Leestijd: 5 minuten
Tegenover de trend tot meegaandheid en aanpassing hebben wij een tegencultuur nodig waarin we zonde blijven noemen wat het Woord van God zonde noemt. Maar die tegencultuur moet worden gedragen door mensen die barmhartig en bewogen zijn met de ‘underdogs’ in het midden van de gemeente en in de samenleving als geheel.
In Christus’ brief aan de gemeente in Pergamum (Openbaring 2:12-17), staat een opvallende tekst over Bileam en Balak en hun verleiding van het volk Israël (vers 14). Dat vers verwijst naar Numeri 22-25, de bekende hoofdstukken over Bileam die door Balak, de koning van Moab, wordt uitgenodigd om het volk Israël te komen vervloeken. Maar Bileam vervloekt het volk Israël niet, maar zegent het, tot viermaal toe. Balaks plannetje is mislukt, en Bileam keert terug naar Mesopothamië. In hoofdstuk 25 lees je dan ineens dat de Israëlieten zich door de ‘sluwe listen’ van Moabitische vrouwen laten verleiden tot deelname aan offerfeesten. In hoofdstuk 31:16 lezen we dat Bileam deze tactiek van verleiding had geadviseerd (op de terugweg naar Mesopotamië vindt hij de dood, h.31:8).
Psychologisch mechanisme
Deze geschiedenis houdt een behartigenswaardige les in. Banvloeken door de koningen van het Binnenhof en hun profeten zullen reformatorische christenen niet treffen – zeker niet in tijden waarin een minderheidskabinet regeert. Ze worden echter op een meer subtiele wijze verleid om standpunten op te geven en langzaam maar zeker in de LHBTI-agenda mee te gaan. De verleiding bestaat erin om in te stemmen, stapje voor stapje, met de acceptatie van ideeën en praktijken die de Bijbel verbiedt en die niet tot de middelmatige zaken behoren – en dat doen we dan vanuit de gedachte van de (ongenormeerde) liefde. Als twee mensen van elkaar houden, zeggen velen dan, kan het toch niet verkeerd zijn dat…. , want de liefde is immers het grote gebod. Het is lange tijd gemakkelijk om te belijden dat het Woord van God, bijvoorbeeld, homoseksualiteit afkeurt, maar wat als het je eigen kind of een familielid of gemeentelid betreft… Ds. Yme Horjus heeft in een recent commentaar laten zien hoe dit psychologische mechanisme werkt.
Democratische mensen
Hoe komt dat, die ontvankelijkheid voor de hedendaagse vrouwen van Moab, de Izebels (Openbaring 2:20) met hun verleidingstactieken en – technieken, hun beroep op de liefde? Over het antwoord op die vraag zou veel te zeggen zijn. We maken, om te beginnen, deel uit van een bepaalde cultuur, een democratische cultuur, en we zijn allen – of we nu willen of niet – democratische mensen geworden. Gelijkheid en non-discriminatie vinden we erg belangrijk, want we willen het graag een beetje gezellig houden met elkaar. Gelijkheid vinden we belangrijker dan vrijheid. Vrijheid is een uitdaging, is gevaarlijk, vraagt om moed en verantwoordelijkheid. Gelijkheid biedt bescherming. Wij, democratische mensen, verlangen met een ‘brandend vuur’ naar een samenleving gebaseerd op gelijkheid (naar Alexis de Tocqueville, de geestelijke vader van onze Groen van Prinsterer).
Naïviteit
Ik denk ook dat een bepaalde onwetendheid en naïveteit een rol spelen. Er is de afgelopen jaren heel veel gebeurd op het gebied van de LHBTI-agenda. Onlangs hebben we stil gestaan bij het 25-jarig bestaan van het homohuwelijk, waarvan er inmiddels 36.000 zijn gesloten. Maar de afwerking van de agenda is verder gegaan, met als meest recente voorbeelden de Transgenderwet en de anti-conversiewet.
We beseffen vaak niet goed genoeg welke (levensbeschouwelijke, culturele, maatschappelijke en politieke) wissels er omgaan, wanneer de Staten-Generaal deze wetsvoorstellen zal accepteren. Ten diepste zijn zij gebaseerd op een ontkenning van het beeld Gods in ons, de ontkenning van een voorgegeven orde der dingen (in de schepping en in onze ziel), en gaan zij uit van de vrijheid om onszelf op basis van ons gevoel te definiëren. Daarom moeten jonge mensen het geslacht in hun paspoort kunnen veranderen, en moet het worden verboden dat ouders, leraren, predikanten niet direct meegaan in het verlangen van jongeren om van geslacht te veranderen.
