Het front ligt breder – zonde is geestelijke strijd

harnas

In dit artikel beschrijft David Powlison hoe seksuele zonden een diepere oorzaak hebben. Om tegen seksuele zonden te strijden, zul je dus ook moeten zoeken naar de diepere oorzaken.

DEEL 1

Beschouw onze strijd met de zonde en het lijden eens op de volgende manier. Stel je jouw ziel eens voor als een huis met veel kamers. In elke kamer speelt een ander thema. Immoraliteit of wetsovertreding zou het hoofdthema kunnen zijn, die de grootste kamer van je hart vult. Maar in de andere kamers spelen andere belangrijke thema’s: De oorlog tegen de zonde, de ervaring van beproeving en de triomf van de genade gebeuren op vele plaatsen tegelijk.

Als je iemand helpt die worstelt met seksuele duisternis, kan de doorbraak komen in een andere kamer van het hart, op een gebied dat geen van jullie beiden had opgemerkt of het verband ermee had gezien. Het opnieuw begrijpen van Gods diepe bedoelingen met het lijden kan het verhaal van iemands leven aanzienlijk herschrijven. Een doorbraak – die te maken had met boosheid, of trots, of angst, of luiheid – kan golfeffecten hebben die uiteindelijk helpen om de grote boeman te ontwapenen die alle aandacht en oprechte bezorgdheid heeft opgeëist.

Het is heel belangrijk om het strijdfront te verbreden en ons niet door de opvallende misstanden te laten afleiden van het geheel. De volgende casus laat zien hoe de seksuele zonde kan en moet worden geplaatst binnen een breder kader.

Alles geprobeerd

Tom is een alleenstaande man van vijfendertig jaar oud. Misschien kun je de rest van zijn verhaal invullen, want zijn patroon is zo typerend! Hij kwam tot Christus met een oprechte geloofsbelijdenis toen hij vijftien jaar was. Ongeveer tegelijkertijd begon een strijd met seksuele lusten die twintig jaar duurde. Af en toe kijkt hij pornografie en masturbeert hij. Hierover is Tom diep ontmoedigd. Door de jaren heen heeft hij veel hoogtepunten van “overwinning” en evenzoveel dieptepunten van “nederlaag” meegemaakt.

Tom zocht hulp bij mij omdat ik zijn ouderling was en leider van een kleine groep. Hij was ontmoedigd door zijn recente mislukkingen, en door de recente terugval in een schijnbaar eindeloze cyclus. In de loop der jaren had hij “alle goede dingen“, de standaardantwoorden en technieken, geprobeerd. Hij had geprobeerd zijn verantwoordelijkheid te nemen – oprecht. Het hielp enigszins, maar niet echt. Hij begon dan steeds sterk, maar gleed daarna af. Op een gegeven moment hielp het niet meer om anderen te vertellen dat je weer eens gefaald had, of van hen medeleven of een aansporing te krijgen. Tom had Bijbelgedeelten uit zijn hoofd geleerd en worstelde om de waarheid toe te passen in momenten van strijd. Het hielp vaak, maar op momenten dat hij het niet meer zag zitten, wanneer hij hulp het meest nodig had, vergat hij telkens weer alles wat hij wist. Seks vulde dan zijn geest en de Bijbel verdween uit het zicht. Andere keren schoof hij de waarheid gewoon terzijde in een opstandige daad van “Wat maakt het uit?”. Dan voelde hij zich altijd ellendig; zo’n ogenblik dat zijn geweten verblind werd duurde maar een half uur.

Hij had gebeden en bleef dat doen. Hij vastte. Hij probeerde zichzelf te beheersen. Hij plande constructieve dingen als vulling voor zijn tijd, samen met en voor anderen. Hij was betrokken geraakt bij de hulp aan tieners. Hij probeerde dingen te doen die niet in de Bijbel staan: zware oefeningen, koude douches, diëten. Gedurende korte tijd gebruikte hij zelfs het advies van een zelfhulpboek, waarbij hij probeerde masturbatie te zien als “normaal, iets wat iedereen doet, dus geef er maar aan toe“. Zijn geweten kon echter nooit heen om de woorden van Jezus in Mattheus 5:28 over het plegen van overspel in je hart.

Tom had het allemaal geprobeerd. De meeste dingen (behalve het gevecht opgeven) hielpen een beetje. Maar uiteindelijk was het succes altijd vlekkerig en broos. Tom had geen beter inzicht gekregen in zijn hart en in de innerlijke werking van zonde en genade. Twintig jaar lang was het “Zondigen is slecht. Doe het niet. Tel gewoon tot tien om je te helpen niet te zondigen.” Zijn hele christelijke leven was ingericht en opgebouwd rond deze worsteling met incidentele seksuele zonde.

