Ds. van Aalst, emerituspredikant in de gereformeerde gemeente, heeft ooit een boek geschreven over het huwelijksformulier. We vragen hem hoe hij denkt over relatievorming, en hoe jongeren kunnen weten of ze door de Heere bij elkaar gebracht zijn? Ds.van Aalst deelt openhartig zijn bijbelse visie op deze zaken met ons.
U heeft een boek geschreven over het huwelijksformulier, waarom schreef u dat boek destijds?
In mijn Amsterdamse studentenjaren leidde ik een CSFR-kring van eerstejaars. Daar kwam het idee naar voren om met elkaar het huwelijksformulier door te nemen. Dat was het begin van mijn interesse. Na de jaren als schooldecaan volgde het ambtelijk pastoraat, waarin je met allerlei vragen van jongeren wordt geconfronteerd, waarbij je met hen zoekt naar antwoorden uit de Heilige Schrift. Als voorzitter van een diaconaal deputaatschap, dat psychosociale hulpverlening coördineert, werd ik met veel nood geconfronteerd. Bij de begeleiding van de studenten aan de predikantenopleiding van de Gereformeerde Gemeenten gaf ik o.a. de vakken ethiek en pastoraat. Deze ervaringen vormen de basis van deze publicatie.
Het boekje verscheen in 2001. Voorin heb ik een citaat van dr. W. Aalders geplaatst, die iets profetisch had in de analyse van de tijdgeest: ‘In een tijd, die zo lasterlijk over het verleden spreekt als thans, is het van grote betekenis om het klassieke huwelijksformulier in ere te houden….’ (In ‘De tijdgeest weerstaan’, Amsterdam 1984). Dat zegt voldoende over mijn diepe intentie. De doelgroep is primair onze jongeren op weg naar het huwelijk en de pas getrouwden. Het is de bedoeling om ze vanuit de Bijbel toe te rusten bij de relatievorming. Een wezenlijke keuze in een mensenleven, die dringend vraagt om onze begeleiding. Door de ambtelijke tijdsdruk heeft de verschijning wat langer op zich laten wachten dan de bedoeling was. Maar onze generale synode heeft me uitdrukkelijk om deze publicatie gevraagd. Ook het aanstaande huwelijk van onze schoonzoon en enig kind heeft me ertoe gestimuleerd. Daarom is het ook aan Theo en Marieke opgedragen en aan de jongeren van de gemeente. Dat er diverse herdrukken mochten verschijnen en er inmiddels meer dan 20.000 exemplaren van verkocht zijn heeft me diep verwonderd. Hopelijk heeft het onder de zegen van de Heere aan zijn doel beantwoord: samen luisteren naar Gods geopenbaarde wil. Bewustwording, toerusting en vorming van het geweten zijn de doelstelling. Met een eenvoudig concept, zodat hopelijk niet-lezers – die zijn er helaas heel wat – ook meegenomen kunnen worden: ‘Wat staat er precies en wat wordt ermee bedoeld?’

Kijkt u er nog steeds hetzelfde tegenaan?
Het is me steeds duidelijker geworden, hoe het huwelijksformulier zorgvuldig de Heilige Schrift naspreekt. Hoe dichter we bij de Schrift blijven, hoe meer de blijvende actualiteit blijkt.
Hoe functioneert het huwelijksformulier in de Nederlandse kerken?
Ik mis het overzicht om me hierover uit te laten. Wel weet ik dat in heel wat kerkgemeenschappen veel en verschillende formulieren functioneren. Het Bijbels gehalte haalt het echter niet bij het oude goud. Vooral inkorting komt de diepgang niet ten goede. Om maar te zwijgen van de principiële verschuivingen
Kan dat beter?
Daarop heb ik de neiging om ‘ja’ te zeggen. Wanneer we dan dichtbij huis blijven, is mijn aanhoudende zorg of het formulier dicht genoeg bij onze jonge generatie wordt gebracht, om hun geweten te vormen. Dat ze goed weten wat er staat en wat ermee bedoeld wordt.
Zo ja, hoe dan?
Laten we onder de zegen van de Heere er heel bewust voor zorgen, dat elk stel dat in de kerk trouwt nauwgezet kennis heeft genomen van deze kleine huwelijksethiek van de kerk der eeuwen. Dit is het minimale! Dat is onze ambtelijke verantwoordelijkheid.
Wat kunnen jongeren leren van het huwelijksformulier?
Wat ze vooral kunnen leren hoe praktisch en tijdloos het formulier is. Ze kunnen zo wéten waarop ze ‘ja’ zeggen, wat Gods geopenbaarde wil is in huwelijkszaken. In de overtuiging dat dit de weg is waarin de Heere Zijn zegen wil geven. Daarbuiten verdwalen we op het ‘kompas’ van ons gevoel en de tijdgeest.
Hoe kunnen we het huwelijksformulier op een goede manier inzetten in het onderwijs voor jongeren?
