Leestijd: 4 minuten
Op 1 april 2026 vond de feestelijke herdenking plaats van de invoering van het homohuwelijk, nu 25 jaar geleden. De NOS besteedde er ruime aandacht aan. Ook premier Jetten, de eerste openlijk homoseksuele premier van Nederland, was bij de herdenking aanwezig.
Er werd gememoreerd dat er inmiddels al 36.000 homohuwelijken zijn gesloten. Men merkte ook op dat Nederland weliswaar in de wereld ‘voorop’ loopt, maar dat de acceptatie van de LHBTIQ+ beweging nog veel te wensen overlaat. Zo hebben mensen die zich bij die beweging rekenen, op straat herhaaldelijk te maken met scheldpartijen, spuuggedrag en openlijke geweldpleging.
Als ik het aantal homohuwelijken op mij laat inwerken dan komt het mij voor dat dit te maken heeft met de verwoede pogingen van de beweging om stevig aan de weg te timmeren. Dat is voor een groot deel ook logisch. In de omroepwereld bijvoorbeeld wordt veel ruimte gegeven aan mensen die er geen geheim van maken dat zij ‘uit de kast zijn gekomen’. Men heeft in de media echt gewerkt aan de ‘normalisering’ door er-maar-zo-gewoon-mogelijk-over-te-doen. Dat moet op den duur toch een zekere doorwerking opleveren, is de gedachte. ‘De gestage druppel holt immers de steen uit’. Inderdaad is het zo dat het proces van doorwerking en gewenning tot resultaat leidt.
De weg van de geleidelijkheid
In een intrigerend artikel in het Reformatorisch Dagblad (3 februari 2026) schrijft de anglicaanse theoloog Matthew Wilcoxen over ‘verschuivingen’ in de opvattingen van veel christenen. Hij maakt duidelijk dat die verschuivingen zich voltrekken langs de weg van de geleidelijkheid en bijna ongemerkt en geruisloos gebeuren. Dat is één van zijn meest opvallende waarnemingen.
Wilcoxen laat zien dat mensen tegenwoordig van de vraag naar de ‘zonde’ zijn weggegroeid. Zonden zijn niet hun grootste zorg, maar de alledaagse levensproblemen. Het woordje ‘zelf’ speelt hierbij een belangrijke rol. Mensen zijn bezig met zichzelf, met zelfverwerkelijking en zelfoptimalisering. Hun leven draait niet om ‘ontzondiging’, maar om ‘ontzorging’. Ze zoeken een oplossing voor de trauma’s van hun jeugd en zijn erover bekommerd dat ze hun idealen niet hebben kunnen verwezenlijken. Ze gaan echter absoluut niet gebukt onder de last van de zonde voor Gods aangezicht. Hun verlangen gaat uit naar troost en geborgenheid en hun streven is gericht op persoonlijke ontwikkeling. ‘Hoe kan ik het beste uit mijzelf halen?’, is het levensmotto van veel christenen in onze tijd.
Het gaat hierbij om een traag proces. Het kruis van de Heere Jezus is in die ontwikkeling steeds meer geworden tot een martelwerktuig waaraan Hij tragisch aan Zijn einde is gekomen. Het is echter de vraag of het kruis nog behoort tot het hart van hun geloof. Leeft het besef nog dat het was opgericht omwille van hun zonden? Te vrezen valt, dat dit niet het geval is.
Onbegrip
Die afbraak geldt ook voor de christelijke ethiek. Op vele terreinen vindt opnieuw langs de weg van de geleidelijkheid een aanpassing plaats aan deze tijd en aan deze wereld in het denken van christenen. De diversiteit in het man/vrouw- zijn met alle variaties van de praxis die daarmee gepaard kunnen gaan, vormt een splijtzwam en doet een appèl op christelijke ruimhartigheid. De vraag is dan: waarom doen de behoudende kerken zo moeilijk? Waarom de lh-mensen lastigvallen met achterhaalde Bijbelcitaten? Waarom mogen LHBTI ’ers niet zijn zoals ze zijn? Van hoeveel mensen, die landelijke bekendheid genieten, is het niet volstrekt helder dat zij zich richten op iemand van hun eigen geslacht? Wanneer houden orthodoxe christenen eindelijk eens op om daarop tegen te zijn?
