Nehemia als poortwachter (2)

Nehemia werpt Tobia's huisraad uit de tempel
Leestijd: 6 minuten

In Nehemia 13 staan drie lessen over het aangaan van verkeerde relaties en de gevolgen daarvan. Deze zijn van belang zijn voor het christelijke gezin. Deze lessen kunnen ons helpen om verkeerde relaties te voorkomen of te verbreken. Het gaat niet alleen over de persoonlijke relatie met een ander, maar ook over verkeerde denkpatronen. Verkeerde denkpatronen hebben namelijk verwoestende gevolgen in (gezins-)relaties. We zien ook dat door de kracht van Gods Woord herstel van (gezins)relaties mogelijk is.

In deze Bijbelstudie onderzoeken we de tweede les die dit hoofdstuk ons biedt.

2. Een vijand wordt verwijderd – Nehemia 13:4-9

4 Hiervóór had Eljasib, de priester die aangesteld was over de kamers
van het huis van onze God, [en] die verwant was aan Tobia,
5 een grote kamer voor hem gemaakt;
daar brachten zij vroeger steeds het graanoffer, de wierook, de voorwerpen,
de tienden van het graan, van de nieuwe wijn en de olie –
[overeenkomstig] het gebod voor de Levieten, de zangers en de poortwachters –
en het hefoffer voor de priesters.
6 Toen dit alles [plaatsvond] was ik niet in Jeruzalem,
want in het tweeëndertigste jaar van Arthahsasta, de koning van Babel,
[moest] ik bij de koning [terug]komen,
maar na verloop van dagen kreeg ik [weer] verlof van de koning.
7 Toen ik in Jeruzalem aankwam, kreeg ik inzicht in het kwaad
dat Eljasib ten behoeve van Tobia gedaan had,
door een kamer voor hem te maken in de voorhoven van het huis van God.
8 Dit was volstrekt kwalijk in mijn [ogen];
daarom wierp ik al het huisraad van Tobia uit de kamer naar buiten.
9 Ik zei dat ze de kamers moesten reinigen,
en ik liet de voorwerpen van het huis van God daar terugbrengen,
met het graanoffer en de wierook.

In deze verzen wordt een volgend kwaad beschreven. Dat kwaad wordt pas ontdekt wanneer Nehemia weer terug is in Jeruzalem. Hij is namelijk na de inwijding van de muur teruggegaan naar het hof van de koning van Perzië en zal daar zijn oude beroep van schenker weer hebben uitgeoefend. Als hij dit enige tijd heeft gedaan, vraagt hij opnieuw toestemming aan de koning om naar Jeruzalem te mogen gaan. De toestanden die hij dan aantreft, brengen hem tot een kordaat optreden tegen de heersende misstanden, die van verschillende aard zijn.

Hij treedt overigens pas op als het kwaad onomstotelijk vast is komen te staan. Zijn optreden lijkt hard. Het optreden van Nehemia is echter niet hard; de zonde is hard en bitter. Het harde optreden van Nehemia is te vergelijken met het harde optreden van Paulus tegen valse broeders, omdat zij de waarheid van het evangelie ondermijnen, en tegen Petrus, omdat hij en Barnabas niet recht wandelden naar de waarheid van het evangelie (Galaten 2:4-5,11-14). We zien hier bij Paulus dat hij zowel tegen een verkeerde leer optreedt als tegen een verkeerde wandel. Een verkeerde praktijk is altijd het gevolg van een verkeerde leer. Daarom moet de leer van Gods Woord worden onderwezen om te komen tot een praktijk die daarmee in overeenstemming is. Dit is een belangrijke taak van de vader in zijn gezin.

Zonder aanziens des persoons optreden tegen het kwaad

Het kwaad dat Nehemia opmerkt, betreft een man die vanwege zijn hoge positie aanzien onder het volk geniet, dat is de hogepriester Eljasib (vers 4; vers 28; zie ook Nehemia 3:1). Een officiële en ook nog eens hoge status onder het volk van God is echter geen garantie om niet van Gods Woord af te wijken. Eljasib presteert het om Gods huis te verontreinigen door er plaats te bieden aan een vijand van Gods volk, namelijk de Ammoniet Tobia. Hij heeft een grote kamer voor de grote tegenstander van Gods werk ingericht. Dit doet ruimhartig aan, terwijl het optreden van Nehemia als enghartig aangemerkt zou kunnen worden. Maar bij Eljasib zien we de ruimhartigheid van het vlees, terwijl wat Nehemia doet, geheel in overeenstemming met de gedachten van God is.

De kamer waarin Tobia intrek heeft genomen, is een kamer waarin eerder van alles opgeslagen heeft gelegen wat van belang is voor de dienst in het huis van God. Het volk heeft zich enige tijd geleden nog verplicht ervoor te zorgen dat het daaraan niet zal ontbreken. Ze hebben plechtig verklaard het huis van hun God niet aan zijn lot over te laten (Nehemia 10:32-39).

We zijn nu twaalf jaar verder. De kamer is leeg wat betreft de middelen waardoor de dienst in Gods huis voortgang moest vinden. In plaats daarvan heeft de vijand deze ruimte aangeboden gekregen om er te wonen. Hierin ligt voor ons deze les: als ons leven niet gevuld is met dienst aan God, zal de duivel ons leven gebruiken om zijn doel te dienen. Ons leven zal dan bijdragen aan de versterking van zijn rijk, terwijl de dienst aan God wordt nagelaten. Hierdoor wordt de dienst van God verder afgebroken..

