„De transitie van mijn vader heeft hem z’n leven gekost”

lukas-rychvalsky-o0GhPKxe5GM-unsplash
Leestijd: 13 minuten

Je bent 18 jaar en ineens wil je vader dat je hem mama noemt. Het overkwam Jaco, nu 42. Hij zag van dichtbij hoe de transitie van zijn vader hem mentaal en fysiek kapotmaakte. „Hem werd beloofd dat hij gelukkig zou worden, maar hij werd diep ongelukkig. Het heeft hem z’n leven gekost.”

Jaco heet in werkelijkheid anders. Vanwege zijn ambt als predikant, maar ook met het oog op zijn moeder en zijn kinderen acht hij het niet verstandig om volledig open kaart te spelen. „Mensen die van mij en mijn verleden afweten, zullen mijn stem er wel in horen. Dat is niet erg. Het is geen geheim. Maar mijn kinderen kennen het hele verhaal van hun opa nog niet. Ze weten dat hun opa en oma gescheiden zijn en dat opa is overleden. Ik moet het er nog met mijn broer over hebben wat we precies aan de kinderen gaan vertellen.”

Het gezin waar Jaco in opgroeide, leek voor de buitenwereld een tamelijk doorsnee gezin. „Voor mij was alles normaal. De familierelaties waren goed. Op school ging alles voorspoedig. Kerkelijk waren we heel actief. We behoorden tot een orthodoxe gemeente met zowel evangelische als reformatorische invloeden.”

Bedrukt
Dat het thuis toch anders was dan in veel andere gezinnen, voelde Jaco wel. Als hij bij vriendjes over de vloer kwam, merkte hij verschil. „Maar dat weet ik altijd aan mijn moeder, niet aan mijn vader. Mijn moeder was een teruggetrokken vrouw, ze was graag op zichzelf. Het sociale, het gezellige, dat kwam bij mijn vader vandaan. Hij was vaak de gangmaker in gesprekken.

Dat mijn moeder zo teruggetrokken was, had te maken met het grote geheim van mijn vader, begreep ik achteraf. Ze durfde nooit vrouwelijk te zijn, want dan werd mijn vader jaloers. Ze hield ervan om jurken en rokken te dragen, maar op een gegeven moment is ze broeken gaan dragen, om er maar zo min mogelijk als vrouw uit te zien.

Mijn vader is in een onkerkelijk gezin opgegroeid. Via Youth for Christ is hij bij de kerk gekomen. Via die organisatie leerde hij ook mijn moeder kennen. Hij heeft haar vrijwel meteen verteld over zijn vrouwelijke gevoelens. Toen heeft ze hem gevraagd: wat betekent dat voor ons? Met zijn jovialiteit wist mijn vader haar gerust te stellen.

„Jullie moeten snel trouwen en kinderen krijgen, dan komen die mannelijke gevoelens, de vadergevoelens, vanzelf.” Dat was hoe er eind jaren zeventig over gedacht werd.

Voor hun trouwen hebben ze met de kerk en de huisarts gesprekken gevoerd, over die vrouwelijke gevoelens. Maar beide partijen zeiden: „Jullie moeten snel trouwen en kinderen krijgen, dan komen die mannelijke gevoelens, de vadergevoelens, vanzelf.” Dat was hoe er eind jaren zeventig over gedacht werd. Het advies werd opgevolgd; de twee stapten in het huwelijksbootje.  

En toen begonnen de problemen. Want toen leerde mijn moeder haar man pas echt goed kennen. Op seksueel vlak, en gewoon in het dagelijks leven.

Pappen en nathouden
Een jaar na hun trouwdag werd ik geboren. De vrouwelijke gevoelens verdwenen niet. Toen mijn moeder in verwachting was van de middelste, ontdekte ze allerlei vreemde zaken. Dat mijn vader ergens vrouwelijke kleding had verstopt, bijvoorbeeld. Opmaaksetjes. Hij voelde de behoefte om verder te gaan in het vrouwelijk zijn, maar mijn moeder was heel stellig: ik ben met een man getrouwd, ik wil dit niet. In die tijd is de voorganger van de kerk er ook bij gehaald. Hij had oog voor de nood; van mijn vader én van mijn moeder. Maar hij was niet stellig genoeg om partij te kiezen, om te zeggen: dit is zonde en dit is geen zonde. Het was een beetje pappen en nathouden.

