Homoseksualiteit: is er meer dan ‘voor of tegen’?

Commentaar (12)

Je bent voor homo’s of je bent slecht. Zo simpel ligt het voor COC. Je bent tegen homoseksualiteit of je bent mis. Zo simpel kan het lijken in de kerk. Maar dat is natuurlijk niet de realiteit.

Twee onderzoeken verschenen deze week rondom homoseksualiteit, uit verschillende hoeken. Het kleinste verschil is nog dat de ene vanuit de Universiteit Utrecht verscheen en de andere vanuit de Vrije Universiteit (Amsterdam). In elk ervan werd onderzocht hoe er over homoseksualiteit gedacht werd, in het ene onderzoek onder jongeren; in het andere onder theologen. In het ene onderzoek was de culturele visie de norm, in het andere de Schrift.

Ik heb het dan over het onderzoek Gezondheid en welzijn van jongeren in Nederland en over het promotieonderzoek van ds. T.A. Bakker. Het onderzoeksrapport gaat over de vraag hoe het gesteld is met jongeren in Nederland. Eén van de aspecten is de acceptatie van homoseksualiteit. Het promotieonderzoek gaat over de vraag hoe theologen omgaan met de Schrift, toegespitst op homoseksualiteit.

Eerst besteed ik aan elk wat aandacht, om daarna terug te komen op de hoofdvraag: zijn we voor of tegen?

Onderzoek onder jongeren

De achterliggende jaren nam de acceptatie van homoseksualiteit onder jongeren jaarlijks toe, maar nu is er voor het eerst een omslag. Zulke onderzoeken zijn weliswaar nooit zo hard als ze lijken, maar laten we er vanuit gaan dat er nu inderdaad een daling is ingezet. Wat is er dan eigenlijk aan de hand?

Het zou met de toename van het aantal mensen met een immigratieachtergrond te maken kunnen hebben (voor hen is homo-emancipatie minder vanzelfsprekend dan voor autochtonen). Herman van Wijngaarden noemt ook enkele factoren. Bijvoorbeeld geluiden op social media, vooral de ‘manosphere’. Of een tegenreactie op de opgedrongen lhbt-agenda; de lobby zou dan haar hand overspeeld hebben.

Maar behalve naar verklaringen moeten we ook kijken naar waar we het nu echt over hebben. Het gaat de onderzoekers om de acceptatie van homoseksueel gedrag. Ieder die dat afwijst is voor hen homofoob. Terwijl homofobie in feite niet gaat over de daden maar over de persoon. En terwijl christenen die de homoseksuele praxis afwijzen wél investeren in liefde tot de naaste – hoe die dan ook moge zijn. Een onderzoek dat dit negeert, maakt mensen met homoseksuele gevoelens onnodig eenzaam.

Een belangrijke conclusie is, dat het draagvlak voor homoseksualiteit in de wereld helemaal niet vanzelfsprekend is. Als acceptatie daar gebaseerd is op ‘iedereen mag zijn hoe hij zich voelt’, dan rust die op drijfzand. Wie vandaag om die reden homoseksuelen accepteert zal morgen om die reden mogelijk neonazi’s accepteren. Zulke ‘acceptatie’ is uiteindelijk nutteloos. Eén en ander betekent trouwens ook dat de reflex van de overheid (nog meer propaganda) zinloos is.

Onderzoek naar theologen

Ds. T.A. Bakker deed onderzoek naar een prangend en spannend onderwerp: hermeneutiek en homoseksualiteit – twee hete hangijzers in kerkelijk Nederland. Toen ik nog met promotieonderzoek bezig was en betrokken raakte bij de Nashvilleverklaring, stelde één van mijn promotoren mijn positie ter discussie. Hij is nu tevens één van Bakkers promotoren! Bijzonder dat ds. Bakker toch dit traject heeft kunnen afleggen! Het is een zegen dat hij de klassieke Bijbelse lijn voorstaat, en we wensen hem toe dat hij standvastig en zachtmoedig zijn plek mag innemen.

