Genderideologie in het licht van de Bijbel

kiwihug-L4gw27XZN1I-unsplash (2)

Er zijn twee nieuwe woorden die ineens overal opduiken: genderneutraliteit en transgenderisme. Laten we niet denken dat we met deze termen niets te maken hebben. Integendeel. Daarom een poging om uit te leggen wat ermee bedoeld wordt en na te gaan hoe je hier in het licht van de Bijbel over moet denken.

In dit artikel wil ik een poging doen de zogenoemde genderideologie tegen het licht van Bijbelse waarden en normen te houden. Ik richt me daarbij allereerst op genderneutraliteit en vervolgens op transgenderisme. Dat zijn twee verschillende zaken, maar geen zaken die losstaan van elkaar. Intussen is het van groot belang helder zicht te hebben op de woorden en begrippen die gebruikt worden in de huidige discussie. Het is opvallend dat woorden de neiging hebben, onder invloed van een andere mens- en levensvisie, fundamenteel van betekenis te veranderen. De mensvisie mag dan ook niet buiten beschouwing worden gelaten wanneer wij spreken over genderideologie, genderneutraliteit en transgenderisme. De belangrijkste vraag is uiteraard hoe wij deze zaken moeten zien in Bijbels licht. Welke waarden en normen zijn hier relevant? Anders gezegd, biedt Gods Woord een principieel en normatief kader om de actuele ontwikkelingen te duiden? We proberen een antwoord te vinden op deze vragen.     

1. Genderneutraliteit

Gender tegenover sekse
Een halve eeuw geleden hadden woorden als „gender” en „transgender” geen of vrijwel geen betekenis. Het woord sex (sekse) werd in de Engelstalige wereld doorgaans gebruikt om daarmee mannelijke en vrouwelijke personen aan te duiden. Dr. Albert Mohler, rector van het Southern Baptist Theological Seminary, wijst erop dat het verschil tussen sekse en geslacht niet slechts een zaak is van taalkundige voorkeur. Het is binnen de (trans)genderbeweging wezenlijk voor de visie op de mens en zijn wereld. Deze beweging maakt een scherp onderscheid tussen gender (over hoe iemand zichzelf verstaat) en sekse (iemands biologisch geslacht dat werd vastgesteld bij de geboorte). Volgens de Human Rights Campaign is gender een woord dat „verwijst naar de sociaal ontworpen rollen, gedragingen, activiteiten en eigenschappen die door een bepaalde samenleving als passend worden beschouwd voor mannen en vrouwen. Gender verschilt van cultuur tot cultuur en verandert ook door de jaren heen. Er is een weidse variatie in de wijze waarop mensen gender ervaren en tot uitdrukking brengen.” Sekse, aan de andere kant, verwijst naar „iemands biologische en fysieke hoedanigheden: uitwendige geslachtsorganen, sekse-chromosomen, hormonen en interne voortplantingsstructuren, zaken die worden gebruikt om iemand bij de geboorte een bepaalde sekse toe te kennen (vrouwelijk, mannelijk of iets daar tussenin).”

Ontstaan
Deze nieuwe genderopvatting staat niet los van de beweging die zich sinds de jaren zestig van de vorige eeuw sterk maakt voor seksuele vrijheid, gelijkheid en diversiteit. Het mag duidelijk zijn dat de wortels van de seksuele revolutie verder teruggaan dan de jaren zestig. We kunnen onder meer denken aan de Verlichting en de Franse revolutie (1789). Aan wijsgeren zoals Jean Jacques Rousseau, aan maatschappijverbeteraars zoals Karl Marx en Friedrich Engels, aan psychologen zoals Sigmund Freud en zijn leerling Wilhelm Reich, aan de seksuoloog Alfred Kinsey en aan feministen zoals Simone de Beauvoir, partner van de atheïstische filosoof Jean-Paul Sartre. Van De Beauvoir is de bekende uitspraak: „Een mens wordt niet als een vrouw geboren; zij wordt veeleer tot vrouw gemaakt”. 

