In het boek Hooglied bezingt Salomo de liefde tot zijn bruid. Op basis van dit poëtische Bijbelboek schrijft Bijbelleraar Ger de Koning een reeks lessen over de omgang tussen man en vrouw vóór en in het huwelijk. Ook de omgang van gezinsleden onder elkaar komt aan de orde. Aflevering 9.

Vang ons de kleine vossen
De bruidegom zegt in Hooglied 2 vers 15 tegen de bruid: ′Vang voor ons de vossen, de kleine vossen die de wijngaarden te gronde richten, nu onze wijngaarden bloeien.′ Zij moet deze schadelijke dieren, en met name de kleine vossen, ′voor ons′ vangen. Daarmee geeft de bruidegom aan dat ze deze dieren onschadelijk moet maken met het oog op hun relatie. De kleine vossen richten namelijk de wijngaarden te gronde. Wijngaarden symboliseren vrolijkheid, blijdschap (Richteren 9:13; Psalm 104:15a). Daarbij komt dat het juist de tijd is dat ′onze wijngaarden′ in bloei staan. De bruidegom gebruikt weer het woord ′onze′, waarmee hij hun relatie benadrukt.

Een vos is een sluw roofdier dat in een hol leeft en er in de nacht alleen op uit gaat. Hij wordt meerdere keren in de Bijbel genoemd, zoals hier en in Ezechiël 13:4. Op Lukas 13:31-32 en Mattheüs 8:20 na gebeurt dat overal in negatieve zin. Hij is lichtvoetig en jaagt op kleine en middelgrote prooidieren, maar eet ook vruchten. Op het eerste gezicht lijkt hij niet gevaarlijk, zeker zo′n lief klein vosje niet, maar dat is hij wel.

In de toepassing op een liefdesrelatie zien we in de bloeiende wijngaarden de prille blijdschap van een pas begonnen relatie. Bij kleine vossen kunnen we denken aan wat wij misschien ′kleine zonden′ noemen, zoals een leugentje om bestwil, dat wordt goedgepraat met de redenering dat het toch niet verkeerd is bedoeld en dat niemand er schade van heeft. Maar dat hoort niet thuis in een relatie van ontluikende liefde tussen een man en een vrouw. Die liefde wordt door dergelijke ′kleine vossen′ in de kiem gesmoord. Zoals we in de vorige aflevering hebben gezien, mag er in een huwelijksrelatie niets verborgen zijn. In een relatie van echte liefde zijn de partners volkomen transparant voor elkaar.

In de kleine vossen kunnen we ook de kleine irritaties in de onderlinge relaties zien. De man of vrouw zegt of doet iets wat de ander niet zo bevalt, waar hij of zij zich aan ergert. Als er een liefdesrelatie ontstaat, zitten de geliefden enige tijd op een roze wolk. Alles wat de ander doet of zegt, is geweldig. Als ze elkaar beter leren kennen, ontdekken ze ook dingen in elkaar waaraan ze zich irriteren. Je slikt het een paar keer, maar op een gegeven moment kun je je niet meer inhouden en reageer je geprikkeld. Er kan dan gemakkelijk een onaangename sfeer ontstaan. Als de irritaties ophopen, ontstaat een uiterst onprettige en op den duur explosieve sfeer, die een einde maakt aan alle vreugde die een goede, aangename relatie kenmerkt.

Het is hoe dan ook zaak om kleine irritaties in de kiem te smoren, voordat ze uitgroeien tot een grote ruzie. Zoals Salomo het zegt: ′Het begin van een ruzie is [alsof] iemand water de vrije loop geeft. Stop daarom de onenigheid, voordat ze [echt] losbarst′ (Spreuken 17:14).

