Seksualiteit en christendom lijken niet goed samen te gaan, in de publieke opinie althans. Een zeer welkom boek over het belang van het christelijk geloof voor de vorming van onze westerse cultuur, benadrukt de vele zegeningen van dat geloof voor onze wereld, inclusief het denken over seksualiteit. Maar in het belangrijke hoofdstuk over seks schieten de auteurs helaas ook uit de bocht en wijken zij zelf af van de traditie die zij verdedigen.
Officieel heet het een talking piece. Een boek dat bij verschijnen zo’n schot in de roos blijkt te zijn dat het niet alleen goed verkoopt, maar ook aanleiding geeft tot veel discussie. Een boek is dan meer dan zomaar een boek maar groeit uit tot een heus evenement. Het boek van Stefan Paas, Beatrice de Graaf en David Boogerd over de christelijke wortels van de westerse cultuur (De Ongelooflijke Geschiedenis: hoe het christendom onze cultuur vormde) is nog geen drie weken geleden gepresenteerd, maar is al aan zijn vierde druk toe. Sinds deze week staat het bovenaan de ‘Bestseller 60’ – boven de nieuwe romans van gevierde Nederlandse schrijvers en zelfs boven een boek over een populaire voetbalpodcast. De auteurs hebben hun verhaal inmiddels mogen doen bij Buitenhof en er zijn al vele interviews en recensies verschenen.
De auteurs (een theoloog, een historica en een journalist) zijn weliswaar bekend van de succesvolle EO-podcast De Ongelooflijke, maar het onderwerp van hun boek staat niet bij voorbaat garant voor een bestseller: het gaat over het christendom en over de invloed die het christelijke geloof heeft uitgeoefend op de vorming van onze cultuur. Het boek is weliswaar uitgegeven door het gerenommeerde uitgevershuis Prometheus, maar is niet in hippe locaties als De Balie of de Rode Hoed ten doop gehouden, maar in een theologisch instituut aan een Utrechtse gracht.
Succesvol
Er zijn verschillende redenen te bedenken waarom het boek zo’n succes is: het verschijnt in een tijd waarin belangstelling voor het christendom weer mag, het is heel toegankelijk geschreven en is niet-apologetisch. Niet-apologetisch in de zin dat geen poging wordt gedaan om recht te praten wat krom was. Het verdoezelt de zwarte bladzijden in het boek van de geschiedenis van het christendom niet. Maar de auteurs willen tegelijkertijd laten zien dat hiermee niet alles is gezegd. In de domeinen van macht, gelijkwaardigheid, natuur, geld en oorlog heeft het christelijk geloof belangrijke waarden en inzichten aangereikt. Die zijn inmiddels vaak zo vanzelfsprekend, dat we ons van hun christelijke oorsprong vaak helemaal niet meer bewust zijn. Tot onze schade, concluderen de schrijvers. ‘Een cultuur die nog iets wil bewaren van menselijke waardigheid, zorg voor de zwakken en wantrouwen tegenover absolute macht, kan niet eindeloos teren op herinneringen alleen’, schrijven Paas, De Graaf en Boogerd. ‘Zulke overtuigingen blijven alleen levend waar ze gevoed worden: door verhalen, door gewoonten, door gemeenschappen waarin ze telkens opnieuw worden geoefend.’
Dat lijkt mij helemaal juist en het is zeer toe te juichen dat er een boek is verschenen waarin de positieve kant van ons christelijke verleden wordt belicht en lezers worden uitgedaagd zich hiervan rekenschap te geven.
Christendom en seksualiteit
Behalve hoofdstukken over de al genoemde thema’s bevat het boek ook een hoofdstuk over seks. Seks en christendom lijken niet goed samen te gaan, in de publieke opinie althans. Christendom staat voor ongelijkheid, voor de onderdrukking van de vrouw en ‘andersgeaarden’, voor hypocrisie. Maar volgens de auteurs heeft het christendom juist in onze seksuele moraal de ‘meest radicale veranderingen in onze westerse cultuur teweeggebracht’.
