Bijbelstudie 1 Kor.7:1-7. Man en vrouw in het huwelijk (afl. 1/6)

kiwihug-9uL9h8zaBc0-unsplash

Neem eerst de bijbeltekst goed in je op:

1 Wat nu de dingen aangaat waarover u geschreven hebt: Het is goed voor een mens geen vrouw aan te raken. 2 Maar laat vanwege de hoererijen ieder zijn eigen vrouw hebben en laat iedere [vrouw] haar eigen man hebben. 3 Laat de man voldoen wat verschuldigd is aan de vrouw, en evenzo ook de vrouw aan de man. 4 De vrouw heeft geen gezag over haar eigen lichaam, maar de man; en evenzo heeft ook de man geen gezag over zijn eigen lichaam, maar de vrouw. 5 Onttrekt u niet aan elkaar, tenzij dan met onderling goedvinden, voor een tijd, opdat u zich aan het gebed wijdt en [daarna] weer samen bent, opdat de satan u niet verzoekt, omdat u zich niet kunt onthouden. 6 Maar dit zeg ik als toelating, niet als bevel; 7 ik zou echter willen dat alle mensen waren zoals ook ikzelf; maar ieder heeft zijn eigen genadegave van God, de één deze, de ander die.

Man en vrouw in het huwelijk

1 Korinthiërs 7 sluit direct aan op de laatste verzen van het vorige hoofdstuk. Daar is duidelijk gemaakt dat seksuele omgang buiten het huwelijk hoererij is. Maar hoe moet je dan wél met het huwelijk omgaan? Daarover hebben de Korinthiërs schriftelijk vragen gesteld aan de apostel Paulus. In dit hoofdstuk gaat hij daar uitvoerig op in.

Sommigen hebben er moeite mee dat Paulus als ongetrouwde man aanwijzingen voor het huwelijk geeft. Daar zou hij het recht niet toe hebben. Wie dat meent, begrijpt niets van de bijzondere plaats die Paulus van God heeft gekregen. Paulus is de man aan wie God een speciale dienst heeft toevertrouwd. Met name de eenheid die er is tussen Christus en de gemeente is iets dat hij heeft mogen doorgeven aan de gemeente. Deze eenheid wordt vergeleken met het huwelijk. De man behoort Christus voor te stellen en de vrouw behoort de gemeente voor te stellen. In Efeziërs 5:22-33 kun je daarover lezen.

De vergelijking met Christus en de gemeente in de verhouding tussen de man en zijn vrouw wordt in de eerste brief aan de Korinthiërs niet voorgesteld. Toch is het duidelijk dat juist Paulus over de omgang tussen man en vrouw praktische opmerkingen kan maken, omdat hij zo goed de verhouding tussen Christus en de gemeente kent. Hij wil er dan ook voor zorgen dat in de huwelijken de omgang tussen de echtgenoten steeds meer gaat lijken op het grote voorbeeld.

Tegen het huwelijk?

Voordat hij hierover gaat schrijven, zegt hij hier eerst in vers 1 dat het goed voor een mens is geen vrouw aan te raken. Door dit zo te zeggen lijkt het wel alsof hij tegen het huwelijk is.

Als hij in vers 2 zegt dat het vanwege de hoererijen goed is dat toch ieder zijn eigen vrouw heeft, lijkt dat niet een erg hoogstaand motief. Het lijkt net alsof het een noodzakelijk kwaad is. Als je dit hele hoofdstuk doorleest, zie je dat hij niet op die manier over het huwelijk spreekt. Hij erkent het huwelijk ten volle en onderstreept hoe belangrijk huwelijkstrouw is.

