Lezing ds. A.T. Vergunst: Reinheid in seksuele hartstocht

annette-sousa-HW-ep3fC4Kc-unsplash

Ds. A.T. Vergunst, predikant in Carterton (Nieuw Zeeland) en auteur van het boek “Samen voor Zijn aangezicht”, hield een tijd geleden een lezing over het zevende gebod. De tekst ervan leest u hieronder.

Welkom, geliefde vrienden!

Salomo schreef dat het beter is om te wonen op een hoek van het dak dan met een kijfachtige huisvrouw in een huis van gezelschap. Dat heeft een heel eenvoudige reden. Er is niets zo bevredigend als een harmonieuze band. De mooiste band die God schiep is het huwelijk tussen man en vrouw. Om dat te beschermen tegen aantasting vaardigde God het zevende gebod uit. Vele krachten zijn erop uit om de gave van het huwelijk te vernietigen, hetzij door mensen te beschadigen vóór ze getrouwd zijn, hetzij door het verbreken van de band als ze eenmaal getrouwd zijn. Daarom vraagt het zevende gebod onze aandacht.

Ik heb dit onderwerp de titel ”Reinheid in seksuele hartstocht” gegeven. Het is uiteraard gebaseerd op het Schriftwoord uit Exodus 20 waar God ons beveelt: ‘Gij zult geen overspel doen’. Toen we aan de geboden begonnen, hebt u gezien dat het eerste gebod exclusiviteit eist in onze relatie tot God. Wij zullen geen andere goden of voorwerpen van liefde aanhangen. De Schrift verklaart vaak dat deze afgodendienst, die tot afval leidt, geestelijk overspel is. Het was tot ons nut dat God ons dat gebod gaf, om de schade te voorkomen die het verlies van de kostbare verhouding die Hij met Zijn volk had, zou opleveren. Welnu, dit zevende gebod is in zekere zin nauw verbonden met het eerste. Onze wetgever heeft een ringmuur van bescherming getrokken rond onze kostbaarste menselijke verhouding, namelijk het huwelijk tussen een man en een vrouw.

Vandaag gaan we dus letten op de details van dit zevende gebod. Maar laten we vóór alles een zevende principe in overweging nemen, dat we kunnen afleiden uit de Schrift, Jakobus 2:10. Daar schrijft Jakobus: ‘Want wie de gehele wet zal houden, en in één zal struikelen, die is schuldig geworden aan alle’. Dat is een belangrijk beginsel. Laat me dat eens met een beeld illustreren, zodat we begrijpen welk onderwijs Jakobus hier geeft. Laten we Gods wet eens bezien als een cirkel. Binnen de cirkel is er gehoorzaamheid, het eerbiedigen van de wet. Buiten de cirkel, waar dan ook erbuiten, is er ongehoorzaamheid, het verbreken van de wet. Wat Jakobus in dit vers in Jakobus 2 zegt, is dat wanneer wij buiten de cirkel stappen, wij dan schuldig staan. Het maakt niet uit waar we over de omtrek van de cirkel heen stappen; wanneer we erbuiten stappen, doen we dat in ongehoorzaamheid. Dus het doet er niet toe waar of hoe we erbuiten stappen, het kan door een grote misdaad zijn, of door iets kleins als een lelijke wens – beide zijn een stap buiten de cirkel.   

Daarom schrijft Jakobus: ‘Want wie de gehele wet zal houden, en in één [gebod] zal struikelen, die is schuldig geworden aan alle’. Ik betrek dat op dit voorbeeld. Neem een man die een paard gestolen heeft. Hij is schuldig aan diefstal, al heeft hij zijn hele leven nog nooit een cent gestolen. Hij staat schuldig. Alle andere daden van gehoorzaamheid aan de wet maken die ene daad van ongehoorzaamheid niet ongedaan. Welk principe leiden we dus af uit dit vers in Jakobus?

1) Dat de mens die eenmaal zondigt, in het oog is van de wet van God, zelfs al is hij voor de rest van zijn leven volmaakt.

2) Dat principe maakt dat iedere zonde de dood waardig is. We hebben bij het bezien van het vorige gebod vastgesteld dat het vermoorden van je naaste een zware overtreding is van het zesde gebod, terwijl het kleineren van hem niet zo zwaar is. Toch onderwijst God ons, ook al is er een gradueel verschil in de zonde, dat beide ons schuldig stellen wanneer we over de cirkelomtrek van Gods wet treden. Dit is dus een belangrijk beginsel om te onthouden, ook als we nu gaan kijken naar het zevende gebod, dat we ”Reinheid in seksuele hartstocht” hebben genoemd.