Zijn patroon was als volgt. Perioden van betrekkelijke reinheid konden dagen, weken of zelfs wel een paar maanden duren. Hij mat zijn succes af aan de hand van “Hoe lang is het geleden dat ik voor het laatst in deze zonde viel?” Hoe langer hij het volhield, hoe meer hoop hij kreeg: “Misschien heb ik nu eindelijk de kracht van mijn boezemzonde gebroken.” Dan viel hij weer. Hij strompelde door tijden van nederlaag terug naar dezelfde oude varkensstal. “Ben ik wel een christen? Waarom zou ik me druk maken? Wat heeft het voor zin? Er is nooit iets dat werkt.” Hij werd geplaagd door schuldgevoelens, ontmoediging, wanhoop en schaamte. Soms greep Tom zelfs naar pornografie om de ellende van zijn schuldgevoel over het gebruik van pornografie te verdoven. Hij smeekte God keer op keer om vergeving, zonder enige verlichting of vreugde. Dan, om onverklaarbare redenen, veranderde de situatie ten goede. Hij raakte gemotiveerd om weer te vechten. In zo’n periode belde hij me op. Hij wilde echt voor altijd van zijn zonde bevrijd worden.

Hoe zou ik Tom kunnen helpen? Ik was wat terughoudend om hem gewoon meer van dezelfde dingen te geven die hij al tientallen keren had geprobeerd en waar hij niets aan had gehad. Ik wilde hem niet zomaar een peptalk geven en het Bijbelgedeelte voorhouden om hem aan te sporen om in de loopbaan te lopen, zijn lendenen op te schorten, en hem telefoongesprekken aan te bieden waarin hij verantwoording kon afleggen. Wat miste hij?

Wat gebeurde er in de andere kamers van zijn leven? Waren er motieven en patronen die wij beiden nog niet zagen? Wat gebeurde er in de dagen of uren voordat hij struikelde? Hoe gedroeg of misdroeg hij zich tijdens de dagen en weken na een terugval? Waarom leek zijn hele benadering van het leven op een ingewikkeld systeem om moreel falen te beheersen? Waarom leek zijn benadering van het christelijke leven zo ontmenselijkt en onpersoonlijk? Het scheen dat hij voor zijn christen-zijn van alles moest doen, een heleboel serieuze inspanning tot zelfverbetering. Waarom leek het dat zijn verzameling waarheden en technieken de kwaliteit van zijn relatie met God en mensen nooit verbeterde en deze nooit verwarmde en versterkte? Is de kern van het christelijke leven werkelijk een eindeloze cyclus van “Ik zondig. Ik zondig niet. Ik zondig. Ik zondig niet. Ik zondig”? Wat misten we dan?

“Mijn woede-uitbarsting tegen God”

Ik vroeg Tom om iets eenvoudigs te doen, in een poging een beter beeld te krijgen van zijn leven in het algemeen: “Zou je een logboek willen bijhouden van wanneer je in de verleiding komt?” Ik wilde weten wat er gebeurde als hij het moeilijk had. Wanneer was dat? Waar? Wat was er dan net gebeurd? Waar was hij dan mee bezig Wat voelde hij? Wat dacht hij? Als hij zich verzette, hoe deed hij dat dan? Als hij viel, hoe reageerde hij dan daarna? Was er nog iets anders dat verband hield met seksuele verleidingen?

DEEL 2

Door alle ups en downs heen, behield Tom een ontwapenend gevoel voor humor. Hij lachte tegen me en zei: “Ik hoef geen logboek bij te houden. Ik weet het antwoord toch al. Ik val alleen maar in de zonde (op seksueel gebied) op vrijdag- of zaterdagavond, meestal op vrijdag, omdat de zaterdag net aan de zondag voorafgaat.”

Als je ook maar enkele genen van pastorale zorg in je lichaam hebt, lichten je ogen op bij zo’n antwoord. Patronen die steeds terugkomen blijken buitengewoon veelzeggend te zijn als je ze nader onderzoekt. Ik vroeg: “Waarom komt de seksuele zonde steeds vooral op vrijdagavond? Wat gebeurt er dan?” Hij zei: “Ik ga me bezighouden met pornografie als mijn woedeaanval op God.”

Niet te geloven! Kijk eens wat we net ontdekt hebben: er speelde een ander thema in een andere kamer van zijn hart. Plotseling waren we niet meer bezig met enkele soorten van slecht gedrag: naar pornografie kijken en masturberen. Maar het ging over boosheid tegen God die deze soorten van gedrag veroorzaakte. Waar ging dat over?

