4 waarheden om beperkingen aan kinderen uit te leggen

Sommige kinderen worden met een beperking geboren. Een van Laura Wiflers kinderen ook. Ze schreef erover voor The Gospel Coalition. Het artikel werd op 20 januari 2022 gepubliceerd. Lees hieronder de vertaling.

Ons huis staat aan het eind van een doodlopende weg en omdat onze wijk op een oud korenveld in Iowa werd gebouwd, grenst die aan de enige smalle strook bos die langs de ene kant van het bouwproject loopt. De buurkinderen worden natuurlijk aangetrokken door de bomen, wat erop neerkomt dat er altijd vijf tot twintig kinderen in onze tuin spelen. Ze racen rond op steppen of rolschaatsen en komen met modderige laarzen uit de beek of onze boomhut, terwijl ze schreeuwen over de kevers die ze in een jampot gevangen hebben – alles wat ik ooit in een wijk zou hebben willen doen.

Maar soms bezorgt het gezicht van al die gelukkig rondrennende kinderen me een pijnscheut. Onze jongste dochter heeft een zeldzame genetische afwijking die vertraging in haar algemene ontwikkeling veroorzaakt. Dit houdt in dat ze, zonder mijn hulp, niet naar het bos kan, ze kan de steppen op de oprijlaan niet bijhouden en ze kan niet gemakkelijk praten over de schatten die ze gevonden heeft.

Soms vragen mijn kinderen waarom hun zus anders lijkt te zijn dan de andere kinderen in ons leven. Ik zal nooit vergeten dat mijn oudste, terwijl ze naar haar wees, vroeg: „Waarom heeft God haar zo gemaakt?” Het trof me als een windvlaag op een koude dag in Iowa. Omdat ik wist
dat dit de hamvraag was, waar ik ook antwoord op zocht.

4 waarheden
De Bijbel zwijgt niet over dit onderwerp. Hier volgen vier theologische waarheden die ik met mijn kinderen gedeeld heb om hen Gods bedoeling in het toestaan dat één van hun zussen beperkingen heeft, te laten begrijpen.

1. God heeft ons allemaal naar Zijn beeld geschapen
Genesis 1:26 vertelt ons dat God, toen Hij de mensen schiep, zei: „Laat Ons mensen maken naar Ons beeld en naar Onze gelijkenis.” De woorden ”beeld” en ”gelijkenis” wijzen op de gelijkenis die elke persoon met God vertoont en die ons allemaal dezelfde waardigheid en waarde geeft. Dit betekent dat we, ongeacht onze vermogens, allemaal het beeld van God met ons meedragen. Wij zijn geen kopieën van elkaar, maar omdat we familie zijn, is er overeenkomst (Gal. 3: 28-29).

Help je kinderen om in te zien dat net zoals elke persoon in het gezin verschillende vermogens en talenten heeft, iedereen ook even waardevol en geliefd is.

2. De zondeval treft iedereen
Het is niet moeilijk om je kind te leren inzien dat we in een gebroken wereld leven. Een stuk speelgoed breekt als het op de grond valt, een zusje dringt anderen opzij om beter te kunnen kijken, jonge vogeltjes vallen uit het nest. Adams zonde raakte alles – niets is onaangetast.

Help je kinderen om in te zien dat wanneer er beperkingen zijn, het meestal een gevolg is van het feit dat we in een gevallen wereld leven. (Johannes 9: 1-3). Zelfs in situaties waarin handicaps of achterstanden in ontwikkelingen misschien het resultaat van misbruik of verwaarlozing zijn, kunnen we onze kinderen leren meer te focussen op medelijden hebben dan om vast te stellen
wiens schuld het was. Of we de reden nu wel of niet weten, deze dingen behoren bij het leven buiten de hof van Eden en ze zullen onder ons zijn tot aan het eind van ons leven.

3. God is soeverein over hoe elk van ons werd geschapen
Als we uitleggen dat het hebben van beperkingen deel is van een gevallen wereld, zou het kunnen voelen alsof handicaps lukraak uitgedeeld werden. Maar we weten vanuit Psalm 139 dat God ieder mens met een bedoeling en volgens Zijn plan heeft geschapen (‘Want Gij bezit mijn nieren, Gij hebt mij in mijner moeders buik bedekt’).