Deze discussies lopen al jaren. Er is al veel geschreven over de consequenties voor onze scholen (burgerschapsvorming, mentoraat), onze gezinnen (ouderlijke macht) en onze kerken (pastoraat en prediking). We laten het echter vaak niet tot ons doordringen. ‘Zo’n vaart zal het niet lopen’, denken we. ‘Wij mogen toch ook onszelf zijn; wij zijn toch ook gelijk! En bij ons in Katwijk, Genemuiden, Rijssen of Stolwijk gebeuren zulke dingen niet.’ Dat is de naïviteit, misschien wel het gevolg van een psychologisch proces waarin we maar weinig werkelijkheid kunnen verdragen.
Alternatief
Maar een oproep tot wat meer kennis, wat minder naïviteit, wat meer weerbaarheid tegen de vrouwen van Moab, kan niet het enige en het laatste woord zijn. Het gevaar dreigt dan van een bepaalde stoerheid die in haar stelligheid vooral hard kan overkomen.
Er is een alternatief voor de meegaandheid: de ware naastenliefde en de liefdevolle gemeenschap. In deze tegencultuur blijven we zonde ‘zonde’ noemen en veroordelen, maar mensen worden begrepen en opgevangen – met medeleven, deernis en bescherming. Homo’s, maar ook die duizend meisjes die ieder jaar bij de genderkliniek van de Vrije Universiteit aankloppen omdat ze geen vrouw willen worden. De daar aangeboden behandelingen maakt hen overig niet echt gelukkig: zie dit artikel over het onlangs verschenen Finse rapport daarover.
Toen ik over deze andere kant van de zaak nadacht, moest ik denken aan ds. J. T. Doornenbal (1909-1975). Hij was vrijgezel, omdat hij homoseksueel was. Waarom bleef hij vrijgezel? Omdat de zonde hem een grotere zorg was dan zijn eigen zorgen en ongemakken. Over de verzwegen barst in zijn gebroken leven, heeft ds. Doornenbal zich natuurlijk nooit publiekelijk uitgelaten, maar hij heeft erover kunnen spreken met een oefenaar op de Veluwe, ds. D. Rustige, en een student, Henk Riphagen uit Oene. Maar vanwege die verborgen pijn kon hij zelf ook een pastor zijn, die zich boven niemand verhief en de pijn kende van mensen die niet zo gaaf en gezond als andere mensen zijn (of denken te zijn).
‘Minderwaardig gezelschap’
Het mooiste voorbeeld dat ik daarvan ken, is het verhaal dat hij zelf vertelde over een preekbeurt in Goes (Gedachtenis tot zegening, pp. 125-127). Een kleine gemeente aldaar had hem uitgenodigd voor een door-de-weekse dienst. Wat voor mensen het waren, wist hij niet, en hij werd gewaarschuwd. Het was een vreemd, klein clubje waar je liever niet gezien wilde worden: een ‘minderwaardig gezelschap’. Maar Doornenbal ging toch: hij had geen reden zich boven zo’n gezelschap verheven te voelen. ‘Soort bij soort!’.
Onderweg in de trein naar Goes, las hij een boek van een zekere Philip Toynbee over Underdogs. Ondertitel: ‘een verzameling levensverhalen van mensen die zich mislukt voelen op seksueel en sociaal gebied’. Het woord ‘underdog’ is onvertaalbaar, schreef Doornenbal, maar het woord duidt aan ‘de kneusjes van de maatschappij, de uitgerangeerden, de uitgestotenen, zij die, om welke reden dan ook, minderwaardig zijn en zichzelf zo voelen’.
Het boek van Toynbee en het artikel van ds. Doornenbal gaan, nota bene, dus niet specifiek om mensen die zich vanwege hun seksuele gerichtheid niet geaccepteerd voelden. Beide publicaties hebben een algemenere strekking. Maar duidelijk is wel dat ds. Doornenbal zich in die underdogs herkende en zich bij hen thuis voelde. De achttien verhalen in het boek zijn ‘de noodkreten van evenzoveel onbegrepen, vereenzaamde, vergeten en vertrapte zielen, voor wie geen plaats is in de maatschappij, en die hun minderwaardig-zijn als een blijvend leed moeten omdragen. In de voorrede op het boek trof mij de opmerking, dat Christus alleen het ware begrip en de ware liefde voor alles wat underdog is, heeft kunnen opbrengen. Daarom bedacht ik, dat ik dan ook rustig en zonder scrupules naar Goes kon gaan, onverschillig wat ik er zou aantreffen.’
