Maken reformatorische organisaties zich schuldig aan taalgebruik dat voortvloeit uit angst en gericht is op de disciplinering van de eigen achterban? Tobias Cinjee meent van wel, maar ziet daarbij wel wat over het hoofd.
Woorden doen ertoe. Zij kunnen helen en schaden, onthullen of verhullen, waardig gekozen worden of worden ingezet voor manipulatie. Als we het interview met Tobias Cinjee (RD 22-4) en de relevante hoofdstukken uit zijn proefschrift lezen, blijkt hij tot de conclusie te zijn gekomen dat reformatorische organisaties, waaronder Bijbels Beraad M/V, vanuit een bepaalde angst harde, beschadigende taal uitslaan. Deze is bedoeld om niet alleen de eigen positie tegenover de boze buitenwereld te markeren, maar vooral ook om de eigen achterban in het gareel te houden.
Ideologische lading
Als woorden ertoe doen, dan geldt dit ook voor de taal waarvan Cinjee zich bedient. Hij heeft het over „narratieven”, „verhalen”, die opinieleiders zouden construeren.
Narratieven maken doen we allemaal. We vertellen bijvoorbeeld het verhaal van ons leven, en selecteren dan bepaalde feiten die we in een zinvol verband proberen te ordenen. Of we vertellen het verhaal van onze vaderlandse geschiedenis, en kiezen dan ook bepaalde feiten uit, en de verbinding van die feiten levert dan een verhaal over de identiteit van ons land op. Zo zijn er protestantse, katholieke en liberale narratieven over ons verleden. Onder het begrip narratieven, zoals dat in de moderne wetenschapsfilosofie wordt gehanteerd, gaat de veronderstelling schuil dat ze allemaal even relevant zijn, en dat hét narratief niet bestaat.
Cinjee wekt de indruk dat hij op een postmodern spoor zit
Dit subjectivisme kan nog verder doorslaan, en dan komen we uit bij de gedachte dat narratieven bewust worden gesmeed om de werkelijkheid te manipuleren in dienst van een ideologie of uit machtsbejag. Een narratief wordt dan een ”discours”, een systeem van macht en kennis om bepaalde normen op te leggen en groepen en/of individuen te disciplineren. Narratieven kúnnen die functie hebben, maar dat hoeft niet.
Cinjee wekt de indruk dat hij op dit postmoderne spoor zit, waarin alle narratieven subjectief en manipulatief zijn. Wat hij als strikt wetenschappelijk presenteert, kan dus gegoten zijn in een ideologisch frame. In zijn proefschrift heeft hij het bijvoorbeeld over een „discursieve strategie”, die auteurs op (bijvoorbeeld) de website van Bijbels Beraad M/V bewust en weloverwogen zouden inzetten. Hij bedoelt daarmee dat de „negatieve en politiek reactieve verhalen” die Bijbels Beraad M/V over de jaren op zijn website heeft geplaatst, het gevolg zijn van een bewust plan om de werkelijkheid op een bepaalde manier te „framen” en meningen zo te vormen of bij te stellen dat de macht over de eigen achterban behouden blijft.
Niemand is er te goed voor zich te bezondigen aan het manipulatieve taalgebruik dat Cinjee beschrijft
Grote woorden
Laten we allereerst vaststellen dat niemand er te goed voor is zich te bezondigen aan het manipulatieve taalgebruik dat Cinjee beschrijft. Er zijn helaas voorbeelden te over van grote woorden die worden ingezet om grip op de reformatorische achterban te houden, ”identity markers” in stand te houden, en de groep rondom deze totempalen te mobiliseren.
En dat harde, grote woorden kunnen krenken en beschadigen, ook dat is maar al te waar. Cinjee zegt zelf dat hij dat niet heeft onderzocht, maar op grond van andere onderzoeken neemt hij aan dat deze „mogelijke effecten” zich voordoen. Wat dat betreft houdt hij alle opinievormers en leidinggevenden een spiegel voor.