Waarom uit hij zich dan zo? Omdat hij in dit hoofdstuk het huwelijk bekijkt als een tijdelijk iets. In de hemel wordt niet getrouwd en uitgehuwelijkt. Zo zegt de Heer Jezus dat in Mattheüs 22:30. Het huwelijk heeft alleen geldigheid voor de tijd dat iemand op aarde leeft. Om het goed te beleven moet je niet alleen de voorrechten van het huwelijk kennen, maar ook de verantwoordelijkheden. Het is een hele verantwoordelijkheid om getrouwd te zijn. Als je getrouwd bent, wordt er door je wederhelft heel wat van je verwacht. Je moet tijd aan je huwelijk besteden. Als je niet getrouwd bent, kun je die tijd op een andere manier besteden. Niet voor jezelf natuurlijk, maar voor de Heer. Nou, van deze kant bekijkt Paulus het huwelijk hier.

Ik wil nog eens benadrukken dat het huwelijk een schitterende afbeelding is van Christus en de gemeente. God heeft het huwelijk ingesteld met dat in gedachten. Maar, zoals gezegd, de kant die in dit hoofdstuk naar voren komt, is de kant van tijdsbesteding. Paulus slaat hierin niet door. Je zult zien dat hij, ook als het gaat om de verantwoordelijkheden die het huwelijk met zich meebrengt, de zaken evenwichtig voorstelt.

Wanneer hij dan ook zegt dat het goed is voor een mens geen vrouw aan te raken, wil dat zeggen dat het goed is om ongetrouwd te blijven en wel met de bedoeling helemaal vrij te zijn om voor de Heer te werken (verzen 26 en 32). Hij bedoelt niet dat je een vrouw geen hand mag geven.

Toch is een waarschuwing tegen een al te intieme omgang met iemand van het andere geslacht op zijn plaats. Wees voorzichtig met het omhelzen en kussen van, of je laten omhelzen en kussen door, iemand van het andere geslacht (vgl. Spreuken 6:29). Daar kunnen huwelijksproblemen door ontstaan. Jaloersheid speelt al snel een rol in al te vriendschappelijke omgang. Trouwens, de apostel zegt hier zelf dat vanwege het gevaar van de hoererijen ieder zijn eigen vrouw heeft en omgekeerd iedere vrouw haar eigen man.

Geven

Het huwelijk geeft verplichtingen aan de man ten opzichte van zijn vrouw en aan de vrouw ten opzichte van haar man (verzen 3 en 4). Het gaat om het voldoen aan wat verschuldigd is. In het huwelijk hebben man en vrouw zich aan elkaar uitgeleverd. Ze hebben geen van beiden meer iets te zeggen over het eigen lichaam. Het is geen kwestie van geven en nemen, maar van geven. Het verband maakt hier duidelijk dat het vooral gaat om het voldoen aan de seksuele behoeften van de ander.

Seksuele behoeften zijn geen schande of zonde; ze zijn door God in de schepping gelegd. Ze mogen echter alleen bevredigd worden op het terrein waarvoor God ze gegeven heeft en dat is binnen het huwelijk. In het huwelijk mogen man en vrouw genieten van elkaars lichaam. De geslachtsgemeenschap is daarvan de bekroning. God heeft de geslachtsgemeenschap ook gegeven met het oog op het verwekken van kinderen. Ze heeft dan ook een dubbele functie. Door het willekeurig gebruik van allerlei kunstmatige voorbehoedsmiddelen wordt er een scheiding in deze dubbele functie aangebracht.

In 1 Petrus 3:7 staat dat de man met verstand bij zijn vrouw moet wonen. Dat omvat de totale omgang met de vrouw, inclusief de seksuele. Een man moet verstand van zijn vrouw krijgen. Ze is namelijk heel anders door God geschapen. Hoeveel verstand een man op dit gebied van zijn vrouw heeft, blijkt uit de mate van zelfbeheersing die hij bezit. Door het gemak waarmee bepaalde middelen te krijgen zijn, blijft er weinig over van een oefening in deze zelfbeheersing.