In de tweede helft van de twintigste eeuw krijgen de idealen van de Franse revolutie een enorme impuls, met name als gevolg van de studentenopstand in 1968. De generatie van deze revolutie begint vervolgens aan een opmars dwars door de gevestigde instellingen en vormt na verloop van tijd de bestuurlijke elite op alle gebieden van de samenleving: de academische wereld, de politiek, de rechtsspaak, de media en internationale instituten zoals de Verenigde Naties en de Europese Unie.

Daarnaast moeten wij wijzen op Gender Trouble, het in 1990 verschenen boek van Judith Butler. Het is een boek dat een enorme impact heeft gehad en nog steeds verplichte kost is voor alle studenten aan instellingen voor vrouwenstudies. Judith Butler, een van de grondleggers van de queer-theorie, ging een stap verder dan de traditionele feministen. Laatstgenoemden ageerden wel tegen de heerschappij van het mannelijke geslacht, maar zaten volgens Judith Butler nog gevangen in het heersende concept van wat een man en een vrouw is. Butler wil van deze traditionele, door cultuur en geschiedenis bepaalde  concepten af. Mensen kunnen hun eigen geslacht kiezen, zo verkondigt zij. We moeten dus gaan denken in andere categorieën. Ons taalgebruik moet zich daaraan aanpassen. Het moet afgelopen zijn met een maatschappij waarin heteroseksualiteit en mannenheerschappij de dwingende norm zijn. 

Wereldwijde NGO’s zoals de International Planned Parenthood Federation hebben deze manier van denken inmiddels overgenomen en propageren haar met kracht, daarbij geholpen door Google, Apple, Microsoft, Facebook, enz. Belangrijke geldschieters op de achtergrond zijn de schatrijke Rockefeller Foundation en miljardairs als Bill Gates en George Soros. 

Aangezien de geschiedenis van het feminisme en de daarop volgende genderbeweging inmiddels nauwkeurig is gedocumenteerd door schrijvers als Gabrielle Kuby (met name voor Duitsland en Europa) en Jonathon Van Maren (met name voor Canada en Amerika), laten we dit nu verder rusten. Het is echter goed de ontstaansgeschiedenis van de genderideologie in het oog te houden. Er is een genderlobby die met alle kracht streeft naar een gender-loze en tegelijk gender-gevarieerde samenleving. Aldous Huxley lijkt met zijn utopisch boek Brave New World gelijk te krijgen.

LHBTi, LGBTQIAP, enz.
In Nederland wordt de genderbeweging vaak aangeduid met de letters LHBTi: 

  • Lesbisch: een vrouw voelt zich aangetrokken tot het eigen geslacht
  • Homoseksueel: een man voelt zich aangetrokken tot mannen
  • Biseksueel: een persoon valt zowel op het eigen alsook op het andere geslacht
  • Transgender: een persoon voelt zich niet thuis in de lichamelijke geslachtelijkheid
  • Interseksueel: een persoon vertoont zowel mannelijke als vrouwelijke lichaamskenmerken 

Internationaal gebruikt men ook wel acht in plaats van vijf letters en spreekt men van LGBTQIAP: lesbisch, gay, transgender, queer (betreft een persoon die gekant is tegen elke vorm van hokjes-denken), interseksueel, aseksueel (betreft een persoon die geen behoefte heeft aan seks) en panseksueel (betreft een persoon die valt op een karakter, onafhankelijk van het geslacht). Deze acht letters zijn overigens nog vrij willekeurig. Men kan naar keuze toevoegen en mengen. Men noemt dit „gender fluidity”. De grenslijnen zijn dus geen grenslijnen meer: alles is vloeiend geworden.

Postmodernisme
Op de achtergrond van dit denken staat het postmodernisme. Albert Mohler toont dit helder aan in zijn boek We Cannot Be Silent. De transgenderrevolutie had iets nodig dat de beweging voor homo-emancipatie –althans in haar beginfase– niet nodig had: de opkomst van het postmodernisme. Een van de fundamentele principes van het postmodernisme is namelijk dat de „werkelijkheid” zelf een sociale constructie is. Anders gezegd, de werkelijkheid is geen objectief gegeven of een alomvattende waarheid, maar een stel door mensen ontworpen ideeën en sociale systemen. Deze worden door mensen in machtsposities gebruikt om minderbedeelden in de toom te houden en te onderdrukken. Een belangrijk doel van het postmodernisme was, mensen te bevrijden die onderdrukt werden door patriarchale verhoudingen, het kapitalisme of de christelijke beschaving. De vraag wie er bevrijding nodig hadden werd doorgaans bepaald door de status van een groep als „erkende minderheid”. 