In het doopsgezinde kerkje aan de Goese Westwal trof hij geen gezelschap van ‘opiumschuivers of koppensnellers’ maar ‘keurige, goedgeklede mannen en vrouwen, ook enkele kinderen; open, trouwhartige gezichten, ronde Zeeuwen, eerbiedig, aandachtig in zingen en luisteren. Zelden heb ik mij in een kerkdienst zo thuis gevoeld, en zo rustig en eenvoudig mogen spreken, zo opgewekt zelfs, al was de tekst uit Klaagliederen’.
Hart voor de ‘underdogs’
De conclusie die ds. Doornenbal de volgende dag trok: ‘Eens temeer weet ik nu, dat mijn eigen leven behoort bij de underdogs en de aardwurmen. De zonnigen en gelukkigen, de sterken en geslaagden, de goeden en evenwichtigen, de kerkelijken en rechtzinnigen kunnen zichzelf wel redde. Maar de armen en gekneusden, de kreupelen en verminkten, die wegschuilen in de heggen en steggen, aller uitvaagsel en aller afschrapsel, al wat geestelijk en kerkelijk en maatschappelijk underdog is, dat heeft onze deernis nodig en daarvoor zou ik ook het liefst wat mij nog rest aan kracht en leven, willen inzetten’.
Een echte tegencultuur waarin de waarheid blijvend wordt benoemd, kan alleen worden gedragen door een gemeenschap van mensen met een hart voor de ‘underdogs’.
Tegencultuur vraagt om deernis met ‘underdogs’
Tegenover de trend tot meegaandheid en aanpassing hebben wij een tegencultuur nodig waarin we zonde blijven noemen wat het Woord van God zonde noemt. Maar die tegencultuur moet worden gedragen door mensen die barmhartig en bewogen zijn met de ‘underdogs’ in het midden van de gemeente en in de samenleving als geheel.
In Christus’ brief aan de gemeente in Pergamum (Openbaring 2:12-17), staat een opvallende tekst over Bileam en Balak en hun verleiding van het volk Israël (vers 14). Dat vers verwijst naar Numeri 22-25, de bekende hoofdstukken over Bileam die door Balak, de koning van Moab, wordt uitgenodigd om het volk Israël te komen vervloeken. Maar Bileam vervloekt het volk Israël niet, maar zegent het, tot viermaal toe. Balaks plannetje is mislukt, en Bileam keert terug naar Mesopothamië. In hoofdstuk 25 lees je dan ineens dat de Israëlieten zich door de ‘sluwe listen’ van Moabitische vrouwen laten verleiden tot deelname aan offerfeesten. In hoofdstuk 31:16 lezen we dat Bileam deze tactiek van verleiding had geadviseerd (op de terugweg naar Mesopotamië vindt hij de dood, h.31:8).
Psychologisch mechanisme
Deze geschiedenis houdt een behartigenswaardige les in. Banvloeken door de koningen van het Binnenhof en hun profeten zullen reformatorische christenen niet treffen – zeker niet in tijden waarin een minderheidskabinet regeert. Ze worden echter op een meer subtiele wijze verleid om standpunten op te geven en langzaam maar zeker in de LHBTI-agenda mee te gaan. De verleiding bestaat erin om in te stemmen, stapje voor stapje, met de acceptatie van ideeën en praktijken die de Bijbel verbiedt en die niet tot de middelmatige zaken behoren – en dat doen we dan vanuit de gedachte van de (ongenormeerde) liefde. Als twee mensen van elkaar houden, zeggen velen dan, kan het toch niet verkeerd zijn dat…. , want de liefde is immers het grote gebod. Het is lange tijd gemakkelijk om te belijden dat het Woord van God, bijvoorbeeld, homoseksualiteit afkeurt, maar wat als het je eigen kind of een familielid of gemeentelid betreft… Ds. Yme Horjus heeft in een recent commentaar laten zien hoe dit psychologische mechanisme werkt.
Democratische mensen
Hoe komt dat, die ontvankelijkheid voor de hedendaagse vrouwen van Moab, de Izebels (Openbaring 2:20) met hun verleidingstactieken en – technieken, hun beroep op de liefde? Over het antwoord op die vraag zou veel te zeggen zijn. We maken, om te beginnen, deel uit van een bepaalde cultuur, een democratische cultuur, en we zijn allen – of we nu willen of niet – democratische mensen geworden. Gelijkheid en non-discriminatie vinden we erg belangrijk, want we willen het graag een beetje gezellig houden met elkaar. Gelijkheid vinden we belangrijker dan vrijheid. Vrijheid is een uitdaging, is gevaarlijk, vraagt om moed en verantwoordelijkheid. Gelijkheid biedt bescherming. Wij, democratische mensen, verlangen met een ‘brandend vuur’ naar een samenleving gebaseerd op gelijkheid (naar Alexis de Tocqueville, de geestelijke vader van onze Groen van Prinsterer).
