Genderlessen op de basisschool op Paarse Vrijdag gaan te ver

Paarse Vrijdag. Bron: Pexels_Ravikant
Leestijd: 3 minuten

Onderstaand bericht deelde @EdelGeertje op communicatieplatform X. Ze vertelt over haar betrokkenheid bij de organisatie van Paarse Vrijdag en hoe dit in de laatste jaren is ontspoord tot een dwingend lespakket om de genderideologie te promoten. Lees het zelf.

Vijftien jaar geleden hielp ik bij het COC om Paarse Vrijdag op te zetten: een vrolijke actie op middelbare scholen waarmee homo-, lesbische en bi-jongeren konden zien dat ze er niet alleen voor stonden. Leerlingen organiseerden het zelf. Paars dragen betekende simpelweg: jij mag er zijn zoals je bent. Tot 2019 coördineerde ik de dag, inmiddels werk ik daar allang niet meer.

In die jaren na de start besteedden we op middelbare scholen geleidelijk meer aandacht aan gender; dat paste bij de tijdgeest. Maar de afgelopen 5 jaar veranderde Paarse Vrijdag verder. Wat begon als een initiatief ván scholieren is inmiddels uitgegroeid tot lesmateriaal voor basisscholen.

Op duizenden scholen leren kinderen vanaf acht jaar nu over genderidentiteit: dat een ‘innerlijk gevoel’ bepaalt of je jongen, meisje of “iets anders” bent. Dat gaat veel verder dan waarvoor Paarse Vrijdag ooit bedoeld was — en het roept de vraag op of we jonge kinderen hiermee niet te vroeg en te zwaar belasten.

Waarom ik van gedachten veranderde
Destijds zagen we vooral middelbare scholieren die zich gesteund voelden; verhalen van twijfel of spijt bereikten ons nauwelijks. Maar sindsdien is er een stortvloed aan nieuwe medische en psychologische inzichten verschenen — niet van activisten, maar van artsen, onderzoekers en psychiaters.

Aanmeldingen bij genderklinieken schoten wereldwijd eerst ongekend omhoog, vooral onder kwetsbare tienermeisjes met psychische problemen. Later traden de eerste detransitioners naar voren — jongeren die medische stappen zetten waar ze later spijt van kregen. De hartverscheurende getuigenissen van Keira Bell (persuasion.community/p/keira-bell-m…) , Chloe Cole (youtube.com/watch?v=doaHPF…), of de Nederlandse Jet (tinyurl.com/mry2u6vj), Maarten (tinyurl.com/38u9hthp) en Sam (tinyurl.com/42cmnjh4) zijn onmogelijk te negeren.

Onafhankelijke evaluaties in o.a. het VK (Cass Review), Zweden en Filand concluderen dat de bewijsbasis voor genderbevestigende behandelingen beperkt is, diagnoses onzeker zijn en jongeren soms te snel in medische trajecten terechtkwamen. Ook Nederlandse experts waarschuwen dat de kennis over effect en risico “erg beperkt” is en dat de huidige praktijk “onhoudbaar” is.

Als artsen én jongeren waarschuwen, moeten we luisteren. Toch krijgen nu zelfs basisschoolleerlingen les alsof genderidentiteit onbetwiste wetenschap is — en geslacht vooral een kwestie van gevoel. Veel ouders beseffen niet hoe groot die stap is.

Wat staat er in het lespakket?
Achtjarigen lezen over een “jongen in transitie naar een meisje” die een nieuwe naam kiest “omdat die bij haar past”, alsof dit een herkenbaar scenario is dat ieder kind moet kunnen duiden. Ze worden gevraagd welke naam bij hén zou passen “als je geen jongen of meisje was” — een vraag die niet onderzoekt óf dat kan, maar aanneemt dát het kan.

In de documentaire Ikbal zien kinderen een meisje dat zich schaamt voor haar lichaam; de les koppelt dat direct aan genderidentiteit. Tegelijk leren ze dat geslacht bestaat uit “lagen” (biologisch, expressie, identiteit) die niet hoeven overeen te komen.

De onderliggende boodschap is duidelijk: je lichaam zegt één ding, maar je “echte zelf” kan iets anders zeggen.

Voor volwassenen is dat een abstract idee. Kinderen denken echter nog concreet. Zij lezen zo’n boodschap als aanwijzing: misschien klopt er iets niet aan mij. Daarmee verschuift de boodschap ongemerkt van: je mag zijn wie je bent naar: misschien bén je niet wie je denkt dat je bent. Zo plant je twijfel aan het eigen lichaam — een onnodig zware en potentieel schadelijke gedachte.

De pedagogische grens bereikt
Daarbovenop introduceert het pakket morele oefeningen die doen alsof empathie een techniek is die je kunt aanleren via rollenspellen. Leerlingen moeten zich verplaatsen in hypothetische scenario’s — bijvoorbeeld hoe het voelt om buitengesloten te worden “als trans persoon” — of leren dat alledaagse vragen een “microagressie” kunnen zijn. Maar kinderen van deze leeftijd kunnen zich maar beperkt losmaken van hun eigen perspectief. Ze begrijpen zulke hypothetische emoties niet op de manier waarop volwassenen dat doen.

In zo’n context verandert empathie in een vorm van sociale druk: je moet niet alleen het goede voelen, maar ook het juiste concluderen.

Als steun onbedoeld druk wordt
Sommige kinderen worstelen echt met hun lichaam. Dat kan allerlei oorzaken hebben. Hun gevoelens zijn echt, en zij verdienen zorg, veiligheid en tijd. Juist daarom is voorzichtigheid nodig. Maar een hele klas één verklaring aanbieden — dat een innerlijk gevoel bepaalt wat je bent — kan kinderen op een spoor zetten waar artsen wereldwijd inmiddels voor waarschuwen.

Er ontstaat namelijk een bizarre omkering. Kinderen worden aangemoedigd “te voelen wie ze echt zijn”, maar dat gevoel wordt vervolgens gekoppeld aan precies de stereotype hokjes die hen juist beperken. Waar we vroeger zeiden: “Jongens mogen ook gevoelig zijn”, hoort een jongen nu: “Misschien bén je geen jongen.

Het hokje wordt niet verruimd — het kind wordt eruit geduwd.

Basisscholen: doe een stap terug
Het Paarse Vrijdag-lespakket is niet verplicht. Scholen dragen verantwoordelijkheid voor álle kinderen. Zij verdienen duidelijke, eerlijke informatie

Kinderen hoeven geen innerlijk raadsel te ontrafelen om zichzelf te begrijpen. Ze hebben volwassenen nodig die hen bevestigen in wie ze nú zijn, zodat ze later vrij kunnen worden wie ze willen. Want geen enkel kind is geboren in het verkeerde lichaam. Dat zou de boodschap van Paarse Vrijdag moeten zijn.

Ook interessant

Toespraak ds. Latzel in Nederland

Op 3 september 2020 heeft ds. O. Latzel gesproken tijdens een besloten studiedag in Amerongen. Deze studiedag is gehouden ter voorbereiding op