De transgenderrevolutie zou onmogelijk geweest zijn zonder deze postmoderne ontwikkeling. Het hele idee dat geslacht een sociaal ontworpen werkelijkheid zou zijn, is onmisbaar voor de wereld- en mensbeschouwing van deze beweging. Transgenderpioniers en -theoretici maakten gebruik van de levensbeschouwing van het postmodernisme in hun poging om de traditionele invulling van sex en gender omver te halen. Deze was immers, naar hun mening, per definitie onderdrukkend. Het bevrijdingsproject heeft als doel dat de mensheid niet langer meer denkt in de gangbare begrippen van sekse en geslacht. Sommigen die actief zijn in deze beweging zien graag dat zelfs de notie van geslacht als zodanig verdwijnt uit ons denken en spreken. Mensen zouden niet langer moeten worden aangeduid als mannen of vrouwen, als jongens of meisjes. Juist dit laatste streven wordt op dit moment met kracht bevorderd, zoals haarscherp wordt aangetoond door de Duitse sociologe Gabriele Kuby in haar indrukwekkende boek De seksuele revolutie – De vernietiging van de vrijheid uit naam van de vrijheid (2017).

Aanslag op de scheppingsorde
Bij de huidige genderideologie gaat het in feite om een aanval op de Schepper en Zijn heilzame ordeningen. „Man en vrouw schiep Hij hen”, zo lezen wij in Genesis 1:27b. God heeft de mens tweepolig en complementair geschapen. De gendertheorie ontkent het schepselmatige verschil tussen mannen en vrouwen. Biologisch is er een helder onderscheid tussen het lichaam van een man en dat van een vrouw. Bovendien is elke afzonderlijke cel van het mensenlichaam óf mannelijk (met een XY-chromosoom) óf vrouwelijk (met een XX-chromosoom). Ook wetenschappelijk hersenonderzoek heeft aangetoond dat er opmerkelijk verschillen zijn tussen de twee geslachten. 

„Man en vrouw schiep Hij hen”: dát is de Bijbelse waarheid, en dááruit vloeien de Bijbelse waarden en normen. De Heere heeft mannen en vrouwen niet alleen geschapen; Hij heeft daarbij ook het huwelijk ingesteld als een levenslang verbond in liefde en trouw tussen één man en één vrouw. In dit verbond heeft de menselijke seksualiteit een veilige plaats en een verrijkende functie. Tegelijk is dit verbond gericht op voortplanting en instandhouding van het mensengeslacht. Juist tegen deze Bijbelse normen en waarden loopt de genderlobby te hoop. God moet van de troon en de zich autonoom wanende mens wil erop. Het gaat hier onmiskenbaar om een ideologie met anti-goddelijke, antichristelijke, anti-traditionele en totalitaire trekken. Alles wat ervan afwijkt wordt gestigmatiseerd en gedemoniseerd. Terecht wordt dit opgemerkt door de opstellers van de Bekenntnisökumenische Erklärung zur Gender-Ideologie, die in november 2014 werd gepubliceerd.

De genderideologie past bij de manier van denken waarin de menselijke behoeften en gevoelens de bron van moraal zijn. Goed is wat goed voelt. Waarheid is wat mensen zelf vinden. Daarom mogen er geen vaste omgangsvormen meer zijn waarnaar mannen of vrouwen zich kunnen of dienen te voegen. In wezen wordt de mens als een maakbaar product gezien. Dat maakt de kloof tussen nature en nurture (opvoeding) breder. Het heeft ook grote gevolgen voor de wetgeving. Denk maar aan embryoselectie, draagmoederschap, „homohuwelijk”, adoptie door homoseksuele paren en wensbaby’s. De mens wordt afgeschaft en de samenleving valt uiteen. De opkomst van de homobeweging was ingrijpend. Zij was –en is– een regelrechte ondermijning van het huwelijk. Zij is echter geen ontkenning van de werkelijkheid dat er mannen en vrouwen zijn. De genderideologie gaat nog veel verder: zij is een regelrechte ontkenning van de werkelijkheid dat God de mens mannelijk en vrouwelijk heeft geschapen.