Geleidelijk aan is de problematiek groter en groter geworden, want mijn vader kon zich steeds minder inhouden. En mijn moeder werd, begrijpelijk, steeds strakker. Dus ging mijn vader steeds meer stiekem doen. Er werd in de kledingkast gerommeld; mijn moeder miste soms kledingstukken. Mijn vader had in het geheim afspraken waar hij dan als vrouw verkleed naartoe ging.

Mijn moeder wist wat er speelde, maar probeerde het angstvallig geheim te houden. Ze moest steeds op haar hoede zijn, stond voortdurend doodsangsten uit. Bijvoorbeeld op een verjaardag. Dan kon m’n vader zomaar ineens heel verwijfd doen in een gesprek, of hij zei dingen die zijn geheim zouden kunnen verklappen. Als het mis ging, of mis dreigde te gaan, dan zei m’n moeder snel: „Kom op, we gaan naar huis.” Dan werd het haar te heet onder de voeten. Als kind voelde ik wel eens dat mijn moeder zich ongemakkelijk voelde in een bepaalde situatie, maar ik begreep nooit waarom. Ik wist van niets.

Mijn vader zocht naar ruimte. Hij leek zich er niet voor te schamen. Hij deed in ieder geval niet van harte zijn best om het voor mijn moeder dragelijk te maken. Hij dwong haar ook om het te accepteren, en dat ging zo ver dat ze ook het spelletje moest meespelen. Ze moest het maar toestaan dat hij een keer een avondje in vrouwenkleding rondliep.

Dit heeft zich al die jaren van mijn jeugd voortgesleept.

In de cabine van een vrachtwagen ben je het grootste deel van de dag alleen, je kunt daar je eigen wereldje creëren. En dat deed mijn vader dan ook.

Mijn vader had een vaste baan, maar toen ik 8 jaar was, kwam zijn functie te vervallen. Toen werd hij vrachtwagenchauffeur. Ook weer op aandringen van onder meer de dominee en anderen. Een mannelijk beroep zou hem wel van zijn vrouwelijke gevoelens afhelpen, was hun gedachte. Wat ze niet beseften: in de cabine van een vrachtwagen ben je het grootste deel van de dag alleen, je kunt daar je eigen wereldje creëren. En dat deed mijn vader dan ook. Mijn moeder zag dat aan de dingen die hij in z’n tas meenam. Make-up bijvoorbeeld.

Leugen
In 1996 was mijn vader betrokken bij een vreselijk verkeersongeval. Een auto schoof door gladheid met volle snelheid tegen zijn vrachtwagen. Het onderste deel van het voertuig schoof onder de trailer, waardoor alle inzittenden omkwamen. Afschuwelijk. Mijn vader was er enorm door ontdaan.

Niet veel later, in 1997, ging hij ineens een paar weken uit huis voor therapie. Voor de verwerking van dat ongeluk. Dat is wat wij als kinderen te horen kregen. Ik was 18. Argwaan had ik niet; wist ik veel.

Achteraf begreep ik dat mijn vader daar door mijn moeder heen is gestuurd, vanwege zijn vrouwelijke gevoelens en gedragingen. Ze twijfelde of hun huwelijk nog wel in stand kon blijven. Kort daarvoor had mijn vader namelijk richting haar geopperd: „Ik wil er een tijdje uit, eens uitproberen hoe het is om als vrouw te leven. Als je mij nu toestaat om dat even mee te maken, een paar maanden, dan kan ik daarna vol voor het ‘man zijn’ gaan.” Maar mijn moeder had door dat het zo niet werkt. Ze verbood het hem.

Puzzeltjes
Tijdens de therapieperiode van mijn vader ving ik na een kerkdienst een gesprek op tussen de voorganger en mijn moeder. Het ging over de transgenderproblematiek van mijn vader. Hij bleek niet in therapie te zijn vanwege het ongeluk, maar voor iets heel anders, begreep ik toen.

Tijdens de wandeling naar huis was ik in mijn hoofd heel snel allerlei puzzeltjes aan het leggen. Ik dacht: gaat dit wel echt over mijn vader?