Nehemia is er de man niet naar om het kwaad te omzeilen en te doen alsof hij het niet ziet. Als hij ziet wat er is gebeurd, gaat hij niet vriendelijk aan Eljasib vragen ervoor te zorgen dat Tobia uit de tempel wordt verwijderd. Hij wordt terecht toornig (Efeziërs 4:26) en pakt alle spullen van Tobia en werpt die uit de tempel. Ieder die God vreest, komt tegen zulke brutaliteit in opstand. Het gedrag van Eljasib is zo strijdig met Gods heiligheid, dat elke traagheid om hiertegen op te treden, als zonde moet worden aangemerkt.

Een vader is een poortwachter

We zien hier de grote verantwoordelijkheid die een vader heeft met betrekking tot wat hij toelaat in zijn gezin. Dat betreft onder andere de vriendschapsrelaties die zijn kinderen aangaan, zowel in de dagelijkse omgang met anderen als in de digitale wereld. Hij zal, zeker als de kinderen nog naar de lagere school gaan, er samen met zijn vrouw op toezien met welke vriendjes of vriendinnetjes ze omgaan, met wie ze meegaan om daar te spelen. In welke sfeer komen ze daar? Wat wordt daar toegestaan? Met wie hebben ze contact op hun smartphone, als ze die hebben?

Tobia, de man van wie Nehemia heeft gezegd dat hij part noch deel heeft aan Jeruzalem (Nehemia 2:20), heeft tijdens de afwezigheid van Nehemia nota bene een kamer in het huis van God gekregen. Dit is alleen mogelijk geweest door onoplettendheid van de poortwachters.

Vaders zijn de poortwachters van hun gezin. Abraham is hiervan een voorbeeld. We lezen van hem dat hij in de ingang van de tent zit, als hij bezoek krijgt (Genesis 18:1-2). Door zijn plaats in de ingang van de tent neemt hij direct waar dat hij bezoek krijgt. Zo heeft hij controle over wat er op hem afkomt en kan hij zien of hij gastvrij moet zijn of het bezoek als gevaarlijk moet beschouwen en moet weigeren. Deze plaats in de ingang van de tent geeft de plaats aan die elke vader in zijn gezin moet innemen. Iedere vader is verantwoordelijk voor wat hij wel en wat hij niet in zijn huis toelaat.

Wie of wat staat centraal in ons leven, als het niet (meer) de Heere Jezus en Zijn belangen zijn? Als we het evangelie van onze behoudenis hebben aangenomen (1 Korinthiërs 15:1-4), zijn we verzegeld met de Heilige Geest (Efeziërs 1:13) en is ons lichaam een tempel van de Heilige Geest geworden (1 Korinthiërs 6:19). Daarom kan de vraag aan ons worden gesteld, of kunnen we die onszelf stellen: Welke ‘huisraad van Tobia’ is de tempel van ons leven binnengekomen en heeft de Heilige Geest als het ware ‘monddood’ gemaakt? Heel wat christenvaders, onder wie sommigen ook leiders van gemeenten zijn, veroorloven bepaalde machten om invloed op hun denken en leven uit te oefenen, zoals eerzucht, geldzucht, hoererij. Daardoor wordt de Heilige Geest bedroefd (Efeziërs 4:30). Hij krijgt dan niet de gelegenheid Zijn zegenende invloed uit te oefenen om door Gods Woord het gezinsleven te besturen.

Het kwaad verwijderen

We moeten Tobia en al zijn huisraad er zonder pardon uitgooien. Wat staat er in onze boekenkast, welke tijdschriften lezen we, naar welke films kijken we, wat zoeken we op het wereldwijde web op, naar welke muziek luisteren we? Moeten we iets uit onze collectie gooien? Welke plaats neemt kleding, hoe we eruit zien en hoe we bij anderen overkomen, in ons denken in? Het zijn slechts enkele voorbeelden. Ga zelf na wat mogelijk een verhindering voor de Heilige Geest is om het gezinsleven door Gods Woord te besturen. Er moet ruimte gemaakt worden voor God en de dienst aan Hem!

Nehemia is totaal niet onder de indruk van de hoge plaats van Eljasib. Het vereist juist een des te doortastender optreden en een openbare bestraffing (vgl. Galaten 2:11-14; 1 Timotheüs 5:19-20). Hij verontschuldigt zich ook niet. Hij handelt op een wijze die we later zien bij de Heere Jezus als Hij de tempel reinigt (Johannes 2:14-16).

De kamers zijn verontreinigd door de bewoning van Tobia. Ze moeten daarom eerst gereinigd worden, voordat er weer iets in kan worden gebracht wat tot Gods eer is. Als wij dingen hebben toegelaten in ons leven, dan is het niet voldoende dat te verwijderen. Het verwijderen moet gebeuren onder belijdenis dat die dingen door onze onoplettendheid in ons gezin konden komen. We zullen ons opnieuw aan de Heere Jezus moeten toewijden, in het besef dat in ons geen garantie is dat het niet weer zal gebeuren.


Lees hier deel 3.

Ook interessant

Podcast 2: Lamech en Ada en Zilla

Het tweede huwelijk in deze serie is een minder bekende. We zien in dit huwelijk hoe de mensen in zonden gevallen en

Het zevende gebod #14 – Gezinsvorming

De Heidelbergse Catechismus behandelt het zevende gebod kort, kernachtig. Over de rijke inhoud ervan hield ds. T.A. Bakker uit Nieuwe-Tonge recent zes

Podcast 3: In eenheid

Eva is uit een rib van Adam geschapen. In deze beschrijving van de schepping legt de Heere God de basis voor het

gezin

Waar komt het gezin vandaan?

We leven in een interessante tijd, allicht zonder precedent in de geschiedenis, waarin ons begrip van het gezin wordt aangevallen en onze