′Kleine vossen′ in het gezin
We kunnen dit iets breder trekken en toepassen op het gezin. Tegen de vaders wordt gezegd: ′Vaders, irriteert uw kinderen niet, opdat zij niet moedeloos worden′ (Kolossenzen 3:21). Hierbij kunnen we denken aan pesterijtjes, die een kind moedeloos maken en de relatie grondig verstoren als er niet mee wordt gestopt. Het is een woord voor de ′vaders′, want zij zijn hoofdverantwoordelijk voor de opvoeding. De waarschuwing voor hen is om hun gezag niet onverstandig te gebruiken of te misbruiken. Dat gebeurt wanneer een vader een kind, zodra de geringste aanleiding zich voordoet, onrechtvaardig terechtwijst en bestraft. Vaders hebben in God de Vader het grote Voorbeeld. Van Hem kunnen ze leren dat God Zijn kinderen nooit op een manier behandelt die moedeloos maakt of waardoor ze zich afgewezen zouden voelen. Als een kind voortdurend commentaar krijgt, krijgt het de indruk dat het altijd alles verkeerd doet. Het zal moedeloos worden en elke motivatie verliezen om ergens aan te beginnen. Gelovige vaders moeten dit absoluut en zorgvuldig vermijden.

Wat is het erg als een kind de waarheid van God van zich afstoot, doordat zijn vader het bovenmatig streng behandelt. Dan geeft een vader zijn kind een verkeerd beeld van God als Vader. De kans is in dat geval groot dat het kind God helemaal niet meer ziet zitten als Iemand Die graag een liefdesrelatie met een mens aangaat en die Hij mogelijk heeft gemaakt door Zijn Zoon te geven: ′Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat maar eeuwig leven heeft′ (Johannes 3:16).

Tucht
In het verlengde van de toepassing op het gezin is het goed om naar een ′vos′ van formaat te kijken die ook moet worden gevangen. Ik bedoel daarmee de tucht voor een kind, die zowel uit vermanende woorden als uit een gevoelige tik kan bestaan. Het niet of verkeerd uitoefenen van tucht zal de blijdschap van het leven in een gezin aantasten. Het op de juiste manier uitoefenen van tucht verhoogt de blijdschap. We zien dat bij God. God gebruikt tucht voor de opvoeding van Zijn kinderen. Ook in het uitoefenen van tucht is Hij ons voorbeeld. God tuchtigt Zijn kinderen omdat Hij in een relatie van liefde met hen staat en zielsveel van hen houdt. We lezen daarover: ‘Want wie [de] Heer liefheeft, tuchtigt Hij en Hij geselt iedere zoon die Hij aanneemt. U verdraagt het tot tuchtiging; God behandelt u als zonen; want welke zoon is er die een vader niet tuchtigt?′ (Hebreeën 12:6-7). De bedoeling van tucht is dat het kind daardoor leert gehoorzaam te zijn. Het gaat bij tucht dus om het welzijn van het kind. Zo tuchtigt God Zijn kinderen, Zijn zonen. Hij doet dat uit liefde, opdat zij ′aan Zijn heiligheid deel zouden krijgen′ (Hebreeën 12:10).

We leren hier dat tucht wordt uitgeoefend in een relatie en een sfeer van liefde. Tucht is dan ook geen machtsuitoefening, maar een liefdedaad. Van tucht kan alleen een goede uitwerking worden verwacht als die plaatsvindt in een sfeer van liefde. Het woord tucht heeft de betekenis van ′trekken′, waarbij we kunnen denken aan naar zich toe trekken. Ouders die hun kinderen uit liefde tuchtigen, vervreemden hen niet van zich, maar trekken hen juist naar zich toe. Een kind dat is getuchtigd en spijt heeft, komt daarna weer bij je om troost bij je te zoeken die je dan ook vol liefde kunt geven. De relatie die door de ongehoorzaamheid was verstoord –en niet door de tucht!–, is door de tucht hersteld. De blijdschap is terug.