Naïviteit
Ik denk ook dat een bepaalde onwetendheid en naïveteit een rol spelen. Er is de afgelopen jaren heel veel gebeurd op het gebied van de LHBTI-agenda. Onlangs hebben we stil gestaan bij het 25-jarig bestaan van het homohuwelijk, waarvan er inmiddels 36.000 zijn gesloten. Maar de afwerking van de agenda is verder gegaan, met als meest recente voorbeelden de Transgenderwet en de anti-conversiewet.
We beseffen vaak niet goed genoeg welke (levensbeschouwelijke, culturele, maatschappelijke en politieke) wissels er omgaan, wanneer de Staten-Generaal deze wetsvoorstellen zal accepteren. Ten diepste zijn zij gebaseerd op een ontkenning van het beeld Gods in ons, de ontkenning van een voorgegeven orde der dingen (in de schepping en in onze ziel), en gaan zij uit van de vrijheid om onszelf op basis van ons gevoel te definiëren. Daarom moeten jonge mensen het geslacht in hun paspoort kunnen veranderen, en moet het worden verboden dat ouders, leraren, predikanten niet direct meegaan in het verlangen van jongeren om van geslacht te veranderen.
Deze discussies lopen al jaren. Er is al veel geschreven over de consequenties voor onze scholen (burgerschapsvorming, mentoraat), onze gezinnen (ouderlijke macht) en onze kerken (pastoraat en prediking). We laten het echter vaak niet tot ons doordringen. ‘Zo’n vaart zal het niet lopen’, denken we. ‘Wij mogen toch ook onszelf zijn; wij zijn toch ook gelijk! En bij ons in Katwijk, Genemuiden, Rijssen of Stolwijk gebeuren zulke dingen niet.’ Dat is de naïviteit, misschien wel het gevolg van een psychologisch proces waarin we maar weinig werkelijkheid kunnen verdragen.
Alternatief
Maar een oproep tot wat meer kennis, wat minder naïviteit, wat meer weerbaarheid tegen de vrouwen van Moab, kan niet het enige en het laatste woord zijn. Het gevaar dreigt dan van een bepaalde stoerheid die in haar stelligheid vooral hard kan overkomen.
Er is een alternatief voor de meegaandheid: de ware naastenliefde en de liefdevolle gemeenschap. In deze tegencultuur blijven we zonde ‘zonde’ noemen en veroordelen, maar mensen worden begrepen en opgevangen – met medeleven, deernis en bescherming. Homo’s, maar ook die duizend meisjes die ieder jaar bij de genderkliniek van de Vrije Universiteit aankloppen omdat ze geen vrouw willen worden. De daar aangeboden behandelingen maakt hen overig niet echt gelukkig: zie dit artikel over het onlangs verschenen Finse rapport daarover.
Toen ik over deze andere kant van de zaak nadacht, moest ik denken aan ds. J. T. Doornenbal (1909-1975). Hij was vrijgezel, omdat hij homoseksueel was. Waarom bleef hij vrijgezel? Omdat de zonde hem een grotere zorg was dan zijn eigen zorgen en ongemakken. Over de verzwegen barst in zijn gebroken leven, heeft ds. Doornenbal zich natuurlijk nooit publiekelijk uitgelaten, maar hij heeft erover kunnen spreken met een oefenaar op de Veluwe, ds. D. Rustige, en een student, Henk Riphagen uit Oene. Maar vanwege die verborgen pijn kon hij zelf ook een pastor zijn, die zich boven niemand verhief en de pijn kende van mensen die niet zo gaaf en gezond als andere mensen zijn (of denken te zijn).
‘Minderwaardig gezelschap’
Het mooiste voorbeeld dat ik daarvan ken, is het verhaal dat hij zelf vertelde over een preekbeurt in Goes (Gedachtenis tot zegening, pp. 125-127). Een kleine gemeente aldaar had hem uitgenodigd voor een door-de-weekse dienst. Wat voor mensen het waren, wist hij niet, en hij werd gewaarschuwd. Het was een vreemd, klein clubje waar je liever niet gezien wilde worden: een ‘minderwaardig gezelschap’. Maar Doornenbal ging toch: hij had geen reden zich boven zo’n gezelschap verheven te voelen. ‘Soort bij soort!’.
