Gods heilsplan voor een overspelige wereld

In veel Bijbels wordt al op de tweede bladzijde beschreven hoe God Adam een vrouw gaf. Verderop in het Oude Testament wordt er ook veel over het huwelijk gezegd. In het Nieuwe Testament is dat niet minder.

Inleiding
Het Nieuwe Testament begint met twee volmaakte voorbeelden van een huwelijk. Zacharias en Elisabeth waren beiden uit het priesterlijk geslacht, rechtvaardig voor God, levend naar alle geboden en eisen des Heren, onvruchtbaar, maar biddend om een kind, en op hoge leeftijd. God beloofde hun een zoon, Johannes (de Doper). De instructies in het Oude Testament, gegeven aan de priesters, over het huwelijk werden nog steeds gepraktiseerd. De rechtschapen Jozef en de maagd Maria waren ondertrouwd, maar leefden niet samen. Tot de geboorte van de Heere Jezus hadden ze geen gemeenschap met elkaar om zo hetgeen verwekt was uit de Heilige Geest te bewaren. In het geslachtsregister van Jezus Christus staan ook vrouwen die in ontucht geleefd hadden, voordat ze de God van Israël ontmoetten. Gods rechtvaardige norm en Zijn barmhartigheid geven invulling aan Zijn heilsplan! Laten we vanuit die gedachte door het Nieuwe Testament gaan, om te kijken wat God zegt over seksualiteit.

Jezus Christus en het huwelijk
Het eerste wonder dat Jezus deed op de derde dag van Zijn bediening was op een bruiloft, te Kana, waar Hij water in wijn veranderde. Hoewel zelf nooit getrouwd, wordt Hij aan het begin van Zijn bediening de Bruidegom genoemd. Daar tegenover zien we dat Herodes de enige is die Hem, de Heiland der wereld, geen enkel woord waardig keurt! Herodes had Zijn neef Johannes laten onthoofden, nadat hij en Herodias eerder door Johannes waren gewezen op hun overspelige relatie. Jezus refereert in Markus 10 aan ‘het begin der schepping’ dat God de mens als man en vrouw heeft gemaakt. ‘De man zal zijn vader en moeder verlaten en hij en zijn vrouw zullen tot één vlees zijn. Zo zijn zij niet meer twee, maar één vlees. Hetgeen wat God samengevoegd heeft, scheide de mens niet’ (Markus 10:6-9).

Jezus definieert echtbreuk als het treden uit een huwelijksrelatie om met een ander te trouwen. Degene die dat doet, pleegt echtbreuk ten opzichte van de ander. 

Jezus kijkt ook dieper en is radicaler als Hij zegt: ‘Indien uw oog u tot zonde verleidt, ruk het uit! Het is beter met één oog het Koninkrijk Gods binnen te gaan dan met twee ogen in de hel geworpen te worden’ (Mattheüs 19:9).Hij waarschuwt ook voor verleiding tot zonde van één dezer kleinen in Markus 9 vers 42. ‘En wie een vrouw aanziet (= bewust de aandacht vestigen op) om haar te begeren (= dit woord gaat meestal over het zichtbare, misleidende, hartstochtelijke van ons vlees) heeft in zijn hart al echtbreuk gepleegd’ (Mattheüs 5:28).

Wellicht is het goed om onderscheid te maken tussen liefde en lust. Liefde bouwt een relatie op en geeft vervulling, terwijl lust juist afbreekt en de deelnemers in eenzaamheid achterlaat. Het woord eros voor liefde komt niet voor in het Nieuwe Testament. Lichamelijke intimiteit is een exclusief gevoel van verbondenheid, veiligheid en vertrouwen om je lichaam, je diepste gedachten en gevoelens te delen met een ander. Het lijkt wel of de Schepper in een relatie twee personen hun intimiteit zelf laat ontdekken.

Het gaat Jezus niet alleen om de daad, maar om het hart als Hij zegt dat: ‘Uit het hart der mensen komen de kwade overleggingen, zoals ontucht en echtbreuk die onrein maken’ (Markus 7:20-23). 

Jezus leefde te midden van een overspelig en zondig geslacht. Zo lezen we in Johannes 4 dat Hij aan een Samaritaanse vrouw vraagt haar man te roepen. Ze zegt zelf geen man te hebben waarop Jezus zegt dat zij vijf mannen heeft gehad en die ze nu heeft, haar man niet is (= overspel, vaak gescheiden, prostituee?). Het gaat natuurlijk om het feit dat Jezus, de zevende, de enige man is die haar leven kan vervullen, maar het laat ook iets zien van haar eigen leven en relaties.

Wat een genade voor deze vrouw, als ze Jezus leert kennen! Zijn barmhartigheid zien we ook in Johannes 8 waar een op heterdaad betrapte overspelige vrouw tot Hem gebracht wordt. De wet vroeg om steniging, alleen Jezus die zonder zonde was, vergaf haar: ‘Ook ik veroordeel u niet maar ga heen en zondig van nu af niet meer’ (8:12). 