2. Transgenderisme

Transgender en transseksueel
Momenteel is het bijna alles genderneutraliteit wat de klok slaat. Tegelijk manifesteert zich met kracht nog een verschijnsel, namelijk het transgenderisme. Het gaat hierbij om iets ingrijpends, dat diepe sporen kan trekken. Te allen tijde zijn er mensen geweest die „zich niet thuis voelden in hun eigen lichaam”. In de laatste decennia horen we daar meer over. Bij een transgenderpersoon zijn lichaam en geest als het ware met elkaar in strijd. Volgens wetenschappers ligt de fysieke oorzaak hiervan in de hersenstructuur. Praktisch uit zich dit in een diep gevoel van onbehagen omdat „geboortegeslacht en genderidentiteit niet overeenkomen”. Vaak gaat dit samen met de wens van het andere geslacht te zijn. Je zou dus kunnen spreken van een identiteitsprobleem of persoonlijkheidsstoornis. 

Lange tijd is deze aandoening dan ook gezien als een psychisch probleem. In de moderne psychiatrie wil men daar echter van af. Men vindt dat te stigmatiserend voor transgenderpersonen. Men spreekt dan ook liever van „genderdysforie”. Het Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders, het bekende handboek van de Amerikaanse Psychiatrische Associatie, is in deze ontwikkeling meegegaan en stimuleert haar ook. Had men al eerder homofilie geschrapt als een mental disorder, in de vijfde editie van het DSM heeft men hetzelfde gedaan met het transgenderprobleem. Dit kan hooguit nog een probleem (of beter: een „dysforie”) genoemd worden als de betrokkene er „klinisch significant onder lijdt”. Kortom, transgenders zijn normale mensen. Willen zij een geslachts-veranderende operatie ondergaan (dus „omgebouwd” worden tot iemand van het andere geslacht), dan moet dat kunnen. In dat geval spreekt men wel van iemand die „transseksueel” is. Dit woord raakt echter in onbruik gezien de associatie met het begrip seksualiteit. Daar komt bij dat de Nederlandse wetgeving sinds kort op dit punt is gewijzigd en dat een transgenderpersoon zich nu ook zonder geslachtsverandering als een persoon van het andere geslacht kan laten registreren. 

Twee valkuilen
Als we transgenderisme willen bezien in het licht van de Bijbel, moeten we oppassen voor twee valkuilen. Enerzijds is er het gevaar dat we op zoek gaan naar een paar snelle, toepasselijke teksten. Gods Woord is echter geen receptenboek met pasklare antwoorden voor allerlei actuele vraagstukken. Anderzijds dreigt het gevaar dat we de Bijbel als niet-relevant terzijde schuiven. Gods Woord trekt echter duidelijke lijnen als het gaat over het werk van onze grote Schepper en Zijn wil voor ons leven.

Trouwens, in Bijbelse tijden was er wel degelijk sprake van een vorm van transseksualiteit. Bij de heidense volken in Kanaän was het niet ongebruikelijk dat mannen zich verkleedden als vrouwen en dat vrouwen zich voordeden als mannen. Zoiets gebeurde doorgaans bij de Kanaänitische heiligdommen. Vaak ging dit samen met cultische prostitutie, seksuele immoraliteit en vormen van perversiteit die er op gericht waren de natuurlijke vruchtbaarheid te bevorderen. Of er toen ook transgenders waren in de huidige betekenis van het woord is moeilijk te zeggen. Wel blijkt in het Oude Testament telkens weer dat de Heere ernstig waarschuwt tegen vermenging van de geslachten. Het doorbreken, relativeren of uitwissen van de natuurlijke scheppingsordeningen wordt als een „gruwel” gezien (o.a. in Lev. 18:22, 20:13, 22:24 en Deut. 22:5).

