Ds. J. Lohuis hield de afgelopen tijd een prekenserie over Izak en Rebekka. In deel vier gaat het over de kinderwens van Izak uit Genesis 25:1-26, waarin je beproeving ziet, vervolgens verhoring en tenslotte verwarring.
Beproeving
Izak en Rebekka hebben een kruis van de Heere gekregen. Ze kregen geen kinderen. Opmerkelijk is, dat Abraham bij zijn tweede vrouw Ketura, na het overlijden van Sara, nog zes kinderen krijgt. Abraham heeft hierbij ook het Koninkrijk Gods op het oog gehad. Al die kinderen zijn tot volkeren geworden. Zij hebben dus ook nog een bloedband met Israël. Het krijgen van kinderen gaat niet over wat wij willen, maar dat we kinderen voortbrengen tot Gods eer. Abraham stuurt al die kinderen weg, zodat het zaad van Izak afgezonderd zal blijven van de andere volken.
De Heere wil dat wij met onze kinderen afgezonderd leven, dat we niet meedoen met de gewoonten van de wereld, met de taal van de wereld, met de feesten van de wereld. Maar we moeten ons ook niet boven de wereld verheffen. Wij zijn allen uit één bloede, staat er in Handelingen 17. Daarom zouden wij bewogen moeten zijn met de wereld. De kinderen van de wereld en de kinderen van God kunnen niet met elkaar; daarom moet ook Ismael weggestuurd worden.
En nu toont de Schrift ons dat Ismael uitgroeit tot een groot volk. Er komen twaalf vorsten uit voort. Er staat in Gen.25:18 dat hij zich neerlegde voor al zijn broederen. Ismael heeft aan al zijn broers laten merken dat hij de meeste, de machtigste was. En Izak, de zoon van de belofte, blijft ondertussen kinderloos. Niet alleen de kinderloosheid was een beproeving, maar ook de spot van Ismael. We moeten niet denken dat Izak alleen maar een natuurlijk verlangen had naar kinderen. Hij zag uit naar de vervulling van Gods belofte.
Ook voor Abraham is het een beproeving geweest. Hij achtte voor Izak de Kanaänitische vrouwen niet goed genoeg. Maar nu bleken zij vruchtbaar te zijn, en Rebekka niet. Dat kan ook zo knagen: als je probeert een Bijbelse weg te gaan, dan krijg je te maken met aanvechtingen. En dan kom je voorbeelden tegen van mensen die een andere weg gaan en die daar zegen op lijken te krijgen. En dan ook die worsteling: zoals de vervulling van de belofte bij mezelf door de dood heenging, moet dat bij Izak weer zo gaan?
We moeten denken aan de toezegging die God doet in de doop. Hoeveel ouders worstelen niet met de wereldliefde van hun kinderen? Worstelt u met God: Zouden Uw beloftenissen verder haar vervulling missen (Ps.77:5 ber.)?
Ik moet ook denken aan het Heilig Avondmaal, zoals dat tijdens de vorige dienst plaatsvond. Hoe velen van degenen die de verlossing door Christus gesmaakt hebben, hadden een hartelijk verlangen om voor de Heere te leven. En wat is ervan terechtgekomen? Zijn we geestelijk ook niet vaak onvruchtbaar? Wat een verdriet kan dat geven, het goede wel te willen doen, maar dat je zo onverbeterlijk blijkt te zijn.
In de tijd van de Bijbel was er vaak de gedachte dat je zichtbaar gestraft werd voor bepaalde zonden. Dan kan de vraag rijzen: welke zonden liggen er verborgen in het leven van Abraham en van Izak, dat ze onvruchtbaar bleven. En ook wij zijn zo vatbaar voor het welvaartsevangelie: als je de Heere dient, dan wordt je rijk gezegend. Maar als ik de Bijbel lees, dan zie ik juist vaak terug dat godvrezende mensen gestraft worden met het kruis van kinderloosheid.
Laten we nooit vergeten dat de Bijbel heel positief spreekt over de kinderzegen. Wij maken vaak los wat de Heere bij elkaar gehouden heeft. Als we als man en vrouw samenkomen, en dat is eerbaar, dan moeten we altijd samenkomen in de totale overgave. En als de Heere dat zegent, en er komt een kindje, dan is dat kindje welkom, niet alleen de eerste, maar ook de vijfde of de tiende. We zijn hier anders over gaan denken. Eigenbelang en het consumeren is steeds belangrijker geworden. Maar zo heeft de Heere seksualiteit niet bedoeld. Er liggen op dit terrein grote vragen, maar heeft de Heere niet gezegd dat we Hem mogen aanroepen?! Laten we de kinderzegen dan niet verwerpen.
Ook in onze tijd zijn er mensen die het kruis van de kinderloosheid moeten dragen. Rachel Gilson schrijft in haar boekje dat ze ongehuwde mensen kent aan de wereld laten zien dat er een andere liefde is die alles te boven gaat. Dat geldt ook voor kinderloosheid. De opdracht tot vruchtbaarheid is er. Het is ook toegestaan om te kijken wat er medisch mogelijk is. Maar als de Heere roept tot kinderloosheid, dan kost dat offers (zoals de kinderzegen ook offers kost). We moeten dan ook steeds leren zingen: ‘Uw wil geschied’, Uw wil alleen’. Is de liefde van Christus voor u niet beter dan al het andere?
