In het boek Hooglied bezingt Salomo de liefde tot zijn bruid. Op basis van dit poëtische Bijbelboek schrijft Bijbelleraar Ger de Koning een reeks lessen over de omgang tussen man en vrouw vóór en in het huwelijk. Ook de omgang van gezinsleden onder elkaar komt aan de orde. Aflevering 7.

De liefde niet forceren
Na het intermezzo in de vorige twee afleveringen over ‘goed ouderschap’ en ‘kinderen die een eigen weg zonder de Heer gaan’, gaan we verder met Hooglied 2:7. In dat vers zegt de bruidegom –niet tegen de bruid, maar tegen anderen– iets over de liefde tussen hem en zijn bruid.
‘Ik bezweer u, dochters van Jeruzalem,
[als] bij de gazellen of bij de hinden op het veld,
dat u de liefde niet opwekt of aanwakkert,
voordat het [haar] behaagt.’

Hij spreekt deze zelfde woorden ook nog een keer in Hooglied 3:5 en 8:4, in totaal dus drie keer. Neem daarbij zijn gebruik van het woord ‘bezweer’ in dit vers en het grote belang van deze woorden over de liefde zal duidelijk zijn. Waar het hem om gaat, is dat de liefde tussen twee geliefden niet wordt opgewekt of aangewakkerd, voordat de juiste tijd en de juiste omstandigheden daarvoor gekomen zijn. Hij waarschuwt ervoor de liefde niet te forceren. Het voortijdig opwekken en aanwakkeren van de liefde heeft namelijk het tegengestelde effect: daardoor smoort en verstikt de liefde. Laten we nagaan welke lessen daarin voor ons liggen.

Het eerste dat opvalt is de kracht waarmee de bruidegom, Salomo, zijn uitspraak doet: hij bezweert, dat wil zeggen dat hij er de grootst mogelijke nadruk op legt. Vervolgens haalt hij het voorbeeld van twee schuwe dieren aan om aan te geven hoe gevoelig de liefde is voor alles wat de liefde kapot maakt. ‘De gazellen’ en ‘de hinden’ bewegen ze zich vol gratie als er geen onraad is, als alles om hen heen vredig en rustig is. Zodra ze echter het geringste onraad ruiken, worden ze schichtig. Het is uit met hun rust en ze schieten weg. Zo is dat ook met de liefde.

Liefde heeft haar eigen wetmatigheden. Ze moet niet worden opgedrongen. Dat past niet bij de liefde. Opwekken of aanwakkeren van de liefde, voordat het de tijd voor de liefde is om zich te uiten, betekent een verstoren van de rust van de liefde. Liefde in een relatie van liefde heeft tijd nodig om zich te ontwikkelen. Daarbij is een veilige, vredige omgeving belangrijk.

Het is meer dan ooit nodig deze waarschuwing van Salomo, die in feite van de Heer Jezus komt, op ons te laten inwerken. We worden immers meer en meer van alle kanten bestookt met een opdringerige karikatuur van de liefde. Daardoor wordt de liefde van God in de verhouding tussen man en vrouw verminkt, vertrapt en door het slijk gehaald. In een recent nieuwsbericht staat hiervan een voorbeeld, waaruit het enorme contrast met wat de Heer Jezus over de liefde zegt, uiterst duidelijk blijkt:

Zorgen over seksuele ontwikkeling van jongeren (NOS, 08-02-2021)

De coronamaatregelen belemmeren jongeren in hun relationele en seksuele ontwikkeling, zeggen kenniscentrum Rutgers en Soa Aids Nederland na eigen onderzoek onder ruim 4000 jongeren van 16 tot 20 jaar. Tijdens de tweede lockdown hadden jongeren bijvoorbeeld veel minder dates dan voor de coronacrisis: 21 procent van de ondervraagde jongeren ging op date, tegen 51 procent voor corona.

