Op 31 oktober wordt jaarlijks de Reformatie herdacht. Terugblikken op Gods grote daden in het verleden is mooi. Als de Reformatie alleen iets is van het verleden, dan hebben wij er nu echter niets aan. Het reformatiewerk moet steeds worden onderhouden tot de wederkomst van de Heere Jezus Christus. Het nalaten hiervan zorgt ervoor dat de invloed van Gods Woord gaat wijken en dat zonden weer binnendringen in kerk en maatschappij.
Als we de Reformatie concreet maken in het heden, betekent dit het opnieuw verlichten van kerk en maatschappij door het Goddelijke Woord. “En wij hebben het profetische Woord, dat zeer vast is, en gij doet wel dat gij daarop acht hebt, als op een licht schijnende in een duistere plaats” (2 Petrus 1:19).
Veel duisternis in Nederland
Er heerst veel duisternis in Nederland. Gods heilige Wet en Evangelie worden in ons land genegeerd, overtreden en vertrapt. De kerk is geroepen het licht van Wet en Evangelie in de samenleving te laten schijnen. Daarvoor is het nodig dat zij zichzelf voortdurend naar Gods Woord laat reformeren. Eerder heb ik geschreven over de noodzaak van de reformatie van de kerk.[1] Ditmaal ligt de focus op de reformatie van de samenleving.
De roeping van de kerk
Wanneer de kerk zich getrouw aan haar roeping houdt om het licht van Gods Woord in de samenleving te laten schijnen, kan ook de samenleving worden gereformeerd. Daarvoor is echter meer nodig dan menselijke inspanning. Ook bij het werk van reformatie zijn we, evenals bij ieder ander geestelijk werk, afhankelijk van de werking van de Heilige Geest. De kerkelijke gemeente heeft daarnaast gemeenteleden nodig die zich door Gods Woord laten onderwijzen en zich door de Heilige Geest laten leiden. Als lichten in een duistere samenleving zijn zij geroepen Gods waarheid uit te dragen in de samenleving. Deze bijdrage is bedoeld om de kerkelijke gemeente toe te rusten voor deze opdracht.
Het geestelijk en lichamelijk welzijn van de samenleving
Een samenleving kan pas werkelijk floreren wanneer Gods Wet wordt gehoorzaamd en het Evangelie van Christus wordt geloofd. Een dergelijke samenleving zal in beginsel tot Gods eer leven en daarmee ook tot zegen zijn van haar inwoners.
Gods geboden als fundament van de maatschappelijke orde
De Heilige Geest gebruikt de Wet in het zielenleven van zondaren om hen te overtuigen van hun zonde en schuld. De Wet brengt echter niet tot de zaligheid; daarvoor is Christus noodzakelijk. Uitwendig vormen de Tien Geboden een belangrijk fundament voor de maatschappelijke orde. De eerste vier geboden leren ons de ware God te eren, Hem naar Zijn Woord te dienen, Zijn Naam te heiligen en de dag des Heeren te onderhouden. De overige zes beschermen het gezag, het menselijk leven, huwelijk en gezin, het eigendom en de goede naam, en bevorderen waarheid en tevredenheid. Waar Gods geboden worden geëerbiedigd, dragen zij bij aan een samenleving die God erkent en waarin vrede, veiligheid en onderling vertrouwen kunnen bloeien. Waar zij worden verworpen, worden deze fundamenten aangetast en ontstaat enorm veel persoonlijke en maatschappelijke schade.
Het Evangelie als enige weg tot de zaligheid
Nog ernstiger is het wanneer ook het Evangelie wordt verworpen. Zonder geloof in de Heere Jezus Christus is zalig worden niet mogelijk. Waar Gods Woord onbekend is, ontbreekt een vaste door God gegeven norm voor goed en kwaad. Daarom zijn de verkondiging van Wet en Evangelie en een voortdurende reformatie nodig. Gods Woord moet worden verspreid opdat zondaren tot Christus worden geleid en de samenleving de bescherming door Gods wet mag ervaren.
Het licht van Christus verspreiden
De kerk is geroepen om het licht van Gods Woord te verspreiden, tot heil van mensen en tot zegen van de samenleving.Er is licht nodig, hét Licht. De Heere Jezus zegt: “Ik ben het Licht der wereld; die Mij volgt, zal in de duisternis niet wandelen, maar zal het licht des levens hebben” (Joh. 8:12). Ook Zijn volgelingen, de leden van de christelijke gemeente, zijn geroepen om licht te verspreiden: “Gij zijt het licht der wereld; een stad boven op een berg liggende, kan niet verborgen zijn” (Matth. 5:14).
Het ambt aller gelovigen
Vanuit de kerk hebben predikant en ambtsdragers vanuit hun ambt de verantwoordelijkheid om het licht van Wet en Evangelie te verspreiden, binnen én buiten de kerkelijke gemeente. Ook de andere gemeenteleden hebben vanuit het ambt aller gelovigen een taak. Paulus laat in 1 Korinthe 12 zien dat de gemeente één lichaam is, waarin ieder lid met zijn eigen gaven nodig is. “En God heeft er sommigen in de gemeente gesteld, ten eerste apostelen, ten tweede profeten, ten derde leraars, daarna krachten, daarna gaven der gezondmakingen, behulpsels, regeringen, menigerlei talen” (1 Kor. 12:28).[2] De gehele gemeente is daarom nodig voor de opbouw van Gods Koninkrijk.
