In het boek Hooglied bezingt Salomo de liefde tot zijn bruid. Op basis van dit poëtische Bijbelboek schrijft Bijbelleraar Ger de Koning een reeks lessen over de omgang tussen man en vrouw vóór en in het huwelijk. Ook de omgang van gezinsleden onder elkaar komt aan de orde. Aflevering 5.

Inleiding
Zoals aan het slot van de vorige aflevering is gezegd, wil ik in deze en de volgende aflevering nader ingaan op de pijn en het verdriet van ouders van wie één of meerdere kinderen een eigen weg gaan, zonder de Heer. Het is mijn verlangen die pijn en dat verdriet enigszins te verzachten door met Gods hulp te doen wat we lezen in het boek Jeremia: ‘Om de breuk van de dochter van mijn volk ben ik gebroken, ik ga in het zwart gehuld, verschrikking heeft mij aangegrepen. Is er geen balsem in Gilead?’ (Jeremia 8:21-22a).

Balsem
In heel wat gesprekken met medegelovigen in landen waar mijn vrouw en ik zijn geweest, hebben ouders hun pijn vanwege kinderen die de Heer rug hebben toegekeerd, met ons gedeeld. Zij zijn een gebedslast voor ons geworden.

Wij kunnen de pijn niet wegnemen, maar wel proberen die te verzachten. In het Woord van God is balsem aanwezig voor ouders die zich ellendig en verslagen van geest voelen. Gods hart gaat naar hen uit (Jesaja 66:2). Voor hen heeft Hij balsem waardoor de pijn verzacht wordt en wonden kunnen herstellen. Daardoor kan er na verslagenheid weer rust en blijdschap komen. Door het Woord van God kunnen hoop en vertrouwen hervonden worden. Ook in dit opzicht is het Woord van God rijk. Onze God blijft een goedertieren en getrouw God, ook wanneer wij gefaald hebben en onze gezinnen gebroken zijn. God zegt ook vandaag tegen jou en mij: „Ik zal met jou verdergaan en jou je vreugde teruggeven.”

Traditie gaf duidelijkheid
Er is een tijd geweest dat, globaal gesproken, het opvoeden van kinderen niet zoveel problemen gaf. Dat was in de tijd dat traditie een doorslaggevende rol in de opvoeding speelde. Ouders hadden niet zoveel moeite als nu om hun kinderen op te voeden omdat de traditie voorschreef hoe dit moest gebeuren. Op enkele uitzonderingen na werkte dit ook goed. De traditie had namelijk het voordeel dat het duidelijkheid bood. De kinderen wisten waar ze aan toe waren. Ouders handelden uit overtuiging. Kinderen hebben ouders nodig die weten waar ze voor staan.

De zekerheid die de traditie bood, is inmiddels grotendeels afgebrokkeld. De meeste ouders van nu weten niet meer waarom zij iets doen. Onzekerheid in de opvoeding is een van de oorzaken dat onze kinderen verkeerde keuzes maken.

Opvoeden met overtuiging
Gelovigen vinden in het Woord van God alles wat voor een goede opvoeding nodig is. We lezen in Hebreeën 12: ‘Wij hadden de vaders van ons vlees om [ons] te tuchtigen en wij hadden ontzag voor hen; zullen wij <dan> niet veel meer aan de Vader van de geesten onderworpen zijn en leven? Zij tuchtigden [ons] wel voor weinige dagen, naar het hun goed dacht, maar Hij tot ons nut, opdat wij aan Zijn heiligheid deel zouden krijgen’ (Hebreeën 12:9-10).

De uitdrukking ‘naar het hun goed dacht’ is belangrijk. Als wij op die manier opvoeden, voeden wij op dezelfde manier op als God ons opvoedt. Niet dat wij het even volmaakt als God doen, maar wel op dezelfde manier, namelijk vanuit een overtuiging en met een doel. Leeft deze overtuiging bij ons en hebben wij het doel van de opvoeding helder voor de aandacht? Wij maken fouten, dat weten we; God weet dat ook. Het gaat er ook niet in de eerste plaats om opvoeders te worden die hun kinderen met succes kunnen opvoeden. Waar het om gaat, is dat wij goede ouders worden. Bepalend is niet in de eerste plaats wat ouders doen, maar wat ze zijn. Dit houdt ook in dat ik leer omgaan met de pijn die het ouderschap met zich meebrengt, met mijn persoonlijke zwakheden, mijn ongeduld, mijn egoïsme, mijn vermoeidheid en mijn twijfels.