Normaal gesproken ontmoeten veel jongeren hun dates ‘offline’, zeggen de onderzoekers, zoals op school of tijdens het uitgaan. Ze kunnen daar nu wel datingapps voor gebruiken, maar volgens Rutgers en Soa Aids Nederland is het gebruik van zulke apps onder jongeren niet toegenomen. Wel heeft iets meer dan de helft van de ondervraagde single jongeren tijdens de tweede lockdown nog seks gehad.

“De beperking van sociale contacten van jongeren legt ook hun liefdesleven stil. Jongeren hebben daarom minder mogelijkheden om te experimenteren met en te genieten van seks, terwijl dat op deze leeftijd cruciaal is”, zegt onderzoeker Hanneke de Graaf van Rutgers. “Dit is extra zorgelijk, omdat dit nu al zo lang duurt. Tegelijkertijd zien we dat het welbevinden van jongeren afneemt, wat wellicht ook te maken heeft met het gemis aan liefde en seks.”

Vandaag begint de Week van de Liefde. Daarin stimuleren Rutgers, Soa Aids Nederland en GGD-organisaties scholen in het voortgezet onderwijs en mbo om structureel aandacht te besteden aan seksuele vorming. [Einde nieuwsbericht]

Een onderdeel
Het bericht geeft gelijk de opstap naar de kern van vers 7 in Hooglied 2: het niet voortijdig opwekken of aanwakkeren van de liefde, met name van de seksuele gevoelens. Wat in het NOS-bericht staat, is een frontale aanval daarop. Hoe kunnen we onze kinderen en ook onszelf tegen die telkens aanrollende en steeds hogere golven van vergiftigd en vergiftigend denken en handelen beschermen, zodat we niet kopje ondergaan en verdrinken? Dat kan alleen door te kijken naar Gods origineel, naar wat Hij met een ‘relationele en seksuele ontwikkeling’ bedoelt. Hij heeft dat origineel vastgelegd in Zijn Woord.

Het is goed om te bedenken dat seksualiteit slechts een onderdeel is van het hele (christelijk) leven. Het leven bestaat niet alleen uit seks, hoewel het lijkt alsof voor talloze jongeren (en ook ouderen) er niets anders is dan dat. Op school en op de plek waar je werkt, is seks een favoriet onderwerp. Maar let op: je bent niet verplicht mee te gaan met de seksualisering van de huidige maatschappij. Dat wil je ook helemaal niet als je ziet hoe God seksualiteit heeft bedoeld.

Christus en de gemeente
Je hoeft niet ver te bladeren in de Bijbel om te lezen welke plaats God aan seksualiteit heeft gegeven. Hij zegt in het tweede hoofdstuk van het eerste Bijbelboek tegen Adam: ‘Daarom zal een man zijn vader en zijn moeder verlaten en zich aan zijn vrouw hechten; en zij zullen tot één vlees zijn’ (Genesis 2:24). Je leest hier over de instelling van het huwelijk door God met als sluitstuk het ‘tot één vlees zijn’. Ik zal dit zo verder uitleggen. Eerst wil ik nog het belang van dit vers onderstrepen. Het wordt in het Nieuwe Testament namelijk twee keer aangehaald: één keer door de Heer Jezus, in Mattheüs 19:4-5, en één keer door de apostel Paulus, in Efeziërs 5:25-26. Je ziet hoe Genesis 2:24 in de beide hoofddelen van de Bijbel –het Oude Testament en het Nieuwe Testament– een doorslaggevende rol speelt met betrekking tot het huwelijk. Je ziet daardoor ook hoe het Oude Testament en het Nieuwe Testament eenzelfde getuigenis geven ten aanzien van het huwelijk.

Genesis 2:24 is een sleutelvers
We kunnen wel zeggen dat Genesis 2:24 een sleutelvers is. Dat wil zeggen dat dit vers de sleutel is om toegang te krijgen tot het geheimenis van het huwelijk zoals het door God is ingesteld, inclusief seksualiteit. Zonder deze sleutel gaat het niet lukken achter het geheim te komen. Om in het bezit van de sleutel te komen heb je geen bijzondere intellectuele kennis nodig. Je hoeft ook geen vermoeiende zoektocht te ondernemen. Het enige dat je nodig hebt, is een hart dat ernaar verlangt de wil van God voor je dagelijks leven te leren kennen, met daaraan onlosmakelijk verbonden ook het verlangen om naar die wil te handelen.