Deze vragen hoor ik steeds wanneer ik mijn Bijbelse bezwaren uitspreek. Ik lees in de ogen van mijn gesprekspartners onbegrip over mijn opstelling, als ik uitspreek dat ik geloof in een Schepper Die het ‘mannelijk’ en het ‘vrouwelijk’ als een ‘vruchtbaar tegenover’ heeft geschapen. Mijn gesprekspartners geven mij het gevoel dat ik niet ben meegekomen in de maatschappelijke ontwikkelingen en hopeloos ben blijven steken in oude en verlopen concepten. Mijn hermeneutiek is niet van deze tijd en bovendien ondeugdelijk!
Ik kan niet anders
Om duidelijk te zijn: als Nederlands staatsburger erken ik de vrijheid van mensen om te mogen zijn wie zij zijn en hoe zij zichzelf willen definiëren. Maar als christen moet ik gehoor geven aan het Bijbels getuigenis. Ik kan in de schriftteksten (o.a. 1 Korinthiërs 6:10) geen ruimte vinden voor hun wijze van leven. Ik zeg het Luther na: ‘hier sta ik, ik kan niet anders!’
Ik weet dat mensen me dan meewarig aankijken! Ze zullen mijn houding ‘onacceptabel’ vinden. Maar hier trek ik een rode lijn. Ik kan daar niet zomaar overheen stappen! De vraag is echter hoe lang ik dit kan volhouden en of de druk mij niet te veel zal worden. Met zóveel mensen die er openlijk voor uit komen dat zij een andere keuze maken, is het proces van geleidelijke gewenning zó sterk, dat een Bijbels verweer geen enkele kans meer heeft. Ik denk dat wij onderschatten hoe in de christelijke wereld het water door onze dijken heen sijpelt. De dijken zijn al doorweekt! De paar mensen, die het volhouden te waarschuwen, zijn als ‘Hansje Brinkers’ uit de overlevering die zijn vinger in de dijk stopte om het water tegen te houden.
De Bijbelteksten worden mij in de gesprekken uit handen geslagen, want: ‘gáát het niet om de liefde, die het hoogste doel is in het leven?’ Hoelang zal het duren voor ik niet óók overstag ga en méé ga in het denken over de normalisering van deze diversiteit? Die normalisering is volop gaande in de kerkelijke wereld, ook bij christenen. Voor mij is het niet te veel moeite om vol te houden, al is het lang niet eenvoudig. De apostel Paulus spoort ons echter krachtig aan. Als hij in Hebreeën 12:1 een samenvatting geeft van het elfde hoofdstuk, dan spreekt hij over een menigte van getuigen die ons aanmoedigt door te gaan met het tegen-de-stroom-oproeien. In het vasthouden aan Gods Woord ligt een rijke zegen!
De gestage druppel holt de steen uit
Op 1 april 2026 vond de feestelijke herdenking plaats van de invoering van het homohuwelijk, nu 25 jaar geleden. De NOS besteedde er ruime aandacht aan. Ook premier Jetten, de eerste openlijk homoseksuele premier van Nederland, was bij de herdenking aanwezig.
Er werd gememoreerd dat er inmiddels al 36.000 homohuwelijken zijn gesloten. Men merkte ook op dat Nederland weliswaar in de wereld ‘voorop’ loopt, maar dat de acceptatie van de LHBTIQ+ beweging nog veel te wensen overlaat. Zo hebben mensen die zich bij die beweging rekenen, op straat herhaaldelijk te maken met scheldpartijen, spuuggedrag en openlijke geweldpleging.