Welnu vrienden, ik moet wat spitwerk doen om dit gebod goed te kunnen begrijpen. Daarom is de eerste gedachte die we samen zullen bespreken: Wat is het doel van de seksuele drift? En de tweede: Wat zijn de grenzen die God gesteld heeft voor het uiten van onze seksuele drift? Ten derde: Wat is de bedoeling van deze grenzen?

Laten we ons dus eerst eens samen richten op het doel van onze seksuele drift.

God heeft ons als onze Schepper gemaakt als mensen met seksuele behoeften en verlangens. Seksuele hartstocht, behoeften, verlangens en driften zijn evenzeer een zaak van schepping als het fysiek zin hebben in eten en drinken. Het is geen zonde om zin te hebben in eten. Er is ook geen zonde in het hebben van seksuele begeerten en behoeften. Evenmin is er zonde in het onderhouden van een seksuele relatie en het hebben van seks, zolang wij binnen de grenzen van Gods wil blijven. En dat is een belangrijke waarheid die wij onder jullie aandacht willen brengen, vooral voor diegenen onder jullie die misschien nog altijd worstelen met een gevoel van schuld over de seksuele daad, zelfs binnen de huwelijksband.

Dit basisprincipe, dat seksuele handelingen in het huwelijk goed zijn, is duidelijk in de Schrift neergelegd, op vele, vele plaatsen. Ik ga op een paar ervan het licht laten vallen om onze gedachten een poosje te verlossen van al de verkeerde indrukken en aanwijzingen die we tijdens ons opgroeien mogelijk hebben vergaard. Als je nu Spreuken 5:15-21 eens raadpleegt en je kijkt naar wat God ons daar door Salomo’s woorden leert! God doet daar een uitspraak: wij mogen onszelf altijd geheel verliezen in de seksuele liefde met onze partner. Dit dronken dolen in de liefde is een bijzonder sterke uitdrukking, om geheel vervuld te zijn met vreugde over deze gave. Wanneer we nu naar een volgend boek van Salomo gaan, het Hooglied (ik sla Prediker over, hoewel hij ook daar gesproken heeft over het positieve aspect van het vreugdevolle leven met de huisvrouw van je jeugd), daar spreekt hij in Hooglied 4 en 5 op een bijzonder mooie en waardige manier over de privacy en intimiteit van de seksuele relatie tussen man en vrouw.

Wanneer we in het Nieuwe Testament Hebreeën 13:4 openslaan, dan schrijft de apostel: ‘Het huwelijk is eerlijk onder allen, en het bed onbevlekt; maar hoereerders’–dat zijn mensen die prostituees bezoeken–‘en overspelers’–degenen die de huwelijksgelofte verbreken–‘zal God oordelen’. Voor degenen die wat meer willen weten – het woord bed in ‘het bed onbevlekt’ is in de Griekse taal letterlijk het woord koite. Dat is het woord voor gemeenschap. God zegt dus dat de activiteit binnen het huwelijksleven onbevlekt is. Het is Zijn gave en niet alleen Zijn gave. Ik zal u laten zien dat het Zijn wil voor ons is om zo te leven. Nergens, nergens leert de Schrift dat de seksuele hartstocht tussen een man en een vrouw een verschoonbaar kwaad is dat gedoogd moet worden voor de vermenigvuldiging van het menselijk geslacht. Dat is een leer die openlijk tegen de Heilige Schrift in gaat. Vrienden, we kunnen ook tot de conclusie komen dat seksuele handelingen in Gods oog geen taboe zijn, wanneer we zien hoe God onze lichamen geschapen heeft.

De seksuele activiteit was (binnen Gods grenzen) geschapen om een intens aangename en bevredigende ervaring te zijn. God schiep/ontwierp onze lichamen met hormonen. Dat was niet zomaar. Dat was vooraf uitgedacht om gericht in te spelen op deze ervaring. Hij schiep onze voortplantingsorganen zelfs gericht om lichamelijk genot te creëren. Ook dit is niet zonder doel. Hij wilde dat Zijn schepselen de lichamelijke intimiteit zouden genieten binnen het huwelijksleven tussen man en vrouw, echtgenoot en echtgenote. Dit zou immers de vreugde van hun relatie verdiepen. Daarom heeft God het niet alleen geschapen, maar ook bevolen.