De schuldvraag
Maar hoe zit het dan als we uit overtuiging hebben gehandeld en het gaat dan toch mis? Dan dringt de schuldvraag zich op. Deze vraag is belangrijk. Het is de vraag die ouders het meest kwelt. Als een van onze kinderen een eigenwillige weg kiest, vragen wij ons af wat de oorzaak daarvan is. Wij zullen in het licht van God gaan staan en Hem vragen: „God, hoe komt het? Waarom is het zo gegaan met ons kind?” Wanneer wij weten in welk opzicht wij als ouders hebben gefaald, is het nodig dit voor God te belijden. Het is ook nodig dat wij het als man en vrouw aan elkaar belijden en ook aan onze kinderen: „Wij hebben gefaald.” En ook benoemen wat wij verkeerd hebben gedaan. Het kan zijn dat wij niet het goede voorbeeld zijn geweest. We zijn bijvoorbeeld helemaal opgegaan in ons werk of in onze hobby. Het kan ook zijn dat we te weinig rekening hebben gehouden met de capaciteiten van elk kind afzonderlijk.

Overeenkomstig zijn levensweg
Een van de bekendste verzen in het boek Spreuken is: ‘Oefen de jongeman overeenkomstig zijn levensweg, ook als hij oud geworden is, zal hij daarvan niet afwijken’ (Spreuken 22:6). Ouders van wie kinderen een verkeerde weg gaan, kunnen verschillend op dit vers reageren. Ze kunnen zeggen: „Met ons kind komt het wel goed, want wij hebben het opgevoed zoals in dit vers staat.” Het kan ouders ook tot wanhoop brengen. Ze zeggen: „Wij hebben het opgevoed zoals in dit vers staat, en toch gaat het de verkeerde kant op. Hoe kan dit?” Wanneer wij gebukt gaan onder twijfel en schuldgevoel, verlangen wij naar antwoorden die overal gelden, naar absolute zekerheden. Zulke antwoorden en zekerheden zijn er echter niet. Toch is het niet Gods bedoeling dat wij wanhopen, hoewel dat in zulke situaties wel gebeurt – en daar kunnen we ook begrip voor hebben. We hebben onze vragen. Dat mag. Wat niet mag, is een tekst uit Gods Woord zonder meer op een situatie toepassen zonder te kijken naar wat er echt staat. We mogen Gods Woord niet willekeurig en naar eigen voorkeur toepassen.

Omdat dit vers enkele basiselementen voor een goede opvoeding bevat, gaan we er eens aandachtig naar kijken. Het vers is een aansporing voor ouders om hun kind een goede opvoeding, of oefening, training, te geven. Het woord ‘oefen’ waarmee het vers begint, bevat de gedachte van ‘wijden’, zoals een huis en een tempel worden gewijd. Het kind moet gewijd worden aan God, dat wil zeggen: voor Hem worden opgevoed. Amram en Jochebed en hun opvoeding van Mozes, en Hanna en haar opvoeding van Samuel, zijn voorbeelden die ons aanspreken (Exodus 2:1-6; Handelingen 7:17-20; Hebreeën 11:23; 1 Samuël 1:9-11,24-28).

De oefening moet zijn in overeenstemming met ‘zijn levensweg’, dat wil zeggen dat het kind moet worden opgevoed in overeenstemming met zijn kwaliteiten en capaciteiten. Die moeten zó gevormd worden, dat het kind bruikbaar wordt voor God. De verstandige ouder zal de aanleg en bekwaamheden van het individuele kind onderscheiden en het oefenen ofwel trainen in het nuttig gebruikmaken ervan. Een kind dat geen aanleg heeft voor muziek, moet niet gedwongen worden om een muziekinstrument te leren bespelen. Ouders mogen geen onmogelijke dingen eisen, maar het kind opdrachten geven die bij zijn of haar geslacht, leeftijd, (geestelijke) draagkracht en bekwaamheden passen.

Bij zijn ‘zijn levensweg’ moeten we vooral ook denken aan de richting van de weg die het kind moet gaan en niet zozeer wat het kan en niet kan. Het gaat bij ‘zijn levensweg’ om zijn manier van leven en het doel van zijn leven. De levensweg van het kind wordt niet in eerste plaats bepaald door zijn aanleg en capaciteiten, maar door de keuzes die het maakt. Ouders moeten het leren de goede keuzes te maken, keuzes die het kind brengen en bewaren op een weg van toewijding aan God (vgl. Genesis 18:19). In het boek Spreuken zijn er slechts twee wegen die een kind kan gaan: óf de weg van de wijze en de rechtvaardige, óf de weg van de dwaas en de goddeloze.

