Interview: Pastoraat redt huwelijken!

Huwelijksproblemen, met mediator. Bron: Witlokscommunicatie.nl
Leestijd: 9 minuten

Je kunt soms het gevoel krijgen dat een echtscheiding onvermijdelijk is en pastorale pogingen tot herstel bij voorbaat vergeefse moeite zijn. Dat die niet vruchteloos hoeven te zijn, bewijst de ervaring van ds. P. Pietersen: “Sinds mijn komst naar deze gemeente heb ik driemaal herstel van een huwelijk meegemaakt. Hoe dat ging, wil ik graag delen, als bemoediging voor ambtsdragers en voor echtparen in nood.”

Situatie 1: Gescheiden en weer hertrouwd

„Het huwelijk van dit echtpaar heb ik zelf bevestigd. Er waren echter factoren die op den duur zorgden voor frictie, waardoor de frustratie bij man en vrouw zich gaandeweg opbouwde. Ze waren communicatief niet sterk en hadden ook een totaal verschillende kerkelijke achtergrond. Wat in dit geval ook niet hielp: ze woonden op hetzelfde erf als haar ouders, waardoor zij eigenlijk niet loskwam van haar ouderlijk huis.

Toen de kerkenraad merkte dat het niet goed ging, is hun zeer betrokken wijkouderling meteen bij ze langs gegaan. Hij heeft in die eerste tijd vooral de gesprekken gevoerd. Later ben ik er ook geweest. Maar het mocht niet baten. De man heeft uiteindelijk de scheiding aangevraagd, tegen de wil van zijn vrouw in. Hij is toen elders gaan wonen.

Het stel had in die tijd vier jonge kinderen; de twee jongsten gingen nog niet naar school. Alle vier waren ze de ene helft van de week bij de ene ouder, en dan weer bij de ander. Vanwege de kinderen zijn vader en moeder altijd met elkaar in contact gebleven. Ergens was er toch de gezamenlijke wil om voor hen het goede te zoeken.

Dat is de voornaamste reden geweest waarom ze uiteindelijk zeiden: we moeten toch weer bij elkaar gaan wonen. Vooral zij kon er niet tegen dat het voor haar kinderen zo ingewikkeld was geworden. Daarnaast hebben de wijkouderling en ik steeds aangedrongen op herstel. Om de trouwbelofte en om de kinderen. Maar die man zei steeds: het lukt toch niet. Het was dus meer een kwestie van onmacht dan van onwil.

Uiteindelijk heeft hij zich toch laten overhalen. Hij had het geluk buiten het huwelijk gezocht, probeerde een nieuw bestaan op te bouwen, maar merkte dat hij er alleen maar ongelukkiger van werd.

Uiteindelijk is het echtpaar hertrouwd. Zij is toen bij hem in getrokken. Weg van het ouderlijk erf, dus. Dat was een goede keuze. Daarnaast zijn er ook andere omstandigheden veranderd die eerder tot frustraties hadden geleid.

 De eerste jaren was de basis nog heel wankel. In de gesprekken heb ik ze aangeraden een huwelijkstoerustingscursus te volgen. Dat hebben ze gedaan en het heeft voor hen goed geholpen. Ze zeiden achteraf: „Dat hadden we voorafgaand aan ons huwelijk moeten doen.” Een van de dingen die ze daar leerden, was hoe groot de verschillen tussen mannen en vrouwen zijn. Daardoor gingen ze begrijpen waardoor ze elkaar niet begrepen. 

Wat tijdens de pastorale gesprekken vooral heilzaam was: er werden zaken rustig uitgepraat. Normaal gesproken stopten ze altijd met praten als er verwijten werden gemaakt. Nu was er een derde bij, die ze vroeg om na het uiten van de verwijten iets te doen. Wat dan heel belangrijk is: mensen ertoe aanzetten om te luisteren naar wat de ander nodig heeft. Ze ertoe aanzetten om op zichzelf te reflecteren. Ze erop wijzen dat de Bijbel vraagt om de onderste weg te gaan, de minste te willen zijn, bereid te zijn om datgene wat jij verkeerd gedaan hebt te belijden. Als je dat niet doet, blijf je steken in wat de ánder verkeerd heeft gedaan en daardoor zul je je eigen fouten blijven goedpraten.

Bij zulke gesprekken pak ik altijd weer het huwelijksformulier erbij. Daarin staat zo mooi dat het huwelijk er is om elkaar te helpen en elkaar bij te staan. Je trouwt voor elkaar, niet voor jezelf. Het gaat niet om de vraag: hoe kan de ander er voor mij zijn, maar: hoe kan ik er voor de ander zijn?

