachitische verbond méér gemaakt dan Bijbels verantwoord lijkt. Abraham Kuyper bijvoorbeeld, dacht dat dit verbond een ‘nieuwe stand der dingen’ creëerde, een basis waarop niet alleen samenwerking mogelijk wordt tussen christenen en niet-christenen (die immers ook in die algemene genade delen), maar ook het fundament biedt voor een optimistisch cultuurprogramma.
Weerhoudende genade
Beter lijkt het om in die algemene genade die in het verbond met Noach wordt bevestigd, een weerhoudende genade te zien. God laat zijn schepping niet los, laat ons niet aan onszelf over. Chaos en geweld, zonde en ongerechtigheid, de uitkomst van de periode van Adam tot Noach (Genesis 6:5-7) zullen worden beteugeld om het leven op aarde leefbaar te houden. Gods scheppingsordeningen zijn weliswaar aangetast maar worden niet uitgewist. In ons blijven sporen van het beeld van God bewaard, zich uitend in ‘vonkjes’ van Godskennis en kennis van goed en kwaad (de natuurwet). De bloem van het paradijs blijft als instelling gehandhaafd. En ons leven wordt beschermd door een rechtsorde die God Zelf instelt, ‘want God heeft de mens naar Zijn beeld geschapen’ (Genesis 9:6).
Wanneer wij de regenboog zien, worden wij aan de trouw van God aan Zijn schepping herinnerd. En God Zelf zal de boog ook aanzien ‘om te gedenken aan het eeuwig verbond tussen God en tussen alle levende ziel’ (Genesis 9:16).
Dit verbond staat dus tot de laatste dag, alhoewel het lijkt dat de bescherming en eerbiediging van het leven zoals het door God met de schepping is bedoeld (en waarvan wij krachtens de natuurwet nog enige kennis hebben), meer dan ooit ter discussie wordt gesteld of wordt ontkend. Zal God Zijn genade vergeten en de mens in zijn denken, spreken en doen zozeer aan zichzelf overlaten dat hij, wapperend met zijn geperverteerde regenboogvlag, het beeld van God in zichzelf aantast en afschaft?
Het onderste boven
Wanneer wij over dit soort vragen nadenken, mogen we ook bedenken dat het beeld van de regenboog verderop in de Bijbel terugkeert. In Jesaja 54 lezen we beloften over het herstel van Israël, en die beloften voor de uitverkoren rest van Israël zijn net zo vast en zeker als de beloften die God na de zondvloed aan Noach en zijn zaad heeft gegeven. (vers 9). Prachtig is de kanttekening bij het tiende vers, dat over wijkende bergen en wankelende heuvels gaat.* Gods goedertierenheid en trouw zijn eeuwig en onveranderlijk, zo lezen we daar, ‘al ware het dat in de wereld het onderste boven ging’. Al zetten wij in deze wereld alles op z’n kop (en daar zijn we druk mee bezig, met die omkering van alle waarden zoals die bijvoorbeeld in het LHBTI-debat aan het licht treedt), toch blijft God getrouw aan Zijn beloften, zoals Hij die zowel in het verbond met Noach en de gehele schepping als in het verbond van Zijn genade met Zijn uitverkorenen heeft gegeven.
En zo zien we het beeld van de regenboog in het laatste Bijbelboek terugkeren. In Openbaring 4 lezen we over een troon waarop God de Vader is gezeten en die omgeven is van een regenboog, ‘in het aanzien de steen smaragd gelijk’. De regenboog is nu een teken van Gods genadeverbond: ‘wat stormen en watervloeden van vervolging of andere zwarigheden hier in deze wereld hun (de leden van Zijn gemeente) ook overkomen, Hij zal hen nochtans niet laten vergaan, gelijk van de wateren van de zondvloed gesproken wordt’ (kanttekening 10 op Openbaring 4:3). In een later gezicht verschijnt Christus bekleed met een wolk en met een regenboog boven Zijn hoofd, die volgens de kanttekening dezelfde betekenis heeft als in Openbaring 4:3.
Hopeloos, maar niet ernstig
Wij kunnen dus denken dat ‘heel ons fundament kraakt’ en dat we geroepen zijn (met Groen van Prinsterer) om voor de waarheid uit te komen op het kritieke punt (het punt namelijk waarop de waarheid wordt geloochend en het belijden geboden is) – en dat is allemaal waar – toch mogen we dat met enige ontspanning doen. Soms lijkt het wel alsof de weerhouder er niet meer is (II Thessalonicenzen 2:6-7), en dat ‘de mens der zonde, de zoon des verderfs’ vrij spel heeft gekregen. Dat moment, waarop God Zijn algemene genade zal inhouden, kan en zal tegen het einde der tijden aanbreken. Maar tot die tijd mogen wij erop vertrouwen dat de Heere onze God zowel aan Zijn verbond met Noach gedenkt, ook al lijkt het dat in de wereld alles ‘onderste boven gaat’, als aan Zijn verbond met Zijn uitverkorenen, ‘wat stormen en watervloeden van vervolging of andere zwarigheden hier in deze wereld hun ook overkomen’.
We kunnen hierbij denken aan de woorden van een zekere Langmead Casserly die dr. W. Aalders eens in een interview citeerde: ‘In de wereld zegt men: de zaak is ernstig, maar niet hopeloos. Het geloof spreekt daarentegen: de zaak is hopeloos, maar niet ernstig.’
* Met dank aan de heer Bart Bolier (Elspeet) die mij op deze kanttekening attendeerde.
Dr. B.J. Spruyt
Ook interessant
Herkenbaar zijn. Is de rok alleen voor de refo?
De rok is echt een ‘vrouwending’. Is het ook belangrijk? Een rok onderstreept de scheppingsorde en maakt je als christen herkenbaar.
Games brengen homoseksualiteit nadrukkelijk in beeld
”The Temple of Elemental Evil” doorbrak in 2003 grenzen, door expliciet een homoseksuele relatie in het gameplot te verwerken. De virtuele wereld
Recensie: Vasthouden en doorgeven
‘Vasthouden en Doorgeven’ wil lezers een Bijbels fundament geven in een seculiere wereld. De boodschap is soms confronterend.
Hoe kerken buigen voor ‘inclusief denken’
Kerken en voorgangers stappen zelden in één keer over naar een inclusieve visie. Volgens Kevin DeYoung doorlopen ze een aantal stappen voordat
‘Zwartlakken’ als favoriete bezigheid
De samenleving is verontwaardigd over documenten die zwartgelakt zijn. Zouden wij dat echter ook niet het liefst doen met onze zonden?
Een ornitholoog bij het begin van de Week van het Gezin
Huwelijk gepresenteerd
‘Al ware het dat in de wereld het onderste boven ging’
Fototerugblik Bestemd voor elkaar
Gezin heeft gebed oudere generatie nodig
Populaire artikelen
Wekelijkse nieuwsbrief ontvangen?
Bijeenkomsten
20 mei 2026 / 20 mei 2026
10 juni 2026 / 10 juni 2026
16 september 2026 / 16 september 2026