Hebt u ook problemen met de volgende zinsnede? „Wanneer een leerling binnen de school blijk geeft van een homoseksuele relatie met een andere leerling, zullen we in overleg treden met de leerling en zijn/haar ouders/verzorgers.” Dit stond tot voor kort in een beleidsnotitie van de Gomarus Scholengemeenschap. De inspectie doet hierom aangifte tegen de school. Het schoolbestuur zelf heeft deze zin inmiddels geschrapt. Hij schijnt dus echt een probleem te zijn. Is dat ook zo?

Voor de zomervakantie kwam de Gomarus Scholengemeenschap groot in het nieuws door interviews met oud-leerlingen die zich beklaagden over hun behandeling in 2016. Of daarbij alles goed gegaan is, dat is nu niet het meest relevant. Wél relevant is, dat schijnbaar iedereen het erover eens is, dat het fout is als ouders geïnformeerd worden over een homoseksuele relatie van hun kinderen op school.

Waarom zou een school ouders überhaupt ergens over informeren? Omdat de verantwoordelijkheid voor de opvoeding ligt bij de ouders. De school neemt die in feite slechts tijdelijk (onder schooltijd) over. De school heeft een gedelegeerde verantwoordelijkheid. Vandaar dat een school de ouders informeert over de schoolprestaties en het sociaal-emotionele welbevinden. In dit opzicht worden de ouders tegenwoordig eerder meer dan minder betrokken.

De school heeft verder ook de verantwoordelijkheid om ouders te informeren over moreel ontoelaatbaar gedrag. Als een kind illegaal vuurwerk verkoopt, dan zullen de ouders daarvan op de hoogte worden gesteld. Evenzo als een kind anderen (al dan niet digitaal) pest. Uit zorg voor de jeugd! En dus wenselijk zowel voor de school als voor de ouders.

Tot zover geen probleem. Maar nu de hamvraag: moet een school dat ook doen als er sprake is van een homoseksuele relatie? Nee, zo klinkt alom. Maar natuurlijk, zo dunkt mij! De manier en het moment waarop is een volgende, maar dát het gebeurt, ligt voor de hand. Nee, dat geldt niet voor homoseksuele gevoelens. Als een leerling in vertrouwen aan zijn/haar leerkracht vertelt over homoseksuele gevoelens, dan zal die leerkracht dat vertrouwelijk behandelen. Er kunnen helaas gegronde redenen zijn om hierover thuis (vooralsnog) te zwijgen. Maar er kunnen bijkomende omstandigheden zijn waarom er wél met de ouders over gesproken moet worden. Daarvan is zeker sprake in geval van een openlijke homoseksuele relatie. Omdat het dan evenzeer gaat om een zondige levenswijze als in geval van illegale handel. En omdat het hier niet gaat om vertrouwelijke informatie, maar om openlijk gedrag dat echter voor de ouders verborgen is gehouden (zoals het ook geldt bij illegale handel).

Als de onderwijsinspectie zou gaan bepalen welke dingen de school wel en welke de school niet aan de ouders zou mogen vertellen, dan schuift zij tussen de school en de ouders in

In deze redenering gaat de inspectie niet mee. Waarom niet? Omdat zij het discriminerend vindt als je ouders niets vertelt over een heteroseksuele relatie en wél over een homoseksuele relatie. Natuurlijk, ouders dienen ook te weten van een gewone verkering. In de meeste gevallen hoeft de school daar echter geen actie op te ondernemen, omdat dit geen geheim is. En in principe Bijbels verantwoord. Maar dat geldt nu juist niet voor een homoseksuele relatie. Hier is geen sprake van discriminatie maar van gegrond onderscheid. De onderwijsinspectie mengt zich dus onzuiver in de geloofsovertuiging van de school.

Zij mengt zich ook onzuiver in de opvoedingsverantwoordelijkheid van ouders. Als de onderwijsinspectie zou gaan bepalen welke dingen de school wel en welke de school niet aan de ouders zou mogen vertellen, dan schuift zij tussen de school en de ouders in. Dan suggereert zij een betere visie op opvoeding te hebben dan de ouders. Dan creëert ze bovendien een breuklijn tussen kinderen en hun ouders (voor wie ingrijpende onderdelen van het leven van hun kinderen blijkbaar verborgen moeten blijven).

Op meer terreinen werpt de overheid zich in toenemende mate op als de opvoeder van de jeugd. Denk aan coronavaccinaties, waarbij kinderen van 12 jaar geen toestemming hoeven te hebben van hun ouders. Aan abortussen, gendertherapie, digitalisering. De jeugd is echter geen eigendom van de staat! De Heere heeft aan ouders kinderen in bruikleen gegeven, en zij geven hun opvoedingsverantwoordelijkheid voor enige tijd uit handen aan de school.

De onderwijsinspectie doet aangifte. Hier staat niet alleen de visie op relaties tussen jongens en meisjes op het spel, maar ook die tussen ouders en kinderen (Ef. 6:1-4, Kol. 3:20). Een school die de ouders in deze verantwoordelijkheid erkent, verdient daarom wat het principe betreft onze steun. En mag manmoedig staan voor de erkenning van het ouderlijk gezag over het kind en het Goddelijk gezag over ons allen.


Gepubliceerd: 25-09-2021

Gerelateerde artikelen

Commentaar: Over de regenboog en de aap van God

Op 11 oktober was het ‘coming-outday’, een dag waarop er overal regenboogvlaggen…

Regenboog Index en de vrijheid voor iedereen

Onlangs werd de Regenboog Index gepubliceerd. Zesenveertig Europese kerkgenootschappen werden langs de…

Commentaar: Bescherm het Bijbelse gezin!

Wat is de overeenkomst tussen de volgende ontwikkelingen? Kinderen van 12 jaar…

Netflix-docu Pray Away is de zoveelste Hollywood-aanval op het christendom

„De meest recente documentaire van Netflix, Pray Away –over de organisatie Exodus…