Gezinnen kunnen samen een dorp worden

Hofje_willem_van_heythuyzen
Leestijd: 5 minuten

Er is een bekend verhaal dat keer op keer naar voren komt in nieuwsartikelen over ouderschap: Er waren eens mensen in gemeenschappen waarin ze elkaar wederzijds steunden. Maar deze gemeenschappen, vaak letterlijke dorpen, zijn de laatste tijd verdwenen, waardoor het leven nodeloos moeilijk is geworden. En dus moeten we er iets aan doen.

Ouderschapscursus

Het nieuwste voorbeeld in het genre verscheen vorige week in  The Atlantic ,  toen auteur Faith Hill klaagde over het huidige gebrek aan kennis van ouders over opvoeding. Een paar paragrafen verderop citeert Hill een lactatiekundige die kernachtig de oorzaak van het probleem identificeert: “Het dorp is volledig uitgehold.”

Dit is een veel voorkomende klaagzang onder ouders op sociale media. In recente nieuwsartikelen en boeken wordt het ontbreken van een dorp ook benoemd als grootste uitdaging van het moderne gezinsleven. Iedereen begrijpt blijkbaar dat dit een probleem is.

Maar het artikel in The Atlantic illustreert ook een veelvoorkomend probleem in dit soort discours. Nadat we het gebrek aan dorpen ter sprake hebben gebracht, gaan we de oplossing zoeken in ouderschapscursussen en overheidsfinanciering. Dit bracht mij in de war. Een cursus klinkt interessant, financiën kunnen helpen, maar het is geen dorp.

In alle discussies over ouderschap zoeken we oplossingen op de plaats waar het probleem niet ligt. We weten allemaal dat we dorpen nodig hebben, zo gaat het gesprek, dus hoe kunnen we een programma bedenken om ze te vervangen?

Kijk, ik zou geen nee zeggen tegen meer ouderschapsverlof. En het bieden van hulp aan ouders kan zeker een goede zaak zijn. Maar als het kernprobleem is dat mensen geen dorp hebben, dan moeten we daar onze aandacht op richten. We moeten onze dorpen herbouwen. Laat ik een vergelijking maken: als ik honger zou lijden, zou ik niet op zoek gaan naar een soort systemisch alternatief voor voedsel. Ik zou op zoek gaan naar nieuw voedsel. Er is geen vervanging voor levensonderhoud.

Er zijn genoeg redenen om over ouderschap te schrijven en consequent het dorpsbouwprobleem te omzeilen. De belangrijkste reden kan zijn dat dorpen – die doorgaans georganiseerd waren rond familiestammen en clans – heel geleidelijk uit de samenleving zijn verdwenen. 

Europese dorpen ontmanteld

Waarschijnlijk de meest interessante recente beschrijving van dit verdwijningsproces is afkomstig van Joseph Henrich, een professor in de menselijke evolutionaire biologie aan Harvard, bekend om het idee van WEIRD psychologie – waarbij WEIRD staat voor ‘westers, goed opgeleid, geïndustrialiseerd, rijk en democratisch’. Henrichs boek uit 2020 onderzoekt dit concept uitvoerig. Samengevat gaat het om het idee dat een reeks beleidsmaatregelen van de katholieke kerk in de middeleeuwse periode geleidelijk de stam- en clanachtige familiestructuren in Europa heeft ontmanteld. Interessant genoeg wijst Henrich er in het boek ook op dat middeleeuwse dorpen niet zomaar een verzameling willekeurige mensen waren, maar feitelijk gebaseerd waren op familienetwerken.1 

Henrich betoogt dat de positieve kant van deze ontwikkelingen het Westen grotere welvaart, democratie en onderwijs heeft gebracht. Het zorgde echter voor de afbraak van de familienetwerken, waar velen van ons tegenwoordig naar lijken te verlangen.

Een baantje in de stad

In dezelfde geest schreef historicus Stephanie Coontz dat de opkomende markteconomie van eind 18e eeuw heeft bijgedragen aan de ontwikkeling van het unieke gevoel van individualisme in het Westen. Plotseling kon je je familieboerderij verlaten en een baantje per uur in de stad krijgen. Deze veranderingen duwden het Westen geleidelijk weg van het ‘werkpartner’-concept van het huwelijk, waarin man en vrouw werden gezien als partners in een onderneming zoals een boerderij of winkel, en richting een ‘soulmate’-model gebaseerd op emotionele relaties. Er is niets mis met emotionele banden, maar deze verschuiving zorgde ervoor dat de traditionele, economische prikkels die mensen hadden om in hun dorpen te investeren, uitgehold werden.

Er is veel geschiedenis die ik hier verdoezel, maar het punt is dat het een ontwikkeling is van vele eeuwen, dat in het Westen de nadruk op het individu toenam, terwijl tegelijkertijd de stammen en families die de basis vormden voor dorpen minder belangrijk werden.

Een opvoedingsdiscours dat zich volledig richt op zaken als
door de overheid gefinancierde kinderopvang of ouderschapslessen
doet niets om de onderliggende historische omstandigheden aan te pakken
die mensen in de eerste plaats geïsoleerd hebben achtergelaten.

Bouwen aan een pre-WEIRD-cultuur

Als je hierover nadenkt, begrijp je dat het moeilijk is om beleidsoplossingen te bedenken die eeuwen van verandering kunnen terugdraaien. Hoe kunnen we dan tenminste een beetje de pre-WEIRD-cultuur in ons leven introduceren? Hoe kunnen we gezinnen versterken, zodat huwelijksbanden meer zijn dan alleen emotioneel? En hoe kunnen we een omgeving cultiveren die vruchtbaarder is voor het soort dorpen dat we hadden voordat deze veranderingen plaatsvonden?