Het sleutelvers bevat beginselen die van doorslaggevende betekenis zijn voor je kijk op het huwelijk. Het is dan ook gerechtvaardigd om ruime aandacht aan dit vers te besteden. Als we het vers nog een keer lezen, kunnen we er een volgorde in vaststellen. Die volgorde is een goed uitgangspunt voor het begrijpen van wat God hier zegt. Het gaat over een man die
1. zijn vader en moeder gaat verlaten,
2. zich aan zijn vrouw gaat hechten en
3. met haar één vlees zal zijn.

Zijn vader en zijn moeder verlaten
Wat houdt ‘zijn vader en zijn moeder verlaten’ in? Het verlaten van vader en moeder begint zodra iemand echte liefde opvat –dus niet zomaar bevangen wordt door een vlaag van verliefdheid– voor iemand, van wie hij mag veronderstellen: dat is mijn toekomstige vrouw met wie ik samen door het leven mag gaan. Dan gaat zo iemand vader en moeder verlaten. Hij doet een stap naar buiten, uit de omgeving, de sfeer waarin hij helemaal thuis was en zich ook thuis voelde en waarin hij zich bewoog. Daarvoor in de plaats gaat hij zijn gedachten en interesses richten op iets nieuws, op het vormen van een nieuwe cel in de maatschappij.

Zijn hele gedachteleven en al zijn handelingen hebben een nieuwe doelstelling gekregen. Zijn kijk op het leven vindt nu plaats vanuit een andere instelling. Hij is niet meer gericht op de situatie van het ouderlijk huis, maar op het nieuw te vormen gezin en thuis. In zijn hele toekomstplanning houdt hij daarmee rekening. Door zo bezig te zijn is hij bezig zich los te maken van zijn vader en moeder, hij is bezig hen te verlaten. Je kunt zeggen dat ‘verlaten’ een proces is dat begint op het moment dat hij ervan overtuigd is dat hij zijn toekomstige vrouw heeft ontmoet.

Zich aan zijn vrouw hechten
Op de dag van de huwelijkssluiting verlaat de man definitief zijn ouders en hecht hij zich aan zijn vrouw. Het is het moment dat hij bij wijze van spreken de deur van het ouderlijk huis achter zich dichttrekt en de deur van zijn nieuwe huis als het begin van een nieuw gezin opent. Dit gebeurt bij de huwelijkssluiting. Dat is het moment dat die twee voor het oog van iedereen een nieuwe eenheid vormen en als een nieuwe eenheid door het leven zullen gaan. Het huwelijk is in Gods Woord altijd een zaak van de hele leefgemeenschap. Het is een openbare aangelegenheid. Iedereen wordt ervan in kennis gesteld dat vanaf de huwelijksdag die man en die vrouw samen en onafscheidelijk verder door het leven gaan. Dat is ‘hechten aan’ of anders gezegd ‘aankleven’ – woorden die aangeven hoe nauw en onlosmakelijk zij met elkaar verbonden zijn. Ze vormen een onverbrekelijke eenheid.

Eén vlees
Als dat zo is, als het huwelijk is gesloten –pas dan en dan alleen– volgt als een bekroning het ‘tot één vlees zijn’. Daarmee wordt deze nieuwgevormde eenheid compleet gemaakt. Dat wil zeggen dat als laatste onderdeel van dit vers de geslachtsgemeenschap plaatsvindt. Bedenk daarbij dat die niet op zichzelf staat. Ze is niet als los element verkrijgbaar. Je kunt volgens Gods instelling geslachtsgemeenschap niet beleven los van de voorgaande elementen en ook niet in een andere volgorde ervan. Eén vlees zijn is de uitdrukking van een totale eenheid. Deze totale eenheid is begonnen te groeien bij de aanvang van het proces van het ‘verlaten van vader en moeder’. Vervolgens is deze totale eenheid officieel tot stand gekomen in het ‘zich hechten aan’, ofwel de huwelijkssluiting. Ten slotte vindt deze totale eenheid zijn bekroning en beleving in het ‘één vlees zijn’, ofwel de geslachtsgemeenschap.

