Vrouw met ambitie op een gelukkige positie

Website BBMV (18)
Leestijd: 6 minuten

‘Hé, jullie twee dames, kom eens hier’’, zei de dierentuinmedewerkster, terwijl zij naar mijn vriendin en mij wenkte. ‘Dit gaan jullie geweldig vinden.’

We keken elkaar veelbetekenend aan (heeft iemand ooit jou eruit gepikt in de Australische fauna afdeling) voordat we onze duokinderwagens naar haar toe duwden. Op het bordje naast haar stond: ‘Kasuaris’ (Casuarius cassowary) en de vogel achter haar zag er net zo vreemd uit als zijn naam. Zijn poten waren gedrongener dan die van een struisvogel, zijn lichaam was net zo zwart, maar het was de kop die de aandacht van onze kinderen trok. Een slaphangende huid in hemelsblauw, donkerblauw, rood en oranje, met een stevige, op een helm lijkende structuur boven zijn ogen: de kasuaris tuurde naar ons vanachter reptielachtig vuurwerk.

De dierenverzorgster onderbrak onze inspectie. ‘Moet je dit horen: zodra vrouwelijke kasuarissen hun eieren hebben gelegd, vliegen ze weg! Zij maken geen “thuis”.  De mannetjes zorgen voor het nest, terwijl de vrouwtjes op zoek gaan naar een nieuwe partner. Dat is nog eens leven, of niet?’

Tot verbazing van de dierentuinmedewerkster deelden mijn vriendin en ik haar enthousiasme niet. In plaats daarvan hebben haar woorden me al een jaar lang een naar gevoel gegeven. Die woorden zijn terechtgekomen in de categorie ‘Gesprekken waar ik een beetje misselijk van word’ – en niet omdat haar gevoelen uitzonderlijk is. Vaak is dit eerder regel dan uitzondering.

‘Eerstelingen’ zijn van het grootste belang

Ik hoor vaak vrouwen – zowel echtgenotes als alleenstaanden, met en zonder kinderen, gelovigen en niet-gelovigen – dingen zeggen als: ‘Thuisvrouw zijn is gewoon saai, vergeleken met een carrière. Hoe kunnen vrouwen het gevoel hebben dat ze echt iets nuttigs doen? Ik ga mijn hersenen, vaardigheden en leven niet verspillen om een huishouden te runnen.’ Het is dan alsof we net zo goed naar elkaar kunnen staan te wenken in een stadsdierentuin, terwijl we de vrijheid van de kasuaris bewonderen.

Voor alle duidelijkheid: als ik schrijf dat ik vrouwen zulke dingen heb horen zeggen, sluit ik mezelf niet uit. Jaren geleden had ik bewust medelijden (echt medelijden!) met thuisvrouwen. Ik had me stellig voorgenomen om me te beschermen tegen zulk doelloos werk en ging zelfs zo ver dat ik zei dat ik waarschijnlijk toch geen kinderen zou krijgen. Nooit zou ik trouwen met een man die veel waarde hechtte aan zo’n ouderwets leven.

Toch heeft zo’n man mij gevonden en heeft de Heilige Schrift mij getroffen. In plaats van teksten zoals Titus 2:5 (die vrouwen oproept om ‘ … het huis te bewaren’) te negeren, verkeerd te interpreteren of ronduit te verwerpen, voel ik me bevoorrecht en overweldigd. Ik vind het heerlijk om te werken op de manier zoals God dit voor vrouwen bedoeld heeft. Hoewel Titus 2:5 niet alle vrouwen, in alle levensfasen, beperkt tot uitsluitend het leven in een gezin, roept het echtgenotes en moeders wel op om de eerstelingen van onze tijd, energie en aandacht te schenken aan de mensen die God de hoogste prioriteit in ons leven heeft gegeven: onze echtgenoten en onze kinderen.

‘Onze door God gegeven ambitie hoeft niet in strijd te zijn met ons gezin.’

