Post-christelijke gelijkheidsdenken: passief, reactief of proactief?

Hoe hebben wij ons te verhouden tot het post-christelijke gelijkheidsdenken: passief, reactief of proactief? Wat is onze houding hierin naar onze medemens?

Het post-christelijke gelijkheidsdenken leidt in de praktijk tot de afschaffing of beperking van klassieke grondrechten als de vrijheid van meningsuiting, vereniging, godsdienst en onderwijs. Die grondrechten staan opgesomd in de Grondwet, in een hoofdstuk waarin de domeinen worden benoemd waarmee de overheid zich niet heeft in te laten. Er is daarom geen enkele reden om de afschaffing of beperking van die grondrechten passief te ondergaan, maar alle reden om in situaties waarin dat dreigt, op een gepaste wijze, vriendelijk maar beslist, daartegen te protesteren. We zijn niet voor niets protestanten! En als land zijn we ontstaan vanuit de gedachte dat kritiek op een overheid gepast en geboden is wanneer die rechten en vrijheden schendt.

Wat de verhouding tot de medemens betreft: diens gelijkheidsdenken zal zich vaak uiten in eigentijdse slogans als: ‘als je je er maar goed bij voelt’, ‘iedereen mag zichzelf zijn’, etc. Dat is een manier van denken die zich niet verdraagt met het Bijbelse denken, waarin wel een duidelijke norm wordt gesteld die altijd en overal voor iedereen geldig is. Vanuit het moderne denken kun je een beetje achter het relativisme verschuilen: als iedereen zichzelf mag zijn, mag ik dat als christen ook en mag ik van daaruit om tolerantie vragen. Die tolerantie houdt natuurlijk op zodra je zou zeggen dat het christelijk geloof geen optie is, maar de waarheid. En juist dat zijn we geroepen te belijden.