Veelzeggend zwijgen

prayer-1308663_1920

In zijn eerste brief aan Timotheüs schrijft Paulus onder andere over kleding voor vrouwen. Wat zegt de apostel precies, en wat kunnen we daar anno 2021 van leren? Ds. B. van Egmond hield een prekenserie over 1 Timotheüs 2, en schrijft naar aanleiding daarvan vijf Bijbelstudies. Dit is deel 3.

De vrouwen moeten zich laten onderwijzen in stilheid, in alle onderdanigheid.
Ik sta niet toe dat zij onderwijs geeft of gezag heeft over de man.
Zij moet zich stil houden. (1 Timotheüs 2:11-12, HSV)

Het is een vrouw niet toegestaan onderwijs te geven in de samenkomsten van de gemeente. Waarom niet? Een vrouw kan toch ook gaven hebben gekregen om Gods Woord uit te leggen en door te geven? Komen we ook in de Bijbel niet veel vrouwen tegen die dat doen? Het zijn de vrouwen die aan de leerlingen moeten vertellen dat Jezus is opgestaan. We lezen over profetessen in het boek Handelingen. We lezen dat er vrouwen waren die Paulus hielpen bij de verkondiging van het evangelie. We lezen dat Priscilla samen met haar man Aquila betrokken was bij het onderwijs aan Apollos. We lezen over de moeder van Timotheüs die hem vertrouwd maakte met de Schriften. En zo kan ik nog veel meer voorbeelden opnoemen.

De Heilige Geest rust vrouwen dus toe om op allerlei manieren dienstbaar te zijn bij het overdragen en verspreiden van Gods Woord. Maar tegelijk is het hen niet toegestaan in de samenkomsten van de gemeente te onderwijzen. Nog wat uitdrukkelijker zegt Paulus dat in 1 Korintiërs 14:34: ‘Laten uw vrouwen in de gemeenten zwijgen. Het is hun niet toegestaan te spreken, maar bevolen onderdanig te zijn, zoals ook de wet zegt.’

Het kan klinken als een willekeurig voorschrift. Een domper op de dienst van zusters in de gemeente. Het moet omdat het moet. Toch denk ik dat Paulus laat zien dat dit zwijgen een veelzeggend zwijgen is. Een sprekend zwijgen. Er gaat een boodschap vanuit. Een boodschap van ontzag voor God, en liefde voor de broeders in de gemeente. Als vrouw laat je hiermee zien dat je de positie aanvaardt, die God aan jou en aan je broeders gegeven heeft. Dat wil ik in deze Bijbelstudie verder uitleggen, met als focus vers 11.

Instructies voor de gemeente van God
Ik breng even in herinnering het grotere verband waarin onze tekst staat. Paulus geeft voorschriften voor hoe we ons moeten gedragen in de gemeente van God (1 Timotheüs 3:15). Het gaat hier dus niet maar om specifieke voorschriften voor de gemeente van Efeze, maar om opdrachten voor de gemeente van God, overal waar die samenkomt. En dit is niet de enige plaats waar Paulus dat benadrukt. Ook in twee andere plaatsen, waar hij spreekt over de plaats van man en vrouw in de gemeente, zegt hij dat zijn voorschriften gelden voor alle gemeenten van God (1 Korinthiërs 11:16; 14:35-36). En Paulus benadrukt dat hij maar niet zijn mening doorgeeft, maar spreekt op gezag van de Here Jezus zelf(1 Korinthiërs 14:37). Gemeenten van God herken je hieraan dat ze zich aan deze voorschriften willen houden.

In hoofdstuk 2 vers 8 tot en met 14 geeft Paulus voorschriften voor de rol van mannen en vrouwen in de erediensten. We hebben in een vorige Bijbelstudie stilgestaan bij vers 8 tot en met 10. De mannen moeten bidden met heilige handen, zonder haat of kwade gedachten. En de vrouwen moeten zich sieren met goede werken, en niet bezig zijn zichzelf te profileren in de manier waarop ze zich kleden. Nu gaat Paulus verder op de rol van de vrouwen bij het geven en ontvangen van onderwijs.

