Ds. J. Lohuis houdt een prekenserie over Genesis 24. We mogen deze aan u doorgeven. Deel 2 gaat over Gen.24:10-27, dat gaat over de ontmoeting bij de waterput tussen Abrahams knecht en Rebekka.
1. Het gebed van de knecht
Abrahams knecht heeft uit geloof een eed gezworen. Hij zal op reis gaan om een vrouw voor Izak te zoeken. Hij gelooft dat God een engel mee zal sturen en zijn weg voorspoedig maken. Daarom laat hij er ook geen gras over groeien. Als hij op weg gaat, neemt hij een waardevolle bruidsschat mee. We mogen hier al een lijn doortrekken naar het geestelijke: Gods knechten trekken er op uit om een bruid voor Gods Zoon, Jezus Christus, te zoeken. Het Woord van God is hun verzekering dat hun arbeid niet tevergeefs zal zijn, vanwege Gods verkiezende liefde. Zie ook Joh.3:16.
Daarom mogen ze de rijkdommen van hun Heere en Koning uitstallen aan de hoorders. Het dienen van de Heere is geen harde en zware dienst, maar Hij heeft overvloed voor hen weggelegd. Daarom neemt Abrahams knecht zoveel rijkdommen mee, want dan is de bruid makkelijker over te halen om met hem mee te reizen.
Als de knecht in Haran komt, zo tegen de avond, neemt hij een ogenblik rust bij de waterput. Rond deze tijd zullen de putsters uit het stadje komen om water te putten. En als hij daar zit, doet hij een gebed: “O Heere, zegt hij, doe mij haar toch heden ontmoeten.” Het verlangen naar een man of een vrouw is een eerlijke zaak. Daar mag je om bidden. Heeft u dat ook gedaan, toen u zocht naar een levensgezel? Of heb je alleen naar de buitenkant gekeken? De knecht bidt, omdat hij voelt dat het gaat om de zaak van Gods Koninkrijk.
Deze knecht wist niet hoe hij uit al die meisjes die zo zouden komen de goede zou moeten uitkiezen. En daarvoor wendt hij zich tot God. Dus jongens, als je nou niet weet waar je een geschikt meisje moet vinden; die moet je, met eerbied gesproken, bij de Heere vandaan halen.
Deze knecht gaat ook een teken vragen. Mag dat eigenlijk wel? En wat voor teken vraag je dan? Dit is niet zomaar een teken dat Abrahams knecht vraagt. In zo’n kruik kon 10 tot 15 liter water. Een slokje aan een vreemdeling geven zou nog een kleine moeite zijn. Maar als ze voor 10 kamelen water moet putten, dan laat dat duidelijk zien dat ze een vlijtige vrouw is, dat ze gastvrij en behulpzaam is. En nu zoekt deze knecht voor Izak een vrouw die deze eigenschappen bezit. Daarom vraagt hij in geloof of de Heere hem dit teken wil geven. En dat mag hij ook doen, omdat hij de eer van Gods Koninkrijk op het oog heeft.
2. Het opmerken van de knecht
Hoe weet je nu of je iets van de Heere krijgt, of dat je het zelf bedacht hebt. Daar gaat het over in de tweede gedachte. En als je dan deze geschiedenis ziet, dan zie je dat deze knecht al antwoord krijgt, voordat hij z’n gebed heeft geëindigd.
Niet iedereen krijgt zo snel antwoord op het gebed. Maar is God dat aan ons verplicht, dan? Hoe lang hebben wij God al laten wachten? En moet Hij ons dan op onze wenken bedienen? Mag de Heere je niet beproeven of je wel volhardt in het gebed? We moeten bidden en niet vertragen. En als je dan om een teken bidt, vraag je dan altijd af of je daarmee Gods zaak op het oog hebt. En als God je niet gelijk verhoort, kan dat ook een teken zijn van Gods liefde: Hij voedt je op voor de hemel, niet voor het gemak hier op de aarde.
Wat doet deze knecht nu verder? Hij gaat zitten om te zien of de Heere zijn weg voorspoedig zal maken of niet. Wat doen wij na ons ‘amen’? Verwachten we dat de Heere verhoren zal? Staan we op de uitkijk? Dat is ‘voor het toekomende vertrouwen’.
Als hij aan Rebekka vraagt om wat drinken, biedt zij direct aan om ook de kamelen te drenken. En ze gaat door met water putten tot alle kamelen genoeg hebben. En Abrahams knecht zit er met stille verbazing naar te kijken. Dit is precies het teken dat hij van de Heere had gevraagd. En toch moet hij nog meer weten. Want zou zij wel van Abrahams familie zijn? Of zou ze van een ander volk zijn? Als Rebekka zich bekendmaakt, kan de knecht zijn schatten opendoen. Hij geeft haar enkele gouden sieraden als beloning voor wat zij heeft gedaan.
Hieruit zie je ook hoe verzekerd de knecht ervan is dat deze vrouw de bruid voor Izak is. Die gouden sieraden wogen meer dan 10 sikkelen goud. Een jaarsalaris voor een man was in die tijd 10 sikkelen zilver. Dus zij krijgt hier meerdere jaarlonen overhandigd. Maar de knecht kan dat doen, omdat hij ervan overtuigd is dat straks al Abrahams bezittingen voor haar zullen zijn. Zie hierin ook nog een geestelijke les: het Evangelie wordt niet rondgestrooid als parels voor de zwijnen. Maar de beloften van God worden overhandigd.
Iemand zou kunnen vragen: hoe zit het dan met de matigheid? Rebekka kreeg armringen en een neusring. En wij zouden niet eens een piercing mogen dragen, of zoiets. Ik zal direct toegeven dat dit een middelmatige zaak is. Calvijn zegt hiervan: als je zo graag de sieraden van Rebekka wil dragen, dan moet je ook haar hele levensstijl overnemen. Zij zegt de dag erna: “Ik zal trekken”. Ga tot Christus. En als je over sieraden nadenkt: vraag je dan af of je Gods Koninkrijk daarmee dient of dat het ten diepste wereldgelijkvormigheid is.
3. De dankbaarheid van de knecht
De knecht van Abraham vergeet niet om God in het openbaar te danken. Vorm onderstreept de inhoud: hij knielt neer. Dankbaarheid is een zeldzaam iets. Niet voor niets werden er in Leviticus 3 ook dankoffers geboden. Dankbaarheid richt zich op wie de Heere is en wat Hij doet voor iemand die dat niet verdiend heeft. Dankbaarheid is het erkennen dat God zich bemoeid heeft met een ellendig en doemwaardig zondaar. Misschien herken je een waar christen het meest in de dagen van voorspoed. Want die zal daarvoor God alle eer geven en zich niet beroemen op z’n eigen prestaties.
En daarna gaat de knecht vertellen hoe de Heere zijn hele weg geleid heeft. Dan mag hij vertellen van Gods trouw die hem helemaal in Mesopotamië bracht, door de woestijn heen en hoe God Abrahams geloofswoord bevestigde. Zelf doet hij er helemaal niet meer toe. Het is “Mijn God, U zal ik eeuwig loven, omdat Gij het hebt gedaan”.
Deze preek hield ds. J. Lohuis op 30 augustus. Hiervan is met toestemming een uittreksel gemaakt.