„Ja, ehm, begrijp je waar het over gaat”, begon mijn moeder. „Nou, ik geloof van niet. Maar als het is wat ik denk dat het is, dan moeten we misschien even praten”, reageerde ik. Toen heeft ze het uit de doeken gedaan.

Die dag, dat moment, dat is een soort knip in mijn leven. Over alles wat er vóór die knip was gebeurd, viel een schaduw. Ik kreeg het gevoel in een schijnwereld geleefd te hebben. Terwijl ik toen nog maar nauwelijks wist wat er allemaal echt speelde. Dat heb ik pas veel later gehoord.

Voet bij stuk
Mijn twee jongere broers hebben we niets verteld. Degene die direct onder mij komt, is autistisch en zou er helemaal niet mee om kunnen gaan, en de jongste was nog te jong. Maar ze kwamen er al gauw achter, want toen de therapie erop zat en mijn vader weer thuis kwam, wilde hij alsnog die periode om even helemaal als vrouw te leven. Mijn moeder wilde het niet, en zei: „Als je het doet, dan kom je er niet meer in.” Hij dacht: dat zal zo’n vaart niet lopen. Dus hij ging. Op een flatje.

Alle remmen gingen los. Alles kwam eruit. Hij schoot helemaal door. Met extravagante kleding en extravagante make-up.

Toen hij terug wilde komen, hield mijn moeder voet bij stuk. Veel mensen hebben haar dat verweten. Ze zeiden: „Dat kun je toch niet maken? Je moet vergeven, je moet verzoenen, je moet nederig zijn.” Zij was de boeman. Maar ze had groot gelijk. Hij was niet meer te houden.

Vanaf dat moment is het heel snel gegaan. M’n vader was toen 42. Hij had door dat hij de vrijheid had, dus alle remmen gingen los. Alles kwam eruit. Hij schoot helemaal door. Met extravagante kleding en extravagante make-up. Het was voor ons erg confronterend om hem tegen te komen op straat. En het idee dat vrienden en gemeenteleden dit ook zagen was vreselijk.

Mijn moeder moest gaan zien dat ze verloren had. Ze had gezegd: „Ik wil met je verder, maar als man en vrouw.” Dat wilde hij niet, en hij probeerde haar goed duidelijk te maken dat ze verloren had. Hij zorgde ervoor dat ze hem steeds te zien kreeg, zocht steeds de confrontatie op. Ook met ons. Hij wist over welke straten we liepen, naar welke winkels we gingen. Hij volgde ons en confronteerde ons steeds met zijn nieuwe verschijning.

Nooit heeft hij ons gevraagd wat we ervan vonden. Nooit. Alleen zijn eis deed ertoe − dat we hem zouden accepteren als vrouw. We mochten ook niet meer vader en papa zeggen. Hij heette André, dat werd Andrea. Ik kon het m’n mond niet uit krijgen.

Transitie
In 1999 kwam ook een transitie in beeld. Het begon met hormonen slikken. Verschrikkelijk. Ik ben ontzettend kwaad geweest op de VU (de Vrije Universiteit in Amsterdam was lange tijd het enige ziekenhuis dat ‘transgenderzorg’ aanbood, CK). Daar hebben ze echt rucksichtslos van alles op hem geprobeerd. Hij werd als een proefkonijn gebruikt, ze hebben experimenten met hem uitgevoerd, vermoed ik. Die artsen vonden het geweldig. M’n vader zei overal ja op, want voor hem was het: hoe eerder, hoe beter. Hij wilde zo graag, dat het hem weinig uitmaakte wat ze met hem deden.

Die hormonen moesten zorgen voor stemvervorming, borstvorming en het tegengaan van mannelijke beharing. Maar dat lukte niet snel genoeg. En dat maakte hem psychisch in de war. Hij ging zichzelf in z’n armen snijden en allerlei pillen slikken.