Een voorschrift voor zusters
In vers 11 schrijft Paulus: ‘Een vrouw moet zich laten onderwijzen in stilheid, in alle onderdanigheid.’ Wat bedoelt Paulus hier precies mee? Paulus zegt hier iets dat specifiek geldt voor de vrouwen. Hij spreekt hen aan in onderscheid van de mannen in de gemeente. Precies zoals hij in vers 8 de mannen aansprak als onderscheiden van de vrouwen: ‘De mánnen moeten op alle plaatsen bidden…’ Nu zegt hij: ‘Een vrouw moet zich laten onderwijzen in stilheid, in alle onderdanigheid.’ Het punt dat Paulus hier maakt is dus niet allereerst: Vrouwen moeten zich laten onderwijzen in de samenkomsten van de gemeente. Dat is wel zo, en dat is heel belangrijk. Maar dat moeten de mannen ook. Dat onderwijs ontvangen is dus niet specifiek voor de vrouwen. Mannen en vrouwen moeten zich sámen in de gemeente laten onderwijzen. Het specifieke dat Paulus tegen de vrouwen zegt is hoe ze zich moeten laten onderwijzen. Namelijk: ‘… in stilheid, in alle onderdanigheid.’

Leren in stilheid
Wat bedoelt Paulus met de woorden ‘in stilheid’? Sommige uitleggers zeggen: dat betekent dat vrouwen niet opstandig moeten zijn in het luisteren, maar ontvankelijk, en bescheiden (zoals de NBV vertaalt). Het gaat om een innerlijke gezindheid die ze hebben bij het luisteren. En dat is natuurlijk ook zo. Maar het ligt minder voor de hand dat Paulus dát bedoelt. Want dat voorschrift geldt natuurlijk net zo goed voor de mannen.

Wat Paulus hier bedoelt, kan duidelijker worden als we kijken naar 1 Korintiërs 14:34-35. Daar geeft Paulus ook een instructie aan de gemeente over hoe de vrouwen zich moeten gedragen als er onderwijs in de gemeentesamenkomst gegeven en ontvangen wordt. In dat hoofdstuk gaat Paulus ervan uit dat er ná het onderwijs dat gegeven werd, een soort leergesprek kon plaatsvinden. Je ‘laten onderwijzen’ was niet alleen luisteren naar wat de oudsten of profeten overdroegen, maar je mocht daarna ook actief vragen stellen om het onderwijs je eigen te maken. En nu zegt Paulus in 1 Korinthiërs 14:

‘Laten uw vrouwen in de gemeente zwijgen. Het is hun immers niet toegestaan te spreken, maar bevolen onderdanig te zijn, zoals ook de wet zegt. En als zij iets willen leren, laten zij dat dan thuis aan hun eigen mannen vragen’ (1 Korinthiërs 14:34-35a).

Hier gebruikt Paulus weer dat woord leren (hetzelfde woord als in 1 Timotheüs 2 voor ‘zich laten onderwijzen’). Als de vrouwen iets willen leren, laten ze dat dan thuis aan hun eigen mannen vragen. Paulus zegt hier dus: Het leren door vragen te stellen dát is de vrouwen niet toegestaan in de eredienst. De mannen is dat wel toegestaan, maar de vrouwen moeten thuis hun mannen vragen.

Als we nu naar 1 Timotheüs 2 vers 11 teruggaan, begrijpen we ook wat Paulus daar bedoelt. ‘Een vrouw moet zich laten onderwijzen (hetzelfde woord wordt gebruikt) in stilheid.’ Dat betekent dus letterlijk: zwijgend luisteren. Het is haar niet toegestaan zoals de mannen informatieve vragen te stellen in de eredienst.

