“Waarom altijd die witte hetero-mannen?”

houten mannetje met microfoon

In verschillende toonaarden kun je te horen krijgen dat je eigenlijk geen recht van spreken hebt. Je hebt het zelf niet meegemaakt, je hoort zelf niet bij de groep. Als ‘witte hetero-man’ heb je niets te zeggen over ‘zwarte lhbt-vrouwen’. Toch?

“Ja, met vier mannen aan tafel. (Zijn er dan ook vrouwelijke theologen?, vraagt u zich misschien af. Ja.) Op sociale media werd dat direct opgepakt. Het is voor velen toch ongemakkelijk als er wel over maar niet met vrouwen wordt gesproken,” aldus Hanneke Schaap-Jonker. Zo ook in discussies over homoseksualiteit: ‘Als hetero heb je makkelijk praten als je zegt dat homo’s geen relatie mogen aan gaan.’ Of: ‘Als je zelf kinderen hebt, weet je niet wat het is om kinderloos te zijn.’

Inderdaad kun je je als rijke, getrouwde man met kinderen bevoorrecht voelen. Maar door dit type tegenwerpingen ook zomaar schuldig. Je vraagt je af of je wel recht van spreken hebt in allerlei ethische en pastorale situaties. ‘Wie ben ik om iets van een ander te zeggen…?’

Niet vreemd, dat gevoel. Maar toch fout, die opmerkingen.

Medelijden

Het is absoluut waar, dat mensen die iets vergelijkbaars hebben meegemaakt elkaar vaak beter begrijpen. Lotgenotencontact heeft iets waardevols: je begrijpt elkaar soms zonder woorden, terwijl iemand die een gemis niet kent zelfs mét woorden zich nog buitenstaander voelt.

In de Bijbel zie je dit ook terug: ‘Die ons vertroost in al onze verdrukking, opdat wij zouden kunnen vertroosten degenen die in allerlei verdrukking zijn’ (2 Korinthe 1:4). En nog dieper: ‘Want wij hebben geen Hogepriester die niet kan medelijden hebben met onze zwakheden, maar Die in alle dingen, gelijk als wij, verzocht is geweest, doch zonder zonde’ (Hebreeën 4:15). Zelfs als niemand begreep wat je doormaakte was er de vertroosting dat dit voor Christus ánders was: Hij is door alle nood heen gegaan, en kan mee lijden als geen ander.

Nabijheid

Maar dit betekent absoluut niet dat je (ongeveer) hetzelfde moet hebben meegemaakt. Dat laten de teksten zelf zien. Christus is niet in letterlijke zin in alles verzocht geweest: Hij heeft geen eigen kind verloren, geen huwelijksproblemen gehad, is niet oud geworden. En Paulus zegt niet dat hij mensen kan vertroosten met dezelfde verdrukking maar met ‘allerlei’ verdrukking.

Wat is het geheim? Als je verdrukking kent (van welk soort dan ook) en de weg naar de ware vertroosting hebt gevonden, dan kun je echt luisteren naar een ander die ook moeite kent (van welk soort dan ook) én de weg naar vertroosting wijzen. Naar Christus, Die dan weliswaar niet alles concreet heeft meegemaakt, maar van wie de evangelist wel zegt: ‘Hij heeft onze krankheden op Zich genomen, en onze ziekten gedragen’ (Matth. 8:17). Hij heeft de noden van de wereld (de zonden, de moeiten) tot in het diepst van Zijn ziel gevoeld.

Bescheidenheid

Het is wél Bijbels om voorzichtig te zijn, en niet te snel te zeggen: ‘Ik begrijp wat je voelt’. Maar het is niet Bijbels om de ander zoiets voor de voeten te werpen. Het is zelfs niet zo, dat een lotgenoot beter kan vertroosten. Diegene kan immers al te snel dénken dat hij weet wat de ander voelt – terwijl niemand echt hetzelfde voelt. Of met zijn eigen verhaal komen. Of door het verhaal van de ander weer helemaal in de verlieservaring terecht komen. (Zegt de ene drenkeling tegen de ander: ‘Ik weet hoe moeilijk je het hebt…!’)

Dus het is niet nodig, en soms zelfs nadelig, om in een vergelijkbare situatie te zitten. Het feit dat dit tegenwoordig toch vaak wel als voorwaarde gesteld wordt heeft bepaalde oorzaken, die om alertheid vragen.

