De menselijke waardigheid van overledenen

Doodskist van de Egyptische vrouw Shep-en-Hor. Bron: Wikimedia commons

Het tentoonstellen van gestorven mensen of restanten van hun lichaam is in strijd met de menselijke waardigheid. De afgelopen week berichtte de BBC dat twee Schotse museums om deze reden besloten hebben om eeuwenoude menselijke resten uit de openbare collectie te bedekken of te verwijderen. Een lofwaardige maatregel.

Het gaat om progressieve musea. Ze verdedigen hun besluit dan ook met argumenten waarvoor de postmoderne mens gevoelig is. “Er was geen toestemming van nabestaanden.” Inderdaad, erg lastig als je 4000 jaar verder bent. De maatregel gaat ook niet ver genoeg. Er blijft sprake van grafschennis en is er (nog) geen herbegrafenis. Niettemin, het hoofdargument is goed. Het tentoonstellen van stoffelijk overschot in musea is in strijd met de menselijke waardigheid.

De achtergrond van de maatregel is de aanscherping van de internationale ethische code voor museums op 25 juni van dit jaar. Dit staat niet op zichzelf. Vorig jaar stuurde Glasgow University menselijke resten uit Zuid-Afrika, die ooit door ontdekkingsreizigers waren meegenomen, terug naar dit land voor herbegrafenis. In 2024 verwijderde het museum van de Universiteit van Sydney reeds alle menselijke resten uit haar Egyptologie tentoonstelling. De woordvoerster van het museum zei toen ook wat verkeerd was gegaan: “Eeuwenlang is menselijk overschot in museumverzamelingen behandeld alsof het een gewoon object was.”

Menselijk lichaam als object

Inderdaad, we leven in een tijd die het menselijk lichaam, dood of levend, is gaan zien als een object of een gebruiksartikel. De normalisering van pornografie, waarover Bijbels Beraad op DV 18 november een conferentie organiseert, is daarvan slechts één symptoom. Porno degradeert de medemens tot lustobject en middel om geld te verdienen. Het schendt de intimiteit en het sacrale dat zou moeten plaatsvinden in de duurzame verbintenis van twee mensen. Hoe? Door het intieme deel te maken van de publieke sfeer.

Niet alleen bij porno, maar ook bij het openbaar tentoonstellen van stoffelijk overschot voor educatieve of commerciële doeleinden is sprake van aantasting van de waardigheid van de medemens. Maar helaas, als er dat soort belangen zijn, dan wordt het al te snel goedgepraat. Dat bleek ook in Schotland. De vereniging van Schotse museums (National Museums Scotland) haastte zich om te laten weten dat zij, in tegenstelling tot de twee musea in Glasgow, niet van plan zijn om hun tentoonstellingsbeleid te veranderen.

Dochter in museumvitrine

Ook musea in Nederland vinden het normaal om het stoffelijk overschot van mensen uit vroeger eeuwen te vertonen. Een bezoek aan het vaderlands Slot Loevestein leerde dat jong en oud daar bij een ‘educatieve’ tentoonstelling geconfronteerd wordt met het skelet van een tienermeisje dat in de middeleeuwen was gestorven. Ze was neergelegd in een glazen vitrine. Toen ze leefde, was haar omgeving orthodox christelijk. De kerk geloofde indertijd in begraven en ‘eeuwige’ grafrust. Dat zal ook voor dit meisje hebben gegolden.

Dat een Nederlands museum haar stoffelijk overschot gebruikt voor ‘educatieve’ doeleinden was pijnlijk om te aanschouwen. Het is ook ethisch laakbaar. De code van de museumvereniging verplicht musea om bij het omgaan met menselijke resten de belangen en de overtuigingen van de gemeenschap en de religieuze groep waartoe de persoon behoorde te eerbiedigen. Die moeten volgens de code niet alleen vaag worden gerespecteerd, maar moeten worden “geëerbiedigd” (artikel 3.7 en 4.3). Hierdoor aangemoedigd, schreef ik aan de museumleiding, in de veronderstelling dat de vitrine met het overleden kind een abuis was. Dit bleek niet het geval. “Wij merken dat we vooral kinderen dankzij dit middeleeuwse meisje mee kunnen voeren naar vroegere tijden en bewustzijn kunnen bijbrengen dat leven, opgroeien en vrijheid niet vanzelfsprekend zijn. Ik begrijp dat u een andere mening bent toegedaan, maar wij vinden dat ons beleid hier omtrent weloverwogen is en past binnen de ethische kaders die de Nederlandse musea hanteren”, zo liet het museum weten. Het zou je dochter maar wezen.

