Briefwisseling op CIP.nl tussen een transgender en ds. M. van Reenen

Schermafbeelding-2021-10-20-om-17.00.46
Leestijd: 6 minuten

Een merkwaardige briefwisseling op CIP.nl. „Transman Elbert Bot” en dominee M. van Reenen klommen in de pen, in een poging om elkaar beter te begrijpen.

De „christelijke transgender” Bot was naar eigen zeggen altijd al man, maar het lichaam was daarmee niet „in overeenstemming.” In de eerste brief aan ds. Van Reenen stelt de huwelijkspartner van Mark en ouder van twee kinderen naar eigen zeggen „scherpe vragen.” In zijn eerste reactie legt de predikant uit Oldebroek zijn dilemma op tafel; in zijn tweede brief vertelt hij waarom in zijn ogen de Bijbel geen ruimte laat voor geslachtsaanpassing. Lees deze brief hieronder:


Beste…,

Het heeft u geraakt: geen aanhef. U bent niet iemand zonder naam! Zo voel ik het ook – maar hoe moet het dan? Die vraag doet u pijn, ik begrijp dat. Ik schrijf deze brieven zelf ook met pijn.

Dat blijkt onvermijdelijk. Maar waarom? Kun je elkaar, zo vraagt u aan het eind van uw brief, niet vrijlaten bij de vraag of de Bijbel ruimte geeft aan transitie? Bedenk dan wel: vroeger wist u niet zeker wat de Bijbel hierover zegt, maar nu bent u ervan overtuigd geraakt dat transitie goed is. Hoe komt dat, bent u de Bijbel anders gaan lezen? Nu stelt u dat een ander u in uw man-zijn moet erkennen. Ik wil u graag in uw mens-zijn erkennen, maar geloof juist vast dat ik het Woord van God trouw blijf als ik u niet als man zie.

Dat raakt u. En mij ook. De waarheid raakt me óók, diep in mijn ziel. Ik weet wel dat het gevaar bestaat om theoretisch over de waarheid te praten. Dan kan ze hard en massief worden. Maar dat hoeft niet. Als ik aan de waarheid vast wil houden, doe ik dat juist ook om het welzijn van mensen. ‘De waarheid zal u vrij maken’, zei de Heere Jezus immers.

Het gaat niet om het stelsel van waarheden sec, maar om de zégen in de waarheid. Om dit duidelijk te maken moet ik wat meer schrijven dan eigenlijk bij een brief past. Toch zijn het maar een paar hoofdlijnen. Ik noem vier zaken die in mijn ogen op het spel staan.

1. De volkomenheid van het Evangelie
U hebt de geslachtsaanpassing als een verlossing ervaren. Dat tekent uw nood. En wijst tegelijk een ander probleem aan. Kán het dat er maar één oplossing is? Er is er maar Eén van Wie we zeggen kunnen dat Hij onmisbaar is. In Christus is vrede en innerlijke rust te vinden, zelfs als er geen andere oplossing is. Of dat nu homoseksualiteit, gevangenschap, genderdysforie of terminale ziekte betreft. ‘Kom tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven’.

Dit raakt ook de geldigheid van Gods Woord. In een interview stelt u dat u vastliep met Psalm 139. Dat kan ik begrijpen. Maar kun je deze Psalm echt pas weer zingen na een geslachtsaanpassende operatie? Zijn dan alle wereldbewoners buiten het 21e-eeuwse Westen gedoemd tot hopeloosheid? Is Psalm 139 voor hen onbereikbaar? Is de Goddelijke waarheid van deze psalm afhankelijk van medische mogelijkheden?

Dit is voor mij existentieel. Christus is een volkomen Zaligmaker. En het Woord is een volmaakt Woord. Als het ook maar ergens afhankelijk wordt van mijn omstandigheden, dan kan ik er niet meer volstrekt op vertrouwen.

Het enige zalige leven is achter Christus aan. Ook met het lijden van dit gebroken bestaan. In de vaste hoop dat Hij eens ‘ons vernederd lichaam veranderen zal, opdat het gelijkvormig wordt aan Zijn heerlijk lichaam’ (Filipp. 3:21). Juist zij die een bijzonder kruis moeten dragen kunnen hiervan een bijzonder getuige zijn! Treffend las ik dit in de levensverhalen van Laura Perry, Rachel Gilson en Ed Shaw (zie onderaan deze brief): het volgen van Christus maakt pijn dragelijk en zelfs zegenrijk.

Dat betekent op zichzelf natuurlijk nog niet dat je niet mag proberen om moeite te verlichten. Iemand met kanker mag genezing niet als enige hoop hebben, maar daar wel naar zoeken. Hoe ligt dat bij geslachtsaanpassing? Hoe meer ik er over lees en denk –levensverhalen, ethische aspecten, (langetermijn)gevolgen, Bijbelse lijnen– hoe meer ik ervan overtuigd raak dat het geen optie is.

