Recensie ‘Seks kan wachten’

Seks kan wachten_Henrieke Schouten
Leestijd: 6 minuten

Dit boek biedt een open en eerlijk gesprek over verkering en seksualiteit.” Deze tekst op de achterkant van het boekje ‘Seks kan wachten’ maakt me nieuwsgierig naar de inhoud. In deze recensie probeer ik een inhoudelijke reactie te geven op verschillende aspecten van het boekje. 

Tijdens het lezen viel me allereerst de schrijfstijl op. De schrijfstijl van Henrieke Schouten is warm, betrokken en laagdrempelig. Ze schrijft dat het haar streven is om jongeren aan te spreken en met hen in gesprek te gaan. Hier is ze goed in geslaagd. Stap voor stap neemt ze de jongeren mee in allerlei vragen die zij over relatievorming kunnen hebben. Het boekje bestaat uit drie delen. De eerste acht hoofdstukken gaan over wat de Bijbel zegt. Hoofdstuk 9 tot 16 geeft handvatten voor de verkeringstijd. En hoofdstuk 17 tot 26 bespreekt heel praktisch hoe je omgaat met grenzen in je verkeringstijd. Door het boekje heen vertelt Schouten ook over de strijd die ze zelf heeft ervaren om seksueel rein te blijven. Tegelijkertijd wijst ze hierbij steeds op de uitnemender weg om seksuele gemeenschap te bewaren voor het huwelijk.

Theologische onderbouwing

Na twee introductiehoofdstukken over het verschil tussen seksualiteit en intimiteit en over seks voor het huwelijk, steekt Henrike Schouten af naar de diepte. In deze hoofdstukken legt ze een theologisch fundament, waarbij ze met name leunt op het werk van Walter A. Trobisch en de HSV Studiebijbel. In hoofdstuk 3 komt ze zo tot drie Bijbelse uitgangspunten (seks is een gave voor man en vrouw; aan seks zitten grenzen; seksualiteit weerspiegelt de relatie tussen Christus en Zijn gemeente), die ze met verschillende Bijbelteksten onderbouwt. Ze laat met deze uitgangspunten de positieve kant van seksualiteit zien en, daaruit voortvloeiend, de noodzaak om deze kostbare gave te beschermen. 

In hoofdstuk 4 komen verschillende voorschriften van Mozes, het Hooglied en Paulus’ onderwijs aan de gemeente van Korinthe aan de orde. De praktische conclusie die de auteur trekt uit het Hooglied is dat het intense verlangen naar elkaar goed is, maar dat tegelijkertijd de gevoelens niet voortijdig opgewekt moeten worden, zodat bruid en bruidegom hun maagdelijkheid kunnen behouden tot de dag van de bruiloft. Seksualiteit is volgens de Bijbel exclusief bedoeld voor binnen het huwelijk (hfd.5,6).

Inhoudelijke lijn

In veel dingen ben ik het hartelijk met de auteur eens. Ze bespreekt wat ontluikende seksualiteit inhoudt en dat dit een onderdeel is van een gezonde ontwikkeling. Tegelijkertijd vraagt die ontluikende seksualiteit ook om de grenzen van de ander en van je eigen hart te bewaken. Flirten, pornografie en zelfbevrediging zijn vanuit dit oogpunt af te keuren. Henrieke geeft goede adviezen om de strijd hiermee aan te binden (hfd.8). Ze raadt bijvoorbeeld aan een buddy te zoeken, het te delen met je vriend(in), hulp te zoeken en het grijze gebied te vermijden.

Over verkering is ze ook duidelijk: die is bedoeld om elkaar te leren kennen, om zo een goede beslissing te kunnen nemen om wel/niet te trouwen. Verder sta ik achter de noties ‘eerst bekering, dan verkering’ (“de vraag is dan niet langer alleen ‘wat wil ik in onze relatie?’ maar ‘Wat wil de Heere?’”); waarom rein blijven zo goed is; de bedoeling van seksualiteit; wanneer je begint met zoenen en (om de lijst niet uitputtend te maken) hoe lang een verkering moet duren.

Bezwaren

Bij het lezen rezen er toch enkele bezwaren. Sommigen waren heel duidelijk; over anderen moest ik wat langer nadenken. Ik wil hier mijn gedachten delen, zodat lezers van dit boekje zelf hun visie kunnen vormen.

