Het meest opvallende kenmerk van reformatorische scholen is het feit dat de ene helft van de leerlingen een rok draagt en de andere helft een broek. Daar komt van binnen en van buiten nogal eens kritiek op. Is het wel zo Bijbels? Tijd om onderzoek te doen naar de Bijbeltekst waar men zich het meest op beroept, Deuteronomium 22:5.

Eerst de tekst: ‘Het kleed van een man zal niet zijn aan een vrouw, en een man zal geen vrouwenkleed aantrekken; want al wie zoiets doet is voor de HEERE, uw God, een gruwel’.

Eeuwenlang was deze tekst tamelijk onbekend. Ik heb de indruk dat pas na de Tweede Wereldoorlog christenen deze tekst aanhaalden bij hun afwijzen van de pantalon voor meisjes en vrouwen. Niet omdat christenen daar eerder geen moeite mee hadden, maar het probleem deed zich eenvoudigweg nauwelijks voor. Kijk naar oude schilderijen en foto’s van de voorbijgaande eeuwen, en je ziet het verschil tussen man en vrouw direct. Maar vooral na de Tweede Wereldoorlog kwam de vrouwenemancipatie op. Toen won ook de damespantalon terrein. Veel christenen voelden zich daar ongemakkelijk bij, maar was dat gevoel ook Bijbels? Je kunt je voorstellen, dat toen ineens Deuteronomium 22:5 een antwoord leek te geven.

In elk geval, voor bijna iedere Europeaan was er eerst het (duidelijke) verschil tussen vrouwen- en mannenkleding. Daarna kwam er (juist bij behoudende protestanten) behoefte aan een Bijbeltekst, en dus Deuteronomium 22. Zoiets merk ik nog onder oudere gemeenteleden. Zij zijn niet opgegroeid in de reformatorische zuil met bijpassende kledingregels. Toch vinden ze het moeilijk als hun (klein)dochters een broek gaan dragen. Hun gevoel zegt dat het verkeerd is, maar echt goed uitleggen kunnen ze het niet. Je kunt je dan voorstellen dat ze blij zijn met Deuteronomium 22:5: „Kijk, het staat in de Bijbel!”

Bezwaren
Maar staat het ook in de Bijbel? Er zijn nogal wat bezwaren om deze tekst zo te gebruiken:

– Hoezo beroepen we ons op deze tekst? Met andere teksten uit Deuteronomium, zoals over ‘gemengde stof’ (22:11) doen we toch ook niets?

– Gaat het in deze tekst überhaupt wel over kledingvoorschriften?

– In de tijd van de Bijbel droegen mannen én vrouwen rokken.

Deze drie bezwaren zijn uitgangspunt voor de volgende drie paragrafen.

1. Een gebod van Mozes
Het komt wat vreemd over als we één tekst uit de oudtestamentische wetten selecteren en gehoorzamen en de rest links laten liggen. Maar dat is nog geen reden om dan deze tekst óók links te laten liggen. Het zou juist reden moeten zijn om te kijken of het geen tijd wordt de andere geboden ook serieuzer te nemen. Immers, ‘Al de Schrift is van God ingegeven, en is nuttig (…)’ (2 Tim. 3:16). Ook elk gebod uit het Oude Testament. Dus ja, ook dat gebod over gemengde stof!

Dan is er wel een vertaalslag nodig. Laat ik als voorbeeld de verzen 6 en 7 nemen, over een vogelnest dat je onderweg tegenkomt. Je mag de eieren/jongen uithalen maar moet de moedervogel laten vliegen. In ons volle land kan dat eigenlijk niet meer. Kievitseieren rapen is sinds kort zelfs in Friesland verboden. Zo’n tekst moet je dan ook niet één op één overzetten. Als burgerlijke wet was deze bedoeld voor de ordening van de maatschappij van het oude Israël. Wij moeten onderzoeken wat het onderliggende principe is, en dát toepassen naar nu. Wel, bij vers 6 en 7 is dat Gods zorg voor de instandhouding van diersoorten. Daarbij past dan bijvoorbeeld, dat je voor de renovatie van je huis onderzoekt of er ook vleermuizen overnachten.