Zonde en genade
Toen de Heere het eerste mensenpaar maakte naar Zijn beeld en gelijkenis, was alles goed; ja, „zeer goed”. Helaas is dat niet zo gebleven. De mens heeft zich tegen God gekeerd. Als gevolg daarvan is ons hart verdorven en de schepping ontwricht. De transgenderstoornis is dus –net als andere stoornissen– een gevolg van de zondeval. De Southern Baptist Convention, een van de grootste kerkgemeenschappen in de Verenigde Staten van Amerika,  heeft in 2014 uitgesproken “bedroefd te zijn over de werkelijkheid van onze gevallen menselijke natuur, die kan resulteren in biologische uitingen zoals het bezitten van een geslachtelijke tussenvorm of in psychische uitingen zoals transgenderverwarring, zaken die alle heenwijzen naar en roepen om de hoop op de verlossing van ons lichaam in Christus (Rom. 8:23)”. Kortom, de transgenderstoornis heeft alles te maken met Genesis 3.

De transgenderpersoon zelf is echter een schepsel van God. Hij of zij is onze medemens. De Heere heeft een bedoeling met zijn of haar leven. God is heilig en rechtvaardig, maar ook genadig en barmhartig. Laat ook dat laatste duidelijk zijn. God wil zondaren aanvaarden om Christus’ wil. De Heere Jezus had zelfs een voorliefde voor het gebrokene, het zwakke, het verachte. Toen tollenaren en zondaren tot Hem naderden om Hem te horen, waren de Farizeeën en de Schriftgeleerden diep verontwaardigd. Smalend zeiden ze: „Deze ontvangt de zondaars en eet met hen” (Luk. 15:2). 

De Joodse leidslieden hadden gelijk: Jezus neemt zondaars aan! Dat betekent echter niet dat Jezus ook onze zonden en zondige aard accepteert. Integendeel. Hij kwam om voor zondaren te sterven en mensen van hun zonden te verlossen. Transgenders die tot Christus komen, zullen dan ook niet dezelfde blijven. Wat wil dat zeggen? Dat zij nu ineens van hun stoornis worden verlost? Dat zou kunnen, want er is voor de Heere niets te wonderlijk. Doorgaans zal dat echter niet het geval zijn. De gevolgen van de zonde blijven zolang de strijdende Kerk op aarde is. Daarom worden transgenders, net als ieder ander christen, ertoe geroepen hun kruis op zich te nemen en het achter de Heere aan te dragen. Zij moeten hun identiteit in Christus zoeken. Al blijven zij worstelen met de gevolgen van de zonde (en die worsteling kan hevig zijn!), toch mag van degenen die Christus gevonden hebben, gezegd worden dat zij een nieuw schepsel zijn geworden. „Het oude is voorbijgegaan; zie, het is alles nieuw geworden” (2 Kor. 5:17). Zij die dat mogen ervaren, zullen geen kleding van het andere geslacht willen dragen. Nog minder zullen zij hun biologisch geslacht willen veranderen door middel van een operatie. 

Geslachtsverandering
Laat het duidelijk zijn: vanuit Bijbels perspectief kán zo’n geslachtsverandering niet. Schriftplaatsen als Exodus 20:13 en Leviticus 19:28 laten zien dat de Bijbel grote waarde hecht aan het lichaam. Ons lichaam wordt beschermd door de zedelijke en burgerlijke wetten in de Schrift. Volgens de verklaring van het zesde gebod door de Heidelbergse Catechismus mogen we het lichaam van niemand (ook niet van onszelf) haten, kwetsen of doden (zie vraag en antwoord 105). Ons lichaam is een tempel van de Heilige Geest (1 Kor. 6:19). Het behoort dit in ieder geval te zijn. Het lichaam van een waar gelovige is duur gekocht en betaald met het bloed van Christus (1 Kor. 6:20). Dat lichaam zal wel sterven en tot stof vergaan, maar eenmaal zal het opstaan uit de doden en verheerlijkt worden (Job 19:25-27; 1 Kor. 15:51-54). De aangehaalde Schriftgedeelten geven weinig grond voor geslachts-veranderende operaties en de ingrijpende hormoonbehandelingen die daarmee gepaard gaan. 