Het kind moet geleerd worden zijn leven aan de Heer toe te wijden. Als hij in zijn jonge jaren van zijn ouders heeft geleerd zijn keuzes daarop af te stemmen, zal hij dat ook doen als hij oud geworden is. Wij zeggen wel: jong geleerd, is oud gedaan. De keuzes voor de Heer die in de jonge jaren zijn gedaan, hebben telkens weer de zegen ervan bewezen. Dat wil iemand als hij oud geworden is, niet opgeven.

Het gaat in dit vers om een algemeen beginsel, niet om een beginsel dat altijd in alle gevallen zo werkt. Er zijn ouders die hun kinderen op deze wijze hebben geoefend, maar van wie een kind of enkele kinderen toch zijn afgeweken van een levensweg tot eer van de Heer. Dit vers is van toepassing op kinderen die naar aanleiding van hun opvoeding de weg van de wijsheid hebben gekozen. Er zijn helaas ook kinderen die ondanks de oefening door hun ouders er toch voor kiezen de weg van de dwaas te gaan. Daarvoor zijn zij zelf verantwoordelijk. Het zal de straf die verbonden is aan het gaan van een eigen weg verzwaren. Ze hebben beter geweten, maar hebben zich bewust van de weg van het leven afgewend.

Een ander belangrijk punt is dat het gaat om zijn levensweg. Ieder van onze kinderen heeft zijn eigen karakter en capaciteiten die bepalend zijn voor zijn eigen levensweg. Het heeft zijn eigen opvoeding nodig. Wij moeten leren ons aan te passen aan het specifieke karakter van het kind en nagaan hoe wij hem of haar het best kunnen begeleiden en opvoeden. Zien we wel dat onze kinderen allemaal verschillend zijn? Ik heb ouders horen zeggen: „Onze kinderen zijn allemaal hetzelfde, ze krijgen allemaal dezelfde behandeling.” Dat klinkt misschien wel goed en is ook goed bedoeld, maar het is niet goed. Een meisje schreef me eens dat haar ouders wilden dat zij zo zou zijn als haar zus, maar dat ze niet aan die norm kon voldoen. Het maakte haar ongelukkig. Zo kunnen we in meerdere opzichten een verkeerd begrip hebben van wat een kind nodig heeft.

Laten we bedenken dat God Zijn kinderen ook niet allemaal hetzelfde behandelt. Dat zien we door de geschiedenis van de mens heen en ook als we het leven van Zijn kinderen om ons heen en in andere delen van de wereld zien. Dat zal ons helpen eraan te denken dat onze kinderen allemaal verschillend zijn en dat daarom elk kind een opvoeding of ‘wijding’ nodig heeft die op zijn of haar behoeften en mogelijkheden is afgestemd. Dat betekent dat wij als ouders onze kinderen moeten leren kennen. God heeft het in Zijn goedheid zo geregeld, dat elk echtpaar juist díe kinderen van God heeft gekregen die zij als ouders kunnen opvoeden en door wie God de ouders ook veel dingen wil leren.

De echtgenoten
Als er problemen ontstaan met onze kinderen, is dat duidelijk van invloed op het huwelijk. Globaal gesproken zijn er twee gevolgen: problemen met kinderen kunnen een huwelijk versterken, maar ze kunnen een huwelijk ook onder spanning zetten. Er kan een nieuwe, sterkere eenheid ontstaan; maar man en vrouw kunnen ook uit elkaar groeien en tegenover elkaar komen te staan. Een harmonieuze relatie tussen vader en moeder is daarom van belang. Er kan veel ruzie zijn tussen echtgenoten vanwege de kinderen. Problemen kunnen echter ook een aanleiding zijn voor man en vrouw om samen de last te dragen, hierdoor dichter naar elkaar toe te groeien, en hun bezorgdheid samen voor de Heer te brengen. Goede communicatie is belangrijk. Gebrek aan communicatie is een van de oorzaken van het stuklopen van een huwelijk. Communicatie is niet zozeer: alles zeggen. Het is vooral: proberen te begrijpen wat de ander zegt. Ouders moeten er oog krijgen voor hoe ze elkaar kunnen aanvullen. Dan, mettertijd, zal de erkenning van elkaars sterke punten toenemen.

