In zijn eerste brief aan Timotheüs schrijft Paulus onder andere over kleding voor vrouwen. Wat zegt de apostel precies, en wat kunnen we daar anno 2021 van leren? Ds. B. van Egmond hield een prekenserie over 1 Timotheüs 2, en schrijft naar aanleiding daarvan vijf Bijbelstudies. Dit is deel 2.

Welke kleren trek je aan naar de kerk? Welke kleren draag je in het dagelijks leven? Misschien heb je als meisje of vrouw daar wel heel duidelijke regels over meegekregen van huis uit. Het kan ook zijn dat er bij jou thuis helemaal niet over werd nagedacht. Je draagt wat je leuk vindt en wat er in de mode is. En nu spreekt Paulus je erop aan in zijn eerste brief aan Timoteüs. Kennelijk is het belangrijk om na te denken over de kleren die je draagt. Tegelijk is Paulus’ voorschrift (in hoofdstuk 2, vers 9) weer niet zo concreet dat het een kledingcode wordt. Het gaat hem kennelijk om méér dan het geven van kledingvoorschriften. Het gaat hem om een bepaalde houding tegenover God en je naaste. Juist ook met het oog op de samenkomst van de gemeente.

Mooi door goede werken
Om de kern van wat Paulus zegt te begrijpen, moeten we eerst even doorlezen in vers 10. Het gaat Paulus niet in de eerste plaats om hoe je je kleedt, maar om hoe je leeft. Dat je je versiert met goede werken. Dat je met je leven aantrekkelijk wilt zijn voor Christus, je Verlosser. Hij gaf Zijn leven om jou mooi te maken voor Gód. Dát is nu dus ook het doel van jouw bestaan. Hem liefhebben en je naaste liefhebben. In het leven van een vrouw die belijdt dat ze God vereert, staat dát op de eerste plaats.

Wat houdt dat dan in? Kijk maar eens naar de voorbeelden in de Bijbel. Dorkas –misschien een ongetrouwde vrouw– die kleren maakte voor de armen. Zij zette haar gaven in voor de gemeente van de Here Jezus in Joppe (Handelingen 9:39) en daarin werd haar liefde voor God en Zijn gemeente zichtbaar. Priscilla, die samen met haar man Aquila aan Apollos de leer van Christus nauwkeuriger uitlegde. Zo was ze dienstbaar in de verspreiding van het evangelie (Handelingen 18:26). Paulus spreekt ook over jonge vrouwen die het Woord van God in ere houden door hun man en kinderen lief te hebben en zorgzaam in het huishouden te zijn, door vriendelijk te zijn en het gezag van hun man te erkennen. En over oudere vrouwen die ingetogen zijn, en niet kwaadspreken maar jonge vrouwen raad geven, hoe ze hun taak als moeder en echtgenote goed kunnen vervullen (Titus 2:3-5).

Dat zijn voorbeelden van de goede werken waar Paulus het over heeft. In zulke dingen blijkt dat je leeft in ontzag voor God. Dat Hij op nummer 1 staat in je leven. Je wilt mooi zijn voor Hem (Efeze 5:27; Openbaring 21:2). Uit dankbaarheid dat je door genade Zijn kind mag zijn.

En nu de kleding
Maar nu terug naar vers 9, waar Paulus vertelt welke kledingstijl daarbij past. Als het liefhebben van God en je naaste centraal staat in je leven, dan past daar niet bij dat je er met je kleding op uit bent om de aandacht naar jezelf toe te trekken. 

Voor zo’n houding, binnen de kerk en buiten de kerk, waarschuwt Paulus. Hij heeft waarschijnlijk allereerst rijke vrouwen in gedachten, die mooie kapsels konden laten maken, die prachtige sieraden en dure kleren hadden, en dáármee op zondag in de kerk kwamen. Ze stalen daarmee de show. Armere vrouwen keken hen misschien wel na. Mannen konden hun blik niet van hen afhouden. Dat past dus niet bij een vrouw die God vereert, zegt Paulus. Want die zet niet zichzelf in het middelpunt, maar God. Het gaat er niet om dat de mensen jou zien. Al helemaal niet als je naar de samenkomst van de gemeente gaat. Want je komt daar om samen de HERE te zoeken, en samen te bidden voor de mensen.