De intensieve pastorale begeleiding is alweer jaren geleden afgerond. De situatie is goed. Natuurlijk is het nog wel een thema tijdens huisbezoeken, maar niet meer hét thema. Ze hebben geleerd om gewoon met elkaar te praten. Het gaat goed met ze, en dat merk je ook aan de kinderen. De pijn komt nog weleens terug, het litteken is er nog wel, maar de verwijten niet meer.”

Situatie 2. Twee jaar gescheiden van tafel en bed en nu weer bij elkaar

„Toen ik predikant van de gemeente werd, woonde dit echtpaar al gescheiden van elkaar. Niet met de opzet om te gaan scheiden, maar ze zagen geen andere mogelijkheid dan om apart van elkaar te wonen.

Ze waren ruim dertig jaar getrouwd, hadden één zoon die niet meer thuis woonde. Het huwelijk is nooit goed geweest. Het was altijd een moeitevol gebeuren. De eerste dertig jaar konden ze zich erdoor heen slepen, waren ze druk met hun eigen dingen, maar nu ze ouder werden, konden ze de last niet meer dragen. De energie was op.

Ook hun wijkouderling heeft ze altijd heel trouw opgezocht. Hij kwam bij de man en bij de vrouw. Ook in de tijd dat ze zelf nauwelijks contact met elkaar hadden.

“Wees trouw. Wees er voor het echtpaar. Laat ze merken dat je het de moeite waard vindt om in hun huwelijk te investeren.”

Op een gegeven moment kwam er iets meer ontspanning. Toen zijn ze weer bij elkaar gaan wonen, nadat er enkele praktische afspraken waren gemaakt. Maar de situatie was echt nog niet goed. De man en vrouw zijn heel verschillend qua persoonlijkheid en behoeften. Er zijn na die hereniging nog veel momenten geweest dat ze geen contact met elkaar hadden, binnen hetzelfde huis. In die tijd vroegen ze mij regelmatig: „Mogen we echt niet scheiden?” Ze zochten ook Bijbelteksten om een scheiding in hun situatie te rechtvaardigen. Ze zagen het echt niet meer goed komen, er was sprake van een impasse. Ik heb zelf ook gezegd: „Ik weet niet hoe het verder moet, maar ik kan alleen maar de Bijbelse weg voorhouden.”

Er waren ook tijden dat ze mijn pastorale hulp afhielden. Maar volgens mij hebben ze wel altijd gevoeld: het pastoraat is binnen handbereik.

In die tijd ontstonden ook geestelijke vragen. Er kwam een besef van de noodzaak van geloof en bekering. De Heere werd een werkelijkheid in hun leven. Hierdoor ontstond ook de overtuiging dat ze geroepen zijn om er alles aan te doen om bij elkaar te blijven. En er kwam hoop, omdat bij God alle dingen mogelijk zijn. En zelfreflectie; de bereidheid om minder vanuit jezelf te denken.

Gewone huwelijkstherapie heeft bij dit echtpaar niet geholpen. Als laatste redmiddel heeft die therapeut traumatherapie aangeraden. Daarmee zouden ze proberen te achterhalen wat er achter de problemen schuilging. En dat had baat. Het werd duidelijk dat er bij een van beiden een veel groter, diepliggender probleem zat. Dat ze dat op het spoor kwamen, was echt een gebedsverhoring.

Vanaf dat moment kon er aan herstel worden gewerkt. Er blijven natuurlijk moeiten spelen, grote problematiek, daar ben je niet zomaar vanaf. Het heeft tijd nodig om dan naar elkaar toe te groeien. Maar dat gaat goed. Een poosje na die therapie zeiden ze: „Het is voor het eerst dat we blij zijn met ons huwelijk.””

Situatie 3. Huwelijk met grote problemen, dreigende uithuisplaatsing van kind

„De verkeringstijd van dit echtpaar verliep al niet zonder problemen. Het ging gewoon niet; ze zijn ook een tijdje uit elkaar geweest. Hun ouders waren ook geen voorstander van een huwelijk tussen die twee. Uiteindelijk móésten ze trouwen, omdat zij in verwachting bleek te zijn.

Ik heb dit stel zelf getrouwd. Kort daarna kreeg ik via anderen het signaal dat het niet goed ging, en toen ben ik er snel eens langs gegaan. Toen kwamen de problemen aan het licht. De een had psychische problemen, de ander een serieus communicatieprobleem.