Als u voor uzelf 1 Korinthe 7 onderzoekt, dan ziet u dat Paulus iets schrijft over seksuele activiteit binnen het huwelijk. Het is niet alleen toegestaan, maar ook bevolen. Ik moet als man aan mijn vrouw de schuldige goedwilligheid betalen en de vrouw moet de schuldige goedwilligheid betalen aan de man. Bij ‘schuldige goedwilligheid’ heeft Paulus het niet over ‘vriendelijk zijn’. Hij spreekt hier over seksuele activiteit. Met andere woorden: hij zegt dat het mijn plicht als man is om de seksuele behoeften en wensen van mijn vrouw binnen het huwelijk te vervullen. Waarom? Om de Satan geen gelegenheid te geven om ons te verzoeken. Merk daarom op dat we uit Paulus’ onderwijs kunnen afleiden dat ons belangrijkste doel en oogmerk van de seksuele activiteiten in het huwelijk het bevredigen van de behoeftes van mijn echtgenoot is. Het is niet eerst op onszelf gericht. Het gaat in eerste instantie niet om mijn behoeftes te bevredigen, maar om haar of zijn behoeftes tegemoet te komen. De behoeftes van uw echtgenoot komen eerst. En nog eens vrienden, dat legt die toewijdende liefde bloot in de manier van samenleven die God tot uiting wil zien komen in de onderhouden van zijn geboden. Treurig genoeg is door de diepe val in het paradijs deze aangename ervaring van seksuele activiteit een enorm vernietigende kracht geworden in onze harten en in het leven dat we leiden.

Welnu, om deze zonde, die zowel jonge als oude mensen binnen en buiten het huwelijk persoonlijk verwoest, te beteugelen, heeft God het zevende gebod als een hek rondom deze seksuele hartstocht geplaatst – om die rein te houden. Laten we dit eerste punt samenvatten met een voorbeeld. Ik vergelijk de seksuele hartstocht met een vuur. We weten allemaal dat vuur een enorme potentie heeft om vreugde te geven. In de daarvoor geschikte haard verwarmt het vuur het huis. Het maakt er een gezellige plek van. Maar datzelfde vuur kan het huis afbranden wanneer het buiten de haard terechtkomt. Eén vonk in huis kan een brand doen ontstaan, ja zelfs een bosbrand veroorzaken en zo een huis of een bos verwoesten. Dat bedoelt God. Hij weet hoe verwoestend de seksuele hartstocht kan zijn wanneer die buiten de haard –het huwelijksleven– gebracht wordt die Hij geschapen heeft.

Als we de hartstochten buiten het huwelijk brengen, zullen we onszelf branden en voor het leven verwonden. Dat wil Hij voorkomen met het gebod: ‘Gij zult niet echtbreken’.

Dat brengt ons dus vanzelf tot de vraag: Wat zijn de Bijbelse grenzen voor de uiting van seksuele hartstocht? Wel, de eerste grens is duidelijk te lezen in Genesis 2. Dat is het huwelijk. U kunt daar op prachtige wijze lezen hoe God het huwelijk ingesteld heeft en Adam heeft laten ontdekken dat het alleen zijn niet goed is. Toen heeft Hij een hulp gemaakt die bij hem paste. Wat een vreugde moet het geweest zijn toen de Schepper de vrouw aan Adam voorstelde en het eerste huwelijk bevestigde met de woorden ‘Daarom zal de man zijn vader en zijn moeder verlaten, en zijn vrouw aankleven; en zij zullen tot een vlees zijn’. Gods blijvende instelling van het huwelijk is de enige plek waar de één-vleesrelatie toelaatbaar is. En ik weet dat dit een eeuwigdurende instelling is, omdat God zegt: ‘Daarom zal de man zijn vader en zijn moeder verlaten’. Adam en Eva hadden evenwel geen vader en moeder, dus God spreekt hier over hun huwelijk en alle huwelijken die er zullen volgen.