Zoiets geldt hier ook. Wat voor principe ligt er achter deze tekst over mannen- en vrouwenkleding? Dat God man en vrouw gemaakt heeft en dat Hij het man-zijn en vrouw-zijn beschermt – net zoals Hij zorgt voor bescherming van vogels (vers 6-7), het mensenleven (vers 8) en de eigenheid van planten- en diersoorten (vers 9-10). Dit principe is onafhankelijk van de cultuur. Het is gegrond in Gods scheppingswerk en voorzienigheid. ‘Man en vrouw schiep Hij hen’ (Gen. 1:27).

2. Kleding en meer
Dus het gebod geldt op dat diepere niveau nog steeds. Maar… waar gaat dit gebod eigenlijk over? Is het wel een ‘kledingvoorschrift’?

Sommigen wijzen dat af door erop te wijzen dat het Hebreeuwse woord dat vertaald is met ‘kleed’ een veel bredere betekenis heeft (vaatwerk, gereedschap), en dus niet gaat over kleding.

Anderen gaan nog verder, en zeggen dat het in deze tekst überhaupt niet gaat over het alledaagse leven. Het gebruik van het woord ‘gruwel’ wijst erop dat dit gebod gericht is op heidense praktijken. Er waren afgodische tempels waar omheen aan tempelprostitutie werd gedaan. Dit ging vermoedelijk meer dan eens gepaard met travestie. Mannen die zich als vrouw voordeden, vrouwen die er uit zagen als een man. En die travestie –dus: geslachtsverwisseling– zou hier worden verboden.

Nu, dat is goed mogelijk. Al weten we er te weinig van om dit zo stellig te zeggen, het zou kunnen dat dit vooral een verbod is op travestie. Maar dat betekent bepaald nog niet, dat het niets te zeggen heeft over het uiterlijk. Integendeel. Kennelijk waren mannen en vrouwen herkenbaar, ook bij heidenen. Als er geen zichtbaar verschil was tussen man en vrouw, dan kon je immers je niet verkleden! Dus zo bezien is verschil in kleding niet het gebod in deze tekst maar de vooronderstelling. Dat verschil is er gewoon. Dat kun je ook opmaken uit 1 Timotheüs 2:9 en 1 Petrus 3:3. En in 1 Korinthe 11 maakt Paulus er zelfs een heel punt van.

Al met al zie ik dit als de hoofdboodschap van deze tekst: God heeft man en vrouw verschillend gemaakt en wil dat zij dat zichtbaar uitdragen. Wie hier voor verwarring zorgt leeft onordelijk en onkuis als een heiden.

3. Rok en broek
Dat er Bijbels gezien een zichtbaar verschil is tussen man en vrouw, dat lijkt mij bepaald niet alleen vanuit Deuteronomium 22:5 duidelijk. Maar hoe dit verschil er uit moet zien, daarvoor zijn er natuurlijk geen Bijbelse voorschriften, afgezien dan ten aanzien van haardracht en hoofdbedekking (1 Kor. 11).

Wat wel duidelijk Bijbels is: dat je een gebod van de Heere met liefde opvolgt. Een liefdeloze omgang met de geboden betekent óf dat je anderen erop afrekent óf dat je de grenzen opzoekt. Dus: ‘Je moet per se…!’ of ‘Waarom moet ik dat per se…?’ Wie uit liefde naar de Heere luistert zal zich af gaan vragen, op welke manier hij het beste aan Gods wil kan beantwoorden. Dus niet de grenzen opzoeken maar de kern. In dit geval: blijmoedig en duidelijk uitdragen dat je man of vrouw bent.

Dat kan op verschillende manieren. Maar er is geen twijfel over mogelijk, dat in onze samenlevingen (in heel Europa trouwens) mannen een broek droegen en vrouwen een rok (dat is vooral veranderd onder invloed van de emancipatiegolf rond de jaren 60). Dat duidelijke onderscheid is niet alleen van vroeger maar ook van nu. Je kunt een mannen- en vrouwentoilet vrijwel altijd direct herkennen aan het poppetje: man met broek, vrouw met rok. En andersom: er zijn tegenwoordig mannen die zich graag vrouwelijk willen kleden – zij doen dat juist door een rok of jurk aan te trekken.

Dat is nog geen reden om te zeggen dat er Bijbels gezien maar één soort vrouwenkleding is. Er is allerlei variatie in culturele gebruiken. Het verschil tussen man en vrouw is in Japan heel anders dan in Saudi-Arabië, onder de Nentsen op de Siberische toendra heel anders dan onder indianen in het Amazonewoud. Maar in alle gevallen is het verschil duidelijk, en wij hebben in onze cultuur ook duidelijke middelen gekregen om het verschil zichtbaar te maken. Daarom, als scholen een bepaalde kledingregel stellen, is die rok wel een heel begrijpelijke.