Een doorbraak – die te maken had met boosheid, trots, angst, of luiheid – kan golfeffecten hebben die uiteindelijk helpen om de grote boeman te ontwapenen die alle aandacht en oprechte bezorgdheid heeft opgeëist.

Tom vervolgde zijn verhaal en gaf een vollediger beeld: “Ik kom thuis van mijn werk op vrijdagavond en ga naar mijn appartement. Ik ben helemaal alleen. Ik stel me zo voor dat al mijn ongetrouwde vrienden een afspraakje met iemand hebben en mijn getrouwde vrienden brengen de tijd door met hun vrouw. Maar ik zit moederziel alleen in mijn appartement. Ik bouw een flinke dosis zelfmedelijden op. Dan denk ik om een uur of negen of tien: ‘Je hebt vandaag een verzetje verdiend’ – ik hoor zelfs de jingle van de McDonalds in mijn hoofd en dan beginnen de seksuele begeerten echt, heel echt fijn te lijken. ‘God heeft je bedrogen. Had ik maar een vriendin of een vrouw. Ik kan mijn gevoel niet uitstaan. Waarom heb ik niet eens een poosje een fijn gevoel? Wat doet het er ook toe?’ Dan neem ik een duik in de zonde.”

Verbazingwekkend hè. Pornografie en masturberen hadden alle aandacht opgeëist, alle schuld opgewekt, hadden het ogenblik en de daad van het “vallen” bepaald. Laten we dat kamer 1 noemen. Maar we hoorden ook van boosheid tegen God die eraan voorafging en de seksuele zonde legitiem maakte: kamer 2. We hoorden van uren van zelfmedelijden, mopperen en jaloerse fantasieën over zijn vrienden en collega’s: kamer 3. We hebben Tom de oorspronkelijke begeerte horen noemen die leidde tot zelfmedelijden, tot boosheid tegen God en tenslotte tot seksuele wellust: “God is me een vrouw schuldig. Ik heb een vrouw nodig, ik wil, ik eis een vrouw om me lief te hebben.” Dat speelde in kamer 4. Het thema van deze kamer leek totaal geen probleem. Het was een klassieke niet-seksuele lust van het vlees die Tom nooit als problematisch had beschouwd. Eigenlijk was het naar zijn idee zo ongeveer een belofte van God: “Psalm 37:4: ‘Verlustig u in de Heere, zo zal Hij u geven de begeerten uws harten.’ Als ik mijn deel doe, moet God Zijn deel ook doen en me een vrouw geven.”

Terwijl Tom en ik bleven praten, kwam ik er achter waarom God verschuldigd was hem een vrouw te geven: “Ik heb geprobeerd al de juiste dingen te doen. Ik heb hem gediend. Ik heb geprobeerd mijn verantwoordelijkheid te nemen. Ik heb stukken van de Bijbel uit mijn hoofd geleerd. Ik heb geprobeerd een goed christen te zijn. Ik evangeliseer. Ik getuig, ik geef geld aan de kerk. … Maar God heeft me niet geantwoord.” Met andere woorden: ‘de juiste antwoorden om de zonde te bestrijden zijn ook de hefbomen om “lekkernijen” van God los te wrikken’. De woorden van Tom lijken griezelig veel op die van de eigengerechtige klacht van de oudste broer in de gelijkenis van de verloren zoon: “Ik ben goed, daarom is God me verschuldigd de ‘lekkernijen’ te geven die ik wil hebben. Boosheid om wat God doet, werkt net als elke andere zondige boosheid: “U geeft me niet wat ik wil, verwacht, nodig heb, en vraag.” Deze dodelijk gebrekkige, trotse “bovenkant” van de klassieke wettische constructie was te vinden in kamer 5. En waarom zat Tom dagen en weken na zijn val te kniezen in een vernietigende depressie in plaats van de levende weldaden van God te zoeken die elke morgen nieuw zijn? Dat is de zelf straffende, wanhopende “onderkant” van de wettische conceptie: “Ik ben slecht, daarom geeft God me de ‘lekkernijen’ niet.” In kamer 6 leven thema’s als zelfbestraffing, zelfverzoening, boetedoening en zelfhaat.

Men hoeft niet veel theologische kennis te bezitten om te zien hoe al deze verdraaiingen van de relatie tussen Tom en God verschillende vormen van fundamenteel ongeloof uitdrukken. Zij onderdrukken de levende kennis van de ware God. Zij scheppen een wereld voor iemand zelf waarin de echte aanwezigheid, waarheid en doeleinden van God ontbreken. Ongeloof is niet zomaar een  vacuüm; de wereld vult zich veeleer met verleidende, overtuigende verzinsels. In kamer 7 leeft het ongeloof die door de wereld met leugens aangeblazen en gevuld werd.