Slachtofferschap

Niet velen zullen het zo zeggen, maar we leven in een cultuur van slachtofferschap. Slachtoffers hebben altijd gelijk. Nu is het absoluut terecht dat er oog is voor slachtoffers – die in niet weinig gevallen in een zwakke positie zaten. Denk aan de slachtoffers van het misbruik in de Rooms Katholieke Kerk.

Er zijn wel kanttekeningen. Sowieso laat onze cultuur soms het slachtofferschap bestaan. Was vroeger ‘doorbijten’ een wat al te goedkoop advies, van de weeromstuit is er een bepaalde weekheid ontstaan (lees het begin van dit verhaal). Maar belangrijker is, dat de aandacht voor slachtoffers in onze cultuur vaak ten dienste staat van iets anders: de bestrijding van conservatieve waarden. Een stok om een hond te slaan. Lang niet alle kritiek op de misbruikschandalen in de RKK kwam voort uit zorg voor de slachtoffers; velen ging het meer om kerk-bashing. Let alleen al hier op: de écht zwakken, namelijk ongeboren kinderen, hebben bijna niemand die voor hen opkomt…

De tegenwerping ‘Je hebt het zelf niet meegemaakt’ kan soms een eenvoudige noodroep zijn. Maar in onze cultuur kan ze zomaar een nieuwe machtsuitspraak zijn, een poging om bij voorbaat moreel gelijk te hebben en anderen het zwijgen op te leggen.

Woke

Nog een stapje verder, wat voor denken zit er achter dergelijke uitspraken? Een denken verbonden met de Critical Theory (in de Verenigde Staten vooral in de vorm van Critical Race Theory). De leidende gedachte is dat de mensheid verdeeld is in onderdrukkers en onderdrukten (zie ook Hamas of Israël?). En onderdrukkers die een mening hebben over onderdrukten (bijvoorbeeld over lhbt’ers) willen alleen maar hun macht houden, meer niet…

Daar komt nog iets bij. Volgens de postmoderne filosofie is er geen kennis van de waarheid. Het enige wat je echt zeker weet is wat je zelf ervaart. Als je wilt weten wat God vindt van homoseksuele relaties, dan kun je eigenlijk alleen afgaan op de ervaring dat het zo geweldig voelt. En die ervaring – daar kan een ander niets van zeggen, zéker niet iemand die die homoseksuele gevoelens niet heeft.

(Wie zich verder wil verdiepen in deze thematiek kan terecht in het ten onrechte wat onzichtbaar gebleven boek Vasthouden en doorgeven.)

Gods Woord

Bij de nieuwe nadruk op ‘lotgenoten’ spelen er dus heel andere zaken dan de vraag of je echt kunt meeleven met een ander. Ten diepste speelt de vraag, of je überhaupt wel iets kunt zeggen. En daar heeft Gods Woord een antwoord op: ‘Ja!’ God heeft ons geschapen als communicerende wezens. En Hij geeft ons Zijn Woord als duidelijke Gids. We worden niet teruggeworpen op binnenmenselijke ervaringen en bovenmenselijke structuren. We ontvangen intermenselijke contacten en bovennatuurlijk onderwijs. God weet wat in de mens is en Hij weet wat waar is.

Je staat daarom in het pastoraat nooit met lege handen, en in de ethiek nooit met lege briefjes. Wíé het is die iets moet zeggen is ten diepste niet relevant. (Inderdaad, dat zijn relatief vaak mannen, omdat God immers mannen roept tot het ambt.) Het enige wat echt relevant is:
– Buigen zij echt (ook persoonlijk) voor het gezag van het Woord, of gebruiken ze het Woord alleen voor eigen gelijk?
– Hebben ze echt oog voor de nood van de naaste, of zijn pastorale woorden slechts holle frasen?
– Handelen ze echt zonder aanzien des persoons, of doen ze aan vriendjespolitiek?

Dáárop zou je mogen beoordelen (en niet op ‘witte hetero’ of iets van dien aard). En beter nog is het, als wij daar onszelf op beoordelen. God kent het hart van een ander – dat kan ons bemoedigen als we die ander willen vertroosten. God kent ook ons eigen hart – en dat moet ons beschamen als we onoprecht zijn.

Ook interessant

Hoe omgaan met social media?

Hoe kan ik als christen op een goede manier omgaan met sociale media? Zijn er alleen gevaren of biedt het mij ook

De moed om staande te blijven 

De March for Life in Londen stuitte op veel tegenstand. Die tegenstand neemt toe. Zijn we moedig om staande te blijven?