Hoofdstuk 11 beschrijft, in het verlengde van hoofdstuk 5,het spanningsveld in de route naar het huwelijk . Die zag er in Bijbelse tijd compleet anders uit dan tegenwoordig. De Bijbelse volgorde is 1. je vader en moeder verlaten; 2. je aan elkaar hechten (emotioneel); 3. tot een vlees worden (lichamelijk), zie ook Gen.2:24. Anno nu begint een relatie met stap 2 (aan elkaar hechten) in een (lange) verkeringstijd, aldus de auteur. Bij het huwelijk wordt de vader en moeder verlaten en daarna is er pas het ’tot één vlees worden’. Hierdoor is er nu een grotere tijdsafstand tussen de emotionele en de lichamelijke hechting. De auteur begrijpt de vraag daarom heel goed of het nog wel mogelijk is om rein te blijven tot het huwelijk. In het derde deel van haar boek probeert ze een weg te wijzen om met deze spanning om te gaan.

Ze beschrijft in dit derde deel ‘de 7 sluiers van seksualiteit’. De eerste drie sluiers gaan over intimiteit: ontmoeten, kus op de wang & hand in hand lopen, kus op de mond. Vanaf de 4e sluier begint seksualiteit. De aanrakingen wekken gevoelens van opwinding op en kunnen een voorspel zijn naar de seksuele gemeenschap. De zevende sluier is de daadwerkelijke gemeenschap zelf. Deze beschrijving is verhelderend. Schouten stelt echter dat stelletjes, als ze zeker van elkaar zijn dat ze samen willen trouwen, zelf mogen bepalen welke sluiers ze willen ontsluieren (behalve sluier 7). Dat betekent in de praktijk dat een stelletje elkaar voor de trouwdatum in ondergoed kan zien en elkaar eventueel kan bevredigen. Alleen de seksuele gemeenschap wordt dan bewaard voor de huwelijksdag. 

Schouten onderbouwt bovenstaande met het Bijbelboek Hooglied. Volgens haar zijn bruid en bruidegom in dit Bijbelboek volop bezig met seksuele verlangens en fantasieën. Ze bewaren alleen de seksuele gemeenschap voor het huwelijk. Een kort onderzoek in de Bijbelse leefwereld en de traditie van de kerk laat al zien dat alle seksuele handelingen buiten het huwelijk werden afgekeurd. De Heidelbergse Catechismus verwoordt het Bijbelse denken heel mooi in vraag 109: “Dewijl ons lichaam en ziel tempelen des Heiligen Geestes zijn, zo wil Hij, dat wij ze beide zuiver en heilig bewaren; daarom verbiedt Hij alle onkuise daden, gebaren, woorden, gedachten, lusten, en wat de mens daartoe trekken kan. Ik zie hierin geen ruimte om elkaar seksueel op te winden voorafgaand aan het huwelijk.

Moeite

Met deze praktische ‘oplossing’ heb ik om nog twee redenen moeite. De eerste reden is dat seksuele opwinding voor het huwelijk het proces van ‘elkaar leren kennen’ verstoort. Als je bezig bent met lichamelijke aanrakingen, ben je niet meer (of in ieder geval minder) bezig met het echt leren kennen van de ander (waar de verkeringstijd voor bedoeld is). Je bent al snel vooral nog bezig met de vraag ‘hoe ver mag ik gaan’, en niet met de vraag ‘hoe leef ik rein voor Gods aangezicht’. Hiermee gaat Schouten lijnrecht in tegen Gods Woord en de – door haar gewaardeerde – Elisabeth Elliot.

Elliot schrijft in Rein leven voor Gods aangezicht heel open over haar worsteling met intimiteit en reinheid. Ze vertelt over gewetenswroeging als Jim zijn hoofd op haar schoot legde, of als ze een keer hand in hand liepen. Niet omdat het niet mocht, maar omdat het haar verlangen om rein voor Gods aangezicht te wandelen doorkruiste. Elliot stelt dat al onze verlangens eerst op het altaar moeten, voordat we ze mogen gebruiken. Onze seksuele verlangens moeten we aan God offeren. Wij mogen ze niet naar eigen believen gebruiken. En Hij geeft op Zijn tijd dat we die gaven op een geheiligde manier mogen genieten. Deze visie op Gods bedoeling met menselijke seksualiteit mis ik in ‘Seks kan wachten’.