Onderweg in de trein naar Goes, las hij een boek van een zekere Philip Toynbee over Underdogs. Ondertitel: ‘een verzameling levensverhalen van mensen die zich mislukt voelen op seksueel en sociaal gebied’. Het woord ‘underdog’ is onvertaalbaar, schreef Doornenbal, maar het woord duidt aan ‘de kneusjes van de maatschappij, de uitgerangeerden, de uitgestotenen, zij die, om welke reden dan ook, minderwaardig zijn en zichzelf zo voelen’.
Het boek van Toynbee en het artikel van ds. Doornenbal gaan, nota bene, dus niet specifiek om mensen die zich vanwege hun seksuele gerichtheid niet geaccepteerd voelden. Beide publicaties hebben een algemenere strekking. Maar duidelijk is wel dat ds. Doornenbal zich in die underdogs herkende en zich bij hen thuis voelde. De achttien verhalen in het boek zijn ‘de noodkreten van evenzoveel onbegrepen, vereenzaamde, vergeten en vertrapte zielen, voor wie geen plaats is in de maatschappij, en die hun minderwaardig-zijn als een blijvend leed moeten omdragen. In de voorrede op het boek trof mij de opmerking, dat Christus alleen het ware begrip en de ware liefde voor alles wat underdog is, heeft kunnen opbrengen. Daarom bedacht ik, dat ik dan ook rustig en zonder scrupules naar Goes kon gaan, onverschillig wat ik er zou aantreffen.’
In het doopsgezinde kerkje aan de Goese Westwal trof hij geen gezelschap van ‘opiumschuivers of koppensnellers’ maar ‘keurige, goedgeklede mannen en vrouwen, ook enkele kinderen; open, trouwhartige gezichten, ronde Zeeuwen, eerbiedig, aandachtig in zingen en luisteren. Zelden heb ik mij in een kerkdienst zo thuis gevoeld, en zo rustig en eenvoudig mogen spreken, zo opgewekt zelfs, al was de tekst uit Klaagliederen’.
Hart voor de ‘underdogs’
De conclusie die ds. Doornenbal de volgende dag trok: ‘Eens temeer weet ik nu, dat mijn eigen leven behoort bij de underdogs en de aardwurmen. De zonnigen en gelukkigen, de sterken en geslaagden, de goeden en evenwichtigen, de kerkelijken en rechtzinnigen kunnen zichzelf wel redde. Maar de armen en gekneusden, de kreupelen en verminkten, die wegschuilen in de heggen en steggen, aller uitvaagsel en aller afschrapsel, al wat geestelijk en kerkelijk en maatschappelijk underdog is, dat heeft onze deernis nodig en daarvoor zou ik ook het liefst wat mij nog rest aan kracht en leven, willen inzetten’.
Een echte tegencultuur waarin de waarheid blijvend wordt benoemd, kan alleen worden gedragen door een gemeenschap van mensen met een hart voor de ‘underdogs’.
Dr. B.J. Spruyt
Ook interessant
Na aantreden Trump blijft de negatieve wereld
Vanuit christelijk perspectief vinden er opvallende positieve veranderingen plaats. Is dit het einde van een negatieve wereld?
Waarom hebben jullie de stichting Bijbels Beraad M/V genoemd?
We gebruiken het woord ‘Beraad’ omdat er veel onderwerpen zijn op het gebied van de scheppingsorde die Bijbelse doordenking vragen. We betrekken
Regering D66: christenvervolging?
Is er veel kans op christenvervolging als D66 aan de macht komt? Dat ligt eraan wat we onder christenvervolging verstaan. Bij vervolgingen
Commentaar: Voorbede als geestelijk medicijn
Christenen maken zich zorgen over de koers van ons land en de samenleving. Overal lijkt de secularisatie toe te slaan. Niet alleen
Grensoverschrijdend gedrag en de kunst van ‘cancelen’
Grensoverschrijdend gedrag gaat over sekualiteit en over machtsmisbruik. Hier is -terecht- aandacht voor, maar er kleeft wel een gevaar aan.
Blijft Hongarije onder Magyar gezinsvriendelijk?
Finse studie rapporteert negatief over effecten van transitie
Tegencultuur vraagt om deernis met ‘underdogs’
Appelavond Katwijk 2.0
Immigranten worden ‘homoseksueel’ om in VK te blijven
Populaire artikelen
Wekelijkse nieuwsbrief ontvangen?
Bijeenkomsten
12 mei 2026 / 12 mei 2026
20 mei 2026 / 20 mei 2026
10 juni 2026 / 10 juni 2026
16 september 2026 / 16 september 2026