Net als bij de vrouw uit Spreuken 31 is al het werk dat we tegenwoordig buitenshuis doen, bedoeld om ons eigen gezin te dienen. Wanneer zij eropuit trekt om ‘van verre voedsel te halen’ (vers 14), wordt ze niet gedreven door de wens om ‘haar talenten te gebruiken’, ‘een evenwicht te vinden’ of simpelweg ‘het huis uit te gaan’. Nee, ze wordt gedreven door de wens om ‘op te staan als het nog nacht is’, om ‘haar huis spijze te geven’ (vers 15). Volgens Gods goede plan is het niet de bedoeling om aan het gezin te ontsnappen. Het gezin verdient onze eerstelingen.

Meer dan puur actiefzijn

Waarom voelt investeren in ‘thuis’ soms als investeren in een wortelkanaalbehandeling – als het laatste wat we zouden willen doen? Hierop worden verschillende antwoorden gegeven. Sommige vrouwen noemen verveling (‘Ik wil het niet’). Andere vrouwen noemen onvermogen (‘Ik kan het niet’). Weer andere vrouwen zeggen dat het simpelweg niet hun verantwoordelijkheid is (‘Ik ga dat niet doen’). Maar ik vraag me af of er niet nog een reden is, een onbewuste reden, die al onze andere redenen kleurt: we zijn inactief in ons thuisvrouwzijn.

Misschien denk je: ‘Kom op zeg. Ik werk hard om voor thuis te zorgen – ik doe niet anders. Ik doe boodschappen, berg op, pak in, kook, was, stof, laad in en uit, vouw, organiseer, veeg, stofzuig en dweil. Ik bel kinderartsen, ouders, leraars en coaches. Ik steek een stokje voor ruzies en ziektes. O ja, en ik rijd ook – ik rijd overal naartoe. Noem eens iets wat ik niet doe.’

Toch zal ik iets proberen te noemen: zijn onze genegenheden misschien inactief terwijl ons lichaam druk bezig is? Onze handen kunnen wel de hele dag in beweging zijn, maar werkt ons hoofd en ons hart wel met onze handen samen? Wat als het thuisvrouwzijn zelf niet het probleem is, maar wel hoe weinig arbeid we erin stoppen op het belangrijkste niveau: het niveau van onze verlangens?

Ik vind het prachtig hoe 1 Thessalonicenzen 4:11 het verwoordt. Dit vers kan zowel jonge als oude vrouwen eraan herinneren dat een godzalige thuisvrouw zijn meer is dan een gedachteloze activiteit. Een godzalige thuisvrouw zijn is een ambitie: ‘Dat gij u benaarstigt stil te zijn en uw eigen dingen te doen, en te werken met uw eigen handen.’

Span je in om thuisvrouw te zijn

Hoe zou onze kijk op thuis veranderen als we wakker zouden worden met een hart dat erop uit is om thuisvrouw te zijn? Wat als we elke dag onze man, onze kinderen en ons thuis zouden zien als de eerste mensen en de eerste plaats om te koesteren, te verzorgen en te zegenen? Net zoals we ons kunnen inspannen om een marathon te lopen, een graad te behalen of een promotie te krijgen, kunnen we ons ook inspannen om thuisvrouw te zijn: ‘Dat gij u benaarstigt stil te zijn en uw eigen dingen te doen, en te werken met uw eigen handen.’

Mijn ongelukkigste (en daardoor onvruchtbaarste) dagen als thuisvrouw zijn de dagen waarop het thuisvrouwzijn mij in de weg zit. In de weg van wat? Van alles wat ik liever zou doen. Slapen, bewegen, lezen, gesprekken met volwassenen, online contractwerk, buurtwerk – de lijst met voorkeursactiviteiten loopt lang door. Op zulke tijden behoort thuisvrouwzijn niet tot mijn prioriteiten. In plaats daarvan is het de lastige parttimebaan die me weghoudt van mijn ‘betere, meer vervulling gevende roepingen’.