Help je kinderen in te zien dat, net zoals God hun haarkleur, de grootte van hun voeten en hun talenten met een bedoeling heeft gekozen, hij ook elk ledemaat, elk afwijkend orgaan, zelfs elk gestotter en zelfs elk slechtziend oog heeft gevormd. ‘En de HEERE zeide tot hem: Wie heeft den mens den mond gemaakt, of wie heeft den stomme, of dove, of ziende, of blinde gemaakt? Ben Ik het niet, de HEERE?’ (Exodus 4:11).

Elk chromosoom, elk gen, elk atoom – God beveelt het naar Zijn wil. Hij maakt geen fouten.

4. God is nog steeds goed
Invaliditeit is duur – emotioneel, lichamelijk en geestelijk. Met name jonge kinderen hebben niet altijd de rijpheid om hun ervaringen te nuanceren. Als ouders kunnen we onze kinderen helpen om in te zien dat God een perfect doel heeft door hun familie te scheppen zoals hij dat heeft gedaan.

Toen de discipelen vragen hadden over een blindgeborene, zei Jezus tegen hen: „Dit is geschied, opdat de werken Gods in hem zouden geopenbaard worden” (Johannes 9:3). En bij de ziekte van Lazarus, zei Jezus tegen zijn discipelen: „Deze krankheid is niet tot den dood, maar ter heerlijkheid Gods; opdat de Zone Gods door dezelve verheerlijkt worde.” (Johannes 11:4). In beide gevallen houdt Jezus ons voor dat God verheerlijkt wordt door een handicap.

Soms kan dit, in het bijzonder voor kinderen, moeilijk zijn om in te zien. In ons gezin praten we zowel over de vreugden als de problemen die het hebben van een kind met beperkingen ons geven. Er zijn tijden waarop het nodig is dat ze wat langzamer aan moeten doen om voor hun zus te zorgen, om haar geluiden voor vrienden duidelijk te maken of om op een gezellig feestje vroeg naar huis te gaan, zodat ze kan rusten. Naarmate zij hun pleziertjes voor hun zus opgeven, gebruikt God hun opoffering om hen te louteren en hen over Zijn liefde en hun gehoorzaamheid te leren.

We praten ook over alle wonderlijke manieren waarop hun zus ons gezin tot zegen is geweest. We praten over hoe inspirerend het is om haar nieuwe dingen te zien ontdekken, haar zorg voor hen wanneer ze een wondje hebben en –misschien mijn favoriete punt– hoe blij ze godsdienstige liederen zingt, waar we ook zijn. Ze geeft ons een totaal andere kijk op aspecten van God die we zonder haar niet gehad zouden hebben. Help je kinderen om Gods goedheid voor hen en hun zus met beperkingen in te zien.

Leven met spanning
Voor broers, zussen en ouders betekent het hebben van beperkingen zowel vreugde als verdriet, droefheid als feestvieren. Zoals William Cowper schreef: „Al heeft de knop een bittere smaak / de bloem is echter zoet.”

Het geeft spanning, waarmee we moeten leven. We weten niet altijd Gods precieze bedoelingen van Zijn daden, maar we kunnen erop vertrouwen dat onze gezinnen het ‘voor grote vreugde kunnen achten’ en dat het ons ‘aan niets zal ontbreken’ als we in zijn wegen wandelen (Jakobus 1:2-3).

Als ouders kunnen we de gunsten van God benadrukken, omdat we weten ‘dat degenen die God liefhebben, alle dingen medewerken ten goede’ (Romeinen 8:28). Dit is Gods belofte die hoop geeft aan elk lid van de familie, dat Christus volgt.

Dus als onze kinderen de volgende keer vragen „Waarom is ze zo?” kunnen we oprecht antwoorden: „Ik weet niet waarom God dit zo gedaan heeft, maar ik vertrouw erop dat het Gods wil is. God is goed voor ons en het is een deel van Zijn plan met ons gezin.”


Gepubliceerd: 10-02-2022

Gerelateerde artikelen

10 Bijbelse redenen voor het huwelijk (die ook nu nog relevant zijn)

Tiffany Montgomery trouwde op jonge leeftijd. Dat huwelijk strandde al snel. Daarna…

Een Bijbelse visie op gender en omgaan met transgendergevoelens

Je bent man, maar voelt je vrouw. Wat nu? De medische wereld…