Lichamelijke tucht
Het boek Spreuken, dat, zoals we al eerder hebben gezien, het opvoedkundeboek bij uitstek is, spreekt meerdere keren over vermaning. In bepaalde gevallen moet de vermaning niet alleen in woorden, maar ook door een lichamelijk toegediende klap gevoeld worden. Volgens velen, ook volgens veel christenen, is dat uit de tijd. Het is in Nederland sinds 2007 zelfs bij wet verboden kinderen te slaan. Ook de ′corrigerende tik′ valt onder die wet. Uit wetenschappelijk onderzoek zou blijken dat slaan een negatief effect op de ontwikkeling van het kind heeft. Die uitkomst hoeft ons niet te verbazen, want dat is altijd de uitkomst van het soort onderzoeken dat Gods Woord negeert. Daarvoor geldt: ′Zie, zij hebben het woord van de HEERE verworpen, wat voor wijsheid zouden zij dan hebben?′ (Jeremia 8:9).

Over lichamelijke straf zegt God het een en ander in Zijn Woord. In Spreuken lezen we twee vermaningen over het juiste gebruik van de stok, ofwel de lichamelijke straf, om te corrigeren. De eerste is: ′Wie zijn stok spaart, haat zijn zoon, maar wie hem liefheeft, streeft naar vermaning voor hem′ (Spreuken 13:24). Hier zien we dat liefde het motief is. De tweede is: ′Zit er dwaasheid in het hart van een jongeman gebonden, de stok van de vermaning zal die ver daarvan houden′ (Spreuken 15:15). Hier zien we het doel: niet nog eens een dwaze daad te begaan. Er is ook een vermaning over het misbruik van lichamelijke straf: ′Breng uw zoon gehoorzaamheid bij wanneer er nog hoop is, maar laat het niet in u opkomen hem te doden′ (Spreuken 19:18). Dit is een duidelijke waarschuwing om er niet in blinde woede op los te slaan. Het erop losslaan verkilt en doodt de relatie. In Spreuken 23 worden beide vermaningen samengebracht: ′Onthoud een jongeman geen vermaning, als u hem met de stok slaat, zal hij niet sterven. Zelf moet u hem met de stok slaan en zijn leven redden van het graf′ (Spreuken 23:13-14).

Als een kind iets doet wat het niet mocht doen, is het ongehoorzaam. Dan moet het worden vermaand. De ongehoorzaamheid kan zodanig zijn, dat er niet alleen tegen het kind wordt gezegd, dat het ongehoorzaam is, maar dat ook voelt. Dan moet het met de stok worden geslagen. Zoals al is opgemerkt, moet er niet op losgeslagen worden. Het is de bedoeling dat het op een pijnlijke manier met zijn zonde wordt geconfronteerd. Zonde veroorzaakt altijd pijn. Hij zal er niet van sterven, maar er juist door in leven blijven, dat wil zeggen een leven leven zoals God het bedoelt, een leven dat blijdschap en voldoening geeft.

De vader of moeder ′zelf′ moet het kind slaan, zoals in de laatst geciteerde tekst staat. De ouder moet dat niet aan een ander overlaten. Door het zelf te tuchtigen geeft de ouder aan dat hij of zij persoonlijk bij het welzijn van het kind betrokken is. Het is niet wreed een kind met de stok te slaan; het is integendeel wreed om het niet te doen. Wie nooit de pijn van de stok van de correctie heeft gevoeld, is vaak wreed, zonder enig medegevoel tegenover anderen. Als God in Zijn genade niet tussenbeide komt, eindigt zo′n kind in de dood, in het graf en in de eeuwige pijn. Het kan een voortijdige dood sterven als gevolg van een elementair gebrek in de opvoeding. Het gebruik van de stok ter correctie had zijn leven daarvan kunnen redden en hij had een waardevol en zegenrijk leven kunnen leven, niet alleen voor zichzelf, maar ook voor anderen.

Ik heb de indruk dat er in heel wat hedendaagse, jonge gezinnen nauwelijks meer een tik wordt gegeven. Er wordt met kleine kinderen gepraat en gepraat en gepraat… Er wordt onderhandeld, er wordt iets beloofd als er van een kind iets wordt gevraagd om te doen. Toen wij voor de opvoeding stonden, zei iemand tegen ons dat hij en zijn vrouw hun kinderen hadden opgevoed volgens het ′nee-tik′-systeem. Daarmee bedoelde hij: ze waarschuwden een keer, en als een kind het ondanks de waarschuwing toch nog een keer deed, kreeg het een tik. Dat hebben we als een goede tip meegenomen in de opvoeding van onze kinderen.