Laat het daarom voor ons duidelijk zijn dat een seksuele relatie tussen een man en een vrouw, ongeacht de leeftijd, nooit  als een op zichzelf staande activiteit kan worden beschouwd door wederzijds goedvinden van volwassenen of jongeren. Seksuele activiteit is volgens Gods wet alleen toegestaan binnen de verbondsrelatie van het huwelijk. En inderdaad, hoewel Salomo eigenlijk nauwelijks representatief is als een autoriteit op het gebied van het huwelijksleven, doen we er toch goed aan hem als Gods geïnspireerde woordvoerder te beschouwen  en over  zijn lessen in Spreuken 5-7  na te denken. Zie als het ware dit beeld voor u, wanneer hij zegt: ‘Zal iemand vuur in zijn boezem nemen, dat zijn klederen niet verbrand worden? Zal iemand op kolen gaan, dat zijn voeten niet branden?’ Met nogmaals het beeld van vuur voor ogen: als de seksuele activiteit buiten de huwelijkssituatie en -relatie plaats vindt, zullen we branden.

Het volgende lijkt hoogst onnodig, maar in onze moderne samenleving  is het noodzakelijk dat we  blijvend in gedachten houden wat overduidelijk is: het huwelijk is een verbondsrelatie tussen één man en één vrouw. God beveelt een man om zijn vrouw aan te kleven en tot één vlees te zijn. Genesis 1:28 beveelt ons vruchtbaar te zijn en ons te vermenigvuldigen. Deze daad omvat de éénwording  van een man en een vrouw zoals elk biologieboek ons leert. Voor een brandende lamp heb ik een lamp en een fitting nodig. Voor een huwelijk hebben we een man en een vrouw nodig. Dat moge ons allen duidelijk zijn wanneer we steeds weer geconfronteerd worden met de leerstellige en praktische dwaling op dit gebied. Laten we vanaf dit punt de Schrift doorzoeken  naar de grenzen die onze Wetgever specifieker heeft aangegeven rond onze seksuele driften. Ik zal de belangrijkste met u bespreken. 

Elke seksuele activiteit tussen ongehuwde mensen is verboden. Soms wordt dit ontucht genoemd. Ik zal u een voorbeeld geven. In 1 Thessalonicenzen 4:3-7 waarschuwt en vermaant God ons dat we met ons lichaam heilig en zorgvuldig moeten omgaan en ons moeten onthouden van seksuele uitspattingen. Hij waarschuwt voor seksuele activiteit buiten het huwelijk, en God waarschuwt voor het uitleven van de zonde van ongeremde harstochten. En dan voegt Hij juist deze waarschuwing hieraan toe. Hij zegt: ‘Dat niemand zijn broeder vertrede, noch bedriege in zijn handeling’. In deze context gaat het om seksuele zaken. Waarom? ‘Want de Heere is een Wreker over dit alles, gelijk wij u ook te voren gezegd en betuigd hebben’. Hoe wreekt God Zich? Nou vrienden, soms gewoon door storende herinneringen,  die de schoonheid van een toekomstig huwelijk schaden. Bescherm het kostbare geschenk van het huwelijk door binnen de door God gegeven grenzen te blijven als je ongehuwd en alleenstaand bent.

Ten tweede is elke seksuele activiteit tussen getrouwde mensen met anderen die niet getrouwd of getrouwd zijn, behalve je echtgenoot, verboden. De Schrift noemt dat overspel. Deze zonde van ontrouw aan de man of vrouw aan wie je jezelf in het huwelijk hebt gegeven, is één van de meest destructieve daden tegen de schoonheid van het huwelijk. In de periode van mijn pastoraat ben ik veel van dit soort zaken tegengekomen en heb ik bijna nooit gezien dat de door overspel verbroken huwelijken konden worden hersteld tot wat het vroeger was of wat het hoorde te zijn. Daarom staat God de echtgenoot tegen wie overspel is gepleegd dus toe om te scheiden van de echtgenoot die overspel heeft gepleegd. Hij staat het toe. Hij beveelt het niet, maar Hij weet hoe rampzalig deze daad van overspel is voor de reinheid van het huwelijk en het zich welbevinden in het huwelijksleven. Trouwen met een overspelige die onbijbels gescheiden is van zijn of haar echtgenoot is duidelijk ook verboden door de Heere. Dat kun je lezen in Mattheüs 5:31-32 en Mattheüs 19:9. Al deze geboden van de Heiland onderstrepen keer op keer de ernst van de zonde van overspel.

