Hoe kerken buigen voor ‘inclusief denken’

wit kerkje

Ik ben het niet vaak eens met David Gushee, de liberale christelijke ethicus wiens strijd zich, volgens zijn eigen zeggen, richt op ‘kwesties als klimaatverandering, geweld, LHBT-inclusie en blanke overheersing’. Maar hij sprak de ongemakkelijke waarheid toen hij jaren geleden opmerkte dat als het gaat om LHBT-kwesties, er geen middenweg is: “Neutraliteit is geen optie. Het beleefd half accepteren ook niet. Je kunt het onderwerp ook niet uit de weg gaan. Verstop je hoe je ook kunt, je zult het probleem zeker tegenkomen.

Een sluipend proces

Ik dacht aan die woorden, geschreven in 2016, in de afgelopen weken toen ik las over Michael Gerson’s stilzwijgende goedkeuring van het homohuwelijk en over het verhaal van Dr. Bradley Nassif, dat hij werd verwijderd van North Park University, omdat hij vasthoudt aan traditionele opvattingen over seks, seksualiteit en huwelijk. Dit zijn niet de eerste gevallen van een zelfbenoemde evangelische of evangelische instelling die zich in het revisionistische kamp (=groep mensen die een nieuwe visie wil uitdragen) begeeft, en het zal ook niet de laatste zijn. Ik hoop dat ik het mis heb, maar ik vrees dat een lange lijst van schrijvers, denkers, scholen en organisaties uiteindelijk dezelfde beweging zullen maken.

Ik schreef bijna ‘sprong’ in de laatste zin in plaats van ‘beweging’, maar ‘sprong’ is niet echt het juiste woord. Zelden springen voorgangers en instellingen in één keer over. Het gebeurt bijna nooit dat ze het ene moment openlijk de heteroseksuele norm vasthouden en verdedigen en dat ze het volgende moment homoseksualiteit omarmen. Sterker nog, wanneer het nieuws vertelt dat een kerkgemeenschap buigt voor het LHBT-denken, dan is dit zelden een verrassing. Er zijn bijna altijd een reeks bekende stappen gezet.

“Laten we maar zwijgen”

De eerste fase is die van stilte. De voorganger, publicatie of instelling die vroeger duidelijke uitspraken deed over zaken als seksualiteit en huwelijk, praat niet meer over deze kwesties. Het maakt niet uit welke controverse losbarst of welke nieuwe culturele druk om opheldering schreeuwt, er wordt niets gezegd. Het is alsof de seksuele revolutie ophoudt te bestaan.

“Het is een ingewikkelde discussie”

Vervolgens komt de complexificatie. Hoewel de kerk over de hele wereld vrijwel twee millennia lang geen moeite had om tot een vaste en universele overtuiging over deze kwesties te komen, worden vragen over homoseksualiteit en seksuele differentiatie nu hopeloos ingewikkeld. Er wordt gezegd dat de problemen multidisciplinaire expertise vereisen. De bescheiden conclusie die getrokken wordt, is dat we onzeker zijn over een conclusie.

“Het is niet zo’n belangrijk punt”

Dan is er meestal een expliciete draai naar andere kwesties. Seks en huwelijk worden opzij gezet als kleine ethische punten. Of de zorg wordt geminimaliseerd door te zeggen dat we ons er niet door moeten laten afleiden, omdat er urgentere zorgen zijn. De grotere zorgen kunnen zijn: raciale uitbuiting, armoede, milieu, vluchtelingen, of zending en evangelisatie. Hoe dan ook, het verplaatsen van de aandacht is bedoeld om de seksuele storm te ontlopen, die alles op zijn pad dreigt te vernietigen.

Voorgangers die het pad naar LHBT-acceptatie hebben ingezet, keren hier zelden van terug.

“Mag ik het nog aanwijzen als zonde?”

In de volgende fase zien we meer frustratie bij degenen die op de zonde wijzen dan bij degenen die de zonde begaan. Dit is vaak het veelbetekenende signaal dat er al een verandering in opvattingen heeft plaatsgevonden. De voorganger kan nog steeds belijden dat hij (of zij) vasthoudt aan conservatieve opvattingen, maar het zijn alleen de conservatieven die nog hinderlijk zijn. Alle sympathie neigt nu naar de revisionistische kant. Er is veel geduld voor de “seksuele strijder” en niets dan minachting voor degenen die spreken over zonde, oordeel en de noodzaak van bekering.

“Wij denken er toch anders over”

Gaandeweg ontwikkelt zich een ‘nieuwe waarheid’ binnen de officiële kerkleer. Dit is als voorgangers zich profileren als verkondigers van een bevrijdend Evangelie, maar waar ook Jezus tegen Paulus wordt opgezet. Het Oude Testament wordt (op z’n minst) als irrelevant terzijde geschoven. De Schrift functioneert niet langer als het onfeilbare Woord van God en als complete eenheid. Zorgvuldige exegese verdwijnt op de achtergrond als ronkende woorden en stevige oneliners centraal komen te staan.

“Zij hebben het al zo moeilijk”

Tegelijkertijd worden de argumenten intens persoonlijk en geprivatiseerd. Het publieke debat gaat op dit moment niet echt meer over de Schrift of over de christelijke traditie. De discussie is gericht op vrienden die we kennen en mensen met wie we hebben gesproken. We horen vaak hoe getraumatiseerd (tot het punt van mogelijke zelfbeschadiging toe) mensen in ons midden zijn, en hoe de orthodoxe standpunten en behoudende kerken hiervan de schuld zijn.

“We zullen hen liefdevol ontvangen”

Tenslotte wordt de hervonden verlichting erkend en gevierd. Wanneer voorgangers, organisaties en instellingen (die eerst Bijbelgetrouw waren) dit punt bereiken, wordt er veel gesproken over ‘hoe goed het voelt om eindelijk aan de kant van liefde en inclusie te staan’. Hun oude manier van denken wordt al snel afgedaan als ‘een ongelukkig bijproduct’ van het opgroeien in een fundamentalistisch gezin of in de evangelische zuiverheidscultuur of – het ergste van alles, zo lijkt het – in de Biblebelt.

Zo boog de kerk voor het ‘inclusieve denken

Zeker, je ziet misschien niet elk van deze genoemde fases, en ook volgen deze fases elkaar misschien niet altijd in dezelfde volgorde. Maar de beweging is onmiskenbaar en kent slechts één richting. Voorgangers die het pad naar LHBT-acceptatie hebben ingezet, keren hier zelden van terug. En zodra de revisionistische sprong – die echt geen sprong was – voltooid is, duren de tolerantie en inclusie meestal niet lang. Seks is te krachtig om concurrerende visies mogelijk te maken. En zo blijkt de Wet van Neuhaus bijna altijd waar te zijn: waar orthodoxie een optie  is, zal orthodoxie vroeg of laat verboden worden.


Het originele artikel van Kevin DeYoung is te vinden op zijn website. Gepubliceerd 20 oktober 2022.

Gerelateerde artikelen