De waarschuwing moet wel uitgevoerd kunnen worden. Een dreigement als ′als je het nog een keer doet, zet ik je uit de auto en ga je maar verder lopen′, is dwaas. Alleen dreigen en toch niet doen heeft een averechts effect (vgl. Spreuken 29:19). Ouders moeten consequent zijn en doen wat ze zeggen dat ze zullen doen als kinderen ongehoorzaam blijven. Dat is weer in navolging van God. Na Zijn waarschuwingen dat Hij Zijn volk uit hun land zou verdrijven als ze zich niet bekeerden, heeft Hij dat ook gedaan. De tien stammen zijn door de Assyriërs en de twee stammen door de Babyloniërs weggevoerd.

Kinderen moeten leren om gehoorzaam te zijn. Dat zijn ze van nature niet, zoals ouders dat van nature ook niet zijn. God heeft ouders de opdracht gegeven hun kinderen gehoorzaamheid te leren. Het gaat er uiteindelijk om dat ze God leren gehoorzamen. De eerste daad van gehoorzaamheid is gehoor te geven aan het bevel van God om zich te bekeren (Handelingen 17:31; Romeinen 1:5), met vervolgens een leven in geloofsgehoorzaamheid (Hebreeën 11:8). Als ons daarbij wijsheid ontbreekt –en wie zal zeggen dat hij genoeg wijsheid heeft?–, mogen we die aan God ′vragen, Die aan allen mild en zonder verwijt geeft en zij zal hem gegeven worden′ (Jakobus 1:5).

Geliefd en mooi
Een belangrijk middel om te voorkomen dat kleine (of grote) vossen hun verstorende werk in een relatie van liefde kunnen doen, is het hebben van waardering voor elkaar. Dat geldt voor de relaties tussen man en vrouw, ouders en kinderen en de kinderen onderling. Het is ook goed dat af en toe tegen elkaar te zeggen. Daarvan hebben we in Hooglied 4:1-11 een voorbeeld. In die verzen beschrijft de bruidegom de bruid in de schoonheid die zij voor hem heeft. Voor zijn beschrijving zoomt hij als het ware in op een zevental lichaamskenmerken: haar ogen, haar, tanden, lippen, slapen, hals en borsten. De reden waarom dit gedeelte zo mooi is, is dat we door Salomo heen de Heer Jezus horen spreken over de waarde die Zijn bruidsgemeente voor Hem heeft. Hij ziet de gemeente, dat zijn de gelovigen die samen de gemeente vormen, hier niet in haar praktijk, maar in wat zij voor Hem is: Zijn geliefde bruid.

Als wij in een levende relatie met God leven, zegt God tegen ons persoonlijk dat we ′geliefde kinderen′ zijn (Efeziërs 5:1). God houdt van ons. Het is belangrijk voor ieder van ons dat we diep van binnen weten dat Hij ons liefheeft. Dit is ook in de huwelijks- en gezinsrelatie belangrijk. Ik hoop dat iedere man regelmatig tegen zijn vrouw zegt dat ze waardevol en mooi is en dat hij haar speciale kwaliteiten benoemt. Dat geldt ook andersom. Zeg ook regelmatig tegen een kind: ′Je bent mooi. Dat heb je goed gedaan. Je bent waardevol. Je hebt iets heel moois.′ Dat is geen vleierij, maar het uiten van waardering om elkaar aan te moedigen.