Ik heb niet alle antwoorden, maar het is frustrerend dat we dit soort vragen eigenlijk helemaal nooit stellen. Een opvoedingsdiscours dat zich volledig richt op zaken als door de overheid gefinancierde kinderopvang of ouderschapscursussen doet niets om de onderliggende historische omstandigheden aan te pakken die mensen in de eerste plaats geïsoleerd hebben achtergelaten. Erger nog, in veel gevallen wordt in het politieke en door de media aangestuurde debat over gezinnen niet eens nagedacht over manieren om kerngezinnen, de meest fundamentele bouwsteen voor een dorp, te versterken en te bevorderen.

Dat wil niet zeggen dat onze vele hedendaagse beleidsdiscussies er niet toe doen. Maar als iedereen gelijk heeft dat er dorpen ontbreken, moet het wederopbouwproces ook een prioriteit zijn.

Huisvestingsbeleid

Het is waarschijnlijk ook niet nodig om duizend jaar gezinsevolutie in één beleid op zich te nemen. We kunnen klein beginnen. Het huisvestingsbeleid zou bijvoorbeeld een grote bijdrage kunnen leveren aan het bevorderen van het familie-dorpsleven door een meer diverse reeks gebouwtypen mogelijk te maken. Zoals ik eerder heb geschreven, worden in de meeste steden feitelijk alleen eengezinswoningen gebouwd. Maar huizen met huisjes in de achtertuin, of waar meerdere huizen rond een binnenplaats zijn gerangschikt, maken het gemakkelijker voor meerdere generaties gezinnen om dicht bij elkaar te wonen. Dorpsgericht woonbeleid is beleid dat dorpse woningtypen stimuleert.2

De lijm die gezinnen verbindt

Huisvesting is slechts een klein stukje van de puzzel. Een andere mogelijkheid is het invoeren van een beleid voor kinderopvang dat ouders in staat stelt thuis te blijven, in het leven van hun kinderen en buiten de loonarbeidersbevolking, als zij dat willen. Er zijn genoeg argumenten te bedenken voor kinderopvang aan huis.

Maar een zelden besproken bijkomend voordeel van het hebben van een ouder thuis is dat het gezin gemakkelijker bij een gezinsbewaarder terecht kan komen. Waar ik het hier over heb, is een term die onderzoekers gebruiken om de emotionele arbeid te beschrijven die gepaard gaat met het bij elkaar houden van gezinnen, over tijd en afstand heen. Historisch gezien is de rol van gezinsbewaarder toebedeeld aan vrouwen, wier (immense) arbeid in de huiselijke sfeer hen tot natuurlijke archivarissen van familiegeschiedenis, tradities en waarden heeft gemaakt. Het is niet toevallig dat ik heb ontdekt dat in mijn eigen grote familie de gezinsbewaarders meestal de thuisblijvende ouders zijn. Ik zou zo ver willen gaan om te zeggen dat de rol van gezinsbewaarder essentieel is voor een familiedorp, en dat het voor iemand veel gemakkelijker is om die rol op zich te nemen als zijn dagelijkse werk op het gezin is gericht in plaats van op een willekeurige externe baan.

Doen wat goed werkt

Natuurlijk hebben veel gezinnen tegenwoordig beide ouders nodig die werken om rond te komen. Maar het punt is dat we in debatten over kinderopvang of ander beleid uit zouden moeten gaan van de doelstelling dat we mensen helpen om hun gezin tot de basis van een dorp te maken.

Ik denk dat dat uiteindelijk echt is wat we nodig hebben: een betere reeks aannames. Artikelen als die in The Atlantic zijn goed bedoeld en streven naar oplossingen, maar gaan ervan uit dat de positieve dingen uit het verleden voorgoed voorbij zijn. Ik hoop voor ons allemaal dat dit niet het geval is. Wij mensen verlangen naar verbinding. Zoals zo vaak wordt herhaald in de teksten over ouderschap, was het nooit de bedoeling dat we kinderen in isolement zouden opvoeden. En hoewel er misschien nog nieuwe manieren zijn om verbinding te bevorderen, hebben miljarden mensen in de loop van duizenden jaren al één ding ontdekt wat heel goed werkt: gezinnen die samen een dorp kunnen worden. 


Jim Dalrymple II is journalist en auteur van de Nuclear Meltdown-nieuwsbrief over gezinnen. Dit artikel verscheen eerder bij het Institute of Family Studies.

1. De reden dat Henrich het familiale karakter van dorpen noemt, is omdat de middeleeuwse kerk huwelijken tussen neven en nichten verbood. Maar het verbod breidde zich steeds verder uit tot steeds verder gelegen familieleden. Uiteindelijk maakte dit het voor mensen zelfs moeilijk om een ​​partner te vinden; iedereen in het dorp was op de een of andere manier op zijn minst in de verte verwant. 

2. Als dit moeilijk te visualiseren is, denk dan aan de ruïnes van Mesa Verde, die in feite appartementen waren die in klifwanden waren gebouwd, of de pastelkleurige dorpjes van de Italiaanse Cinque Terre, die doorgaans bestaan ​​uit middelhoge appartementen die rond een plein zijn georganiseerd. Hier leefden uitgebreide familieleden dicht bij elkaar, en iedereen profiteert daarvan. Het bouwen van meer van dit soort plekken is een kleine stap op weg naar de herontdekking van het familiedorp.

Ook interessant

Toespraak ds. Latzel in Nederland

Op 3 september 2020 heeft ds. O. Latzel gesproken tijdens een besloten studiedag in Amerongen. Deze studiedag is gehouden ter voorbereiding op