Het gaat om het tot uitdrukking brengen van een totale eenheid. Om dit nog te onderstrepen verwijs ik naar een ander vers: ‘Of weet u niet dat wie een hoer aanhangt één lichaam met haar is?’ (1 Korinthiërs 6:16). Zie je dat hier gesproken wordt over één lichaam, en niet over één vlees? Bij een hoer gaat het namelijk alleen om haar lichaam en om niets anders. Met zo iemand vorm je geen totale eenheid. Het is een louter lichamelijk contact zonder enig geestelijk contact, waarmee het gelijk staat aan het paren van dieren.

In het huwelijk vorm je met de ander een eenheid naar geest én ziel én lichaam. Je deelt alles met elkaar: je huis, je tijd, je geld, je bed, je belangstelling, je gevoelens, je inzet, je lichaam, je kinderen, je toekomst, echt alles. Het lichamelijk één vlees zijn is dáárvan de uitdrukking.

Als je het voorgaande op je laat inwerken, zul je tot de conclusie komen dat van ongehuwd samenwonen als een door God gewilde, gewenste of toegestane vorm van samenleven geen sprake kan zijn.

Die twee
Zoals hierboven is vermeld, wordt Genesis 2:24 door de Heer Jezus in Mattheüs 19 aangehaald. Ik citeer nu het vers: ‘Hebt u niet gelezen dat Hij Die hen heeft geschapen, hen van [het] begin af als man en vrouw heeft gemaakt en gezegd heeft: ‘Daarom zal een man zijn vader en zijn moeder verlaten en zijn vrouw aanhangen en die twee zullen tot één vlees zijn’? Dus zijn zij niet meer twee maar één vlees’ (Mattheüs 19:4b-5).

Ik wil je op twee woorden in deze aanhaling wijzen en wel op de woorden ‘die twee’. Door deze twee woorden kun je twee dingen leren. Het eerste leer je door de klemtoon op het woord ‘die’ te leggen: die twee. Dat wil zeggen die man en die vrouw, want daarover gaat het in dit vers. Dat laat geen ruimte voor een man-manrelatie of een vrouw-vrouwrelatie. Alleen binnen een wettige man-vrouwrelatie is seksualiteit geoorloofd. Homoseksuele en lesbische relaties zijn uitgesloten, want ze zijn niet uit God. Het is dan ook dwaasheid om over een ‘homohuwelijk’ te spreken, want dat is helemaal geen huwelijk, het bestaat niet, wat mensen er ook voor betekenis aan hechten. Het tweede leer je door de klemtoon op het woord ‘twee’ te leggen: die twee. Dat sluit een seksuele relatie met meerdere partners uit, zoals je dat bijvoorbeeld in meeroudergezinnen hebt. Ook die relaties zijn niet uit God.

Seksualiteit hoort thuis in het huwelijk
Als we Genesis 2:24 hebben begrepen, begrijpen we ook de waarschuwing van Salomo in Hooglied 2:7. Ik heb er in een vorige aflevering naar aanleiding van Amnons verkrachting van Tamar op gewezen dat seksualiteit een enorme kracht is die levens verwoest als ze niet in bedwang wordt gehouden. Het opwekken en aanwakkeren van de liefde mag pas als het de liefde behaagt daaraan uiting te geven, dat is binnen de veilige, besloten ruimte van het huwelijk. Daar voelt de liefde zich ‘behaaglijk’. Elke dwang om het vóór en buiten het huwelijk te doen is uit den boze. Meisjes die een relatie hebben, kunnen worden gemanipuleerd met opmerkingen als: „Als je echt van mij houdt, zul je niet weigeren om met mij naar bed te gaan.” Trap er niet in. Dat is geen verklaring van liefde, maar een verwerpelijke poging tot zelfbevrediging. Echte liefde beschermt de relatie en houdt de deur dicht voor lustenbevrediging.