Als we een kind waarderen omdat we er nauwelijks problemen van ondervinden, spreekt daar niet direct waardering voor het kind zelf uit. Een kind zal onze waardering waarderen als het merkt dat we die laten blijken eenvoudig en alleen omdat het ons kind is, met zijn of haar goede en ook onaangename karaktertrekken. De Heer Jezus zegt tegen ieder die bij Zijn gemeente hoort: ′Jij bent mooi en waardevol.′ Van het gelovige deel van Israël zegt Hij: ′Sinds u kostbaar bent in Mijn ogen, bent u verheerlijkt en heb Ík u liefgehad′ (Jesaja 43:4a). Dat mogen we op onszelf toepassen. Hoe kostbaar we voor Hem zijn, heeft Hij bewezen door Zijn leven voor ons op het kruis over te geven. Als we daar iets van hebben begrepen, zullen we dit onze kinderen laten ervaren in onze relatie met hen.

Het blijft in het uitspreken door de bruidegom niet bij de algemene uitspraak dat hij de bruid mooi vindt, wat hij in de eerste regel van het eerste vers zelfs twee keer zegt. In wat hij vervolgens van haar opsomt, blijkt dat hij oog heeft voor bepaalde aspecten waarin haar schoonheid tot uiting komt. Ik ga niet op alle zeven aspecten in, maar wil er enkele uitlichten en toepassen op onze huwelijksrelatie [wie hier meer over wil weten, kan dat lezen op https://www.kingcomments.com/nl/bijbelstudies/Hl/4]. Hij begint met een beschrijving van haar ogen (Hooglied 4:1). Die vergelijkt hij met duiven. Daarmee zegt hij in symbolische taal dat ze trouw is aan hem en alleen op hem is gericht, zoals een duif altijd trouw aan en gericht op de partner is. De sluier die hij ook noemt benadrukt dit. De sluier betekent: ik ben voor jou. We zien dat bij Rebekka. Als zij hoort wie de man is, die hun tegemoet komt lopen, bedekt ze zich met een sluier (Genesis 24:65). Dat is niet om niet door andere mannen gezien te worden, maar om alleen voor hem te zijn. Op dit laatste aspect ga ik in de volgende aflevering wat uitvoeriger in.

Van haar lippen zegt hij dat die ′druipen van honingzeem′ (Hooglied 4:11). Honingzeem vloeit niet als een waterstroom, maar druppelt traag, druppel na druppel. Er komt geen stortvloed van woorden over haar lippen, maar woorden die zoet en opbouwend zijn. Ze spreekt niet impulsief, maar doordacht. Deze manier van spreken is ook van belang voor het spreken van de man in het gesprek met zijn vrouw. De man is soms geneigd snel en veel te praten en alles in te vullen. Hij weet precies wat zijn vrouw denkt, dat denkt hij in elk geval. Dan komt de communicatie stil te liggen. Het is wel voorgekomen dat mijn vrouw, terecht, tegen me zei: „Ik hoef niets meer te zeggen, want je hebt het allemaal al ingevuld.” De man kan denken dat hij de discussie heeft gewonnen, maar hij heeft zijn vrouw als gesprekspartner verloren. Juist de man moet leren luisteren en goed leren luisteren, en niet menen dat hij alles al weet en kan zeggen hoe de zaak in elkaar steekt. Goed luisteren en dan pas spreken is belangrijk (vgl. Jakobus 1:19).

Een mooi en uniek lichaam
Het oog hebben voor de verschillende lichaamsdelen heeft ook een praktische toepassing. Er is in de wereld veel belangstelling voor het lichaam, maar dan als uitbuitings- en voorbeeldobject. Ons wordt in reclames, films en op sociale media een ′gefotoshopt′, dat is een verknipt, lichaamsbeeld opgedrongen. Heel wat jongeren en jongvolwassenen zijn onzeker over hun lichaam. In het artikel ”Als acne niet mag en dun de norm is” in het Reformatorisch Dagblad van 20 maart 2021 zegt Brons, GZ-psycholoog en auteur van diverse boeken over zelfbeeld en over seksualiteit: „Hoe iemand naar zichzelf kijkt, heeft in belangrijke mate te maken met de onvoorwaardelijke liefde die hij of zij al dan niet in de opvoeding heeft ontvangen. Een stabiele basis van aanvaarding is essentieel voor een realistisch en positief zelfbeeld. Als die basis ontbreekt, krijgen geïdealiseerde lichaamsbeelden doorgaans meer vat op kinderen en jongeren.” [Het is de moeite waard het hele artikel te lezen.] Dit sluit goed aan op wat hierboven is gezegd over de waardering die we naar onze kinderen toe uitspreken over wie ze voor ons zijn, waaruit onze liefde voor hen blijkt. Het uitspreken daarvan bevestigt hen in wie ze zijn als jongen of meisje.