Het is ook een vorm van discipelschap, om, als we ongetrouwd of kinderloos blijven, te vragen: ‘zou U ons dan misschien een taak willen geven in Uw Koninkrijk?’ Het dragen van ons kruis kan niet zonder worsteling. Maar juist door die worsteling heen behalen we de overwinning: Wat U doet is welgedaan. Dan mag je verdriet hebben, maar dan kun je toch goed van de Heere spreken en het kruis vrolijk dragen. Wat een wonder als je niet je vreugde vindt in de zegeningen van de Heere, maar in de Heere Zelf.
De verhoring
Een waar geloof is altijd een bestreden geloof. Psalm 73 zegt dat de ongelovigen ‘geen banden hebben tot den dood toe’. Maar een waar geloof strijdt ook. Dat zien we bij Hanna, die haar ziel uitstort voor de Heere. Dat zien we bij Jakob, als hij worstelt met God. En dat zie je ook bij Izak, als zijn geloof in de belofte aangevochten wordt, dan gaat hij strijden met God. Hij vlucht samen met zijn vrouw in het gebed tot de Heere. Twintig jaar lang heeft hij het gebed volgehouden. Er staat niet dat Rebekka bad. Misschien heeft zij de moed opgegeven. Maar Izak volhardt.
Persoonlijk denk ik dat de woorden ‘Izak bad den Heere zeer in de tegenwoordigheid van zijn huisvrouw’ iets anders betekent. Dat het vooral laat zien hoe één zij samen waren. Daarin ligt een les. Als een jongen en een meisje verkering krijgen, moet je samen op je knieën gaan. Wat is het rijk als je niets voor elkaar en voor de Heere hoeft te verbergen in het gebed. Als dit gezamenlijke gebed mist, heeft je huwelijk eigenlijk geen fundament. Vergeet nooit dat het huwelijk in dienst staat van het Koninkrijk van God.
Je ziet er ook in dat de man het hoofd is van het gezin. Hij behoort voor te gaan in het gebed. En als hij er niet is, neemt zij die taak over. Dat is de Bijbelse orde. En Izak kent de nood van zijn vrouw. Dat is niet vanzelfsprekend. Kent u de nood van uw vrouw en van uw kinderen? Dan is het uw taak die in het gebed voor de Heere neer te leggen. Rebekka heeft het gevoelt dat Izak haar (nood) kende. Dat zal wel een troost voor haar geweest zijn.
Hoe kon Izak zo volharden? Dat kon omdat hij de Heere aan Zijn Woord hield. ‘Heere, U hebt toch Zelf de belofte gegeven. Zult U het dan ook niet doen? Op die belofte moet en mag hij pleiten. Maar omdat de Heere geen tijd erbij heeft gezegd, moet hij wat dat betreft bidden: Uw wil geschiede’.
Verwarring
De Heere verhoord het gebed. Ze merken dat er leven begint te ontstaan in Rebekka. Wat een blijdschap. Zie je wel dat het niet tevergeefs is om op de Heere te wachten. Nu wordt die 20-jarige verwachting vervuld.
Maar als de tijd verstrijkt ontstaat er verwarring. Het lijkt wel of er strijd in haar binnenste is. Of er twee kindjes in zitten die elkaar verstoten. Hoe moet het dan met de belofte? Deze inwendige strijd kan Izak niet oplossen. Rebekka gaat er zelf mee naar de Heere. Zo is het ook als er zielsvragen liggen. Die kan niemand oplossen, dan de Heere alleen.
Kent u ook die strijd van binnen, waar Paulus van spreekt in Romeinen 7? Dat er nog steeds zo’n liefde tot de wereld is? Dat u van de zonde niet los kunt raken? De Dordtse Leerregels zeggen dat God de wortel van de zonden nog laat overblijven in de Zijnen, zodat ze elke dag reden hebben zich te verootmoedigen.
Gelukkig maar dat vlees en geest elkaar niet verdragen. Als de Heere het leven plant in de ziel, dan komt er strijd. En die blijft levenslang. En dat nieuwe leven lijkt klein en zwak, maar de Heere zegt dan toch dat de meerdere de mindere zal dienen.
We moeten Gods antwoord aan Rebekka goed lezen. Hij zegt: er zijn twee volken in uw buik en die twee zullen zich vaneenscheiden. En de meerdere zal de mindere dienen. Ezau krijgt ook het teken van Gods belofte. Hij hoort ook dat hij alleen in Christus rechtvaardig kan zijn. Maar hij zal het straks gaan verwerpen. Het is zijn vrije keus, omdat hij van de verkiezing niet afweet. Verwonder u erover dat de Heere er één uitkiest, nog voordat ze iets goeds of kwaads gedaan hebben. Dat de Heere goddelozen verkiest en dat Hij ze genade schenkt, en het geloof.
Rebekka moet het opnieuw met een belofte doen: de meerdere zal de mindere dienen. Dat is nog steeds zo. De meerdere heeft de macht en het geluk op de wereld. De mindere wordt veracht en verguisd. Maar die krijgen straks de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. Laat dan Ezau de wereld maar hebben. Wij verwachten, naar Zijn belofte, een nieuwe hemel en een nieuwe aarde.
U kunt de preek hier terugluisteren. Lees hier deel 1, deel 2 en deel 3.