Hoever mag je als ongetrouwd verliefd stel gaan?
Deze vraag houdt christelijke verliefde stellen bezig die een relatie zijn aangegaan met de bedoeling te trouwen en een gezin te stichten waarin God wordt gediend. Ga samen in Gods Woord op zoek naar het antwoord erop. Stel aan de hand daarvan de grenzen vast en houd elkaar daaraan. Om je op weg te helpen wil ik je op enkele gedeelten uit Gods Woord wijzen en die toepassen op ons onderwerp.

Pas op voor je eigen begeerte
‘Maar ieder wordt verzocht als hij door zijn eigen begeerte meegesleept en verlokt wordt. Daarna, als de begeerte bevrucht is, baart zij zonde; en als de zonde volwassen geworden is, brengt zij [de] dood voort’ (Jakobus 1:14-15).

Ga nooit zover in het strelen van elkaar dat je de begeerte naar meer naar boven voelt komen. Als de hartstocht de overhand krijgt, ga je gegarandeerd te ver. Je bereikt dan het punt waarop je niet meer terug kunt, het ‘point of no return’. Denk niet dat je je begeerten wel in de hand hebt, dat je sterk genoeg bent om op tijd te stoppen. Dat is zelfbedrog.

Je bent sterk als je je zwakheid erkent. Neem een voorbeeld aan Jozef. Je kunt leren van zijn reactie op de verleiding om ongeoorloofde seks te hebben. Omdat Jozef sterk was, vluchtte hij toen hij daartoe werd verleid. Tegen die verleiding liep hij niet per ongeluk aan, maar die kwam elke dag op hem af. De vrouw van Potifar, bij wie Jozef als slaaf in huis was, sprak de knappe Jozef ‘dag in dag uit’ aan om met haar te hoereren (Genesis 39:10).

Jozef weigerde op haar aanbiedingen in te gaan. Zijn afweer lag in het besef hoe afschuwelijk de zonde, en vooral deze zonde van hoererij (1 Korinthiërs 6:18), is voor God. Hij heeft tegen de vrouw gezegd: ‘Hoe zou ik dan dit grote kwaad kunnen doen en zondigen tegen God?’ (Genesis 39:9) en dat hield hij vast. Toch bleef de vrouw zeuren. Telkens zei Jozef: „Nee!” Daar moet je geestelijke kracht voor hebben.

Jozef was een gewone jongeman, met gewone, natuurlijke gevoelens, ook in seksueel opzicht. Daarbij was hij ook nog slaaf, iemand die alleen maar heeft te gehoorzamen. Maar hier gaat het om de verleiding tot zonde. Wat een meerdere ook van ons vraagt, zullen we moeten doen, behalve als het om zonde gaat, het verrichten van handelingen die tegen Gods Woord ingaan. Laat daar bijvoorbeeld de hulp in de huishouding van een voorgangersechtpaar aan denken als ze met de voorganger alleen is, of de directiesecretaresse als ze met de directeur alleen is. Je kent misschien zelf wel andere voorbeelden uit het dagelijks leven, waarin iemand in een positie is dat hij of zij naar een ander moet luisteren, en die ander daarvan misbruik wil maken.

Toen kwam er een moment waarop de vrouw haar kans greep. Er was niemand in huis, behalve Jozef en zij. Jozef zocht het gevaar niet op; hij was in huis om zijn werk te doen (Genesis 39:11). Toen de vrouw hem wilde dwingen met haar naar bed te gaan, bracht Jozef de oproep van Paulus in 1 Korinthiërs 6 in praktijk: ‘Ontvlucht de hoererij!’ (1 Korinthiërs 6:18a). Hij liet zijn kleed in haar hand achter en vluchtte naar buiten. Je kunt beter je kleed, of wat dan ook, verliezen dan een goed geweten.

Het voorbeeld van Jozef kan door alle jonge mensen ter harte worden genomen, vooral door hen die bijvoorbeeld voor hun studie niet meer thuis kunnen blijven wonen. Dan komt het erop aan welke keuzes er worden gemaakt. Het moet beginnen met een innerlijke overtuiging: ‘Al zondigt de hele wereld, ik in elk geval niet.’ Zo zegt Jozef het als het ware.