Het geven van tienden in geld of tijd
De gehele gemeente dient bij te dragen aan de opbouw en bloei van Gods Koninkrijk. In het Oude Testament waren de tienden bestemd voor de dienst des Heeren (Num. 18:21). Het principe van het geven van tienden kan ook vandaag aansporen om een deel van ons geld en onze tijd voor Gods Koninkrijk af te zonderen. Daarbij moet ieder naar draagkracht geven; voor de één kan dat meer en voor de ander minder dan tien procent zijn. Ook tijd kun je geven: vier uur per week is voor iemand met een werkweek van veertig uur precies tien procent.
Investeren in Gods Koninkrijk
Het geven moet niet als een last, maar als een investering in Gods Koninkrijk worden beschouwd. Wanneer veel gemeenteleden hun geld, tijd en gaven daarvoor inzetten, kan de kerk worden versterkt. Zij kan ook haar roeping in kerk en samenleving beter vervullen. Een kenmerk van een ware christen is immers dat hij het Koninkrijk van God wil zien bloeien: “Uw Koninkrijk kome” (Matth. 6:10). Een dergelijke inzet zal ook het werk van de reformatie in ons land sterk bevorderen. We kunnen jarenlang bouwen aan ons eigen bedrijf, maar bouwen we ook aan Gods Koninkrijk? Is dat niet belangrijker?
De impact van het geven
Ds. D.B. Macleod (1929-1995) van de Free Presbyterian Church of Scotland schreef dat een gemeente van 300 tot 400 mensen door het geven van tienden mogelijk vijf predikanten in eigen land en vijf zendelingen in het buitenland zou kunnen onderhouden.[3]
Medewerkers in dienst van Gods Koninkrijk
In de gereformeerde gezindte zijn gemeenten van meer dan duizend leden geen uitzondering. Wanneer gemeenteleden van harte betrokken zijn op Gods Koninkrijk, kunnen daardoor ook in een grote gemeente financiële mogelijkheden ontstaan om mensen vrij te stellen voor verschillende taken. Naast een predikant en koster kun je denken aan een pastoraal werker, een plaatselijke evangelist, een beheerder van een Bijbel- en inloophuis en aan medewerkers voor ethische toerusting en maatschappelijke betrokkenheid. Zij kunnen de gemeente toerusten voor het werk binnen en buiten de gemeente, het Evangelie verbreiden, christelijke waarden en normen bevorderen en nuttige christelijke artikelen schrijven of vertalen.
Ook ouderlingen en diakenen kun je (gedeeltelijk) financieren voor hun kerkelijke taak. Hierbij kan een kleine gemeente, naar haar vermogen, geld, tijd en gaven inzetten. Zij kan bijvoorbeeld een deel van de kosten van een evangelist, pastoraal werker of medewerker voor ethische toerusting dragen, eventueel samen met andere gemeenten.
Persoonlijke inzet voor Gods Koninkrijk
Ook wie weinig geld heeft, kan veel betekenen voor Gods Koninkrijk door zijn tijd en gaven in te zetten. Dat kan door hulp binnen de gemeente, het betonen van naastenliefde, het ondersteunen van christelijk onderwijs, het werken in een Bijbel- en inloophuis, het doen van evangelisatiewerk, het ondersteunen van zendingswerk en het zich inzetten voor een prolifeorganisatie of een andere christelijke maatschappelijke organisatie. Ook kan men zich in de plaatselijke samenleving inzetten voor het behoud en de bevordering van christelijke waarden en normen. Het verspreiden en vertalen van christelijke lectuur en het inzetten van eigen professionele kennis zijn eveneens manieren om het licht van Gods Woord te verspreiden.
De reformatie als blijvende opdracht
De kerk hoeft niet aan de rand van de samenleving te staan. Met de gaven, de tijd en de middelen die de Heere haar schenkt, is zij geroepen om als een stad op een berg zichtbaar te zijn en het licht van Wet en Evangelie in de samenleving te laten schijnen. Reformatie is niet slechts een zaak van het verleden, maar ook een opdracht voor het heden. Zo mag de kerk, tot eer van God, bijdragen aan de reformatie van kerk en samenleving en aan het heil van de zielen.
[1] Zie de zevendelige artikelenserie ‘De plicht van Nederland om de kerk te reformeren’, in: Gereformeerd Venster, Nr. 64, 65, 66, 74, 75, 76 en 78, gepubliceerd in de periode april t/m oktober 2023.
Zie ook C.H. van den Hoven, ‘Nieuwe reformatoren gezocht: van godvruchtige moeders tot wijze landsbestuurders’, in: Gereformeerd Venster, Nr. 103 – Maandag 21 oktober 2024.
[2] Zie voor een prachtig kerkhistorisch artikel over het ambt aller gelovigen: W.J. op ’t Hof, ‘Het ambt aller gelovigen in de Nadere Reformatie’, in: Documentatieblad Nadere Reformatie, 41 (2017), nr. 2, p. 117-155.
[3] Ds. D.B. Macleod schrijft hierover: “De tiende zou, bijvoorbeeld in een gemeente van 300 tot 400 mensen, het voor die gemeente heel goed mogelijk kunnen maken om vijf predikanten in eigen land en vijf zendelingen in het buitenland te onderhouden, hoewel dit wellicht een zeer voorzichtige schatting is van de mogelijkheden wanneer de tiende van harte zou worden toegepast.” Dit citaat is afkomstig uit zijn artikel ‘Christian Giving’, gepubliceerd in The Free Presbyterian Magazine and Monthly Record, Vol. 80, May 1975, No. 5, p. 144-149. De tekst van het artikel is te vinden op www.fpchurch.org.uk (ook als pdf).
Dit artikel verscheen onlangs op Gereformeerd Venster.