Het beste zou zijn om al jong de centrale Bijbelgedeelten van de Schrift, waarnaar in het formulier wordt verwezen, samen met hen te lezen en aan het hart te leggen. Daar moeten we in gezin en kerk jong mee beginnen. Wat is nu mooier dan samen de Schrift lezen? Dat geeft de mogelijkheid tot heel praktische toespitsingen. Al naar gelang de leeftijd natuurlijk. Dat geeft prachtige openingen tot goede gesprekken, en geeft gelegenheid op hun vragen in te gaan.
Welke adviezen geeft u aan jongeren die aan het begin van een relatie staan?
Bij relatievorming gaat het om twee pilaren: liefde en geestelijke eenheid. Wat is, Bijbels gezien, liefde? Daarbij is onderlinge openheid een absolute vereiste. Het tijd hebben voor elkaar en het (gezamenlijke!) gebed zijn hierin van wezenlijk belang.
Hoe kan een stel weten dat ze aan elkaar gegeven zijn?
Dit blijkt uit de groeiende band van liefde en uit de plaats die de Heere, Zijn Woord en dienst in beider leven inneemt. Opdat het door herscheppende genade in Christus een relatie ‘in de Heere’ zal mogen worden. Zoals in Efeze 5 bedoeld wordt: de grote verborgenheid van de afspiegeling man/vrouw en Christus en Zijn bruidsgemeente. Dat dit in de vruchten van de levenspraktijk zou mogen blijken.
Een lastig thema in een relatie zijn de juiste grenzen. Welk(e) advies(en) zou u hierin willen geven?
Om ‘eensvleses’ te zijn moet je eerst ‘eensgeestes’ zijn. Dat onderscheidt ons van de parende dieren. Ware liefde wacht, totdat je elkaar in de weg van het Woord uit Gods hand binnen de huwelijksband hebt gekregen. Het is duidelijk dat je naar elkaar toegroeit en naar elkaar verlangt. Maar het is zo heilzaam en vormend voor je geweten en zelfbeheersing hierin elkaar ‘door ijdelheên omsingeld rein te bewaren’ (Psalm 119). Daar rust duidelijk zegen op. Een zegen die in alles doorwerkt. Maar op het tegendeel rust ook duidelijk het ongenoegen van God. Vooruitgrijpen op het huwelijk maakt zoveel stuk. De noodzaak van het gebed en de onderlinge openheid hierin zal duidelijk zijn. Samen waken en bidden bij Gods grenzen. Dat is zo goed en heilzaam!
Heel praktisch: ga niet met weinig kleren naast elkaar liggen en elkaar strelen op bepaalde gevoelig plaatsen. Kortweg: houd je kleren aan en je handen thuis.

Welke hobbels komt u voornamelijk tegen bij jongeren in uw pastorale werk?
Zonder volledig te zijn: laat onze jongeren hierover toch verantwoorde lectuur lezen. Zoals Bijbels Beraad MV daarbij heel nuttige diensten bewijst. Ze moeten goed op de hoogte zijn, het geheimzinnige moet ervan af. Ze moeten over de woordenschat beschikken om hierover met elkaar te spreken. Want de onderlinge communicatie in de brede zin van het woord laat veel te wensen over. Helaas vaak het meest bij de jongemannen. De openheid is van levensbelang: in alle dingen die het tijdelijke en eeuwige leven betreffen. Dus voor de tijdelijke en geestelijke zaken, naar lichaam en naar ziel. ‘Durf ik, kan ik open zijn, tot in de teerste zaken van mijn leven?’ Dát is een blijvende zaak van aandacht en gebed voor onze relatie. Dat vraagt ook rust en tijd om gewoon samen te zijn in een tijd vol onrust.
Is relatievorming de verantwoordelijkheid van de kerk?
Bijbels en historisch gezien gaat het bij relatievorming om een viervoudige verantwoordelijkheid. Natuurlijk allereerst en allermeest bij de twee jonge mensen zelf. Dat is helder! Vervolgens naar het vijfde gebod: bij de ouders. In de uitleg van dit gebod in de loop der eeuwen wordt dit nadrukkelijk genoemd. In ons huwelijksformulier lezen we daarom: ‘met weten en wil van hun ouders’. In hoeverre dit in de praktijk werkelijk zo functioneert laat ik aan ieders eigen waarneming over. Maar ik twijfel. In de derde plaats onze overheid in de ordening van onze samenleving. U begrijpt dat we hier ver vandaan zijn. Hoewel wij als kerk de burgerlijke huwelijkssluiting volgens goed gereformeerd principe (NGB 36) zo lang mogelijk respecteren. Maar u weet, dat we helaas onze overheid bepaald niet méé hebben in onze Bijbels huwelijksethiek. Integendeel! Als vierde verantwoordelijkheidslijn noemen we de kerk. Het is opmerkelijk dat de kerk van de Reformatie vanaf haar prilste wortels in de zestiende eeuw dit tot haar taak gerekend heeft. Ons huwelijksformulier dateert ook midden uit de zestiende eeuw. De eerste kerkelijke vergadering was het Convent van Wezel in 1568. Door de tachtigjarige oorlog vergaderde men net over de grens in Duitsland. In allerlei opzichten was het een chaotische tijd: politiek, maatschappelijk en ook ethisch. Iedereen deed wat goed was in eigen ogen. Bepaald niet een tijd om te idealiseren. Ook de overheid liet het toen ethisch afweten. De gereformeerde kerkorganisatie was uiterst pril en kwetsbaar. Toen de kerk de mogelijkheid had om ambtelijk samen te komen – te beginnen in Wezel – bleek, dat het huwelijk nadrukkelijk haar aandacht kreeg. Daar moeten wij nu van leren. Ook al heb je als kerk de overheid en de tijd niet (meer) mee, laten zelfs de ouders/gezinnen het vaak afweten, juist dan moeten we ambtelijk onze verantwoordelijkheid biddende verstaan. We moeten tijdig en duidelijk onderwijs geven over één van de belangrijkste levensbeslissingen in een mensenleven: met wie ga ik alles delen? Mijn dagelijks leven, mijn portemonnee, mijn bed, mijn zielenheil. Wee, als we ambtelijk ook in deze verwarrende en chaotische tijd onze verantwoordelijkheid niet verstaan. Dan dragen we medeverantwoordelijkheid voor scheefgroei en huwelijksellende. De kerk is medeverantwoordelijk voor elke huwelijk dat door haar bevestigd wordt. Daarom moeten we in de lijn van onze prille kerkelijke vergaderingen duidelijk blijven spreken.
