”Sodomie”. Wie kent het woord niet? We denken al snel aan homoseksuele handelingen. Maar gebruiken doen we het woord niet meer. Is dat terecht?

Daarvoor moeten we naar Sodom, een stad ten oosten van de Dode Zee. We lezen erover in Genesis. Abrahams neef Lot is er gaan wonen, omdat het in een ontzettend vruchtbaar gebied lag (Gen. 13:10-12). We krijgen de indruk dat hij eerst bij Sodom woonde, nog wel als tentbewoner. Dat was al risicovol, want veelbetekenend noteert de Bijbelschrijver: ‘En de mannen van Sodom waren boos (slecht), en grote zondaars tegen de HEERE’ (Gen. 13:13). In hoofdstuk 19 echter blijkt hij zelfs in de stad te wonen. Te midden van deze slechte inwoners van Sodom dus. Dat heeft Lot geweten.

Want op een ontzettend spannend moment, als God helemaal klaar is met deze slechte stad, en Hij al besloten heeft de stad weg te vagen, komt het tot een geweldige botsing in de relatie tussen de inwoners van Sodom en Lot. Wat gebeurt er? Twee engelen, die eruitzien als mannen, zoeken Sodom op. Hun doel is: namens God checken of Zijn negatieve indruk van de stad juist is (Gen. 18:21). Treffend wordt hier getekend hoe eerlijk God is. Hij houdt er niet van om deze immorele stad vol zonde lukraak te straffen. Jawel, Hij straft de stad, maar na gedaan onderzoek. Dit leert ons om niet af te gaan op geruchten en niet begerig negatieve verhalen over seksuele immoraliteit met elkaar te delen. Bovendien is het Gód Die recht doet en deze stad straft. Daarom mogen wij christenen niemand afschrijven, hoe aangrijpend de zonde ook is waarin hij of zij zich wentelt. Dat komt ons niet toe. Als het goed is doet de zonde ons veel verdriet, maar hebben we hart voor de zondaar.

Sommige exegeten putten zich uit om te bewijzen dat dit ‘kennen’ zoals in veel andere passages niets met seksualiteit te maken heeft

Opmerkelijk genoeg is juist dat bezoek van die hemelse onderzoekscommissie hét bewijs voor de gruwelijke zonden van deze stad. Want nadat Lot deze twee mannen gastvrij heeft ontvangen –hij wilde absoluut niet dat ze op het plein zouden slapen– wordt Lots huis omsingeld door de inwoners van Sodom. De tekst benadrukt dat alle inwoners erbij betrokken zijn: klein en groot doet mee. Van de mannen tenminste (vers 4). Wat deze mannen willen? Dat is de grote exegetische vraag van het hoofdstuk. Er staat dat ze de gasten willen ‘kennen’ (Hebr. yda). Sommige exegeten putten zich uit om te bewijzen dat dit ‘kennen’ zoals in veel andere passages niets met seksualiteit te maken heeft. Zij proberen aan te tonen dat dé zonde van Sodom ongastvrijheid is. Maar ze overtuigen niet. Zeker, hun ongastvrijheid is ook zonde. Maar dat sluit seksualiteit niet uit. De hele context ademt seksualiteit. Als Lot zijn dochters aan de Sodomieten aanbiedt en zegt: ‘Alsjeblieft, neem hen, geen man heeft hen gekend’ – dan blijkt daar toch uit dat (1) ‘kennen’ hier vast en zeker een seksueel woord is en (2) er sprake is van een soort ruiling? Geen seks met de gasten, dan maar met mijn dochters. Daaruit volgt toch dat deze mannen op seks uit waren?

Een volgende vraag is natuurlijk hoe je deze woorden kunt toepassen op onze context. Want bij exegeten die er niet aan willen dat er hier sprake is van homoseksualiteit, zit er vaak angst achter voor een verkeerde toepassing. En dat is nog te begrijpen ook. Hier is sprake van een bende mannen die zich uit wil leven met twee gasten, van wie ze helemaal niet weten of zij dat ook wel willen… Dan komt het woord ‘groepsverkrachting’ boven. Dat is NIET hetzelfde als een homoseksuele relatie tussen twee mensen die elkaar trouw zijn. Zo’n relatie is ook niet wat God wil, dat blijkt duidelijk uit de Bijbel, maar we moeten wel eerlijk de verschillen onderkennen tussen een homoseksuele relatie en een orgie als dit. Als we daar nog bij bedenken dat Ezechiël de zonde van Sodom als volgt benoemt: trots, onmatigheid, zorgeloze rust en niet zorgen voor de hulpbehoevenden (Ezechiël 16:49), dan leert ons dat dat we de zonde van homoseksualiteit niet moeten isoleren van andere zonden! Preston Sprinkle geeft een scherpe toepassing: „Sodomie –bijbelse sodomie– is dus niet homoseks, maar je volproppen met voedsel en uit zijn op genot, zonder je druk te maken over de twee miljard mensen op aarde die in verbijsterende armoede leven” (Geliefden, p. 55). Om over na te denken…

Dat wil natuurlijk niet zeggen dat we de vunzigheid van Sodom moeten relativeren. Dat geldt trouwens ook voor dat vreselijke aanbod van Lot. Het was goed dat hij zijn gasten wilde beschermen, maar hoe kómt hij er toch bij om zijn twee lieve dochters aan zulke mannen aan te bieden?! Gelukkig steekt God er een stokje voor: de indringers kunnen plotseling de deur niet meer vinden en dwalen maar wat rond. Wat een indringend beeld voor zoveel mensen op deze wereld… Vol lusten –al dan niet seksueel– dwalen ze rond. Altijd op zoek. Nooit bevredigd. Met heel ons hart gunnen we hen de vrede met God. Door Christus, Die net als de stad Sodom vernietigd is – opdat sodomieten door het geloof in Hem vrijuit zouden gaan!


Gepubliceerd: 22-04-2022

Gerelateerde artikelen

Veelzeggend zwijgen

In zijn eerste brief aan Timotheüs schrijft Paulus onder andere over kleding…

Het zevende gebod #11 – Homoseksualiteit: de teksten

De Heidelbergse Catechismus behandelt het zevende gebod kort, kernachtig. Over de rijke…

Het zevende gebod #9 – Single zijn: een geschenk!

De Heidelbergse Catechismus behandelt het zevende gebod kort, kernachtig. Over de rijke…

Het zevende gebod #8 – Single: gemis?

De Heidelbergse Catechismus behandelt het zevende gebod kort, kernachtig. Over de rijke…