Het huwelijk in de evangelieverkondiging in Handelingen
We vinden geen instructie meer in het boek Handelingen met betrekking tot het huwelijk of afwijkingen op de oudtestamentische norm. Paulus kwam tijdens zijn zendingsreizen in heidense steden. Uit historische bronnen –zoals afbeeldingen, wetteksten en literatuur– weten we dat ten tijde van het Griekse en Romeinse rijk prostitutie welig tierde, met name in badhuizen, bordelen en vaak in combinatie met afgodendienst. Romeinse soldaten mochten niet trouwen tot ze een bepaalde hoge rang bereikt hadden. Veel slaven waren vogelvrij en werden misbruikt op elke denkbare manier. In nagenoeg alle literatuur komt naar voren dat het christendom een einde maakte aan deze immoraliteit door het begrip zonde te koppelen aan perverse seksualiteit. Tijdens het eerste ‘concilie’ te Jeruzalem lezen we in Handelingen 15 daarom dat de heidenen die tot God bekeerd waren, zich moesten onthouden van ontucht.

‘Ontucht’ of ‘hoererij’ als vertaling van porneia heeft ook in het Nieuwe Testament ten diepste betrekking op elke vorm van seksueel verkeer buiten het huwelijk​. Daaronder vallen dus zowel​ voor- als buitenechtelijk geslachtsverkeer, alsook incest, homoseksualiteit en bestialiteit.

Instructie aan de gemeenten
In de eerste brief aan de Romeinen lezen we over de confrontatie van het evangelie, een kracht Gods tot behoud, met iedere wereldburger. Eerder was de morele situatie met betrekking tot seksualiteit in het Romeinse rijk nog enigszins gereguleerd waarin we parallellen met de Bijbel vinden. Het liep echter uit op totale verwording net als eerder bij de Grieken. De wereld houdt de waarheid ten onder in ongerechtigheid. God openbaart Zich in de schepping en mensen kunnen met hun verstand iets van God doorzien. Maar de mens verwerpt de majesteit van een onvergankelijk God en vervangt die door de redenering van een vergankelijk mens. Het schepsel vereert zichzelf boven de Schepper, de waarheid Gods wordt vervangen door de leugen. En omdat God de mens naar zijn beeld heeft geschapen en tot zijn bedoeling, daarom geeft God hun in hun hartstochten over aan onreinheid, aan schandelijke lusten die het lichaam onteren. De seksuele omgang tussen man en vrouw is opgegeven en wellust (in homoseksualiteit) is daarvoor in de plaats gekomen. (Vgl. Romeinen 1.)

Dankzij het evangelie weten we immers, dat onze oude mens medegekruisigd is, opdat aan het lichaam der zonde zijn kracht zou ontnomen worden en wij niet langer slaven der zonde zouden zijn. Deze bevrijdende kracht moet door iedere christen ervaren worden en dat is ook onze boodschap aan de wereld. Als wij dan met Christus gestorven zijn, geloven wij, dat wij ook in Hem zullen leven voor God. Daarom roept Paulus de gelovige ook op om de zonde niet langer als koning te laten heersen in ons sterfelijk lichaam, zodat wij aan de begeerten zouden gehoorzamen. We stellen onze leden niet meer ten dienste van de ongerechtigheid en de zonde, maar ten dienste van de gerechtigheid en van God. Wij moeten dan wel ‘dood zijn geweest’. Het evangelie moet doorwerken niet alleen als woord maar als ervaring.

Paulus haalt als illustratie in zijn betoog de wet aan, als hij zegt dat de gehuwde vrouw door de wet aan haar man gebonden is zolang deze leeft en indien zij bij het leven van haar man een ander tot man neemt, echtbreekster heet (zie Romeinen 7). Een echo van de woorden van Christus.

In de gemeenten week de praktijk ook wel eens af van de leer, zoals we lezen bij de Korintiërs. ‘Inderdaad men spreekt van ontucht onder u, en zulk een ontucht, als zelfs onder de heidenen niet voorkomt’ (1 Korinthe 5:1).Paulus maakt duidelijk dat zij daar tegenop moesten treden met de tucht (vonnis vellen, verwijderen, overleveren aan satan). Wij moeten niet omgaan met iemand die, ook al heet hij een broeder, praktisch in ontucht leeft. Paulus kan niet duidelijker spreken dan in 1 Korinthe 6:10: ‘Dwaalt niet! Hoereerders, (…) overspelers, schandjongens, knapenschenders, (…) zullen het Koninkrijk Gods niet beërven.’

Hij schrijft ook dat sommigen in de gemeente in Korinthe, voordat ze christen werden als zodanig hadden geleefd. Dit is niet verwonderlijk gezien de omgeving waaruit ze tot geloof kwamen. Maar het lichaam is niet voor de ontucht, maar voor de Heere, en de Heere voor het lichaam. Ons lichaam is een tempel van de Heilige Geest! 

Kennen wij de kracht van het evangelie in ons eigen (huwelijks)leven en verkondigt uw gemeente het Bijbels evangelie wat tot uitdrukking komt in gelukkige huwelijken en bekeerlingen uit gebroken relaties? 

