De vergeten opdracht van christenvaders

Gezin herfst park vader moeder kind

Het is alweer jaren geleden. Het was op huwelijkscatechese. We lazen met de aanstaande echtelieden het bekende gedeelte uit Efeziërs 5, waarin staat dat de man het hoofd is van zijn vrouw en dat vrouwen het gezag van hun man moeten erkennen. De dames roerden zich. “Dat is niet meer van deze tijd”, zeiden ze.

Stoer mengden ook de heren zich erin. “Nee, wij zijn in ons huwelijk volstrekt gelijkwaardig.” Ja, stel je voor. Als ze iets anders hadden gezegd, was het huwelijk waarschijnlijk niet doorgegaan.

Toen vroegen we de dames: “Stel, jouw man doet straks precies wat Paulus hier zegt…”
Ja, wat zegt Paulus dan eigenlijk?
Niet: “Mannen, voer goed gezag over uw vrouw!”
Hij zegt heel wat anders: “Mannen, heb uw vrouw lief!”
En hij zegt er ook bij hoe: zoals Christus de gemeente heeft liefgehad, dienend en opofferend.
En ook welk doel dat heeft. Vrij vertaald: om haar helemaal tot bloei te laten komen.
De dames hoefden er niet lang over na te denken. “Nou, als het zó zou gaan, dan willen we dat wel!”

Vervolgens vroegen we aan de groep als geheel: “Oké, als jullie het zo zouden doen in jullie huwelijk, wie heeft er dan de moeilijkste taak: de man of de vrouw?”
Daar hoefden ze niet lang over na te denken. “De man”, zeiden ze in koor.

Moet het accent hier wel liggen op het woordje gezag?

Ik pleit niet voor herinvoering van het eenzijdige gezag van de man over de vrouw. Wat mij betreft mag je dit gedeelte over en weer toepassen. Maar wat veel belangrijker is: moet het accent hier wel liggen op het woordje gezag? Moeten we niet vooral kijken naar de manier waarop, namelijk het dienende en zelfs opofferende? Moeten we ook het doel niet vooral in het oog houden? Namelijk dat de ander tot bloei komt, schittert en straalt.

Inmiddels ben ik meer dan de helft van mijn leven getrouwd. Hoe goed heb ik dit doel, los van gezag, eigenlijk nagestreefd? De confronterende vraag die de hoofdpersoon in mijn roman hierover krijgt, stel ik mezelf ook. Een man blijft namelijk wel een man, van na de zondeval. Zelfs als je vol van de Geest bent, is dat alsnog het geval. Reden genoeg voor zelfonderzoek bij ons mannen.

Vaders, verbitter uw kinderen niet
We zijn er nog niet. Want de man is behalve echtgenoot vaak ook vader. Daar heeft Paulus ook wat over te zeggen.
Eerst tegen de kinderen: zij moeten het gezag van hun ouders erkennen.
Maar nu komt het. Hij gaat dan niet verder met iets als: “Ouders, voer het gezag over je kinderen!”
Nee, hij spreekt de vaders aan: “Vaders, verbitter uw kinderen niet.”
Kennelijk doen vaders dat nogal eens. Ik ben bang: niet alleen in Paulus’ tijd.
Wat moeten de vaders dan wel doen? Vormen en vermanen. Beide, wel te verstaan, en niet alleen het laatste. Want dan krijg je verbittering.
Vormen, dat is uitleggen waarom we de dingen doen zoals we doen. En daar zelf ook het goede voorbeeld van geven. Zelf je kinderen voorgaan in een christelijk leven.

“Vaders, verbitter uw kinderen niet.” Wat moeten de vaders dan wel doen? Vormen en vermanen.

Stel, Jantje heeft iets lelijks gezegd tegen zijn moeder. Brutaal geweest.
En nu zegt vader er wat van: “Jantje, dat weet je best. Zulke dingen zeg je niet tegen je moeder. Ga sorry zeggen!”

Zou dit vermaan van vader werken als hij niet eerst Jantje heeft gevormd? Zou het werken als hij zelf nog nooit sorry heeft gezegd? Zou het werken als hij regelmatig zijn vrouw afsnauwt?
De vraag stellen is hem beantwoorden. Als er niet eerst gevormd is, is de kans groot dat juist gebeurt waarvoor Paulus waarschuwt: er komt verbittering.
“Hij leest mij steeds de les, maar moet je kijken hoe hij zelf doet…”

Respect moet verdiend worden
Als vader kun je het vijfde gebod niet opeisen. Respect moet verdiend worden. In die zin is het vijfde gebod meer een gebod voor ouders dan voor kinderen. Hoe beter je vormt en vermaant, hoe ruimer het respect ingevuld kan worden. Ik zeg expres kan. Als ouder creëer je de bedding. Doe je dat niet, of heel beroerd, dan lukt het je kinderen niet om meer dan een minimale invulling aan het vijfde gebod te geven. Dan kan het zijn dat inmiddels volwassen kinderen dat invullen met oppervlakkig contact en afstand.

Wat kun je in zo’n geval doen? Het beste lijkt me je eigen aandeel erkennen en dat alsnog uitspreken. Als zondaar naar voren stappen, die het nu even heel hard van genade moet hebben. Als het lukt om vervolgens samen van genade te leven, vindt er toch nog een stukje vorming plaats.

Heel wat huiswerk
Overigens is het beschamend dat Paulus alleen de vaders aanspreekt. Ik denk dat ik wel weet hoe dat komt. Moeder de vrouw brengt het er in menig opzicht beter vanaf dan vader de man. Soms heb ik weleens het idee dat de zondeval de man meer ontaard heeft dan de vrouw. Het lijkt in ieder geval wel of mannen massaal de profetische vloek van Genesis 3 als opdracht hebben opgevat. Bewust of onbewust.

Kortom, heel wat huiswerk voor ons mannen.
Man-zijn is niet eenvoudig. Vrouw-zijn lijkt me ook tamelijk gecompliceerd.
Laten we het elkaar niet moeilijker maken dan nodig is.
De woorden van Paulus kunnen, ondanks de afstand in tijd, hier prachtig bij helpen.
Omdat ze ons wijzen op iets wat tijdloos is: de dienende liefde van Christus.


Deze column van NGK-predikant Maarten van Loon verscheen eerder op CVandaag en is met toestemming overgenomen. In aanloop naar de verschijning van zijn nieuwe roman Chris verkent hij thema’s als geloofstwijfel, deconstructie, liefde, geestelijke groei en de zoektocht naar Jezus. De columns staan op zichzelf, maar sluiten inhoudelijk aan bij de roman. 

Ook interessant

Sluit een verbond met je ogen

Job sloot een verbond met zijn ogen. Waarom? Om rein te blijven. De wetenschap dat God alles ziet gaf kracht om tegen

Jezus en mijn homoseksuele verlangens

Taylor Simon Maxwell had homoseksuele verlangens. Door Gods genade leerde hij de bron ervan kennen en leerde om een ‘man’ te zijn.