De zorg voor hun eerste kind viel ze al zwaar, maar toen ze ook een tweede kind kregen, werd het echt onhoudbaar. Hij kon de verantwoordelijkheid niet aan, waardoor hij in zijn werk vluchtte, en daardoor werd het voor haar helemaal te veel. De hulpverlening werd ingeschakeld.

Tegelijk was de komst van hun kinderen wel de voornaamste stimulans om toch voor het huwelijk te blijven vechten. Ze zijn toen in huwelijkstherapie gegaan.

In die tijd kwam ik er vrijwel wekelijks even langs. Ik vroeg dan ook hoe het ging bij de therapie, en dan hadden we het daarover. Het waren absoluut geen therapiemensen, want ze communiceerden niet. Maar doordat ze het er met mij over hadden, bleven ze trouw naar die sessies gaan.

Het was voor mij heel zinvol om eens bij die therapeut op bezoek te gaan. Hierdoor wist ik hoe zo iemand werkt, zodat ik daar in de gesprekken rekening mee kon houden. En ik heb ook tegen de therapeut gezegd waarom vanuit het geloof gezien scheiden geen optie is. Z’n reactie was: „Oké, dan gaan we daarmee werken, dan houden we een scheiding buiten beeld.” Het was goed om dit met elkaar afgestemd te hebben. Als je de mogelijkheid van een echtscheiding inbouwt, dan is dat een groot onderdeel van het probleem, het maakt namelijk zeer onzeker. Je laten gezeggen door de beperkingen van de Schrift geeft veel duidelijkheid.

Een therapeut en een predikant hoeven niet op elkaars stoel te gaan zitten. Huwelijkstherapie is niet mijn vak en niet mijn roeping. Maar investeren in het huwelijk is wél een deel van mijn roeping.

In de gesprekken met dit echtpaar kwam vaak deze vraag aan de orde: Hoe kun jij dienstbaar zijn aan de ander? Ik merkte dat ze beiden sterk dachten vanuit hun eigen behoefte. Deze mensen stonden echt elk op hun eigen eilandje.

Wat dit huwelijk heel goed heeft gedaan, is een verhuizing en een verandering van baan. Hij had eerst een beroep waarin hij zijn energie niet genoeg kwijt kon. Z’n nieuwe werk was fysiek uitdagender, waardoor hij thuis rustiger was.

De problemen zijn nog niet helemaal voorbij, maar het gaat inmiddels redelijk.”


Wat is voor een predikant belangrijk in het voeren van gesprekken met een echtpaar dat in een probleemhuwelijk zit?

„Twee dingen. Ten eerste: probeer goed te luisteren, geef mensen de ruimte voor hun moeite, laat ze die verwoorden en op tafel leggen. Ten tweede: probeer ook te confronteren, houd ze een spiegel voor, soms een klein spiegeltje, soms een grote.

Het gebeurt trouwens ook wel dat ik in een gesprek niet aan het confronteren toekom. Maar confronteren is echt nodig, al vinden mensen dat niet leuk.

Wat ook belangrijk is: je moet geen partij kiezen. Als de een onredelijk is en de ander niet, dan ben je geneigd het op te nemen voor het redelijke argument. Je moet echter niet tot een van de partijen gaan behoren. Al is het haast onvermijdelijk dat je bij tijden allebei het gevoel hebt dat je aan de kant van de ánder staat…

Overigens heb ik niet het idee dat ik het altijd goed gedaan heb. Soms schat je een situatie niet goed in, of je zegt te veel of te weinig. Ik ga er eigenlijk nooit met lood in mijn schoenen naartoe, maar wel altijd met een gevoel van tekortkoming vandaan.”

Bij huwelijksproblemen verzucht een kerkenraad vaak: we worden er te laat bijgehaald. Waar komt dat door?

„Ik hoor dat ook wel, ja. Een van de oorzaken is dat de kerken te groot zijn. Als het initiatief helemaal vanuit gemeenteleden moet komen terwijl leden de kerkenraad amper kennen, dan is dat begrijpelijk.

Misschien zou het huwelijk ook meer gethematiseerd moeten worden, in de prediking of catechese of op een andere manier. Mensen moeten voelen: het gaat de kerkenraad niet alleen om geloof en bekering als abstracte zaken, maar ook om het alledaagse leven en dus niet in de laatste plaats ook om het huwelijk.

Ik geloof dat er mensen zijn die tot hun eigen spijt erachter komen dat ze het te laat hebben gemeld bij de kerkenraad. Die achteraf zeggen: Als ik geweten had dat ik er zo goed over kon praten, dan had ik het eerder gedaan.