Paulus geeft ook hele praktische aanwijzingen voor christenen in 1 Korinthe 7:

  • Iedere man moet zijn eigen vrouw en iedere vrouw haar eigen man hebben.
  • De vrouw beschikt niet zelf over haar lichaam maar haar man; en eveneens heeft de man niet zelf de beschikking over zijn lichaam, maar zijn vrouw.
  • Onthouding met wederzijdse toestemming, voor een bepaalde tijd en met een goed doel.
  • Ongehuwd zijn is een gave.
  • Ook het huwelijk is een gave (maar verwacht wel verdrukking voor het vlees).
  • Een echtscheiding mag niet. En het huwelijk is tijdelijk, tot de dood. Trouwen, mits in de Heere.

Vlees en Geest staan tegenover elkander (Galaten 5:17). De werken van het vlees zijn onder andere: onreinheid, losbandigheid en ontucht. Bedrijvers hiervan hebben geen erfdeel in het Koninkrijk​, komt keer op keer in de​ brieven terug. ‘Als we Christus toebehoren, hebben we het vlees met zijn hartstochten en begeerten gekruisigd en zaaien we niet op de akker van ons vlees, zodat we daaruit verderf oogsten’ (naar Galaten 6:7-8). In Efeze worden we opgeroepen om te wandelen in de liefde en ‘van ontucht en onreinheid mag geen sprake zijn’.

Paulus spreekt in Efeze 5 over het huwelijksleven. Christenen zijn onderweg om onbesmet, stralend, heilig en vlekkeloos voor Christus geplaatst te worden. Het huwelijk (één man en één vrouw tot één vlees) als beeld van Christus en de gemeente. Die zaken waarover de toorn van God komt, zoals ontucht en onreinheid moeten we voor dood houden (Kolossenzen 3:5,6). God wil onze heiliging (1 Thessalonicenzen 4) en daarbij hoort onthouding van ontucht en dat ‘iedere huwelijksrelatie tot stand​ komt in heiliging en eerbaarheid’ en niet in hartstochtelijke begeerlijkheid zoals bij de heidenen die​ van God niet weten.

Als we dit verwerpen, verwerpen we God en gaan we rechtstreeks in tegen de Heilige Geest en God is een wreker van dit alles (1 Thessalonicenzen 4:8)! ‘Onze geest, ziel en lichaam worde onberispelijk bewaard bij de komst van onze Heere Jezus Christus’ (1 Thessalonicenzen 5:23). Paulus schrijft dat de wet goed is en haar werkingsgebied is niet voor rechtvaardigen, maar juist voor wettelozen, goddelozen en zondaars waarbij hij ook bedrijvers van ontucht en homoseksuelen noemt. Oudsten moeten aan een hoge morele standaard voldoen om te kunnen vermanen en weerleggen op grond van de gezonde leer. Het huwelijk moet in ere zijn bij allenen het bed​ onbezoedeld, want ontuchtplegers en overspelers zal God oordelen.

Huwelijksleven in de eindtijd
We lezen dat in de eindtijd de antichrist komt met verlokkende ongerechtigheid en dat de mensen daaraan welgevallen hebben. Mensen zullen zelfzuchtig zijn met liefde voor genot, en naar eigen begeerte leraars bijeenhalen om daarnaar te wandelen. De heidenen wandelen in losbandigheid, begeerten en onzedelijke afgoderij en storten zich vol overgave in een poel van liederlijkheid, terwijl zij de christenen belasteren. Er wordt een parallel met de verwoesting van Sodom en Gomorra en de tijd van Noach getrokken waar men altijd uitzag naar een overspeelster en niet ophield met zondigen. Dwaalleraars sluipen de gemeente binnen (de weg van Bileam, de weg van Kaïn) die de genade van God in losbandigheid veranderen. Ze hebben hun hoererij botgevierd en zijn ander vlees achternagelopen. Vanwege de onbekeerlijkheid is, net als bij de grote hoer Babylon –de moeder der hoeren– de eindbestemming van de bedrijvers van ontucht buiten, in de poel van vuur en zwavel, de tweede dood.

Weest daarom op uw hoede, dat gij niet door de dwaling der zedelozen meegesleept wordt met in het achterhoofd de dag der eeuwigheid. Aan het eind van de Bijbel klinkt een boodschap om te volharden, om je te laten reinigen, om standvastig te zijn, om God lief te hebben en zijn geboden te doen, in de verwachting van Zijn komst. De bruid, de vrouw des Lams, heeft zich gereed gemaakt.


Overgenomen uit het magazine Bijbel&Onderwijs.

Gerelateerde artikelen

De christelijke seksuele moraal is een Evangelie-aangelegenheid

In de eerste brief die Paulus aan Timotheüs schrijft, klinkt van het…

Het mooiste liefdeslied – praktische lessen uit Hooglied #1: inleiding & liefdesuitingen

In het boek Hooglied bezingt Salomo de liefde tot zijn bruid. Op…

Actuele adviezen van 400 jaar geleden

Seksuele verlangens zijn niet van vandaag of gisteren. De strijd daartegen ook…

Luister: lezing prof. dr. Van Vlastuin tijdens besloten studiedag

„De boodschap van Gods huwelijksrelatie met mensen”, zo zou je de Bijbelse…