Interview Eline: “Trouwen was het moeilijkste én het beste dat ik gedaan heb”

Young couple in love. A love story in the autumn forest park

Eline wist als jong meisje al: ik wil geen vrouw zijn. Trouwen, kinderen baren en het huishouden doen, dat vond ze als tiener afschuwelijke dingen. Inmiddels is ze getrouwd. En moeder van vier kinderen. En grotendeels verantwoordelijk voor de huishouding. En is daar niet ongelukkig mee. Maar het accepteren van haar vrouw zijn kostte haar wel een jarenlange strijd.

„De wens om een jongen te zijn, die heeft toch elk meisje? Zo dacht ik als kind. Dat was voor mij heel normaal, dus praatte ik er met niemand over.

Later, toen mijn jongere zussen en ik wat ouder waren, hadden ze het een keer over de vele mooie dingen van het vrouw zijn. Toen voelde ik voor het eerst dat zij er heel anders instonden dan ik. Maar erover spreken, dat heb ik thuis nooit gedaan.

Het gezin waarin ik opgroeide was christelijk. De normen en waarden uit de Bijbel waren me bijgebracht. Dus, zonder dat ik daar bewust over nadacht, wist ik wel: je mag als meisje niet een jongen willen zijn. Maar ik wilde het wel.

In mijn kinderjaren speelde ik altijd met jongens en met jongensdingen. Daar is op zich niets vreemds aan. Maar als puber wilde ik dat nog steeds. En dat gaat niet; als je een mannelijk meisje bent, vinden jongens je niet interessant, dus hoor je er niet bij.

Ik had in mijn tienerjaren wel een vriendin. We waren altijd samen, maar onze vriendschap was heel oppervlakkig. Voor die vriendin maakte ik een keer een tekening, van een meisje met een broek, een blouse en laarzen. Draaide je de tekening om, dan was het een jongen. Dat was een zelfportret.

Als puber was ik me dus wel meer en meer bewust van mijn mannelijke gevoelens. Als meisjes het over jongens hadden, dacht ik: wat een stom gedoe. Die ene vriendin was altijd verliefd, maar daar kon ze met mij niet over praten.

„Dag meneer”

Na de middelbare school ben ik gaan werken. Meer en meer ging ik me als jongen gedragen en kleden. Met kort haar en een spijkerbroek en zo. Als ik een winkel binnenliep, begroetten de verkopers me meestal met: „Dag meneer.” Enerzijds vond ik dat leuk, maar ik voelde me er ook schuldig over.

Rond mijn twintigste wist ik zeker: ik wil nooit trouwen. Ik wist dat ik nooit de vrouw kon zijn die ik zou moeten zijn. Kinderen krijgen leek me het verschrikkelijkste dat me kon gebeuren. Dat was echt een uitgemaakte zaak. Deze dingen kwamen niet voort uit een feministische overtuiging of zo. Nee, het was echt een diepgewortelde afkeer van al het vrouwelijke.

Als kind voelde ik vaak een verlangen naar God, later speelde dat minder een rol, maar als jongvolwassene werd ik zoekend. Ik merkte: de Bijbel heeft in mij geen werking. Het doet niets met me. Ik noem me wel christen, maar ik ben het ten diepste niet. Ik kwam in een geloofscrisis, want ik wist en voelde wel: zonder God heeft het leven geen zin. In die tijd ben ik op zoek gegaan. Ik zag meer en meer mijn zondigheid in; dat het vooral mijn hoogmoed was waardoor ik God buiten de deur hield.

In een periode dat ik in het buitenland verkeerde, heb ik God leren kennen. Terug in Nederland sloot ik me aan bij een heel serieuze christelijke gemeente in Nederland; die gemeente was veel Bijbelgetrouwer dan waar ik in opgegroeid ben. En daar ontmoette ik mijn man. God liet me zien dat het Zijn wil was dat ik met hem zou trouwen, hoewel ik helemaal geen behoefte had aan een huwelijk. Mijn man was er ook van overtuigd dat ik zijn vrouw moest worden; dat had de Heere hem duidelijk gemaakt, begreep ik later.”