Een bijzonderheid van zijn onderzoek is zijn onderscheiding in negen verschillende posities. De visie op homoseksualiteit gaat niet alleen over de gevoelens, maar ook over relaties en kerkelijke mogelijkheden. Al met al onderscheidt Bakker negen posities, van algehele afwijzing (homoseksualiteit is zonde, er vindt tucht plaats over de praxis) tot algehele acceptatie (homoseksualiteit is verrijkend, praktiserenden zijn in de kerk meer dan welkom). Bakker heeft theologen gevonden voor elk van de negen genoemde posities.

De concrete onderverdeling roept bij mij nog wel wat vragen op. Zo geeft Bakker maar één positie weer die spreekt over homoseksualiteit als zonde, terwijl daar volgens mij meer variatie in is. Maar het hoofdpunt is duidelijk: je kunt de wereld niet verdelen in voor- en tegenstanders. Een eenvoudige versie van de negen posities zou bovengenoemde onderzoekers kunnen helpen.

Altijd voor, altijd tegen

Allebei de onderzoeken brengen ons dus bij de gedachte dat een verdeling in voor- en tegenstanders te zwart-wit is. Terwijl dat schema wel heel gemakkelijk ingang vindt. Je bent homovriendelijk of -onvriendelijk, personen weten zich geaccepteerd of afgewezen. Voor sommigen is de regenboogvlag het kenmerk van de ware burger, voor anderen is afwijzing van homoseksualiteit het kenmerk van de ware kerk.

Het gaat me er niet om dat voor dat laatste niets te zeggen valt, het gaat me er om wat dat doet. Het maakt ‘homoseksualiteit’ in de eerste plaats tot een thema. Vergelijk het met de immigratiediscussie. Heel snel wordt die versimpeld tot voor of tegen asielzoekers. Inderdaad, bij een specifieke azc zijn er voor- en tegenstanders. Maar de voorstanders van een azc in een bepaalde plaats zijn nog niet automatisch voorstanders van ongeremde asielinstroom. En de tegenstanders van een azc zijn al helemaal niet automatisch vijand van asielzoekers! De plaatsing van een azc is een thema, bij asielzoekers gaat het om personen.

Een christen die op zijn plaats is, is niemands tegenstander. ‘In Christus is noch man noch vrouw (etc.)’, Galaten 3:28. Zo is Christus, zo wordt de christen: iemand met ruimte in zijn hart voor een ieder. De wereld kan iemand op het schild heffen vanwege zijn homoseksualiteit of juist afwijzen om diezelfde reden. Een christen echter accepteert zijn naaste niet dankzij of ondanks zijn homoseksualiteit, maar ongeacht zijn homoseksualiteit. Dat wil zeggen: je ziet de ander niet als homo doch als mens. Wie homoseksuele gevoelens heeft, hoeft deze niet vooraf op tafel te leggen, maar ervaart de veiligheid om ze in gesprek te delen. Een christen is er voor de naaste.

Tegelijk is een christen natuurlijk tegen. Niet tegen iemand (behalve dan: tegen de duivel), maar wel tegen iets, namelijk de zonde. Hij is even nadrukkelijk tegen een heteroseksuele zonde als tegen een homoseksuele zonde. En ja, daarom strijdt een christen tegen de acceptatie van homoseksuele zonden. Maar juist die strijd is bedoeld tot welzijn!

Ook interessant

Geestelijk sterven en opstaan

Volgens onderzoek is het veranderen van ‘geaardheid’ mogelijk. Volgens de Bijbel is dat ook hoognodig: geestelijk sterven en opstaan.

Jezus en mijn homoseksuele verlangens

Taylor Simon Maxwell had homoseksuele verlangens. Door Gods genade leerde hij de bron ervan kennen en leerde om een ‘man’ te zijn.