Paulus is helemaal niet tegen smaakvolle kleren. Hij zegt ook: ‘Sier je met passende kleding’. Je mag jezelf goed verzorgen als vrouw. Daarmee eer je en dank je de HERE, Die je gemaakt heeft. Zoals je een mooie bos bloemen eer aandoet door die niet in een krant, maar in mooi folie te verpakken. 

Maar laat het dus wel eerbare kleding zijn. Ingetogen en bezonnen, voegt Paulus eraan toe. Ingetogen betekent: zoek met die kleding niet de aandacht voor jezelf. Profileer daarmee niet jouw persoon, jouw rijkdom, je extravagante smaak, of jouw lichaam. Je wilt immers dat alle aandacht op God gericht is, zeker in de eredienst. En bezonnen betekent: bezin je op de kleren die je aantrekt. Een christen zegt nooit: ik draag gewoon wat ik wil. Je bent er immers op gericht ook met je kleding je naaste te dienen. Met je zusters voer je geen strijd wie de mooiste is. Je broeders wil je niet verleiden tot onreine gedachten.

Waarom de vrouwen
Op nog één vraag wil ik ingaan. Paulus richt zich met dit voorschrift speciaal tot de vrouwen. En hij is niet de enige: Petrus geeft een soortgelijk gebod, ook voor de vrouwen (1 Petrus 3:7). Waarom doen ze dat? Niet omdat mannen niet zouden moeten nadenken over hun kleren. Ik denk dat de apostelen niet voor niets speciaal aan vrouwen deze boodschap geven. De Bijbel maakt namelijk duidelijk dat lichamelijke schoonheid juist voor een vrouw een middel kan zijn om macht over de man uit te oefenen. [Denk hier aan Izebel tegenover Jehu (2 Koningen 9:30), en aan het voorbeeld van de vreemde vrouw uit Spreuken 7 die door haar zelfpresentatie en vleiende woorden de jonge man verleidt tot overspel.]
Om je niet als helper van de man te gedragen, maar hem in je macht te krijgen of in elk geval zijn aandacht te ‘veroveren’. Het is de uitwerking van Genesis 3 vers 16 waar God aankondigt: ‘Uw begeerte zal uitgaan naar uw man’. De begeerte om over hem te heersen (vgl. Genesis 4:7), maar ook om zijn aandacht en waardering te krijgen. Als vrouw die God vreest mag je dat afleren. Je mag je door het geloof in Christus door God aanvaard weten. Mooi in zijn ogen. Bekleed met de gerechtigheid van Christus! En vanuit die positie leren het goede te zoeken voor je broeders.

Een offer dat goed en aangenaam is voor God
In de vorige Bijbelstudie keken we naar Paulus’ gebedsinstructie aan de mannen. Deze focuste op hoe je je als vrouw kleedt in de samenkomsten van de gemeente. Beide voorschriften hebben als doel dat mannen en vrouwen samen de goede houding aannemen om tot God te naderen als gemeente. Niet mijn ik in het middelpunt, maar God, Zijn kerk en Zijn wereld. Op die houding is de HERE uit. Daarin worden de vruchten zichtbaar van Christus’ verlossingswerk. Zo brengen wij in de erediensten een offer dat goed en aangenaam is voor God (1 Timotheüs 2:4).

Gerelateerde artikelen

Het mooiste liefdeslied – praktische lessen uit Hooglied #7: eerst trouwen & daarna seksualiteit

In het boek Hooglied bezingt Salomo de liefde tot zijn bruid. Op…

Het zevende gebod #10 – Homoseksualiteit: de pijn

De Heidelbergse Catechismus behandelt het zevende gebod kort, kernachtig. Over de rijke…

Bijbelstudie: De liefde van de Bruidegom

Ze was moeder van een groot gezin. De jongste, een meisje, was…

Man en vrouw: meer niet?

Een Bijbelstudie over de zegen van tweepoligheid  Op een paspoort staat je…