Het christendom ontstond en kwam tot bloei in de wereld van het Romeinse Rijk. Die wereld kenmerkte zich onder andere door een zeer vrije seksuele moraal. Wie wel eens Pompeï heeft bezocht, herinnert zich de vele lupinars (bordelen; het woord is afgeleid van ‘lupa’, wolvin, een scheldwoord voor een prostituee) die er waren met de vele expliciet erotische afbeeldingen. Ook waren er de al even seksueel expliciete bordjes langs de kant van de weg die de richting naar deze plaatsen wijzen. Mensen werden beschouwd als het eigendom van anderen. Vooral vrije, welgestelde mannen konden hun gang gaan. ‘Grijp uw dienstmeisje wanneer u wilt; het is uw recht’, zo luidt een bewaard gebleven tekst in Pompeï.
Tegen deze dubbele moraal en kleinering van de vrouw verzetten zich christelijke theologen als Johannes Chrysostomos, in het verlengde van de wederzijdsheid uit Paulus’ brief aan de Korinthiërs (1 Kor.7:4). En ook mannen dienen net als hun vrouwen het huwelijk als maagd te betreden en mogen hun vrouwen niet vernederen door seksuele omgang met prostituees, andere vrouwen of slaven. Ook in wetgeving werd het seksuele leven geordend, want alle losbandigheid (porneia) was een symbool van een onderliggende, geestelijke ziekte van de samenleving (eidolatria).
Moesten christenen het ‘homohuwelijk’ niet juist instellen?
Maar deze positieve zaken hadden volgens de auteurs ook een keerzijde. Homoseksualiteit (als de meest eerloze hartstocht, volgens Chrysostomos) was verboden en werd streng bestraft. Daar spreken de auteurs hun treurnis over uit. Het woord ‘homoseksualiteit’ bestond echter destijds in die hoedanigheid nog niet. Seksualiteit ging over wat mensen dóen – op geordende wijze, als het goed is, want seksualiteit is een oerkracht die moet worden begrensd – niet over wie zij zijn. Het was geen identiteit.
Deze lijn volgen Paas, De Graaf en Boogerd niet. Met een beroep op de Weense psychiater Richard von Krafft-Ebbing (1840-1902), de man die de woorden ‘homo’- en ‘heteroseksualiteit’ muntte, zien zij homoseksualiteit als iets dat aangeboren is, als ‘een van de manieren waarop menselijke seksualiteit zich aandient’. Er is dus niets tegennatuurlijks aan.
En dan volgt de volgende stap: als homoseksualiteit een identiteit is, een geaardheid, een identiteit, iets ‘waar men zelf niet veel aan kan doen’, kan ook deze liefde dan niet in een huwelijk worden geordend? Je zou zo’n homohuwelijk, betogen de auteurs, kunnen zien als de inpoldering van homoseksualiteit, ‘als de consequentie (…) van de oerchristelijke visie op het huwelijk als een genadige instelling van God die veiligheid, trouw en gelijkwaardigheid biedt in het roerige en potentieel gewelddadige machtsspel dat onze seksualiteit vaak is’.
Het is voorzichtig geformuleerd: je kúnt het zo zien. Niet alle christenen delen deze gedachtegang die uit de visie van Krafft-Ebing voortvloeit.
Reactie op deze stelling
Tot die christenen behoor ik zelf ook. Tegenover de auteurs denk ik in de eerste plaats dat zij het woord ‘natuurlijk’ niet goed hanteren. Als Paulus homoseksualiteit ‘tegennatuurlijk’ noemt, dan komt dit omdat bij Paulus, volgens de auteurs, alleen seksuele acties die tot zwangerschap konden leiden ‘natuurlijk’ mochten heten. Maar het komt mij voor dat ‘natuur’ bij Paulus een veel bredere betekenis heeft. Het verwijst naar een natuurlijke, met de schepping gegeven orde, die ontologisch en moreel van aard is. Hierbinnen is het huwelijk gedefinieerd (door God Zelf) als een verbond tussen man en vrouw, waarbinnen het gevaarlijke goedje van de seksualiteit een (hopelijk!) veilige bedding vindt.
