Vrouwen stemrecht in de gemeente?

Leestijd: 3 minuten

Is het Bijbels om te stellen dat een vrouw in de kerkelijke gemeente niet mag meestemmen voor de verkiezing van mannelijke ambtsdragers? Met een beroep op 1 Tim. 2:12 en 1 Kor. 14:34 kan dit worden betoogd. Echter, weduwen en/of alleenstaande vrouwen kunnen dan het gevoel hebben “buitenspel” te staan. Daartegenover staat weer het gevaar dat ruimer (gaan) denken op dit onderwerp een afglijdende schaal kan zijn voor de rol man/vrouw in de gemeente. Wat is de Bijbelse lijn hierin?

Op grond van een zorgvuldige exegese van Bijbelse passages als 1 Korinthe 14:34-35 en 1 Timotheüs 2:11-15 (zie bijvoorbeeld hier) heeft het voor orthodoxe christenen altijd vast gestaan dat de kerk geen vrouwelijke ambtsdragers (predikanten, ouderlingen, diakenen) kent. Daar gaat uw vraag dan ook niet over.

Uw vraag is een afgeleide. Als vrouwen geen ambt mogen vervullen, mogen zij dan wel als belijdende leden meestemmen als mannelijke ambtsdragers worden verkozen?

Het is moeilijk hier een stellig antwoord op te geven of een officieel standpunt over in te nemen. Bij de verkiezing van ambtsdragers zijn er veel variaties, vooral natuurlijk omdat we uit de Bijbel niet rechtstreeks een helder voorgeschreven procedure kunnen afleiden.

In sommige gemeenten mogen gemeenteleden namen van mannelijke lidmaten doorgeven, en stelt de kerkenraad vervolgens een tweetal. In andere gemeenten bepaalt de kerkenraad zelf, zonder de gemeente te consulteren, wie er op het tweetal worden gezet. In veel gemeenten is de uitslag van de stemming zonder meer doorslaggevend, omdat in de stem van de gemeente de stem van God klinkt (‘door Gods gemeente en mitsdien door God Zelf’ geroepen, zoals het in de eerste vraag van het onder ons gebruikte bevestigingsformulier heet), andere houden er formeel aan vast dat de stemming een advies van de mannelijke lidmaten aan de kerkenraad is.

Daarom zijn kwesties als deze in feite van middelmatig en niet van essentieel belang. In de kerkgeschiedenis zien we dan ook de nodige verschillen.

De gesignaleerde variatie zien we ook bij de vraag naar de deelname van vrouwen bij het stemmen. De Dordtse kerkorde kent twee mogelijkheden waarop ambten aangevuld worden: door de kerkenraad zelf, inclusief de diakenen, of door verkiezing door de gemeente. In de kerkorde van de HHK staat dat ‘alle belijdende leden die zijn ingeschreven in het lidmatenregister van de gemeente’ hun stem bij verkiezingen mogen uitbrengen, maar dat een gemeente in een plaatselijke regeling kan ‘vastleggen dat in plaats van alle lidmaten (= belijdende leden) alleen mannelijke lidmaten de bevoegdheid hebben tot het verkiezen van ouderlingen en diakenen’.

Een van de overwegingen is dan dat alleenstaande vrouwen en weduwen zich van het bestuur van de gemeente uitgesloten voelen. Er zijn gemeenten binnen de HHK waarin vrouwen stemrecht hebben, en in die gemeenten is van een hellend vlak geen sprake: in gemeenten waarin vrouwen mogen meestemmen, zijn er geen verzoeken gekomen om vrouwen nu ook tot de ambten toe te laten.

Als we in dezen voor een beslissing staan, is het ook goed te overwegen dat het verkiezen van ouderlingen en diakenen door de gemeente een relatief laat kerkhistorisch verschijnsel is. En dat vrouwen daaraan mee mogen doen, dateert uit de twintigste eeuw. Dat is een relevant feit. Daarvoor werd het stemmen van vrouwen als strijdig ervaren met Bijbelse noties zoals we die in 1 Kor. 14:34-35 en 1 Tim. 2:11-15 kunnen vinden. De vraag of vrouwen mogen meestemmen is Bijbels en kerkhistorisch gezien een middelmatige zaak, maar het geeft te denken dat die praktijk pas in de twintigste eeuw is ontstaan en natuurlijk samenhangt met de emancipatie van de vrouw. In dat licht bezien zou de overweging kunnen zijn dat het goed is om bij die praktijk weg te blijven, zonder in een stelligheid te vervallen die met de aard van deze middelmatige zaak in tegenspraak is.

Wanneer besloten zou worden om het stemrecht tot de mannelijke lidmaten te beperken, is het goed om te overwegen om ook vrouwelijke (alleenstaande) leden bij de besluitvorming te betrekken door het verstrekken van de agenda van een vergadering aan alle adressen, of het verzorgen van een verslag dat per mail en bij ontbreken daarvan per post wordt toegezonden. In kleinere gemeenten zou kunnen worden overwogen om alleenstaande vrouwen telefonisch te informeren.