C. S. Lewis kwam fel in verzet tegen vrouw in het ambt

Parish Church of holy Trinity_CS Lewis

C. S. Lewis sprak profetisch over emancipatie, genderverwarring en de vrouw in het ambt. Voor hem stond het wezen van de kerk en Gods verbond met de mensheid op het spel.

De Engelse apologeet C. S. Lewis zou niet geïnteresseerd zijn geweest in diepgaande discussies over vrouwen in het ambt (RD 29-9). Dat doet voorkomen of hij dit een middelmatig thema vond, waarover christenen divers kunnen denken. Niets is minder waar.

Wie de Anglo-katholieke traditie in de Kerk van Engeland kent, weet dat pas in 1985, lang na de dood van Lewis, het diakenambt voor vrouwen geopend werd. De vrouw in ”holy orders” –later zou de openstelling van het priesterambt volgen– werd door Anglo-katholieke gelovigen ervaren als het opgeven van Schriftgezag en katholiciteit. Sinds de apostolische tijd geloofde de kerk immers overal dat het ambt voorbehouden is aan gedoopte mannen. Anglo-katholieken als David Ashenden (voormalig hofpredikant van koningin Elizabeth) en Walter Hooper (secretaris en later biograaf van Lewis) gingen over naar de Rooms-Katholieke Kerk. Na 1870 (het Vaticaan kwam toen met dogma’s over de paus en Maria die niet voldoen aan het criterium van katholiciteit, omdat de kerk die niet sinds de kerkvaders geloofd heeft) was dat voor Lewis een brug te ver. Tegen zijn rooms-katholieke vrienden zei hij dat de positie van Maria en het dogma van de onfeilbaarheid van de paus hem ervan weerhielden om rooms-katholiek te worden (Pearce, ”C. S. Lewis and the Catholic Church”, pagina 421).

Essay

Lewis kwam dus uit een kerkelijke traditie waarin de vrouw in het ambt allesbehalve een middelmatige zaak was. Bovendien heeft hij vrij uitgebreid over dit onderwerp geschreven. In 1948 stond ”de vrouw in het ambt” namelijk op de agenda van de Lambeth Conference, een bijeenkomst waarvoor de aartsbisschop van Canterbury bisschoppen uit de hele wereld uitnodigt om geloofszaken te bespreken. Na de Tweede Wereldoorlog was er een tekort aan priesters en stelde Lady Marjorie Nunburnholme (1880-1968) voor om als oplossing daarvoor de vrouw tot de ambten toe te laten. Het onderscheid tussen man en vrouw was immers in Christus verdwenen (Galaten 3:28).

Lewis reageerde geschokt. Dat deed hij niet zozeer omdat hij dit argument oneigenlijk vond: in Galaten gaat het immers over de toegang tot het heil en andere Bijbelgedeelten spreken duidelijk over een rolverdeling op biologische gronden. Voor Lewis stond veeleer het wezen van kerk en schepping op het spel. Hij deelde zijn zorgen in het essay ”Notes on the Way” (in ”Time and Tide”, Vol. XXIX, August 14, 1948). Daar leek weinig reden toe, want de kerkelijke autoriteiten hadden hem verzekerd dat het voorstel van Lady Nunburnholme geen schijn van kans maakte. Toch klom de docent literatuurwetenschap uit Oxford in de pen. Kennelijk was het voor Lewis een belangrijke zaak. Dat blijkt niet alleen uit het feit dat hij schreef, maar ook uit de inhoud van het essay.

Niet meer katholiek

De argumenten van Lewis tegen de vrouw in het ambt waren zowel pragmatisch als principieel. Hij koos sterke woorden. De vrouw in het ambt zou de kerk van Engeland volledig kapotmaken („torn in shreds by the operation”). Bovendien zou de Anglicaanse Kerk zich daarmee afsnijden van haar christelijke verleden en dus effectief breken met de kerk van alle tijden en plaatsen. Met andere woorden: ophouden om katholiek te zijn. Haar aard en bedoeling zouden ophouden te bestaan.

Lewis meende dat de praktijk van de Bijbel bepalend moest zijn voor het kerk kunnen zijn en blijven. Het kerkelijk ambt kwam in de Schrift zelfs Maria niet toe. Waarom niet? Het ambt vertegenwoordigt God (bijvoorbeeld in de ambtelijke zegen namens God) en weerspiegelt zowel diens wezen als de patriarchale scheppingsordening.

Dit zijn in onze tijd verguisde begrippen. Lewis voorzag dit profetisch. Hij waarschuwde ook tegen het aanspreken van God als „onze Moeder die in de hemelen zijt” als volgende stap. Genderverwarring raakt het wezen van God. „Stel dat het allemaal niet meer uitmaakt of de incarnatie van Christus een vrouwelijke of mannelijke vorm had, en de tweede Persoon van de Drie-eenheid zowel de Dochter als de Zoon genoemd kan worden.”

„Terug naar realiteit”

Volgens Lewis functioneert de man als de beelddrager Gods en als verbondshoofd. Dat is geen geestelijk waardeoordeel, maar een realistisch beroep op de geschapen werkelijkheid naar Gods bedoeling. Dat raakt juist de kerk. Gods herschepping door Woord en Geest bouwt voort op die ordening. Christus is als tweede Adam het hoofd van Zijn gemeente. Het is niet toevallig dat de apostel Paulus juist de schepping, de zondeval en het hoofdschap van Christus gebruikt om de rolverdeling volgens het biologische onderscheid te motiveren (1 Timotheüs 21 Korinthe 11:2-16).

Lewis waarschuwt dat geslachtelijkheid niet iets oppervlakkigs is dat zomaar losgemaakt kan worden van het geestelijk leven. Evenmin van het maatschappelijke leven. Met lede ogen ziet hij toe hoe de overheid van zijn tijd uit naam van gelijkheid de vrouw economisch mobiliseert (net als de kabinetten van Lubbers) en poogt het onderscheid tussen man en vrouw uit te wissen. „Dit moge onafwendbaar zijn voor het seculaire leven. Maar in ons christelijk leven moeten we terugkeren naar de realiteit.”


Dit artikel is op 05-10-2022 gepubliceerd in het Reformatorisch Dagblad.

Gerelateerde artikelen