Je bekijkt nu Verhuizen
Verhuizen. Bron: Canva

Verhuizen

Leestijd: 2 minuten

Er zijn weinig dingen zo ingrijpend als een verhuizing. Het is het einde van een tijdperk. Vanaf nu is er altijd een vóór en ná. Het door je handen laten gaan van al je aardse bezittingen, doet je beseffen hoe tijdelijk dit leven is. Het is een les in loslaten en vertrouwen. De schijn van zekerheid wordt even weggenomen. Deze wereld is niet ons thuis. 

Ons gezin gaat binnenkort weer verhuizen. Het wordt ons zesde huis in bijna 13 jaar huwelijk. De huisbaas gaat ons huis verkopen (onze kerkelijke gemeente bestaat nog niet zo lang en heeft geen eigen kerkgebouw, laat staan een pastorie). De Heere voorzag snel in een prachtig nieuw huis, waar we erg dankbaar voor zijn. Ook verhuizen we dit keer niet van land, stad, of kerk. Een stuk minder ingrijpend dan voorgaande keren. 

Vreemdelingen en bijwoners

Toch dwingt het me om te denken aan de eeuwigheid. Vreemdelingen en bijwoners worden we als christenen in 1 Petrus 2:11 genoemd. Dat gevoel ken ik wel. Ons getrouwde leven is straks opgeknipt in zes stukken, deels in Nederland, deels op verschillende plekken in Engeland. We zijn hier nu acht jaar en voelen we ons helemaal thuis, maar toch blijven we altijd Nederlanders; vreemdelingen. De blijvende vriendschappen die we in onze diverse woonplaatsen en kerkelijke gemeenten hebben gevormd zijn van onschatbare waarde, maar die tijd in die plaats is voorbij en komt niet meer terug; bijwoners. We hebben hier geen blijvende stad (Hebr 13:14). 

Deze Bijbelteksten gaan natuurlijk niet over regelmatig verhuizen. Ons vreemdelingschap betekent dat we ons niet meer thuis voelen bij een zondig leven zonder Christus. Het is omdat we hier vreemdelingen zijn dat Petrus zegt dat we tegen onze vleselijke begeerten moeten strijden (1 Petr.2:11). 

Een nieuw Adres

Een verhuizing illustreert dat unheimliche gevoel dat we als christenen allemaal zouden moeten herkennen. Op Hemelvaartsdag lazen we Kolossenzen 3 dat degenen die in Christus geloven, met Hem zijn gestorven en opgestaan; “hun leven is met Christus verborgen in God” (vers 2). Ze hebben als het ware een nieuw adres. Daarom zoeken ze de dingen die boven zijn, waar Christus is (vers 1). 

Hoe? Door het aardse in zich te doden: “ontucht, onreinheid, hartstocht, kwade begeerte, en de hebzucht, die afgoderij is” (vers 5). Deze zaken mogen als het ware niet mee naar ons nieuwe huis. Wat nemen we wel mee? “Innige gevoelens van ontferming, vriendelijkheid, nederigheid, zachtmoedigheid, geduld” (vers 12). Ook alles wat in de rest van het hoofdstuk volgt over de verhoudingen binnen het gezin mag mee in de verhuisdoos (vers 18-22). Het is omdat we hier niet langer thuis zijn, dat we door de kracht van de Heilige Geest, met vallen en opstaan,  ernaar streven om alles te doen “als voor de Heere” (vers 23). 

Terwijl ik spullen in dozen stop vraag ik me steeds weer af: ‘Hebben we dit nog nodig?’. ‘Krijgt dit een plaatsje in ons nieuwe huis?’ Zo zou ik ook moeten denken over mijn leven. Past dit bij mijn nieuwe Adres? Eens zullen we met Christus in de eeuwigheid zijn. Niet langer vreemdelingen en bijwoners, maar Thuis. Dat zal nog eens een verhuizing zijn! 


Willemien Gunnink-Jansen is getrouwd met een predikant. Ze woont in Engeland.