Vanuit de VU kreeg hij weinig psychische zorg, en wij als gezin helemaal niet. Die artsen stonden alleen maar te applaudisseren: Wat geweldig dat je die stap zet, wat een toppunt van emancipatie, helemaal super, wees jezelf! Wat nu in de hele maatschappij drie keer zo hard klinkt, klonk daar toen al. Echt, hoe onverantwoordelijkheid dat soort instellingen te werk gaan…

Contact verbreken
Mijn vader ging steeds verder met zijn missie om iedereen aan zijn wil te onderwerpen. En dat botste met allerlei familieleden. Maar er stond niemand op die zei: Wat doe je ons aan? Ik dacht zelf wel: Dit klopt niet, dit mag niet, dit is niet Gods wil. Tegelijk voelde ik: het blijft m’n vader. Het contact verbreken kon ik niet.

Lijmen, bemiddelen, opdraven bij conflicten; dat was steeds mijn rol.

Steeds als er een aanvaring was geweest, moest ik de boel weer lijmen. M’n broertjes waren daar niet toe in staat, en mijn moeder kon ik dit gewoonweg niet vragen. Lijmen, bemiddelen, opdraven bij conflicten; dat was steeds mijn rol.

Gaandeweg kwam mijn vader steeds meer alleen te staan. Want zodra mensen ook maar enigszins tegen hem in gingen, was het contact meteen over. Hij dacht: als je mij niet volledig accepteert, dan hoef ik je niet meer. Dus wie kwamen daarvoor in de plaats? De sneue types. Er kwamen lui bij hem over de vloer waarvan je dacht: die zijn totaal verknipt, ontheemd, in de war. Maar mijn vader herkende zich in hen.

Hij had de wens om moeder te zijn, voor kinderen te zorgen. Dus toen er een dame van 19 jaar met allerlei problemen over de vloer kwam, zei hij: „Kom hier maar wonen, dan kan ik voor je zorgen.” Al snel kwamen er meer bij. Eerst iemand die anorexia bleek te hebben. De volgende had borderline. Het appartement werd een soort ggz-light, waardoor ik steeds meer tegen de bezoekjes begon op te zien.

Operatie
In 2001 was de operatie. Dat had het verlossingsmoment moeten zijn. Alles wordt mooi en goed, ik word een nieuw mens, dacht mijn vader. Dat was hem verteld. Maar het was een grote leugen.

Na de operatie heb ik alle moed verzameld om een bezoekje aan de VU te brengen. Ik kwam z’n kamer binnen. Hij was vol trots over dat het allemaal achter de rug was. Maar ik zag het gelijk: dit gaat ‘m niet worden. Wat ze verbouwen is slechts dat wat je alleen zelf ziet. Voor anderen is er niets veranderd. In het bed lag iemand die nog steeds een halve man was. Z’n lichaamsbouw en alles, dat was nog hetzelfde.

Dat begon hij op een gegeven moment ook te zien, waardoor zijn psychische problemen alleen maar verhevigd werden. Maar toen was de VU nergens meer te bekennen. Er waren wel medische controles en ze zeiden welke pillen hij moest blijven slikken, maar verder niet. Z’n paspoort en naam waren veranderd, z’n lichaam verminkt, en z’n psyche onveranderd.

Een foutje
Maar hij ging door met zijn missie. Hij zei: „Nou, dit was het. Je moet maar accepteren dat ik geen vader meer ben. Mijn oude leven was eigenlijk een foutje. Het moest, jullie moeder wilde het.” Wij werden een last voor hem. Dus toen heb ik een tijdje het contact verbroken. Ik wilde het niet meer. Dat duurde anderhalf jaar.

Na het leren kennen van mijn vrouw, in 2003, besloten we voorzichtig weer eens contact te zoeken met mijn vader. Deze contacten verliepen redelijk goed, maar alles bleef oppervlakkig. We vermeden de moeilijke thema’s en wisselden alleen de beleefdheden uit.

De jaren erna waren ongemakkelijk. Zijn aanwezigheid op onze trouwdag en bij andere familieaangelegenheden waren moeilijk en op z’n tijd pittig. Ook toen de kinderen geboren waren, moesten we zoeken naar wegen om hier mee om te gaan. Wat zeggen we tegen onze kinderen en wanneer? Welke aanspreektitel heeft mijn vader voor onze kinderen? Het was altijd de vraag wie je pijn ging doen: mijn vader, mijn moeder of onszelf?

„Papa is dood”, klonk het door de telefoon. „Hoe weet je dat?” „Hij ligt op zijn bed en hij doet niks meer.”