De daadwerkelijke kracht om ‘nee’ te zeggen tegen de zonde ligt in de omgang met de Heer Jezus en gehoorzaamheid aan Gods Woord. Als dat aanwezig is, zal de verzoeking niet worden gezocht, en als hij komt, zal hij op de juiste manier worden gepareerd. ‘Waarmee houdt een jongeling zijn pad zuiver? Als hij [dat] bewaart overeenkomstig Uw woord’ (Psalm 119:9).

Ogen beheersen
Wat je ook moet leren beheersen, zijn je ogen. De volgende teksten benadrukken het belang daarvan.

  • ‘Het oog wordt niet verzadigd van zien’ (Prediker 1:8b).
  • ‘Zij hebben overspelige ogen, die niet ophouden te zondigen’ (2 Petrus 2:14).
  • ‘Ik heb een verbond gesloten met mijn ogen;
    hoe kan ik dan [begerig] naar een jonge vrouw kijken?’
    (Job 31:1).
  • ‘Maar Ik zeg u, dat ieder die een vrouw aanziet om haar te begeren, al overspel met haar gepleegd heeft in zijn hart’ (Mattheüs 5:28).

Daarom: Kijk niet naar slechte programma’s op tv en bezoek geen pornografische sites op internet. Verscheur of verbrand slechte foto’s, vernietig slechte dvd’s, verwijder dergelijk materiaal van je elektronische apparatuur, opdat je niet langer in de verleiding komt ernaar te kijken. Laat je niet afschrikken door wat je ervoor hebt betaald.

Neem geen slechte lectuur in huis en als je die al in huis hebt: vernietig dat spul! Kijk de lectuurbak eens na. Soms krijg je de spullen ongevraagd in huis. Ga radicaal te werk: je kunt nooit becijferen wat het je aan gewetensnood zal kosten, als je je slap opstelt. Je ziel en je (toekomstige) relatie staan op het spel.

Door middel van de ogen is de zonde in de wereld gekomen. Het lukte de duivel om de ogen van Eva te richten op een boom waarover God duidelijke uitspraken had gedaan (Genesis 2:17). De duivel fluisterde haar in (ik zeg het met mijn eigen woorden): ‘Moet je eens naar die boom kijken, hoe mooi die er uitziet.’ En Eva keek ernaar en ze zág het. Het was precies zoals de duivel vertelde:

‘En de vrouw zag dat die boom goed was om ervan te eten en dat hij een lust was voor het oog, ja, een boom die begerenswaardig was om er verstandig door te worden; en zij nam van zijn vrucht en at; en zij gaf ook [wat] aan haar man, die bij haar was, en hij at [ervan]’ (Genesis 3:6).

Ze vergat wat God had gezegd.

De gevolgen zijn catastrofaal en werken door, zolang er mensen geboren zullen worden. Johannes schrijft in zijn eerste brief over ‘al wat in de wereld is: de begeerte van het vlees, de begeerte van de ogen en de hoogmoed van het leven’ (1 Johannes 2:16). De begeerte van de ogen is een van de elementen waaruit de wereld bestaat. Daarom moet je, net als Job, met je ogen een verbond maken om in jouw geval niet naar slechte dingen te kijken.

De liefde verlangt ernaar opgewekt en aangewakkerd te worden op het moment dat het haar behaagt. Als je tot dat moment, dat is het moment van het huwelijk, wacht, zul je volledig van de liefde kunnen genieten omdat God daaraan Zijn zegen verbindt.


Aflevering 8 – met de thema’s elkaar benaderen & openheid – zal D.V. 19 augustus verschijnen.

Gerelateerde artikelen

Het zevende gebod #5 – Duizend gevaren

De Heidelbergse Catechismus behandelt het zevende gebod kort, kernachtig. Over de rijke…

Het mooiste liefdeslied – praktische lessen uit Hooglied #6: loslaten & goed ouderschap

In het boek Hooglied bezingt Salomo de liefde tot zijn bruid. Op…