Vernederd naakt in beeld

Maar respect geldt evenzeer voor de medemens waarvoor je minder sympathie hebt. Daarbij werd ik de afgelopen zomer bepaald in Kamp Amersfoort. Bezoekers aan het museum worden geconfronteerd met een film op een groot scherm waarop in het kamp na de oorlog ‘foute’ Nederlanders staan te douchen, met de camera direct gericht op hun genitalia. Het zijn de enige bewegende beelden van het kamp die over zijn. Voor het museum is dat een reden om het korte stukje film met schaamdelen bijna doorlopend af te spelen.

Onlangs schreef ik ook aan dit museum om te protesteren. Dit hielp evenmin, want de publieke vernedering van de mannen had ‘educatieve’ waarde. “Het is een van de weinige beelden waarmee NMKA kan laten zien dat ook na de bevrijding de omstandigheden in het ‘Foute Kamp’ verre van goed waren”, zo luidde het antwoord. In het kader van de seksuele vernedering en uitbuiting die dit jaar over kampen na de oorlog aan het licht is gekomen, moet de focus van de camera als een bewust vernederende daad worden opgevat. Jaarlijks bekijken talloze schoolexcursies, ook van reformatorische scholen, deze ‘educatieve’ beelden.

Principieel

Waar zijn de protesten? Als het een familielid in de vitrine van Loevestein of opa op het scherm van Kamp Amersfoort betrof, zouden de meeste Nederlanders dit weerzinwekkend vinden. Ook zonder het lezen van de Bijbel. Het minste wat we voor het gestorven tienermeisje en de overleden mensen uit het concentratiekamp kunnen opbrengen, is respect voor hun waardigheid en privacy. Dat betekent: de film in de prullenbak of het archief. En: een christelijke (her)begrafenis voor het meisje van Loevestein door een predikant of priester.  

De Bijbel en de christelijke traditie zijn duidelijk over deze zaken. Genesis 1:26 leert dat de mens naar Gods beeld is geschapen. De waardigheid van het lichaam is hiermee verbonden. Dit is intrinsiek en hangt niet af van status. Bij weldenkende mensen roept openbare naaktheid schaamte op, zoals bij Adam en Eva na de zondeval. Het eerste wat ze deden, was hun naaktheid bedekken en zich verborgen houden (Genesis 3;7-10).  Cham bekeek zijn vader in een kwetsbare naakte toestand en de Bijbel veroordeelt dit als een schandelijke daad. We moeten de naaktheid van onze medemens niet willen zien. Schaamte mag alleen ontbloot worden in de duurzame relatie van man en vrouw. Sem en Jafeth gaven het goede voorbeeld. “Toen namen Sem en Jafeth een kleed, en zij leiden het op hun beider schouderen, en gingen achterwaarts, en bedekten de naaktheid huns vaders; en hun aangezichten waren achterwaarts gekeerd, zodat zij de naaktheid huns vaders niet zagen.”(Gen. 9:23)

En het gestorven middeleeuwse meisje? In zijn boek over De Zorg voor de Doden, geeft de kerkvader Augustinus een samenvatting van wat de Schrift hierover zegt. Hij verwijst naar de begrafenissen en zorg voor de beenderen bij de aartsvaders in Genesis. De dood is een verschrikkelijk gevolg van de zondeval. Onbegraven blijven is altijd een zaak van vernedering. Denk bijvoorbeeld aan David die rondliep met het hoofd van Goliath. En aan de Filistijnen die de lijken van Saul en Jonathan ophingen bij het dorpsplein van Beth San. Let wel, God zegende het land toen de lijken begraven werden (2 Sam 21:14). Tobias werd geprezen voor het begraven van de doden (Tob.1:20; 12:13,14). Het is een van de christelijke werken van barmhartigheid. De Heere Jezus prijst de vrouw die kostbare zalf uitgoot over zijn lichaam ter begrafenis (Mat. 26:7-13). Na de kruisiging werd het stoffelijk overschot van Christus zorgvuldig en met respect bedekt en begraven (Joh. 19:38). Zorg voor de doden bevestigt het geloof in de opstanding: er komt een nieuw lichaam en Christus zal oordelen wat we met ons lichaam op aarde gedaan hebben, hetzij goed, hetzij kwaad. 

Kortom, het besluit van de musea in Glasgow is een welkom begin, een “schot voor de boeg” van de tijdsgeest.

Ook interessant

Afhankelijkheid is goed 

Ik was vorige week in Nederland. Een flitsbezoek om een van m’n zussen bij te staan na een operatie. Het was een

boek Wilma Samyn en Marieke den Butter

Recensie: Vasthouden en doorgeven

‘Vasthouden en Doorgeven’ wil lezers een Bijbels fundament geven in een seculiere wereld. De boodschap is soms confronterend.

Scheppingsorde gaat over meer dan m/v

Tijdens mijn studie theologie leerde ik van mijn docent Ethiek: ‘De bedenker van een machine weet het beste hoe je deze moet

Veranderingen als tekenen der tijden

Zijn de veranderingen op ethisch gebied niet de tekenen der tijden? Moeten we niet vragen naar Zijn wederkomst, om de aarde te