In feite kwamen we er ook achter waarom Tom, juist toen zo graag mijn raad en advies wilde horen. Waarom wilde hij de overwinning behalen op zijn wellust probleem, door opnieuw te proberen, de draak van de wellust voorgoed te verslaan? Hij had zijn oog laten vallen op een aantrekkelijke jonge dame die nog maar pas bij ons in de kerk kwam. En dat maakte zijn motivatie om te vechten weer wakker. Als de lust maar wilde verdwijnen dan zou God hem verplicht zijn en zou Tom misschien de vrouw van zijn dromen krijgen. Zelfs zijn agenda om pastorale raad te vragen speelde een beetje mee in het grotere gevecht: kamer 8!

Een breder front, grotere vooruitgang

Kijk eens hoe ver we Toms probleem in een half uur al ontrafeld hebben. De “val” van Tom om half tien ’s avonds, afgelopen vrijdag was niet waar zijn val begon. Het was zelfs niet zijn meest verschrikkelijke val. Mijn werk om Tom in zijn discipelschap naar Jezus te helpen was niet eenvoudig een kwestie van het geven van tips en waarheden die hem zouden kunnen helpen om “moreel zuiver” te blijven op de daaropvolgende vrijdagen. Hulpverlening moest gaan over het opnieuw op de rails zetten van Toms hele leven. “Zielen genezen,” dat is het werk van een dominee.

U kan zien waarom we het oorlogsfront moeten verbreden om zielen te genezen. Tom concentreerde al zijn aandacht op de zonde van kamer 1 die sporadisch aan de oppervlakte kwam en al zijn schuldgevoelens bepaalde en activeerde. Maar dat versmallen van de aandacht diende om veel ernstiger, alomtegenwoordige zonden te maskeren. Als dominee, vriend of andere hulpverlener, wil je niet al je energie concentreren op dezelfde plaats als Tom. Er waren andere, diepere mogelijkheden voor genade en waarheid om het verhaal van het leven van deze man te herschrijven. Tom had zijn hele relatie met God veranderd in ondeugdelijk steigerwerk. Eigengerechtigheid (“eindelijk de overwinning behaald:”) zou hem de “lekkernijen” geven die hij werkelijk uit het leven wilde halen. Hoewel Tom een Bijbelse theologie beleed, reduceerde Hij God in de dagelijkse praktijk tot “een boodschappenjongen om zijn zwervende begeerten tevreden te stellen” zoals Bob Dylan het heeft verwoord).

Tom en ik hebben het vuur van de waarheid en de genade bij de steiger gehouden en zijn geloof opnieuw opgebouwd. Verbazingwekkende veranderingen begonnen door zijn leven te stromen. We hebben verzoekingen om seksuele zonden te doen niet genegeerd. Maar veel andere dingen die hij voor die tijd nooit had opgemerkt werden uiterst belangrijk. We praatten veel meer over zelfmedelijden en mopperen als zonden die “vroegtijdig waarschuwen”, over hoe de begeerte naar een vrouw een onbedwingbare zinnelijke begeerte wordt, over hoe het concept van eigengerechtigheid valt voor de dynamiek van de genade. Verzoekingen om seksuele zonde te doen, veranderden sterk. Ze werden niet totaal uitgebannen, maar de aard van de strijd veranderde radicaal. De betekenis van de liefde van Jezus Christus verdween van de kaarten. De lichten van de preciezere en veelomvattende zelfkennis kwamen erop. Degene die steeds rondjes liep, wat aanmodderde in het midden, begon zich nu op te richten en te bewegen in de juiste richting. We genoten van een snelle groeiperiode.

Iemand helpen die twintig jaar geworsteld heeft met exact hetzelfde probleem is moed benemend en heel dikwijls een recept voor nutteloosheid. Iemand helpen die een gevecht begint met een stuk of vijf-zes vijanden die eerder onzichtbaar waren is buitengewoon bemoedigend! Het uitbreiden van het gevecht diende om de betekenis van de Zaligmaker, Die Tom op elk strijdfront ontmoette, te verdiepen en te vergroten.


David Powlison, (1949-2019) in leven leraar, studentendecaan en lid van de raad van bestuur van de Christian Counseling and Educational Foundation: https://www.ccef.org/a-special-note-from-david-powlison/

Het boek Making All Things New, van David Powlison, biedt hoop te midden van seksuele gebrokenheid: de genade en barmhartigheid van Jezus, die echt, blijvend geluk bieden, zowel aan seksueel immorele mensen als aan slachtoffers op seksueel terrein. 

Gerelateerde artikelen