In alle onderdanigheid
Maar waarom niet? Want het is toch juist heel goed als je als vrouw een actieve luisterhouding hebt? Uit zulke vragen blijkt toch dat je graag wilt leren? Dat je wilt groeien in het inzicht in Gods Woord, en het leven daaruit? En misschien kan heel de gemeente wel iets hebben aan de vragen die jij stelt? Daarmee kun je toch heel de gemeente van dienst zijn? En dan zegt Paulus toch: ik wil dat de vrouwen leren in stilte, zwijgend. Waarom zegt hij dat zo? Ik denk dat Paulus dit uitlegt met de woorden die volgen: ‘in alle onderdanigheid’. Die woorden ‘in alle onderdanigheid’ leggen het ‘in stilheid’ uit. Het leren in stilheid, zonder te spreken, is een uiting van onderdanigheid zonder voorbehoud.

Nu klinkt dat woord ons al snel negatief in de oren. Je krijgt al snel het beeld in je hoofd van een dominante man, die alle ruimte claimt voor zichzelf, en waar de vrouw zich maar onderdanig moet schikken. Haar inbreng is niet van belang. Maar dat is niet wat de Bijbel bedoelt met onderdanigheid. Het gaat hier allereerst om onderdanigheid aan God. Weet je nog hoe de vrouwen werden aangesproken in vers 10: ‘…vrouwen die belijden godvrezend te zijn.’Als christelijke vrouw geef je God toch de plaats die Hem toekomt? Om die onderdanigheid gaat het hier. En dat onderdanig zijn aan God houdt nu in dat je als vrouw dankbaar de plaats aanvaardt die God aan de man gegeven heeft. Dat is je eigen man, als je getrouwd bent. Maar ook breder: de broeders in de gemeente. Door te zwijgen tijdens het leergesprek, en de mannen te laten vragen respecteer je de positie die God hen gegeven heeft (vgl. Efeziërs 5:22; Kolossenzen 3:18).

Sprekend zwijgen
Welke verantwoordelijkheid heeft God de broeders gegeven? Om in het gezin en in de kerk geestelijk leiding te geven. Dát is de eerste verantwoordelijkheid van broeders in de gemeente. Dáárom moesten de mannen vragen stellen naar aanleiding van het onderwijs uit Gods Woord. Zo laten ze zien dat het hun taak is om de vrouwen en gezinnen voor wie zij moeten zorgen vanuit Gods Woord te leiden, en voor te gaan, en zelf te onderwijzen.

En door tijdens dat vraaggesprek te zwijgen, laten de vrouwen zien: wij aanvaarden onze broeders dankbaar uit Gods hand als geestelijk leiders. Niet omdat die broeders altijd zulke goede leiders zijn. Er zijn vrouwen in de gemeente met meer geestelijke wijsheid en inzicht. Misschien zou je tijdens zo’n vraaggesprek wel veel betere vragen stellen. Misschien trek jij thuis wel de kar in de geloofsopvoeding. En mis je daarin het initiatief van je man. Op zijn leiding is best wel wat aan te merken.

En toch zegt Paulus: wees maar stil. Want zo laat je zien dat je de broeders (allereerst je eigen man) eert in de positie die God hem gaf. Niet omdat zij het zo goed doen, maar omdat de HERE hen daartoe geroepen heeft. Door te zwijgen zeg je: Broeders, ga maar voorop! Daarvoor heeft de Here jullie aan ons gegeven. En we willen jullie daarin ondersteunen en helpen, en dankbaar aanvaarden uit Gods hand. Dát zeggen de vrouwen door te zwijgen!

Dus dat zwijgen is een veelzeggend zwijgen. Het is een liefdevol zwijgen. In dat stil zijn gééft de vrouw de man de positie die God hem gaf. En tegelijk herinneren vrouwen de mannen daardoor aan hun roeping in de gemeente, in het gezin, in hun huwelijk. Actief leren om leiding te kunnen geven. Een principe dat begint in de eredienst, maar dat ook mag doorwerken in de rest van het (gemeente)leven.

Gerelateerde artikelen