Er is een tweede reden waarom ik moeite heb met Henriekes oplossing. Deze ontsluiering van de seksualiteit suggereert namelijk dat de huwelijksdag het eindpunt is. Dán mag je eindelijk seksuele gemeenschap hebben. Hiermee doet ze geen recht aan wat het huwelijk en seksualiteit ten diepste is. De huwelijksdag is namelijk een beginpunt. Je hebt elkaar trouw beloofd en vanaf dat moment ben je niet meer van jezelf. Je bent een nieuwe eenheid geworden. De seksuele eenwording is daarvan een krachtig symbool, maar het is ook een oefening. Als het goed is leer je in de loop der jaren steeds meer hoe seksualiteit een manier is om je liefde te uiten, om de ander je liefde te tonen en om in een eenheid van hart het eigendom van de ander te zijn. 

Misschien speelt in het begin van je huwelijk het verlangen om zelf bevredigd te worden nog een grote rol. Maar naarmate de gerichtheid op de ander toeneemt en verdiept, zul je meer bevrediging vinden in de seksuele gemeenschap. 

Liefde en verliefdheid

In het hoofdstuk ‘Wat is verkering eigenlijk?’ beschrijft Henrieke hoe een verkering tot stand komt: “Je ontmoette elkaar, je werd verliefd, je merkte dat die verliefdheid niet van één kant kwam…”. Hoewel verliefdheid een gave van God is die vaak een rol speelt bij het aangaan van een relatie, is dit echter niet altijd zo. Ook de notie dat verliefdheid niet leidend mag zijn, mis ik in het boekje. Zo vinden we het heel gewoon dat getrouwden moeten strijden tegen gevoelens van verliefdheid voor een derde persoon. Maar jongeren moeten evengoed toetsen of de gevoelens van verliefdheid wel wijzen naar de juiste persoon. En omdat dit vaak moeilijk is, is het belangrijk om (zo mogelijk) je ouders hierbij te betrekken.

Ik erken volledig dat verliefdheid een heel sterke emotie is, die een persoon helemaal in beslag kunnen nemen. Het is ook een bijzondere gave van de Heere om mensen via deze weg aan elkaar te verbinden. Het aspect dat ik toe wil voegen aan Schoutens betoog is dat wij onze gevoelens van verliefdheid (net als al het andere wat uit ons hart naar boven komt) onder de gehoorzaamheid van Christus moeten brengen.

Een jongere die ernaar verlangt om in alles ‘den Heere welbehaaglijk te leven’ zal met de sterke gevoelens van verliefdheid in het gebed de Heere zoeken: “Heere, ik ben verliefd. Is dit Uw weg? Is dit goed? Hoe moet ik hiermee omgaan?”. Het kost veel strijd om onze gevoelens en emoties te onderwerpen aan de Wijsheid, maar het is een strijd die de moeite waard is en die een rijke zegen in zich draagt.

Tot slot

Met Seks kan wachten heeft Henrieke Schouten een toegankelijk boekje geschreven voor jongeren, waarin veel waardevolle informatie staat. In een tijd waarin seksualiteit massaal ontheiligd wordt, is het waardevol dat ze aan jongeren uitlegt dat het goed en Bijbels is om met de seksuele gemeenschap te wachten. Ik ben bang dat haar ‘noodoplossing’ in de praktijk leidt tot meer seks voor het huwelijk. Het seksuele voorspel (het optillen van de sluiers) is namelijk een proces dat niet bedoeld is om gestopt te worden, maar om voltooid te worden in de seksuele gemeenschap. Om de woorden van ds. R. van Kooten tijdens de boekpresentatie te gebruiken: “Als er niks gebeurd is [na het oplichten van sluier 6], dan zou ik naar de dokter gaan om te onderzoeken of je wel gezond bent.” Dit maakt me terughoudend om dit boek aan te bevelen.  


J. van den Broek is mede-auteur van het boekje Relatievorming in de serie Scheppingsorde MV Vandaag.

Ook interessant