Niet middelmatig
Toch zouden wij zo vrij willen zijn om te betogen dat Cinjees invalshoek hem blind maakt voor twee zaken.
Allereerst dat Cinjee, gehinderd door de kaders van waaruit hij denkt, zich concentreert op de motieven en mogelijke gevolgen van het taalgebruik van reformatorische opinievormers, maar geen aandacht schenkt aan hun intenties. Daardoor heeft hij geen oog voor de mogelijkheid dat mensen vanuit een oprechte zorg dingen ook gewoon kunnen menen. Dat die zorg niet vanuit angst is ingegeven en niet gericht is op machtsbehoud, maar bestaat in een oprechte verontrusting over bepaalde ontwikkelingen, binnen en buiten de eigen kring.
In dit geval wordt die zorg ingegeven door de constatering dat wat de Bijbel zegt over de schepping als de oorsprong van alle leven, over man en vrouw, over seksualiteit, over huwelijk en gezin, in de samenleving als geheel op steeds minder begrip en respect kan rekenen. En dat de opvattingen over deze zaken ook in de eigen achterban dreigen te verschuiven. En ‘angst’ voor controleverlies is een emotie die zich slecht verdraagt met het vertrouwen op Hem, aan Wiens goede handen wij ook deze zaken mogen toevertrouwen.
Groen van Prinsterer leerde ons dat het belijden van een christen het uitkomen voor de waarheid is op het front dat ertoe doet
Als we de Bijbel eerbiedig als het Woord van God benaderen, kunnen we ons inziens niet stellen dat het hier om middelmatige zaken gaat. De andere manier van denken over deze zaken heeft bovendien diepe culturele wortels, zoals Carl Trueman bijvoorbeeld heeft uitgelegd, en die betekenen een wisselspoor naar een heilloze weg van subjectivisme en maakbaarheid. Groen van Prinsterer heeft ons geleerd dat het belijden van een christen het uitkomen voor de waarheid is op het front dat ertoe doet. Dat is wat Bijbels Beraad M/V in alle bescheidenheid, maar ook beslistheid, met vallen en opstaan probeert te doen.
Het had misschien al een beetje geholpen wanneer Cinjee niet alleen onze website had geraadpleegd, maar gewoon eens in Rhenen langs was gekomen voor een kopje koffie. Misverstanden over onze motieven hadden dan misschien voorkomen kunnen worden.
Thema-organisatie
Ten tweede impliceert het Bijbelse spreken over een voorgegeven scheppingsorde dat ook andersgelovigen of niet-gelovigen traditionele opvattingen over huwelijk en gezin kunnen delen.
Bijbels Beraad M/V presenteert zich nadrukkelijk als een themaorganisatie. Samenwerking met andersdenkenden (bijvoorbeeld met katholieken in de strijd tegen abortus) is al decennia heel gewoon en berust op duidelijke afspraken, die niet hoeven te betekenen dat de afbakening van de eigen groep vervluchtigt of dat andere opvattingen als gevolg van die samenwerking onder druk zouden komen te staan.
Blijvende relevantie
Het werk van Bijbels Beraad M/V is dus niet ingegeven door angstig alarmisme, maar door een realistische inschatting van de ontwikkelingen in het denken over Bijbels gezien zeer aangelegen punten, zowel in de samenleving als in de eigen achterban.
Met publicaties, een website, congressen en andere bijeenkomsten willen we de betekenis en blijvende relevantie van het Bijbelse spreken over schepping, man/vrouw, seksualiteit, huwelijk en gezin onder de aandacht brengen en houden – omdat er veel op het spel staat. Zijn narratief, waarin hij een misinterpretatie van feiten op de verkeerde wijze met elkaar verbindt, heeft Cinjee geblokkeerd om deze nogal eenduidige inzet op de juiste wijze te interpreteren.
Dit artikel verscheen 13 mei in het Reformatorisch Dagblad: Niet angst, maar oprechte zorg leidt reformatorische opinievormers.