Niet aantrekkelijk

De man van Eline is tijdens het interview ook thuis en deelt af en toe zijn kant van het verhaal. Voorzichtig, meer denkend dan sprekend, vertelt hij: „Ik ben niet kerkelijk opgegroeid. Als tiener was ik constant verliefd, op de mooiste meisjes van de klas natuurlijk. Toen ik op m’n twintigste tot geloof kwam, wist ik: dat verliefd zijn, die fantasieën en verlangens, daar moet ik mee breken. Ik vertrouwde erop dat de Heere mij een vrouw kon geven, zonder dat ik zelf ‘de markt op hoefde te gaan’. Vier jaar later kwam Eline een keer bij ons in de gemeente. Toen voelde ik dat zij mijn vrouw zou worden. Ik vond haar totaal niet aantrekkelijk; in die tijd zag ze er niet heel vrouwelijk en verzorgd uit. Maar ik had heel sterk het idee dat de Heere me liet zien: dit wordt je vrouw.

Een jaar lang heb ik dat voor mezelf gehouden. Tot ik het zo zeker wist, dat ik er niet meer onderuit kon. Het was echt een worsteling. Dat jaar heb ik voortdurend om bevestiging gevraagd, en die kreeg ik steeds. Dat was een heel wonderlijk proces.

Achteraf bezien waren al die bevestigingen nodig om staande te blijven tijdens alle moeilijkheden die er kwamen. Als ik de zekerheid niet had dat het Gods wil was, dan had ik het echt niet volgehouden.

Op een gegeven moment gaf God me de vrede om de zaak aan Eline voor te leggen, en haar te vragen of ze ervoor wilde bidden of Hij ook aan haar zou willen bevestigen dat ze mijn vrouw zou worden. Ze schrok in eerste instantie. Ze wilde helemaal niet trouwen. Maar ze heeft er toch voor gebeden en God gaf haar de verzekering dat dit Zijn plan met ons is.

Sierlijke zwaan

Van een echte verkeringstijd is geen sprake geweest. We zijn wel verloofd. Tot die tijd vond ik Eline totaal niet aantrekkelijk, ze was niet vrouwelijk. De Heere had mij een lelijk eendje gegeven, dacht ik. Maar op die verlovingsdag had ze zich vrouwelijk gekleed en versierd en zag ik voor het eerst hoe mooi ze is. Het lelijke eendje bleek een sierlijke zwaan te zijn.

Eigenlijk trouwde ik met iemand die geen vrouw was, maar daar kwam ik na onze trouwdag pas achter. Toen begonnen de problemen. Al heel snel. Op allerlei gebied, maar zeker in de seksuele relatie. Dat was een ontnuchtering voor mij.

In die eerste jaren heb ik het er heel moeilijk mee gehad. Het was een enorme teleurstelling. Er zijn wel momenten geweest dat ik de boot naar Tarsis wilde pakken, weg wilde rennen. Maar steeds kon ik terugvallen op het fundament, op God. Hij had me zo duidelijk laten blijken dat ons huwelijk Zijn wil is. Alleen daarom hebben we het volgehouden, dwars door alle strijd heen.

Die strijd voerden we vooral individueel. We hebben die eerste jaren echt veel te weinig met elkaar gepraat. Ik ben ook een binnenvetter, dus praten vind ik sowieso lastig. Uiteindelijk hebben we allebei pastorale hulp gezocht, ieder voor zich.”

Huisvrouw

„Trouwen was het moeilijkste én het beste dat ik in mijn leven gedaan heb”, vertelt Eline verder. „Als ik van tevoren wist wat voor enorme strijd het zou worden, had ik het niet gedurfd. Ineens moest ik vrouw worden, want mijn man accepteerde het niet dat ik geen vrouw zou zijn. En toen begon ik pas echt te begrijpen wat voor probleem ik eigenlijk had. Dat ik écht heel anders ben dan de gemiddelde vrouw. Ik ging bijna als man het huwelijk in, maar gaandeweg ben ik vrouw geworden. Dat was in het begin geen bewust proces, maar ik moest er wel mee aan de slag.

Mijn man is echt niet het type dat graag het huishouden doet, dus daar moest ik me over ontfermen. Vreselijk vond ik het. Huisvrouw zijn, dat kon ik bijna niet accepteren, dat vond ik zo vernederend. In die begintijd was ik vaak wanhopig en dacht: dit krijg ik nooit voor elkaar. Ik kon het gewoon niet.