Ook in de Joodse traditie zijn geslachtsaanpassende operaties traditie verboden. Dit verbod wordt afgeleid uit Leviticus 22:24, waar nee gezegd wordt tegen kneuzen, stoten, uitdrukken of snijden. Hoewel hier in engere zin wordt gesproken over het castreren en verminken van dieren, breidt de exegese dit verbod uit tot mensen. Als een eenmaal gehuwde man of vrouw zich toch laat „ombouwen”, moet de partner voor de Joodse wet officieel van hem of haar scheiden. Volgens de Joodse uitleg blijft zo’n persoon toch de eigen sekse behouden. Het is verboden met een man geslachtsgemeenschap te hebben als ware het een vrouw (Lev. 18:22 en 20:13). 

Wetenschappelijke en praktische bezwaren
Er zijn echter ook niet-religieuze argumenten om kritisch te staan ten opzichte van geslachtsveranderende operaties. Zo is men er in de wereld van de psychiatrie niet altijd enthousiast over. Meerdere psychiaters en psychologen zien meer heil in psycho-sociale hulpverlening dan in een „ombouwen van het lichaam”. Zo’n operatie is geen wondermiddel waarmee ineens alle problemen zijn opgelost. Een man die zich vrouw voelde kan na zo’n operatie menen nu een echte vrouw te zijn, maar hij is dat niet. Iemands lichamelijke identiteit is nu eenmaal zeer bepalend voor iemands geestelijke of psychische identiteit. Deze twee zaken (iemands „onderbouw” en „bovenbouw”) zijn gegevens die je niet zomaar van elkaar kunt losmaken. Dat wordt dus niet alleen door christenen gesteld, maar ook door niet-christelijke wetenschappers. Het onderscheid tussen man en vrouw is onveranderlijk vastgelegd in het erfelijk materiaal (DNA). 

Dat laatste is onlangs nog weer eens aangetoond door het gerenommeerde Weizmann Institute of Sciencein Rehovoth middels een artikel in het tijdschrift BMC Biology. Zeker 21 procent van het menselijk genoom –dat uit 30.000 genen bestaat– blijkt geslachtsafhankelijk. Zo’n 6500 van 20.000 onderzochte genen zijn verantwoordelijk voor de grote biologische verschillen tussen man en vrouw. Geslachtsveranderende operaties en hormoonkuren veranderen daar volgens de onderzoekers uit Israël niets aan. 

Trouwens, wie zo’n operatie wil ondergaan, moet wel weten wat hij doet. Door die hormoonkuren krijgt het lichaam van tevoren al een geweldige opdoffer. De operatie zelf is meer (en anders) dan een gewone medische handeling. Terwijl een reguliere medische interventie gericht is op herstel van een ziek lichaam, doet deze operatie iets onnatuurlijks met een gezond lichaam. Het is dan ook geen wonder dat het lichaam “protesteert” en dat er ook naderhand stevige medicatie nodig is om het nieuwgevormde lichaam onder bedwang te houden. 

Steunen waar het kan
Intussen moeten wij de nood van mensen die worstelen met hun transgender-zijn niet onderschatten. Een kerk of christelijke gemeenschap moet support geven aan mensen die met deze stoornis worstelen en ertegen willen strijden. Zulke mensen hebben het dubbel moeilijk. Aan de ene kant krijgen ze te horen dat ze er helemaal niet mee hoeven te zitten. Volgens de profeten van de moderne moraal en zelfs volgens sommige theologen mogen ze „gewoon zijn die ze zijn”. Tegenover hun biologisch geslacht mogen zij kiezen voor het gender dat zij bij zichzelf ervaren (of denken te ervaren). Aan de andere kant zullen er mensen zijn die op hen neerzien. Juist dan komt het erop aan deze mensen niet in de kou te laten staan. Een christelijke gemeenschap moet als het ware een warme deken om hen slaan. 

Het wordt echter moeilijk als een transgender besluit te gaan leven volgens het door hem of haar ervaren geslacht. Een kerk of christelijke gemeenschap kan daarin niet meegaan. Ze zal duidelijk onderwijs uit Gods Woord moeten geven en liefdevol moeten vermanen. Ze zal daarin niet worden begrepen door de huidige samenleving waarin men iedereen „in zijn waarde wil laten”, waarin tolerantie het hoogste goed is en waarin Bijbelgetrouwe christenen worden afgeschilderd als bekrompen en liefdeloos. 