Maar thuisvrouwzijn is een ambitie – een ambitie die de Schepper van het heelal aanprijst! Leef rustig. Doe je eigen dingen. Werk met je eigen handen. De wereld juicht de vrouw niet toe die op zaterdagavond maaltijden voor meerdere dagen klaarmaakt voor familie, gemeenteleden en vrienden, ten koste van ‘tijd voor jezelf’. Maar ‘[haar] Vader, Die in het verborgen ziet, zal het [haar] in het openbaar vergelden’ (Matth. 6:6). De maatschappij eert de moeder niet die haar juridische carrière opgeeft om haar kinderen thuisonderwijs te geven – maar zij weet dat het helpen opvoeden van kinderen ‘in de lering en vermaning des Heeren’ elk beetje van haar opgedane ervaring en ontvangen intellect en energie zal vragen (Ef. 6:4).

Een doordeweekse avond uit organiseren om de lasten van je man te verlichten, een kamer zo inrichten dat de hele gemeenteclub van veertien volwassenen er comfortabel in past, winteractiviteiten bedenken waarbij je rekening houdt met wat de buurkinderen al dan niet leuk vinden – zorgen voor een thuis en de mensen daarin, vraagt meer dan een lichaam. Het vraagt zelfs meer dan een brein. Het vraagt een ziel, een ziel die zo gered is van ‘de verleiding der zonde’ (Hebr. 3:13) dat het dragen van gewone, onzichtbare, vaak impopulaire lasten ten bate van anderen in werkelijkheid zoet smaakt. Het smaakt zoet omdat het smaakt naar onze God, Die op een heerlijke manier Zichzelf geeft (Ef. 5:2).

Als thuisvrouwzijn op dit moment allesbehalve honing op je tong is, grijp dan moed [in het Engels zeg je ‘neem hart’ i.p.v. ‘vat moed’] – letterlijk. Als jij in Christus bent, heeft God je ‘een nieuw hart’ en ‘een nieuwe geest gegeven’ (Ez. 36:26). Grijp biddend, afhankelijk van de Geest en dagelijks het hart aan dat in Jezus van jou is, dat zichzelf blijmoedig opoffert. En wees geduldig. Te leren om dat wat we doen, ‘van harte … te doen als voor de Heere en niet voor de mensen’ (Kol. 3:23), is voor de meesten van ons een levenslang proces – en bovendien een ambitieus proces.

Dus, zusters, onze door God gegeven ambitie hoeft niet overhoop te liggen met ons thuisvrouwzijn. Integendeel, door Gods genadige beschikking is thuisvrouwzijn precies de soort arbeid waarin vrouwelijke ambitie kan bloeien. Maar – en dit geldt voor het hele christelijke leven – ons hart zit achter het stuur. Hoe snel onze handen misschien ook bewegen, thuisvrouwzijn is slechts een holle klank en inhoudsloze properheid als we tijdens onze arbeid geen liefde hebben (1 Kor. 13:1).

Geen kasuarissen

Terug naar de vrouwtjeskasuaris: God zij geloofd voor het scheppen en onderhouden van het dierenrijk met zulke fantastische wezens! Een vrouw is echter geen kasuaris. Daar waar God ons het geschenk van het huwelijk heeft gegeven, behoren onze eerstelingen toe aan onze echtgenoten, onze kinderen en ons gezin, niet aan andere mensen in andere gezinnen. Prioriteit geven aan je gezinsleven hoeft niet te botsen met een ambitieus leven.

In Gods ogen is het runnen van een gezin op zich al een ambitieuze taak – ongeacht wat de dierentuinbeheerder zegt.


Tanner Kay Swanson werkt vanuit huis als echtgenote, moeder en redacteur. Zij en haar man wonen in Aurora, Colorado, waar ze lid zijn van de Calvary Restoration Church. Ze zijn de dankbare ouders van twee zonen. Dit artikel verscheen eerder op Desiring God.


Ook interessant