Ook wat betreft kleding moest ik het anders gaan doen dan ik tot nog toe deed, want mijn man wilde dat ik er vrouwelijk uitzag, waar hij natuurlijk gelijk in had. En op het gebied van seksualiteit moest ik ook alles gaan leren. Wat je rol als vrouw daarin is. Het heeft heel veel strijd en tijd gekost voordat dat een beetje in balans was. Mijn man heeft zoveel geduld met me gehad.

Met al mijn worstelingen ging ik wel steeds naar God. Hij was mijn houvast. Verder zocht ik –noodzakelijkerwijs– ook pastorale hulp. Dat kon mijn problemen niet zomaar oplossen, maar is wel tot grote hulp geweest om door die strijd heen te gaan.

Een kind

Een grote verandering vond plaats bij de geboorte van ons eerste kind. Voor mijn gevoel werd ik toen echt vrouw. In ieder geval is het sindsdien makkelijker geworden, was de strijd minder hevig.

De Heere liet me van tevoren zien: ik wil je een kind geven. Om eerlijk te zijn: ik schrok me een ongeluk. Hoe kan ik ooit een moeder zijn? Ik heb niets met kinderen. Bij mijn zus en zwager werd in die tijd ook de eerste geboren, en tijdens het kraambezoek werd dat kind in mijn armen geduwd. Maar ik kon er niets mee. Ik voelde me net als een man, onhandig: wat moet je met zo’n baby?

En toch was het Gods wil dat wij een kind zouden krijgen. Tot die tijd hadden we ervoor gezorgd dat we geen kinderen zouden krijgen. Dat leek ons praktisch onhaalbaar. Maar nu moesten we dat aan God overlaten. Ik raakte in verwachting. De zwangerschap vond ik helemaal niet leuk en ik zag steeds enorm tegen de bevalling op. Vooral vanwege de gedachte: dan zit ik straks met een kind, wat moet ik daarmee? En dan de bevalling; het idee dat ik een kind ter wereld zou moeten brengen vond ik afschuwelijk. Ik was er heel bang voor. Het is misschien wel de grootste angst die ik gekend heb.

Het was, waarschijnlijk mede als gevolg van die angst, een heel moeilijke bevalling. Maar na de geboorte was alles anders. Ik hield meteen van onze zoon. Dat ging helemaal vanzelf. Blijkbaar zit het moederinstinct toch heel diep in een vrouw, en zat het zelfs in mij. Ook wat betreft het zorgen voor ons zoontje; de Heere gaf me de wijsheid en liefde om dat te doen. Heel bijzonder. Echt genade. Het was een huilbaby, maar ik hield zoveel van hem dat me dat niet uitmaakte.”

Transformatie

Voor Elines man was de geboorte van zijn eerste zoon ook een bijzondere ervaring: „Voor het eerst zag ik in Eline een echte vrouw, een moeder. Dat was een transformatie in vijf seconden. Onze oudste werd geboren en op de buik van zijn moeder gelegd. Toen keek ik haar aan, en ineens zag ik een vrouw. Van tevoren vond ze het niet leuk om moeder te worden, maar toen het eenmaal zo ver was, straalde ze en was ze intens blij. Die ervaring zal ik nooit vergeten. Veel van de wanhoop die ik in het begin van ons huwelijk heb gevoeld, is na die eerste bevalling verdwenen.”

Na de bevalling werd het vrouw-zijn voor Eline makkelijker. „Niet dat de strijd wegging, maar hij werd minder moeizaam. Ik kon alles veel meer accepteren: dat ik huisvrouw was, dat ik moeder was. In m’n gedachten speelde het langzaam steeds minder een rol.

De bevalling van onze oudste zoon was zo zwaar, dat ik lichamelijk niet meer in staat was om te werken. Dat zou ik vroeger vreselijk hebben gevonden, maar nu vond ik dat geen heel benauwend idee meer. Alles werd minder zwaar.

Maar ook toen is het een lange weg geweest; om steeds meer te worden wie God wilde dat ik zou zijn, een vrouw. Dat was steeds een strijd: Gods wil versus mijn eigen wil. Zomaar een voorbeeld van de vele dingen waar ik mee worstelde: ik ben veel meer een leidersfiguur dan mijn man. Dat heeft er vast ook mee te maken dat hij thuis de jongste zoon was en ik de oudste dochter. In het begin van ons huwelijk had ik dus steeds de neiging de leidersrol op me te nemen, maar dat is niet hoe God het wil. Dat moest veranderen. Hoewel je op een gezonde manier natuurlijk wel gewoon je persoonlijkheid mag houden.