Schaamte speelt ook mee – al ligt dat anders als de advocaat al in beeld is; dan is men de schaamte meestal voorbij. Maar het kan zijn dat tot die in beeld is, ze denken: we gaan er niemand bij halen, want we willen de vuile was niet buiten hangen.

Ik ben er wel van overtuigd dat je nooit te laat kunt komen. Er is altijd een omkeer mogelijk. Zeker met het oog op God: het is nooit te laat zolang er leven is. Maar dat er in veel gevallen veel voorkomen had kunnen worden als er eerder hulp gezocht was, dat is zo.”

Trouwen mensen te snel, te ondoordacht?

„Ja, over het algemeen gaan veel mensen met weinig nadenken het huwelijk in, is mijn ervaring. Ze denken wel na, maar zonder reflectie, niet op een diep niveau, niet over het wezen van het huwelijk. Ze stellen zich bijvoorbeeld niet de vraag: Wat als ons ideaalbeeld niet blijkt te kloppen? Dat is een nuchtere, goede vraag om voor jezelf te overdenken en samen eens te bespreken. Te weinig kennis van elkaar is niet het echte probleem, te weinig zicht op de geestelijke houding wel.”


Dit zijn volgens ds. Pietersen de basisregels in het pastoraat rond huwelijksproblemen.

  1. „Wees trouw. Wees er voor het echtpaar. Laat ze merken dat je het de moeite waard vindt om in hun huwelijk te investeren. Als echtparen dat aan hun predikant of ouderling merken, dan vinden ze het zelf ook de moeite waard, is mijn ervaring. Als je zegt dat ze moeten volhouden en je houdt zelf de begeleiding niet vol, dat werkt natuurlijk niet.
  2. Houdt het Bijbelse uitgangspunt voor het huwelijk steeds hoog. Als ik bij een van de hierboven genoemde echtparen één keer de deur naar een echtscheiding op een kier had gezet, waren ze voor zover ik nu zien kan gaan scheiden. Daarom is het nodig steeds te blijven zeggen: Je bent getrouwd voor het leven. God wil geen echtscheiding, maar herstel.
  3. Spreek over de eigen verantwoordelijkheid. Probeer iemand niet te laten focussen op de fout van de ander, maar op wat hij zelf kan doen. Daarbij kun je ook het geestelijke betrekken: wat is mijn schuld en hoe is mijn verantwoordelijkheid tegenover God? Als je bij het eigen hart uitkomt, kom je ook bij iemands diepste motieven uit. Ruk het geestelijk en het praktische niet uit elkaar; die twee zijn altijd verstrengeld.
  4. Laat pastoraat en therapie samen optrekken. Daarbij is het wel nodig om op je eigen terrein te blijven, maar als een echtpaar geen therapie wil, moet de predikant of ouderling ook praktisch wat handvatten kunnen geven. Overigens ben ik er niet voor om therapie standaard aan te raden. Het kan ook zijn dat een therapie je niet verder helpt. Ook christelijke hulpverleners sturen weleens aan op een echtscheiding, dus wees daar voorzichtig mee. Maar vaak is het zinvol; wees als pastoraal werker dan nabij.
  5. Laat de basisovertuiging zijn: als man en vrouw allebei verlangen naar herstel en ze gaan daarvoor op de knieën, dan kómt er ook herstel. En niet altijd in dezelfde mate en op dezelfde manier, maar het huwelijk behaagt God, dus Hij zal helpen (huwelijksformulier). Je mag ervan overtuigd zijn dat het Gods wil is dat het huwelijk hersteld wordt. Ds. Klaassen vertelde onlangs, dat hij in Arnemuiden vijftig stellen getrouwd heeft, waarvan er niet één is gescheiden. Mensen hebben het gevoel dat alles minder wordt, maar dat hoeft echt niet. De kerk heeft echt een getuigenis te geven. Niet alleen in Woord, maar ook in daad.”

Om herkenning te voorkomen is de naam van ds. Pietersen gefingeerd en zijn er ook wijzigingen aangebracht in de details van de pastorale situaties.

Gepubliceerd: 16-02-2023

Ook interessant

Met wie rol jij het bed in?

Met wie rol jij het bed in? Misschien vind je het een rare vraag. Voor jou horen seksualiteit en huwelijk bij elkaar.

De roeping van de kerk

Wat is de roeping van de kerk in deze tijd? In 1 Tim. 3:15 staat dat de gemeente van de levende God

Podcast 1: Eén met Christus

De gemeente is eigendom van Christus, Hij heeft ze lief. Ze zijn als leden van Zijn lichaam één met Hem. Wat betekent