Het blijft beter om homoseksualiteit niet als een ‘geaardheid’ te definiëren maar als een gerichtheid, niet als een aangeboren identiteit maar als een krasje dat door omstandigheden en de slechting van taboes tot homoseksualiteit kan uitgroeien. Mensen met een homoseksuele gerichtheid verdienen geen enkele verachting of veroordeling, maar liefde en hulp om celibatair te leven. Dit is niet iets waar we op een bepaalde manier over kúnnen denken, maar dit is de manier van denken die de Bijbel als het Woord van God ons voorschrijft.
Hoe blij we dus ook mogen zijn met het boek dat Stefan Paas, Beatrice de Graaf en David Boogerd hebben geschreven – als een ontmaskering van veel moderne vooroordelen over het christelijk geloof – op dit punt wijken zij zelf nadrukkelijk van de christelijke traditie af – en zij weten het – en dat dient zeker ook te worden benoemd.
De Ongelooflijke Geschiedenis: Hoe het christendom onze cultuur vormde
Seksualiteit en christendom lijken niet goed samen te gaan, in de publieke opinie althans. Een zeer welkom boek over het belang van het christelijk geloof voor de vorming van onze westerse cultuur, benadrukt de vele zegeningen van dat geloof voor onze wereld, inclusief het denken over seksualiteit. Maar in het belangrijke hoofdstuk over seks schieten de auteurs helaas ook uit de bocht en wijken zij zelf af van de traditie die zij verdedigen.
Officieel heet het een talking piece. Een boek dat bij verschijnen zo’n schot in de roos blijkt te zijn dat het niet alleen goed verkoopt, maar ook aanleiding geeft tot veel discussie. Een boek is dan meer dan zomaar een boek maar groeit uit tot een heus evenement. Het boek van Stefan Paas, Beatrice de Graaf en David Boogerd over de christelijke wortels van de westerse cultuur (De Ongelooflijke Geschiedenis: hoe het christendom onze cultuur vormde) is nog geen drie weken geleden gepresenteerd, maar is al aan zijn vierde druk toe. Sinds deze week staat het bovenaan de ‘Bestseller 60’ – boven de nieuwe romans van gevierde Nederlandse schrijvers en zelfs boven een boek over een populaire voetbalpodcast. De auteurs hebben hun verhaal inmiddels mogen doen bij Buitenhof en er zijn al vele interviews en recensies verschenen.
De auteurs (een theoloog, een historica en een journalist) zijn weliswaar bekend van de succesvolle EO-podcast De Ongelooflijke, maar het onderwerp van hun boek staat niet bij voorbaat garant voor een bestseller: het gaat over het christendom en over de invloed die het christelijke geloof heeft uitgeoefend op de vorming van onze cultuur. Het boek is weliswaar uitgegeven door het gerenommeerde uitgevershuis Prometheus, maar is niet in hippe locaties als De Balie of de Rode Hoed ten doop gehouden, maar in een theologisch instituut aan een Utrechtse gracht.
Succesvol
Er zijn verschillende redenen te bedenken waarom het boek zo’n succes is: het verschijnt in een tijd waarin belangstelling voor het christendom weer mag, het is heel toegankelijk geschreven en is niet-apologetisch. Niet-apologetisch in de zin dat geen poging wordt gedaan om recht te praten wat krom was. Het verdoezelt de zwarte bladzijden in het boek van de geschiedenis van het christendom niet. Maar de auteurs willen tegelijkertijd laten zien dat hiermee niet alles is gezegd. In de domeinen van macht, gelijkwaardigheid, natuur, geld en oorlog heeft het christelijk geloof belangrijke waarden en inzichten aangereikt. Die zijn inmiddels vaak zo vanzelfsprekend, dat we ons van hun christelijke oorsprong vaak helemaal niet meer bewust zijn. Tot onze schade, concluderen de schrijvers. ‘Een cultuur die nog iets wil bewaren van menselijke waardigheid, zorg voor de zwakken en wantrouwen tegenover absolute macht, kan niet eindeloos teren op herinneringen alleen’, schrijven Paas, De Graaf en Boogerd. ‘Zulke overtuigingen blijven alleen levend waar ze gevoed worden: door verhalen, door gewoonten, door gemeenschappen waarin ze telkens opnieuw worden geoefend.’