Wat is die lijn dan?
We kunnen uit de eerste tijd daarvan kennisnemen in de artikelen van Wezel (1568) en uit de acta van latere synoden.
Wezel zegt in het zevende hoofdstuk ‘over het huwelijk’ o.a. dat het aanstaande echtpaar voor de huwelijksafkondiging in de gemeente ‘met hun ouders zal verschijnen voor de predikant met twee ouderlingen om ondervraagd te worden over hetgeen noodzakelijk te zijn geoordeeld wordt’. Dus vastgesteld werd of men voldoende onderwezen was in de Bijbelse huwelijkszaken. En wel in aanwezigheid van drie kerkenraadsleden. Dat onderstreept het grote belang dat men eraan hechtte. Huwelijkscatechese is dus niets nieuws! Petrus Datheen, de samensteller van het huwelijksformulier heeft dit medeondertekend.
Emden (1571) zegt o.a. in artikel 23 dat een predikant of een ouderling zich ervan behoren te vergewissen of de trouwbelofte werkelijk is afgelegd en of ‘zij beiden de reine religie bekennen en of de ouders in het huwelijk bewilligen’.
Wat kunnen we daar in deze tijd mee?
Laat duidelijk zijn dat de kerk ten zeerste betrokken is bij het welzijn van huwelijk en de vorming van (toekomstige) gezinnen. Omdat het welzijn van de kerk hiermee ten nauwste samenhangt. Ook met de Bijbelse norm bij echtscheiding heeft zij voortdurend geworsteld om die te handhaven. Hoe hardnekkig de praktijk ook in het verleden al was. Dat geldt dus zeker ook in het heden, waar de autonome mens zichzelf tot norm verheven heeft: mijn gevoel; de hartstocht is norm; ik doe wat ik wil. Terwijl de levensles is: waarmee zal de jongere zijn pad zuiver houden? Als hij dat houdt naar Uw Woord (Psalm 119: 9).
We horen vaak het verwijt dat de kerk te veel op het huwelijk gefocust is. Hoe kijkt u daar tegenaan?
Er zijn natuurlijk diverse wezenlijk thema’s. Het eerste blijft: hoe krijg ik een genadig God? Hoe leer ik de Heere Jezus kennen? Maar daaraan is wezenlijk verbonden: hoe leef ik tot Gods eer? Want dat is toch het eerste doel van het menselijke leven (zie de Catechismus van Westminster vraag 1). Dit heeft dan toch weer alles te maken met huwelijk en gezin. Daarbij is niets zo gewetensvormend als ons te laten gezeggen door het goede Woord van God. Er is ook niets zo gewetensmisvormend als een leven in onreinheid. Dan wijkt de Heilige Geest namelijk merkbaar.
De kerk mag, ja moet, altijd de mooiste zin uit het huwelijksformulier laten doorklinken: ‘dat de Heere de gehuwden Zijn hulp en bijstand altijd wil schenken, ook wanneer men dat allerminste verwacht’. Want het huwelijk is een goede inzetting van de wijze Schepper. En Jezus is niet tevergeefs op een bruiloft Zijn middelaarswerk begonnen, om Zijn heerlijkheid te openbaren. Om daarmee de inzetting van Zijn Vader te eren.
Zalig, die geroepen zijn tot het avondmaal van de bruiloft van het Lam!
Van Ds. G. J. van Aalst, als emerituspredikant van de Gereformeerde Gemeente woonachtig in Nieuw-Beijerland, kwam in 2001 het boekje ‘Waar liefde woont’ uit. Hierin wordt het huwelijksformulier kernachtig uitgelegd. Onlangs kwam van hem het boekje ‘Schriftuurlijke formulieren‘ uit, met daarin alle Bijbelteksten waar het huwelijksformulier naar verwijst.