We moeten ons daardoor echter niet van de wijs laten brengen. Ten diepste laten genderideologie en genderneutraal spreken mensen aan hun lot over. Er worden nieuwe slachtoffers gemaakt. Ds. M. van Reenen heeft daar met ernst en bewogenheid op gewezen middels een artikel in het RD van 20 oktober 2017. Wij leven in een gebroken wereld en er zijn mensen die dat ook heel indringend in hun seksuele gerichtheid moeten ervaren. Maar juist in die gebroken werkelijkheid ligt het enige houvast in onze goede Schepper, in Hem Die de werkelijkheid volmaakt geschapen heeft, Die een gevallen mensenwereld opzoekt in Christus en Die eenmaal alle dingen nieuw zal maken. „Iedereen die de waarheid in leugen verandert, wordt overgeleverd aan duisternis en hopeloosheid. Daar moeten wij niemand voor over hebben.” Aldus ds. Van Reenen. Bij die woorden sluit ik mij van harte aan.

Besluit
Het onderwerp dat onze aandacht vraagt is diepingrijpend. De ontwikkelingen in ons land en daarbuiten geven reden tot grote zorg. We zouden er somber en moedeloos van worden. Maar juist dan is het van belang onszelf en elkaar eraan te herinneren dat God regeert. Toen de apostel Johannes in ballingschap verkeerde op het eiland Patmos, mocht hij dat zien. Hij kreeg een gezicht op de troon van de Almachtige en op de boekrol in Zijn rechterhand (Openb. 5:1). Helaas was die rol verzegeld met zeven zegels en was niemand bij machte (of gerechtigd) deze te verbreken. Johannes weende zeer. Zou Gods raad dan niet worden vervuld? Zou de boze het dan altijd voor het zeggen hebben en zou Gods Kerk in de verdrukking ten onder gaan? Maar toen het wonder: Johannes mocht horen dat de Leeuw uit Juda’s stam heeft overwonnen. Hij mocht zien hoe dat lieve Lam naar voren kwam en de zegels verbrak. Dat is de heerlijke boodschap die hij kreeg en die hij ook mocht bekendmaken. God regeert! Het Lam zit op de troon! En nu zal „het welbehagen des Heeren gelukkiglijk (d.w.z. gelukkend) voortgaan” (Jes. 53:10) door de –doorboorde– hand van Christus!

God geve dat we daar op mogen zien zowel in ons persoonlijk leven als ook in ons dagelijks bezig zijn, op de plaats waar we gesteld zijn. God geve dat we daar kracht uit mogen putten te midden van moed-benemende ontwikkelingen, bange strijd en innerlijke aanvechting. Werkelijk, het loopt de Heere niet uit de hand. God spreekt het eerste woord; Hij spreekt ook het laatste woord. Zijn raad zal bestaan en Hij zal al Zijn welbehagen doen. Hij is de grote tegenstander van eeuwigheid een slag vóór geweest. In het eerste Bijbelboek kunnen we zien dat Hij alle dingen gemaakt heeft. In het laatste Bijbelboek mogen we zien dat het heengaat naar de voleinding. Straks zal het klinken: „Het is geschied!” Waarom? Omdat er op de Goede Vrijdag geklonken heeft: „Het is volbracht!” Mogen we daarin eindigen: „En zij zongen een nieuw lied, zeggende: Gij zijt waardig het boek te nemen en zijn zegelen te openen; want Gij zijt geslacht, en hebt ons Gode gekocht met uw bloed, uit alle geslacht en taal en volk en natie; en Gij hebt ons onzen God gemaakt tot koningen en priesters, en wij zullen als koningen heersen op de aarde” (Openb. 5:9-10). 


Dit artikel is gehouden als lezing tijdens een bijeenkomst van het Platvorm Waarden en Normen, gehouden in Hardinxveld-Giessendam op 19 april 2018.

Gerelateerde artikelen

Genderideologie

Transgenders

Laten we de herziening van de Transgenderwet blijven bevragen, hoe lastig dit onderwerp ook ligt. Dit schreef Bart-Jan Spruyt, eind mei in het ND. De conclusie die aan het slot

Lees verder