Een passieve vader
Een oorzaak van problemen met kinderen is een passieve vader. In zo’n geval wil de vader niet geconfronteerd worden met de problemen die zijn kind veroorzaakt. Hij mijdt confrontatie en loopt weg voor zijn verantwoordelijkheid. Dat mag een vader niet doen.

Ik heb in een bepaald geval meerdere gesprekken gevoerd met een man die problemen had in de omgang met zijn vrouw. Soms belde hij me en zei dan: „Het is voorbij, ik ga weg, ik wil niet meer verder.” Ik zei dan tegen hem: „Jij hebt ook kinderen, je moet blijven ter wille van je kinderen, want jij bent hun vader.” Vaders mogen niet zeggen: „Ik wil hier niets (meer) mee te maken hebben.” Zij moeten de dingen onder ogen zien, er met Gods hulp mee omgaan, en erover praten met zoon of dochter.

Een gefrustreerde moeder
Een andere oorzaak van probleemkinderen kan zijn: een gefrustreerde moeder, of een moeder die zich te veel zorgen maakt. Ze ziet overal problemen, wil alles regelen, kan niets uit handen geven, en van haar man krijgt ze geen steun. Op deze manier leert het kind niet persoonlijk verantwoordelijk te zijn voor zijn daden. Deze beide oorzaken versterken elkaar: een passieve vader en een gefrustreerde moeder. Een passieve vader steunt zijn vrouw vaak niet ten goede, zodat de moeder meer en meer alleen voor haar zorgen staat. Er ontstaan allerlei problemen als ouders niet samenwerken.

Een opstandige tiener
En dan die opstandige tiener. Ik heb eens verschillende gesprekken gevoerd met een vijftienjarig meisje. Er was, volgens haar ouders, niets met dit kind te beginnen. Verschillende psychologen en andere helpverleners hadden geprobeerd haar te helpen. Maar ze wilde niet gehoorzamen. Natuurlijk had ze niet veel op met haar ouders. Thuis deed ze niet wat haar ouders zeiden. Ik vroeg haar hoe ze dacht over de relatie met haar ouders. Zij beschreef deze relatie als verschrikkelijk, en dat kwam omdat haar vader nooit tijd voor haar had en haar geen echte aandacht gaf.

Dit raakt ons als ouders. We willen onszelf de vragen stellen: Hebben we tijd voor onze kinderen? Schenken we wel genoeg aandacht aan hen? We kunnen de liefde en genegenheid van onze kinderen niet kopen met geschenken. Dit meisje kreeg een hoop cadeaus. Dat was het probleem niet. Op de vraag „Wat vind je leuk aan je vader?” was het antwoord: „Hij is erg gul. Hij verdient veel.” Ze vond dat leuk, maar het zorgde niet voor een goede relatie. Alles wat haar vader en moeder tegen haar zeiden, liet haar onverschillig.

Ze was ooit een keer van huis weggelopen. Toen ze na een paar dagen weer opdook, was haar vader niet echt blij dat hij zijn dochter terugzag. Maar de zaak was in elk geval voor dit moment opgelost. De ouders vroegen niet: „Waarom ben je weggelopen?” Het lijkt erop dat haar vader en moeder haar nooit het gevoel hebben gegeven dat ze belangrijk voor hen was. Als kinderen het gevoel hebben dat ze niet gewenst zijn, kan dat tot grote problemen leiden.

Na een lezing vertelde een jonge vrouw dat haar vader lang geleden een keer had gezegd dat het niet de bedoeling was dat zij geboren zou worden. Dat was als een bom bij haar ingeslagen. Wat haar vader en moeder ook probeerden om haar duidelijk te maken dat ze wel van haar hielden, het kwaad was geschied. Laten wij onze kinderen voelen dat zij belangrijk voor ons zijn? Tonen wij hun onze vreugde dat zij er zijn? Beseffen zij dat wij hen met liefde hebben ontvangen? En laten wij elk kind dat ons is gegeven ook steeds onze liefde voelen? Hebben wij God gedankt dat Hij ons dit kind heeft gegeven, of vonden wij het slechts een last?

Onze kinderen zijn inmiddels allemaal uit huis. Toch blijven zij er gevoelig voor dat ze altijd welkom zijn als ze willen komen. De vraag is niet of het ons uitkomt, maar of wij er voor hen zijn als zij ons nodig hebben. Ze waarderen het als wij hen met enthousiasme ontvangen en zien dat we echt blij zijn dat we hen weer zien, samen met hun kinderen, onze kleinkinderen.