En dan nog wat. Als we de Heer in alle dingen van ons leven de leiding geven, zouden we Hem dan hierin niet de leiding toevertrouwen? Wie Zijn wil hierover wil leren kennen, zal Hij niet beschamen. Op meerdere plaatsen in de Bijbel staan Zijn aanwijzingen zoals ook in het hoofdstuk dat je nu voor je hebt.

Altijd?

Moet een man of een vrouw zich altijd aan de ander geven? Nee! In vers 5 staan drie voorwaarden waaronder het is toegestaan zich aan elkaar te onttrekken:
1. ze het er beiden over eens zijn,
2. de tijd van onthouding mag niet al te lang duren en
3. het doel is om zich te wijden aan het gebed.

Er kunnen dingen in het leven van gelovigen gebeuren waarmee ze geen weg weten. De enige weg die openblijft, is zich helemaal op God te richten en Hem te vragen om uitkomst. In zulke situaties is het goed om vrijwillig en voor een bepaalde tijd ‘nee’ te zeggen tegen de bevrediging van de lichamelijke behoeften. Nuchter zegt de apostel dat ze daarna weer samen moeten komen, omdat anders de satan van de gelegenheid gebruikmaakt om hen alsnog tot hoererij te verleiden. De behoeften zijn namelijk wel aanwezig.

Wat Paulus in vers 6 zegt, is geen bevel. Hij geeft het ons als het ware ter overweging. Het is niet goed om zonder meer, zonder erover na te denken en ervoor te bidden, ervan uit te gaan dat God onze weg wel zal besturen. Dan is er geen oefening meer in de tegenwoordigheid van de Heer om te weten wat we in bepaalde gevallen moeten doen. Je ziet hoe uiterst praktisch de aanwijzingen zijn.

Paulus zou wel willen dat ze allen zouden zijn zoals hij, dat is ongetrouwd (vers 7). Dat zegt hij omdat hij het vele werk ziet dat er voor de Heer te doen is. Tegelijk erkent hij dat er een speciale genadegave van God voor nodig is om ongetrouwd te blijven. Normaal zal het zo zijn dat een man een vrouw krijgt en een vrouw een man. God heeft immers Zelf gezegd: “Het is niet goed dat de mens alleen is” (Genesis 2:18). En als een mens alleen is, is ook dat een genadegave van God, want “ieder heeft zijn eigen genadegave van God, de een deze [om ongetrouwd te blijven], de ander die [om te trouwen].

Lees nog eens 1 Korinthiërs 7:1-7.

Verwerking:

Ben je getrouwd? Ga na in hoeverre je huwelijk door deze verzen rijker kan worden.
Ben je ongetrouwd? Hoe is het met je verlangen naar een vrouw/man? Overheerst het alles? Of is het een gezond verlangen, dat je in gebed bij de Heer brengt, terwijl je de Heer van harte dient? Of denk je ongetrouwd te kunnen blijven om helemaal voor de Heer te kunnen leven zonder zorgen ten aanzien van een man/vrouw?


Deze Bijbelstudie is geschreven door Ger de Koning

Gerelateerde artikelen

Bijbelstudie

Podcast 10: Boaz en Ruth

In deze tiende aflevering gaat het over het huwelijk tussen Boaz en Ruth. Boaz is de losser van Naomi en Ruth. Hij zorgt ervoor dat het bezit van Naomi weer

Lees verder
Bijbelstudie

Podcast 9: Manoach en zijn vrouw

In deze negende aflevering gaat het over het huwelijk tussen Manoach en zijn vrouw. Manoach en zijn vrouw zijn de ouders van Simson. Hoe is Simson door zijn ouders gevormd?

Lees verder
Bijbelstudie

Podcast 8: Salmon en Rachab

In deze achtste aflevering gaat het over het huwelijk tussen Salmon en Rachab. Van Rachab is bekend wat zij heeft gedaan (het redden van de verspieders in Jericho). Van Salmon

Lees verder