Dat lijkt mij helemaal juist en het is zeer toe te juichen dat er een boek is verschenen waarin de positieve kant van ons christelijke verleden wordt belicht en lezers worden uitgedaagd zich hiervan rekenschap te geven.
Christendom en seksualiteit
Behalve hoofdstukken over de al genoemde thema’s bevat het boek ook een hoofdstuk over seks. Seks en christendom lijken niet goed samen te gaan, in de publieke opinie althans. Christendom staat voor ongelijkheid, voor de onderdrukking van de vrouw en ‘andersgeaarden’, voor hypocrisie. Maar volgens de auteurs heeft het christendom juist in onze seksuele moraal de ‘meest radicale veranderingen in onze westerse cultuur teweeggebracht’.
Het christendom ontstond en kwam tot bloei in de wereld van het Romeinse Rijk. Die wereld kenmerkte zich onder andere door een zeer vrije seksuele moraal. Wie wel eens Pompeï heeft bezocht, herinnert zich de vele lupinars (bordelen; het woord is afgeleid van ‘lupa’, wolvin, een scheldwoord voor een prostituee) die er waren met de vele expliciet erotische afbeeldingen. Ook waren er de al even seksueel expliciete bordjes langs de kant van de weg die de richting naar deze plaatsen wijzen. Mensen werden beschouwd als het eigendom van anderen. Vooral vrije, welgestelde mannen konden hun gang gaan. ‘Grijp uw dienstmeisje wanneer u wilt; het is uw recht’, zo luidt een bewaard gebleven tekst in Pompeï.
Tegen deze dubbele moraal en kleinering van de vrouw verzetten zich christelijke theologen als Johannes Chrysostomos, in het verlengde van de wederzijdsheid uit Paulus’ brief aan de Korinthiërs (1 Kor.7:4). En ook mannen dienen net als hun vrouwen het huwelijk als maagd te betreden en mogen hun vrouwen niet vernederen door seksuele omgang met prostituees, andere vrouwen of slaven. Ook in wetgeving werd het seksuele leven geordend, want alle losbandigheid (porneia) was een symbool van een onderliggende, geestelijke ziekte van de samenleving (eidolatria).
Moesten christenen het ‘homohuwelijk’ niet juist instellen?
Maar deze positieve zaken hadden volgens de auteurs ook een keerzijde. Homoseksualiteit (als de meest eerloze hartstocht, volgens Chrysostomos) was verboden en werd streng bestraft. Daar spreken de auteurs hun treurnis over uit. Het woord ‘homoseksualiteit’ bestond echter destijds in die hoedanigheid nog niet. Seksualiteit ging over wat mensen dóen – op geordende wijze, als het goed is, want seksualiteit is een oerkracht die moet worden begrensd – niet over wie zij zijn. Het was geen identiteit.
Deze lijn volgen Paas, De Graaf en Boogerd niet. Met een beroep op de Weense psychiater Richard von Krafft-Ebbing (1840-1902), de man die de woorden ‘homo’- en ‘heteroseksualiteit’ muntte, zien zij homoseksualiteit als iets dat aangeboren is, als ‘een van de manieren waarop menselijke seksualiteit zich aandient’. Er is dus niets tegennatuurlijks aan.