Hartstilstand
In het najaar van 2008 werd ik op een avond gebeld door mijn autistische broertje – hij ging regelmatig naar mijn vader om een spelletje te doen. Het was laat, ik lag al op bed. „Papa is dood”, klonk het door de telefoon. „Hoe weet je dat?” „Hij ligt op zijn bed en hij doet niks meer.” Ik sprong meteen in de auto en ben erheen gegaan.

Hij was inderdaad overleden. Een hartstilstand. De oorzaak? We weten het niet precies. Wat ik wel wist is dat hij een enorme hoeveelheid pillen moest slikken om alle bijwerkingen van de operatie te onderdrukken. Ik dacht bij mijzelf: zijn lichaam was verminkt en kapot door die operatie en die pillen.

Maar goed, toen was het in één keer over. En het klinkt misschien vreemd, maar het voelde als een totale verlossing voor ons als familie. En het was echt een gebedsverhoring voor mijn moeder. Het was klaar. Eindelijk kwam er rust. Ik had er niet aan moeten denken hoe het verder zou gaan. Het klinkt niet fraai, maar ik denk: God heeft ingegrepen.

Uitvaart
Toen moest er een uitvaart geregeld worden. Dat was ook ingewikkeld. Welke naam zet je op de rouwkaart? Wat doe je met die hele scene die mijn vader om zich heen had verzameld?

Ik heb zelf de dienst geleid. Dat was heel zwaar, maar ik dacht: dat gaat anders nooit goedkomen, dat gaan we op ónze manier doen, anders wordt het een circus. Ik wilde een goede punt kunnen zetten, een eerlijke punt. Ik heb geen afscheid genomen van een vrouw, maar ik heb een mán begraven. Hij voelde zich vrouw en daar heeft hij mee geworsteld in zijn leven. Hij was beschadigd en heeft keuzes gemaakt die ik anders zou maken, maar hij was een man. Dat is de punt die ik wilde zetten. Dat is namelijk wat het meest recht doet aan mijn moeder, aan ons als kinderen, en aan de waarheid. Daar ben ik heel fundamentalistisch in, zonder liefdeloos te zijn. Ik heb de pijn van dichtbij gezien en die heb ik nooit weggewuifd. Het verdrietige is dat hij dacht en hem werd beloofd dat hij gelukkig zou worden door zelf het heft in handen te nemen. Maar hij werd diep ongelukkig, zijn lichaam werd verminkt. Het heeft hem z’n leven gekost.

Boemerang
Na de uitvaart daalde het stof neer. Dan ga je nadenken over wat er allemaal gebeurd is, dan begint de verwerking.

Het zou verklaarbaar zijn als ik vanwege de hele geschiedenis erg zou lijden, psychisch. Toen wij een relatie kregen, was mijn vrouw daar heel bang voor, dat het hele verhaal als een boemerang op mij terug zou slaan. Maar ik heb gelukkig nergens last van.

Het enige dat ik lastig vind, is het gevoel dat ik ben opgegroeid in een schijnwereld. Mijn beleving van hoe mijn jeugd was, bleek niet de waarheid te zijn. Sommige herinneringen die ik als plezierig heb beleefd, bleken niet plezierig te zijn. Vakanties waar ik van genoot, bleken voor mijn moeder vreselijk te zijn. Dat is voor mij vooral lastig te verkroppen, dat mijn moeder zo geleden heeft. Dat ik haar daarin niet heb kunnen bijstaan. Sterker: dat ik het haar als puber best wel eens moeilijk gemaakt heb. Met mijn verstand weet ik dat ik me daar niet schuldig over hoef te voelen, maar het blijft wel pijnlijk.

Christenen die een transitie goedpraten, houden de waarheid ten onder, zoals Romeinen 1 daarover spreekt

Verlaten
Die Mij volgt, moet zijn vader en moeder verlaten, zei Jezus. Dat heb ik moeten doen, mijn vader verlaten. En er waren veel christenen die mij dat kwalijk namen, dat ik mijn vader de ruimte niet gunde om te zijn wie hij wilde zijn. Dat ik hem niet de vrijheid gaf. Echt, er waren buiten de kerk meer mensen die mij begrepen dan ín de kerk.