De onzekerheid of onvrede over het lichaam kan zulke grote vormen aannemen, dat iemand zichzelf wijsmaakt of laat wijsmaken dat hij of zij in ′een verkeerd lichaam′ zit en dat wil laten veranderen. Als die lichamelijke veranderingen zijn doorgevoerd, moet het ook mogelijk zijn een geboorteakte aan te passen. Juriste en feministe mr. Caroline Franssen zegt daarvan: „Hiermee wordt een feitelijke onjuistheid als een waarheid opgenomen. Mensen kunnen aan cosmetische chirurgie doen en hormonen nemen, zodat het lichaam meer lijkt op dat van het andere geslacht, maar het geslacht zelf verandert daarmee nog niet. Sekse is namelijk onveranderlijk. Mijn DNA laat precies zien tot welk geslacht ik behoor, dat is te controleren. Hoe iemand zich voelt is eigenlijk niet zo belangrijk, het zou in elk geval de feiten niet moeten kunnen overrulen.” [RD 26-06-2021] Dit lijken mij nuchtere, verstandige woorden.

Wie respect heeft voor de Schepper, heeft respect voor wat en ook hoe Hij iets heeft geschapen. Als het gaat over de nieuwe schepping en het nieuwe lichaam dat de gelovige in de opstanding krijgt, lezen we in Gods Woord: ′God echter geeft daaraan een lichaam zoals Hij heeft gewild′, zoals Hij ′aan elk van de zaden een eigen lichaam′ geeft (1 Korinthiërs 15:38). Dit geldt in het algemeen voor alle soorten lichamen die Paulus in 1 Korinthiërs 15:35-44 noemt. Verandering van het lichaam is dan ook een loochening van het werk van de Schepper en daarmee van de Schepper Zelf. Als God op de zesde scheppingsdag terugkijkt op alles wat Hij heeft geschapen, kan er gezegd worden: ′En God zag al wat Hij gemaakt had, en zie, het was zeer goed′ (Genesis 1:31a). Het is wijsheid om daarmee in te stemmen en in overeenstemming daarmee alles te bezien. Er zal bewondering komen voor het verschil tussen man en vrouw. Dat verheerlijkt de Schepper, is tot zegen voor onze omgeving en zal ons met diepe blijdschap en dankbaarheid vullen.

Het verschil met hoe de bruidegom het lichaam van de bruid beschrijft en hoe de wereld het presenteert, is enorm. Als Adam zijn vrouw ziet, roept hij als het ware vol vreugde uit: ′Deze is ditmaal been van mijn beenderen, en vlees van mijn vlees! Deze zal mannin genoemd worden, want uit de man is zij genomen′ (Genesis 2:23a). God heeft Eva uit hem gevormd. Zo mag een man naar zijn vrouw kijken, over haar in vervoering raken en God voor haar danken.


Aflevering 10 (slot) – met de thema’s eenkennig zijn & ronddolen in liefde – zal D.V. 21 oktober verschijnen.

Gepubliceerd: 16-09-2021

Gerelateerde artikelen

Het zevende gebod #5 – Duizend gevaren

De Heidelbergse Catechismus behandelt het zevende gebod kort, kernachtig. Over de rijke…

Het mooiste liefdeslied – praktische lessen uit Hooglied #8: elkaar benaderen & openheid

In het boek Hooglied bezingt Salomo de liefde tot zijn bruid. Op…

Het zevende gebod #7 – Echt gescheiden, en dan?!

De Heidelbergse Catechismus behandelt het zevende gebod kort, kernachtig. Over de rijke…