De Gezondheidsraad (GR) onderzocht de veiligheid en effectiviteit van hormoonbehandelingen voor jongeren. Dit onderzoek, dat er kwam op aandringen van SGP en NSC, werd dinsdag gepubliceerd.
In de samenvatting staat: “De commissie concludeert dat de somatische behandeling voor jongeren met genderdysforie past binnen het gezondheidsrechtelijk kader. Daarnaast constateert zij dat wetenschappelijk onderzoek laat zien dat de beoogde fysieke effecten worden bereikt, er aanwijzingen zijn voor enige verbetering in mentale uitkomsten en dat het aantal gevallen van spijt laag ligt. De huidige gegevens over niet-beoogde fysieke en mentale effecten zijn niet zorgwekkend volgens de commissie. Wel zijn er onduidelijkheden, namelijk de mogelijke effecten van behandeling op cognitie en vruchtbaarheid zijn nog onvoldoende onderzocht en gegevens over de effecten op de lange termijn ontbreken. Ook is op basis van de beschikbare literatuur het aantal personen met spijt niet goed vast te stellen vanwege de veelal korte follow-upduur en de substantiële uitval in studies.”
Advies
De GR adviseert nascholing voor de eerstelijnszorg, zodat huisartsen e.d. meer kennis van zaken hebben en jongeren beter kunnen begeleiden bij ‘explorerende gendervragen’. Verder kunnen de zorgvuldigheidseisen sterker verankerd worden in de Kwaliteitsstandaard Transgenderzorg. Dit gaat met name over het onderzoeken van bijkomende psychische problematiek. Ook geeft die standaard onvoldoende aan hoe de wilsbekwaamheid van jongeren beoordeeld moet worden. Tenslotte is goed onderzoek naar de langetermijnuitkomsten van belang. Hierbij moet ook aandacht zijn voor mensen die stoppen met de behandeling of die er spijt van hebben.
De GR concludeert: “De huidige transgenderzorg voor jongeren in Nederland wordt gekenmerkt door een zorgvuldig ingericht proces, met een uitgebreide verkennende en diagnostische fase, zorgvuldige indicatiestelling en begeleiding door multidisciplinaire teams”.
Reacties
Het Reformatorisch Dagblad meldt dat de SGP en de NPV kritisch zijn op het rapport. Diederik van Dijk noemt het rapport ‘wereldvreemd’ en hekelt het feit dat de Raad positief adviseert, terwijl er zoveel onzekerheden zijn over de effecten van de behandelingen en terwijl de impact op jongeren zo groot is. Nederland gaat door, terwijl andere landen kiezen voor meer terughoudendheid.
Trouw publiceerde een opinieartikel namens een grote groep ondertekenaars. Ze hekelen de aanname die doorklinkt in de woorden ‘transgender kinderen en jongeren’. Het lijkt dan namelijk te gaan over een ‘vaste, innerlijke genderidentiteit, die [dus] bevestigd moet worden’. Volgens hen kan Nederland ‘de internationale correctie niet blijven negeren’. Als aanjager van de wereldwijde ‘transgenderzorg’ heeft Nederland hierin “een bijzondere verantwoordelijkheid. Wie zo’n behandelmodel aan de wereld levert, moet ook het bewijs leveren dat daarbij hoort.”
In het Nederlands Juristenblad van december 2025 betoogde Lodewijk Smeehuijzen dat de integriteit van de Gezondheidsraad in het geding is. ‘De commissie telt twaalf leden, van wie er zes direct of indirect betrokken zijn of waren bij het voorschrijven of toedienen van puberteitsremmers en cross-sekse-hormonen.’ In hun oordeel gaat het direct over hun eigen praktijk en dat van hun naaste collega’s. Daar komt bij dat het onderzoek plaatsvindt in een gepolariseerd debat. Dan is het verstandiger om gerenommeerde, onafhankelijke onderzoekers aan deze taak te zetten, zoals bij het Engelse Cass-rapport uit 2024 ook gebeurd is.