Christenen die een transitie goedpraten, houden de waarheid ten onder, zoals Romeinen 1 daarover spreekt. Ze verheerlijken het schepsel, in plaats van de Schepper. En de satan wil je doen geloven dat dat je gelukkig maakt, maar hij is zo’n grote leugenaar. Als we onszelf, ons lichaam en onze gevoelens belangrijker vinden dan de wil van God, dan zondigen we. Ik houd me vast aan Romeinen 12 vers 1 en 2.

Veel mensen begrijpen niet dat ik zeg dat het zonde is als een man zich voordoet als vrouw, of andersom. „Het is je vader”, zeggen ze. Dan gaan ze emotioneel redeneren. Er komen dan argumenten als: „Van een gehandicapte houd je toch ook? God heeft dat toch ook niet gewild?”

Overigens heb ik mijn vader altijd liefgehad en liefdevol behandeld. In de stad waar ik nu woon, loopt ook een man rond die vrouw wil zijn. Met een rokje. Hij wordt uitgelachen op straat. Ik heb er zó mee te doen. Nooit heb ik die mensen verafschuwd; ik geloof dat God me veel compassie met die mensen heeft gegeven. Net zoals de Heere de zondaar liefheeft, maar de zonde verafschuwt.

Grote taak
Het liefdevol opvangen van mensen zoals mijn vader, zonder de waarheid aan de kant te schuiven, dat is een grote taak voor een christelijke gemeente. In Bijbelgetrouwe kerken zijn we soms zo gefocust op onze hoge ethiek dat we vergeten om gebroken zondaars hartelijk te verwelkomen. En dan komen ze uit bij clubs waarvan je niet wilt dat ze daar terechtkomen.

Het is mooi als je mensen met homo- of transgendergevoelens kunt vertellen hoe God wil dat die mensen moeten leven, maar nodig je die mensen ook bij je uit om samen te eten? Sta je open voor vriendschappen met alleenstaanden?

Laten we mensen vasthouden, maar bevestig ze niet in hun zonden. Mijn vader heb ik altijd liefgehad, maar ik heb zijn foute keuzes nooit goedgepraat en heb ze duidelijk afgewezen. En nee, dat vond hij niet leuk. Maar, was het liefdevol geweest als ik hem had bevestigd in zijn heilloze weg?

Een sprekende geschiedenis in dit verband is die van de Samaritaanse vrouw. Haar familie en buren kotsten haar uit vanwege haar verleden; daarom moest ze op het heetst van de dag water gaan putten, zodat ze geen mensen hoefde te ontmoeten. Maar toen was Jezus daar. En Hij ging niet goedpraten wat niet goed is, maar Hij zag de mens met haar onsterfelijke ziel en Hij vertelde haar de waarheid, in liefde.

Totale zeggenschap
Het gaat er uiteindelijk voor ons allemaal om of we willen buigen voor God, of we accepteren dat Koning Jezus alles over ons leven te zeggen heeft. Als je zegt dat Christus wel je Redder is, maar Hij vervolgens niets te zeggen heeft over de moeilijke dingen in je leven, dan snap ik je niet.

Door ervaring heb ik de waarde van Psalm 146 leren kennen: ‘Vestig niet uw vertrouwen op prinsen of paarden, maar op de Heere God alleen.’

Het gaat erom dat het belangrijkste gebed in je leven wordt: ‘Wees mij zondaar genadig.’ En als je dan door het geloof Christus hebt omhelsd als Redder en Zaligmaker, dan kan het niet anders of Hij krijgt álles over je leven te zeggen.

En ja, dan kom je alleen te staan. Door ervaring heb ik de waarde van Psalm 146 leren kennen: ‘Vestig niet uw vertrouwen op prinsen of paarden, maar op de Heere God alleen.’ Als je je vertrouwen gaat stellen in mensen van de kerk, dan zul je teleurgesteld raken. Maar God is altijd trouw geweest, in alles. Daar is in alles geen millimeter vanaf gedaan. Hij heeft niets fout gedaan. Mijn moeder heeft dat ook altijd vastgehouden; Hij was haar houvast. Ze kon jarenlang met niemand praten, ze was haar man kwijt, maar ze had Hem.”


Gepubliceerd: 31-08-2022

Ook interessant