Iets wat niet met zo veel woorden in de Bijbel staat, kun je niet zonder meer als ‘zonde’ aanmerken. Dat geldt dus ook voor het dragen van een broek door vrouwen. (Dat geldt wél voor het dragen van een rok door mannen – want dan is er sowieso sprake van ‘vrouwenkleding’.) Wanneer is er wel sprake van zonde?

– Als kinderen niet van harte bereid zijn om hun ouders of schoolleiding te gehoorzamen.

– Als we geen rekening willen houden met gevoelens van anderen (dat geldt twee kanten op).

– Als we het verschil tussen mannen en vrouwen vooral zichtbaar maken door onzedigheid (strakke of korte kleding). De Bijbel is duidelijk over het belang van kuisheid.

– Als we niet van harte verlangen om ons zichtbaar als man/en vrouw te kleden.

Laat ik dit laatste omdraaien. Het lijkt me geestelijk gezond als mannen en vrouwen zich van harte willen voordoen als man of juist vrouw, ook in hun kleding. Dat wordt alleen maar belangrijker, in een tijd waar de genderideologie die verschillen juist wil uitwissen.

4. Wet en evangelie
Bij dit alles kan nog best wel een vraag komen. Is dit toch niet een al te wettische omgang met Bijbelteksten? Het gaat er toch niet om wat wel of niet mag maar om wat past bij Christus?

Dat is op zich waar. Elke Bijbeltekst is vervuld in Christus en elk gedrag is alleen maar christelijk vanuit Christus. Dat betekent niet, dat we hen die buiten Christus leven dan maar naar hun eigen inzicht moeten laten leven (we zeggen immers ook niet dat heidenen elkaar maar gewoon mogen vermoorden). Regels hebben ook een beschermend en opvoedend karakter. We moeten dan alleen wel zoeken naar het evangelie in deze wet, naar de liefde in dit gebod, naar Christus in dit oudtestamentische woord.

Dan moeten we terug naar de oorsprong van deze tekst, namelijk Genesis 1:27: ‘man en vrouw schiep Hij hen’. God heeft man en vrouw geschapen, om heel veel redenen, maar in elk geval ook met het oog op Christus en Zijn gemeente. Christus, de hemelse Bruidegom, vergadert Zijn gemeente, de geestelijke bruid. De Bijbel spreekt ook over hun kleding en gereedschap. De kleding en het wapentuig van Christus zijn vorstelijk, koninklijk, majesteitelijk (Ps. 45:4, 9; Jes. 63:1; Openb. 1:13). De kleding van de gemeente is zuiver, lieflijk, sierlijk (Ps. 45:14-15; Ef. 5:27; Openb. 19:8). Het is met het oog op Christus waardoor de man ten volle leert wat het is om man te zijn, en het is met het oog op de gemeente waardoor de vrouw leert ten volle vrouw te zijn.

Zo is dit gebod Evangelie. Ze verkondigt Christus in Wie alles tot een volkomen vervulling komt. Christus, Die ook de schuld in ons man- en vrouw-zijn gedragen heeft. Christus, Die de gelovige leert wat het is om ook in het geslacht heilig te leven. Laten mannen en vrouwen dan in kleding en haardracht vrolijk en vrijmoedig zichtbaar maken tot welk geslacht zij behoren, om ook zo een getuige te zijn van hun Heere.


Gepubliceerd: 10-12-2021

Gerelateerde artikelen

Het mooiste liefdeslied – praktische lessen uit Hooglied #4: nieuwe moed na falen & gesprek met onze kinderen

In het boek Hooglied bezingt Salomo de liefde tot zijn bruid. Op…

De verleiding is groot – blijf erbij weg!

Op tal van manieren worden we verleid om te zondigen. Vooral op…

Veelzeggend zwijgen

In zijn eerste brief aan Timotheüs schrijft Paulus onder andere over kleding…

Het mooiste liefdeslied – praktische lessen uit Hooglied #5: balsem voor pijn & opvoeden

In het boek Hooglied bezingt Salomo de liefde tot zijn bruid. Op…