In de derde plaats wordt elke vorm van seksuele activiteit tussen familieleden verboden. In Leviticus 18 lees je verschillende concrete voorbeelden van seksuele relaties tussen familieleden. Dit wordt incest genoemd. Gods wil komt door het hele hoofdstuk heen duidelijk naar voren als Hij zegt: ‘Niemand zal tot enige nabestaande zijns vleses naderen, om de schaamte te ontdekken; Ik ben de HEERE’ (vers 6). Het ontdekken van schaamte omvat elke vorm van seksuele activiteit tussen familieleden, van de meest subtiele, seksueel getinte aanraking, tot geslachtsgemeenschap. God verbiedt het. Als er sprake is van seksuele activiteit tussen volwassenen en kinderen of tieners, wordt dit kindermisbruik genoemd. In de meeste landen wordt dit om gegronde redenen beschouwd als een strafbaar feit. Niets is namelijk zo ontwrichtend voor een kind of jongere als seksueel misbruikt te worden door een volwassene. Bovendien wil God deze bloem, de bijzondere gave van seksualiteit, beschermen. Daarom stelt Hij deze grenzen. Laten we allen deze grenzen eerbiedigen.

Als we weer teruggaan naar Mattheüs 5:27-28, naar Jezus’ onderwijs op de berg, valt op dat de zonde tegen het zevende gebod veel verder gaat dan de daden die we tot nu toe genoemd hebben. Laten we luisteren naar Jezus’ woorden: ‘Maar Ik zeg u’, met betrekking tot het zevende gebod, ‘dat zo wie een vrouw aanziet om dezelve te begeren, die heeft alrede overspel in zijn hart met haar gedaan’ (vers 26). Jezus verwijst hier opnieuw naar de zondige hartstochten die voorafgaan aan overspel. Vraag 109 van de Heidelbergse Catechismus vat dit mooi samen. Het antwoord gaat in op de vraag of God in dit gebod niet meer verbiedt dan echtbreken en dergelijke schandelijkheden. ‘Dewijl ons lichaam en ziel tempelen des Heiligen Geestes zijn, zo wil Hij, dat wij ze beide zuiver en heilig bewaren; daarom verbiedt Hij alle onkuise daden, gebaren, woorden, gedachten, lusten, en wat den mens daartoe trekken kan’.

Mag ik dan ook even zowel de mannen als de vrouwen onder ons aanspreken? Luister eens naar het laatste zinsdeel: ‘en wat den mens daartoe trekken kan’, oftewel, alles wat mannen en vrouwen tot zo’n daad of seksuele lust kan verleiden in een verkeerde context. Vrouwen, de manier waarop we ons kleden kan seksuele gedachten en verlangens bij mannen opwekken. Onze kleding kan door satan gebruikt worden om gewone, normaal-functionerende, door God geschapen mannen op een dwaalspoor te brengen. Ik ga ervan uit dat veel meisjes en vrouwen dit uit onwetendheid doen, maar ze mogen niet onwetend zijn. Door de manier waarop wij ons kleden, of eerder: onbedekt laten, dan wel uitdagend kleden, worden we voor normale mannen een bron van verleiding. Dat betekent niet dat we als mannen geen verantwoordelijkheid hebben in de manier waarop we met onze gedachten omgaan. Dat is iets tussen God en ons, maar tegelijkertijd heb je als vrouw de plicht om verantwoord te handelen en je verantwoord te kleden.

Hoewel we doorgaans Jezus’ onderwijs vooral op mannen toepassen, is het natuurlijk voor vrouwen evengoed verkeerd om emotionele en fysieke liefde van iemand anders dan hun eigen man te begeren. Anderzijds verleiden ook veel mannen andere vrouwen tot zonden tegen het zevende gebod. Hoe doen we dit dan als mannen? Door andere vrouwen dan onze eigen echtgenote ongepaste emotionele of fysieke aandacht te geven. Paulus schrijft in 1 Korinthe 7:1: ‘Het is een mens goed geen vrouw aan te raken’. In het Grieks betekent het woord aanraken ook wel het ontsteken van een vuur. We weten waardoor het vuur in mannen ontstoken wordt: door de oogpoort. Maar wat ontsteekt het vuur in vrouwen? Dit gebeurt door de gevoelspoort. Daarom moeten we als mannen bijzonder voorzichtig zijn in onze omgang met vrouwen om ons heen. We ontsteken ongeoorloofde vuren die kunnen leiden tot overspel door andere vrouwen een luisterend oor te bieden; emotionele, persoonlijke, of financiële steun te geven; of door hen zelfs subtiel aan te raken. Laten we daarom ook in dat opzicht waakzaam zijn, zodat we geen seksuele begeertes aanwakkeren in vrouwen die niet de onze zijn.