Als ik het aantal homohuwelijken op mij laat inwerken dan komt het mij voor dat dit te maken heeft met de verwoede pogingen van de beweging om stevig aan de weg te timmeren. Dat is voor een groot deel ook logisch. In de omroepwereld bijvoorbeeld wordt veel ruimte gegeven aan mensen die er geen geheim van maken dat zij ‘uit de kast zijn gekomen’. Men heeft in de media echt gewerkt aan de ‘normalisering’ door er-maar-zo-gewoon-mogelijk-over-te-doen. Dat moet op den duur toch een zekere doorwerking opleveren, is de gedachte. ‘De gestage druppel holt immers de steen uit’. Inderdaad is het zo dat het proces van doorwerking en gewenning tot resultaat leidt.
De weg van de geleidelijkheid
In een intrigerend artikel in het Reformatorisch Dagblad (3 februari 2026) schrijft de anglicaanse theoloog Matthew Wilcoxen over ‘verschuivingen’ in de opvattingen van veel christenen. Hij maakt duidelijk dat die verschuivingen zich voltrekken langs de weg van de geleidelijkheid en bijna ongemerkt en geruisloos gebeuren. Dat is één van zijn meest opvallende waarnemingen.
Wilcoxen laat zien dat mensen tegenwoordig van de vraag naar de ‘zonde’ zijn weggegroeid. Zonden zijn niet hun grootste zorg, maar de alledaagse levensproblemen. Het woordje ‘zelf’ speelt hierbij een belangrijke rol. Mensen zijn bezig met zichzelf, met zelfverwerkelijking en zelfoptimalisering. Hun leven draait niet om ‘ontzondiging’, maar om ‘ontzorging’. Ze zoeken een oplossing voor de trauma’s van hun jeugd en zijn erover bekommerd dat ze hun idealen niet hebben kunnen verwezenlijken. Ze gaan echter absoluut niet gebukt onder de last van de zonde voor Gods aangezicht. Hun verlangen gaat uit naar troost en geborgenheid en hun streven is gericht op persoonlijke ontwikkeling. ‘Hoe kan ik het beste uit mijzelf halen?’, is het levensmotto van veel christenen in onze tijd.
Het gaat hierbij om een traag proces. Het kruis van de Heere Jezus is in die ontwikkeling steeds meer geworden tot een martelwerktuig waaraan Hij tragisch aan Zijn einde is gekomen. Het is echter de vraag of het kruis nog behoort tot het hart van hun geloof. Leeft het besef nog dat het was opgericht omwille van hun zonden? Te vrezen valt, dat dit niet het geval is.
Onbegrip
Die afbraak geldt ook voor de christelijke ethiek. Op vele terreinen vindt opnieuw langs de weg van de geleidelijkheid een aanpassing plaats aan deze tijd en aan deze wereld in het denken van christenen. De diversiteit in het man/vrouw- zijn met alle variaties van de praxis die daarmee gepaard kunnen gaan, vormt een splijtzwam en doet een appèl op christelijke ruimhartigheid. De vraag is dan: waarom doen de behoudende kerken zo moeilijk? Waarom de lh-mensen lastigvallen met achterhaalde Bijbelcitaten? Waarom mogen LHBTI ’ers niet zijn zoals ze zijn? Van hoeveel mensen, die landelijke bekendheid genieten, is het niet volstrekt helder dat zij zich richten op iemand van hun eigen geslacht? Wanneer houden orthodoxe christenen eindelijk eens op om daarop tegen te zijn?
Deze vragen hoor ik steeds wanneer ik mijn Bijbelse bezwaren uitspreek. Ik lees in de ogen van mijn gesprekspartners onbegrip over mijn opstelling, als ik uitspreek dat ik geloof in een Schepper Die het ‘mannelijk’ en het ‘vrouwelijk’ als een ‘vruchtbaar tegenover’ heeft geschapen. Mijn gesprekspartners geven mij het gevoel dat ik niet ben meegekomen in de maatschappelijke ontwikkelingen en hopeloos ben blijven steken in oude en verlopen concepten. Mijn hermeneutiek is niet van deze tijd en bovendien ondeugdelijk!
