De Heidelbergse Catechismus behandelt het zevende gebod kort, kernachtig. Over de rijke inhoud ervan hield ds. T.A. Bakker uit Nieuwe-Tonge recent zes preken. Naar aanleiding daarvan schrijft hij voor het Bijbels Beraad M/V een serie blogs. Deel 13.

Recent preekte ik uit het mooiste lied. Het Hooglied. Moeilijk, hoor. Dat vond ik tenminste. Waarom? Tja, hoe lees je dat lied? Natuurlijk gaat het lied over Christus en Zijn bruidskerk. Dat is een uitleg met oude papieren. Ik moet bekennen dat het gros van mijn preek betrekking had op die relatie. Maar het moet ons ook niet ontgaan dat de Heere in dat mooiste lied royaal spreekt over een andere relatie. Gewoon die tussen man en vrouw. En in die relatie gaat het er intiem aan toe. Woorden als ‘bed’ en ‘slaapkamer’ spreken boekdelen…

Het leert ons dat we seksualiteit niet van God los moeten koppelen. Dat gebeurt al te vaak. Begrijpelijk is dat wel, omdat er vaak vreselijk vunzig over „seks” wordt gesproken. Je kunt je op den duur niet meer voorstellen dat het iets goeds, iets moois is dat God ons gaf! Maar dan terug naar de Schrift. ‘Uw springader zij gezegend, en verblijd u vanwege de huisvrouw uwer jeugd; een zeer lieflijke hinde en een aangenaam steengeitje; laat u haar borsten te allen tijde dronken maken; dool steeds in haar liefde’ (Spreuken 5:18-19).

Jawel, God gunt ons genadig dit genot. Binnen de band van het huwelijk mogen man en vrouw van elkaar genieten. Dan mogen ze zich helemaal aan elkaar geven. Wat komt juist in de geslachtsgemeenschap tot uiting hoe diep de band van het huwelijk is! Want het is natuurlijk niet alleen een lichamelijke eenwording, maar je geeft je –als het goed is– ook emotioneel helemaal aan elkaar over.

Paulus gaat nog een stapje verder. Hij zegt niet slechts dat we deze gave mogen genieten, hij beweert ook dat we deze gave niet mogen veronachtzamen. Het hoort bij het huwelijk dat je regelmatig gemeenschap hebt. Vergis je niet, het is niet geestelijker om te zeggen: „We hebben geen gemeenschap meer, want dan gaat het zo om onszelf en om ons genot… We richten ons op God.” Nee, zegt Paulus: ‘Onttrekt u elkander niet, tenzij dan met beider toestemming voor een tijd, opdat gij u tot vasten en bidden moogt verledigen; en komt wederom bijeen, opdat u de satan niet verzoeke, omdat gij u niet kunt onthouden’ (1 Korinthe 7:5). Als én de man én de vrouw het goedvinden, mag je je voor een tijdje onthouden om samen de Heere te zoeken, maar niet te lang! Want dan gaat de satan daar misbruik van maken.

Ik vind dit bijzonder. God weet wat van Zijn maaksel is te wachten. Hij weet hoe nodig het is dat we regelmatig seksuele omgang hebben. Hij weet dat het genot van seksualiteit het huwelijk krachtig maakt, ons helpt om onkuisheid te vermijden. Als je regelmatig werkelijk verbonden bent, komt er gewoonweg moeilijker iemand tussen!

Misschien is dit wel moeilijk voor deze of gene. Wat kunnen juist ook hier problemen ontstaan in een huwelijk, en wat ligt dat teer. Als de man altijd wil en de vrouw nooit – of andersom. Hoe daarmee om te gaan? Pasklare antwoorden zijn er niet. Maar één ding is zeker: alleen vanuit de liefde van Christus kunnen we daar op een goede manier mee omgaan. Hij gaf Zichzelf voor mij. Ging het Hem om Zichzelf? O nee! Die ander! Die zondige mens!

Dát hebben wij nodig voor elke dag en elke nacht. Het gaat om haar of hem. De man heeft de zeggenschap over het lichaam van zijn vrouw, de vrouw over het lichaam van haar man (1 Korinthe 7:4). We hebben het niet over rechten, maar over plichten. En moeten we dan niet eerlijk zeggen dat ook binnen het huwelijk, op seksueel gebied, veel gezondigd wordt? Bedenk wat voor schade je met je egoïsme kunt aanrichten bij je man of vrouw. Laat het ons diepe verlangen zijn om met ons hele lichaam de Heere te dienen.

Gerelateerde artikelen