En dan volgt de volgende stap: als homoseksualiteit een identiteit is, een geaardheid, een identiteit, iets ‘waar men zelf niet veel aan kan doen’, kan ook deze liefde dan niet in een huwelijk worden geordend? Je zou zo’n homohuwelijk, betogen de auteurs, kunnen zien als de inpoldering van homoseksualiteit, ‘als de consequentie (…) van de oerchristelijke visie op het huwelijk als een genadige instelling van God die veiligheid, trouw en gelijkwaardigheid biedt in het roerige en potentieel gewelddadige machtsspel dat onze seksualiteit vaak is’.
Het is voorzichtig geformuleerd: je kúnt het zo zien. Niet alle christenen delen deze gedachtegang die uit de visie van Krafft-Ebing voortvloeit.
Reactie op deze stelling
Tot die christenen behoor ik zelf ook. Tegenover de auteurs denk ik in de eerste plaats dat zij het woord ‘natuurlijk’ niet goed hanteren. Als Paulus homoseksualiteit ‘tegennatuurlijk’ noemt, dan komt dit omdat bij Paulus, volgens de auteurs, alleen seksuele acties die tot zwangerschap konden leiden ‘natuurlijk’ mochten heten. Maar het komt mij voor dat ‘natuur’ bij Paulus een veel bredere betekenis heeft. Het verwijst naar een natuurlijke, met de schepping gegeven orde, die ontologisch en moreel van aard is. Hierbinnen is het huwelijk gedefinieerd (door God Zelf) als een verbond tussen man en vrouw, waarbinnen het gevaarlijke goedje van de seksualiteit een (hopelijk!) veilige bedding vindt.
Het blijft beter om homoseksualiteit niet als een ‘geaardheid’ te definiëren maar als een gerichtheid, niet als een aangeboren identiteit maar als een krasje dat door omstandigheden en de slechting van taboes tot homoseksualiteit kan uitgroeien. Mensen met een homoseksuele gerichtheid verdienen geen enkele verachting of veroordeling, maar liefde en hulp om celibatair te leven. Dit is niet iets waar we op een bepaalde manier over kúnnen denken, maar dit is de manier van denken die de Bijbel als het Woord van God ons voorschrijft.
Hoe blij we dus ook mogen zijn met het boek dat Stefan Paas, Beatrice de Graaf en David Boogerd hebben geschreven – als een ontmaskering van veel moderne vooroordelen over het christelijk geloof – op dit punt wijken zij zelf nadrukkelijk van de christelijke traditie af – en zij weten het – en dat dient zeker ook te worden benoemd.
Dr. B.J. Spruyt
Ook interessant
Is het ‘homo-zijn’ vergelijkbaar met linkshandigheid?
Is het hetero- en het homoseksueel-zijn te vergelijken met links- en rechtshandigheid? Welke ruimte biedt de Bijbel voor deze gedachte?
Video: interview met Rachel Gilson, auteur van ”Vernieuwd en onveranderd”
Toen Rachel Gilson tot geloof kwam, dacht ze dat haar seksuele gevoelens voor vrouwen zouden verdwijnen. Dat gebeurde niet. Toch is ze
Ontwikkelingen rond homofilie in het licht van de Bijbel
In de huidige maatschappij zijn diverse zorgelijke ontwikkelingen te signaleren. Er is sprake van polarisatie en ‘framing’, er zijn allerlei misverstanden en
Ds. A. Kort verdient steun
Er is veel ophef ontstaan rondom een brief van ds. A. Kort (Krimpen aan den IJssel). Bij de kwestie is de vrijheid
Past afwijzing bij het Evangelie?
”Hoe kun je een licht zijn als niet-christenen de kerk juist zien als een donker gat van onrecht? Hoe kun je met
De Ongelooflijke Geschiedenis: Hoe het christendom onze cultuur vormde
Jonge Amerikaanse mannen op zoek naar volwassenheid
Een geopende en gesloten baarmoeder
Moeten ouders kinderen aanmoedigen eerder te trouwen?
Euthanasie in Australië zal doorstijgen na verruiming wetgeving
Populaire artikelen
Wekelijkse nieuwsbrief ontvangen?
Bijeenkomsten