Eenheid tussen man en vrouw in de opvoeding
Het eerste onderwijs dat een mens krijgt, is dat van zijn vader en moeder. Het is ook de eerste verhouding waarin een mens geplaatst is en waarin hij leert dat hij aan gezag onderworpen is. Gods gezag komt niet zozeer tot uiting in het geven van voorschriften, maar in de verhoudingen die Hij tussen de mensen heeft ingesteld en in het bijzonder die van ouders en kinderen.

Het boek Spreuken is het opvoedkundeboek bij uitstek. Ouders vinden er alles in wat nodig is voor de opvoeding van hun kinderen. In Spreuken 1 spreekt de vader met zijn zoon (Spreuken 1:8). Daar is niet de leraar in de klas aan het woord die zijn leerlingen toespreekt. We luisteren daar naar de raad van een vader aan zijn zoon die ook diens moeder erbij betrekt. Het bepaalt ons erbij dat het onderwijs van de wijsheid bovenal wordt gegeven in gezinsverband. Als we ouders zijn, hebben we een grote opdracht onze kinderen in de wijsheid te onderwijzen. Het onderwijs van het boek Spreuken vormt hun karakter als christen.

De vader spreekt zijn zoon direct aan. Spreuken is een leerboek met onderwijs van een vader aan zijn zoon. De sfeer waarin het onderwijs plaatsvindt, is die van de vader-zoonrelatie. Het is een sfeer van liefde, vertrouwelijkheid, betrokkenheid en geborgenheid. De vader spreekt zijn zoon direct aan. Door hem als mijn zoon aan te spreken onderstreept hij de nauwe relatie die hij met hem heeft. Daaruit vloeit automatisch de directe verantwoordelijkheid voort om zijn zoon te vermanen. Hij beveelt zijn zoon te luisteren ‘naar de vermaning’. Vermaning is een ruim begrip. Het houdt onderwijzing en training in en indien nodig ook tucht in de zin van lichamelijke kastijding. De vermaning van de vader heeft tot doel om zijn zoon ertoe te brengen dat hij luistert naar de vermaning, dat wil zeggen dat hij er gehoor aan geeft door eraan te gehoorzamen.

Het zijn de vermaningen ‘van je vader’. Daarmee laat de vader de zoon weten dat hij belangrijk voor hem is. Een vader ‘doceert’ niet, maar spreekt vanuit een relatie van liefde. Een echte vader weet dat hij vader is en zal dat zijn kinderen ook laten ervaren. Hij is ten nauwste betrokken bij hun geestelijke ontwikkeling en zal alles doen om hen te helpen steeds de goede keuzes te maken, waardoor hun ontwikkeling niet stagneert of zelfs verkeerd gaat.

De betrokkenheid van ‘je moeder’ bij de geestelijke ontwikkeling van haar zoon ligt in ‘het onderricht’ dat zij hem geeft. Dat doet ze met haar woorden en haar voorbeeld, niet zozeer met vermaning. Vermaning is hoofdzakelijk verbonden aan de bijdrage die de vader in de opvoeding heeft (Efeziërs 6:4). De zoon loopt gevaar het onderricht van zijn moeder te veronachtzamen. Vandaar deze oproep van zijn vader. Het onderricht van de moeder houdt in dat zij hem de juiste richting wijst. Zij leert hem zijn leven geordend te leven.

Uit het feit dat, en de wijze waarop, de vader zijn vrouw bij de opvoeding betrekt, is wel wat te leren. Het is belangrijk dat een man de inbreng van zijn vrouw stimuleert en ondersteunt. Man en vrouw moeten één lijn trekken in de opvoeding en elkaar niet afvallen, zeker niet in het bijzijn van de kinderen. Kinderen voelen het feilloos aan als er verschil is tussen vader en moeder. Ze weten in voorkomende gevallen dit verschil goed uit te buiten.


Aflevering 6 – met de thema’s: loslaten & goed ouderschap – zal D.V. 17 juni verschijnen.

Gerelateerde artikelen

De christelijke seksuele moraal is een Evangelie-aangelegenheid

In de eerste brief die Paulus aan Timotheüs schrijft, klinkt van het…

Het zevende gebod #9 – Single zijn: een geschenk!

De Heidelbergse Catechismus behandelt het zevende gebod kort, kernachtig. Over de rijke…