Een dochter

We kregen een tweede zoon. Dat vond ik geweldig! Maar mijn gezondheid had wederom veel te lijden onder de zwangerschap. Zodanig dat ik dacht: meer kinderen krijgen, dat lijkt me niet verstandig. Maar God liet me een paar jaar later zien dat Hij me ook een dochter wilde geven. Ik raakte in verwachting en we kregen inderdaad een meisje. Van tevoren was ik nog wel een beetje bang of ik daar wel mee om zou kunnen gaan. Maar uiteindelijk is dat heel goed gegaan, heel natuurlijk. Het was alsof God me liet zien: „Ik houd ook van meisjes, die zijn Mij even lief als jongens.”

Inmiddels is mijn dochter bijna volwassen. Zij wil gelukkig wel graag trouwen en kinderen krijgen. En ze is bijvoorbeeld ook modebewust. Ik vind het mooi om die dingen in haar te zien.

Genderdysforie

Een naam voor mijn strijd, mijn afwijking, kende ik niet. Ooit sprak ik wel een pastoraal medewerker die gespecialiseerd is in de thematiek, maar die heeft het nooit over genderdysforie gehad. Het afgelopen jaar kwam ik het pas voor het eerst tegen.

Ik heb nog nooit een gesprek gehad met iemand die hetzelfde probleem heeft. Wel eens met een moeder die een kind heeft dat in transitie ging. Vreselijk, een meisje van elf. Haar ouders staan achter haar beslissing om een jongen te worden.

Ik ben heel dankbaar dat het in mijn jeugd niet kon, een transitie. Gelukkig heb ik daar dus nooit over hoeven nadenken. Dat zou me weer een extra dilemma hebben opgeleverd. Was ik in een onchristelijk gezin opgegroeid, dan was ik er waarschijnlijk in gestapt, en dat zou me heel veel ellende hebben bezorgd.

Omgevingsfactoren

Hoe kwam het dat ik zo was? Over die vraag heb ik weleens nagedacht. Is het aangeboren? Of had het misschien te maken met omgevingsfactoren tijdens mijn kinder- en jeugdjaren? Maar nee, uiteindelijk kwam ik steeds tot de conclusie: God heeft het me niet laten zien, dus blijkbaar doet het er niet toe hoe het ontstaan is. Ik kan me gewoon niet anders herinneren dan dat ik zo was. Ik laat het verder met rust.

Het is echt Gods genade dat ik nu tevreden ben met mijn vrouw zijn, en dat ik nu een goed huwelijk heb. Het is heus niet altijd geweldig, maar het is gewoon goed. Met z’n ups en downs, met vier prachtige kinderen. We hebben zelfs een tijd pleegzorg gedaan. Als je me dat vroeger had gezegd, had ik je voor gek verklaard. Maar we hebben dat gedaan en dat was heel bijzonder.”

Door uw verhaal kunnen jongeren die ook met genderdysforie worstelen, denken dat trouwen en kinderen krijgen een soort medicijn is. Is dat het misschien ook?

„Nee, trouwen moet je alleen doen als je weet dat God het wil. Dat geldt voor iedereen, trouwens. God gaat met ieder mens een eigen weg. Hij weet of het goed voor je is dat je trouwt, of niet.

Ik zou juist adviseren: trouw niet zomaar. Verwacht het niet van het huwelijk. Het is een heilige instelling, iets prachtigs, maar ook iets moeilijks. Ik las eens ergens: een huwelijk begint met twee begrafenissen – je moet allebei sterven aan jezelf, je moet steeds de minste zijn.

Tegen mensen die worstelen met hun biologische geslacht zou ik willen zeggen: God kan je veranderen, dat geloof ik echt – bij mij is dat door heel veel strijd gegaan, het kan ook in één keer. Maar Hij gaat met ieder Zijn eigen weg. Misschien wil Hij je wel als single gebruiken. Luister naar Hem. Geef niet aan de verleiding tot zonde toe. Het volgen van Zijn wil, dat is het enige dat je rust kan geven.”


Eline heet in werkelijkheid anders.

Gepubliceerd: 11-10-2022

Gerelateerde artikelen