Vrienden, dit onderwijs van de Heere Jezus heeft ook betrekking op de zonden van pornografie in films en afbeeldingen. Het begeren en masturberen dat plaatsvindt in verband met pornografie is een vreselijk vernietigende zonde, voor jezelf en voor de relatie met je huidige partner of zelfs met die van je toekomstige echtgenote. God maakt ons deelgenoot van Zijn bezorgdheid over de in seksueel opzicht kwetsbare persoon binnenin ons, door ons te willen beschermen tegen het kwaad van pornografie. Pornografie verontreinigt niet alleen de geest en het lichaam, maar maakt ook seksueel misbruik van meisjes en vrouwen, en buit ze uit alsof ze speelgoed in plaats van mensen zijn.

Het kijken van pornografie zal bovendien je toekomstige huwelijk moeilijk maken, omdat het een verwoestend spoor achterlaat in iemands geest met vuile herinneringen en onrealistische verwachtingen die de schoonheid van een toekomstige intimiteit in het huwelijk zullen verwoesten. En natuurlijk zal het ook je huidige huwelijk verwoesten. Vrouwen die ontdekken dat hun man bezig is met pornografie, voelen precies hetzelfde verraad als wanneer zij hun echtgenoot met een andere vrouw betrappen.

Laat ik afronden. Gods bedoeling met deze zo duidelijke grens rond seksuele hartstochten is om zuiver en heilig te blijven. Vrienden, het is om iets te beschermen dat zo mooi en teer is. Als een kind opgroeit, is hij als een bloemknop waarin de seksualiteit gaat ontwikkelen tot een prachtige bloem. Iedereen die aan deze kleine bloemknop zit, vernietigt de toekomst van deze bloem, en dit kan nooit meer ongedaan gemaakt worden als we deze bloemknop te vroeg openmaken. Zij die kinderen en jongeren seksueel misbruiken, zullen voor altijd een stempel op hen drukken en hun seksuele ontwikkeling beschadigen. God kent de vernietigende kracht van dergelijke acties. God weet hoeveel mensen de prostitutie of homoseksuele relaties in worden gedreven om te kunnen ontsnappen aan de pijn en de vernedering die hun door seksueel misbruik is aangedaan. God kent de biologische voetafdruk die pornografie in iemands geest veroorzaakt. Hij wil ons beschermen. God weet dat, wanneer een derde persoon een huwelijksrelatie binnendringt, het huwelijksleven nooit meer hetzelfde zal zijn. God weet ook hoe sterk de kracht van de seksualiteit is waarmee Hij ons heeft geschapen en daarom waarschuwt hij ons herhaaldelijk in het boek Hooglied van Salomo: ‘Ik bezweer u, gij dochteren van Jeruzalem’, de ongehuwden, ‘dat gij de liefde niet opwekt, noch wakker maakt, totdat het dezelve luste’, of totdat het de juiste tijd is om dit vuur van de seksuele hartstocht te doen ontwaken. Spreuken 7:24: ‘Nu dan, kinderen, hoort naar mij, en luistert naar de redenen mijns monds. Laat uw hart tot haar wegen niet wijken, dwaal niet op haar paden. Want zij heeft vele gewonden nedergeveld, en al haar gedoden zijn machtig vele. Haar huis zijn wegen des grafs, dalende naar de binnenkameren des doods’.

Voel, zie, en ervaar je nu niet opnieuw Gods zorgzame liefde door het stevige hek dat Hij plaatst om dat wat zo persoonlijk, zo kwetsbaar en zo mooi is? En dat is de gave van de seksualiteit die beleefd en ervaren wordt in het huwelijksleven. En steeds weer, vrienden, wil ik jullie eraan herinneren dat de Wetgever een God is van toegewijde liefde, die ernaar streeft uw en jouw leven zo mooi en heilig mogelijk te maken. En dat zal alleen zo zijn wanneer we blijven op de weg die leidt naar veiligheid en geluk. Moge God dit onderwijs over het zevende gebod aan ons allemaal zegenen.

Dank u wel.

Ds. A. Th. Vergunst

Gerelateerde artikelen

gender

Recensie: Sprookjesboek

René Erwich, hoogleraar praktische theologie, en Almatine Leene, predikant in de GKv, vatten een paar jaar geleden het plan op om de kerken te dienen bij het nadenken over gender

Lees verder
gender

Recensie: Vuur dat nooit dooft

In juni 2022 werd het boek ‘Vuur dat nooit dooft’ van de theologen René Erwich en Almatine Leene gepubliceerd. Dit boek deed in de reformatorische kring nogal wat stof opwaaien.

Lees verder