Ik kan niet anders
Om duidelijk te zijn: als Nederlands staatsburger erken ik de vrijheid van mensen om te mogen zijn wie zij zijn en hoe zij zichzelf willen definiëren. Maar als christen moet ik gehoor geven aan het Bijbels getuigenis. Ik kan in de schriftteksten (o.a. 1 Korinthiërs 6:10) geen ruimte vinden voor hun wijze van leven. Ik zeg het Luther na: ‘hier sta ik, ik kan niet anders!’
Ik weet dat mensen me dan meewarig aankijken! Ze zullen mijn houding ‘onacceptabel’ vinden. Maar hier trek ik een rode lijn. Ik kan daar niet zomaar overheen stappen! De vraag is echter hoe lang ik dit kan volhouden en of de druk mij niet te veel zal worden. Met zóveel mensen die er openlijk voor uit komen dat zij een andere keuze maken, is het proces van geleidelijke gewenning zó sterk, dat een Bijbels verweer geen enkele kans meer heeft. Ik denk dat wij onderschatten hoe in de christelijke wereld het water door onze dijken heen sijpelt. De dijken zijn al doorweekt! De paar mensen, die het volhouden te waarschuwen, zijn als ‘Hansje Brinkers’ uit de overlevering die zijn vinger in de dijk stopte om het water tegen te houden.
De Bijbelteksten worden mij in de gesprekken uit handen geslagen, want: ‘gáát het niet om de liefde, die het hoogste doel is in het leven?’ Hoelang zal het duren voor ik niet óók overstag ga en méé ga in het denken over de normalisering van deze diversiteit? Die normalisering is volop gaande in de kerkelijke wereld, ook bij christenen. Voor mij is het niet te veel moeite om vol te houden, al is het lang niet eenvoudig. De apostel Paulus spoort ons echter krachtig aan. Als hij in Hebreeën 12:1 een samenvatting geeft van het elfde hoofdstuk, dan spreekt hij over een menigte van getuigen die ons aanmoedigt door te gaan met het tegen-de-stroom-oproeien. In het vasthouden aan Gods Woord ligt een rijke zegen!
Ds. Yme Horjus
Ook interessant
De weg vooruit is de weg terug
We zijn als samenleving het spoor bijster. Herculus moet in een Griekse mythe kiezen tussen Deugd en Ondeugd. We moeten terug naar
Waarom hebben jullie de stichting Bijbels Beraad M/V genoemd?
We gebruiken het woord ‘Beraad’ omdat er veel onderwerpen zijn op het gebied van de scheppingsorde die Bijbelse doordenking vragen. We betrekken
Grensoverschrijdend gedrag en de kunst van ‘cancelen’
Grensoverschrijdend gedrag gaat over sekualiteit en over machtsmisbruik. Hier is -terecht- aandacht voor, maar er kleeft wel een gevaar aan.
Wat moet ik met mijn ‘homo-gevoelens’?
Youtuber Logan Paul vroeg aan Cliffe Knightle hoe God aankijkt tegen mensen die homoseksuele gevoelens ervaren. Als antwoord verkondigt Cliffe het Evangelie.
Struggel: “Jongeren hebben Bijbelse rolmodellen nodig”
De Bijbelse weg is voor jongeren met homogevoelens moeilijk, maar wel begaanbaar. Zij hebben daarom Bijbelse rolmodellen nodig, zegt Struggel.
Genezing van homoseksuele verlangens is mogelijk
De gestage druppel holt de steen uit
Tweede Kamer debatteert over embryokweek
Leraressen van het goede (2) Hebt uw mannen lief
Australië houdt hardnekkig vast aan genderideologie
Populaire artikelen
Wekelijkse nieuwsbrief ontvangen?
Bijeenkomsten
14 april 2026 / 14 april 2026
12 mei 2026 / 12 mei 2026
20 mei 2026 / 20 mei 2026
10 juni 2026 / 10 juni 2026
16 september 2026 / 16 september 2026