2. De betrouwbaarheid van Gods schepping
Wij zijn door God geschapen. Hij heeft Zijn schepping goed gemaakt. Door de zonde kwam er ook gebrokenheid. Dus niemand is perfect geboren. Het is mogelijk om aanpassingen te verrichten.

Goede aanpassingen gaan één kant op: in de richting van Gods goede schepping. Daarom is verminking niet verantwoord maar herstel wel. Daarvoor is het wel nodig om te weten wat goed is. Daarom heeft God orde in Zijn schepping gegeven. Hoezeer ook de schepping gebroken is, we kunnen onderscheiden tussen gebrokenheid en heelheid. Daarom opereren artsen iemand met een klompvoet of (vaak) met interseksualiteit.

Maar nu genderdysforie. Iemand heeft een goed functionerend/gezond lichaam, het DNA van een man, de geslachtsorganen van een man, de heteroseksuele relatie/aantrekkingskracht van een man, de positie van een vader. Kan hij dan zeggen: ‘Maar ik bén een vrouw’?

Het onderscheid tussen man en vrouw stamt uit de scheppingsweek (Genesis 1:27). Toen onderscheidde God veel meer, bijvoorbeeld ook tussen licht en donker. Zeggen dat iemand die als man geboren is eigenlijk een vrouw is, voelt daarom als zeggen dat licht duister is of de zee droog. Dan wordt alles onvast, de schepping bedrieglijk. En dát geloof ik niet. Gods schepping is gebroken maar niet leugenachtig. We kunnen wéten wat goed is en wat aangetast. We kunnen ook iets van God Zelf leren vanuit de schepping. Maar dit wordt onbetrouwbaar als het mogelijk zou zijn dat iemand die biologisch gezien in alles een man is, een vrouw zou ‘blijken’ te zijn.

3. De onderlinge relaties
Man- en vrouw-zijn is niet subjectief. Ook niet individueel. Het is opgenomen in een netwerk aan relaties. Bij aanvaardbare ingrepen blijven die relaties onaangetast of worden ze zelfs hersteld. Bij geslachtsaanpassende operaties worden ze echter doorkruist.

U hebt het gevoel dat u zelf niet veranderd ben: u was altijd al een man. Maar zo was het niet voor anderen. Zij zijn met u als meisje en vrouw omgegaan. U hebt als vrouw ‘ja’ gezegd op uw huwelijksdag. Als dat niet waar was, dan leeft u nu in een homoseksuele relatie, wat ook in uw kerken een probleem is. U schrijft in uw brief dat u altijd al ‘vader’ van uw kinderen was – maar kan een vader kind baren? Uw kinderen hebben een moeder (gehad), maar waar is zij nu?

Ik sprak een moeder die onmogelijk kan meemaken dat haar dochter een zoon zou worden. Dat ligt diep en teer! Er is haast sprake van kind-dysforie (ondraaglijke spanning). Moet zij haar denken maar aanpassen? Is dat voor een transgender niet haalbaar maar voor haar wél?

God heeft ons in een verband geplaatst: gezin, huwelijk, familie, kerk. Met alle zegeningen en verantwoordelijkheden van dien. Wat kost het veel als we dit met geslachtsaanpassing doorbreken…

4. De zorg voor kwetsbaren
Dit alles gaat mij aan het hart. Alles wat waar, waardig en waardevol is staat op het spel. Maar uw welbevinden staat ook op het spel. Heb ik daar toch te weinig oog voor? Ik hoop dat u van me gelooft dat het me juist ook gaat om die nood.

Dan denk ik aan de verwarring waarin steeds meer anderen, pubers vooral, terechtkomen. Pubers met een onzeker zelfbeeld, zoekend naar hun identiteit, negatieve seksuele ervaringen, moeizame relatie met de ouders. Het is niet vreemd als zij een tijdlang worstelen met hun geslachtelijkheid, hun lichaam, hun sekse.

‘Vroeger’ moesten zij door die periode heen. Vandaag moeten ze zich afvragen of ze misschien in transitie moeten. Zo ontstaat er nieuwe genderdysforie. Opnieuw blijkt dat niemand de keuze voor transitie alleen voor zichzelf maakt. Ik kan me voorstellen dat u het niet zo ervaart, maar hier ligt een grote zorg. Als er identificatiefiguren naar voren geschoven worden voor transitie, dan bevordert dat de vraag naar transitie, met alle gevolgen van dien.

Wellicht voelt het alsof dit u niet aangaat. Zoals u zegt dat het mij niet aangaat of transitie voor u de oplossing was. Maar zo kán ik dat niet zien, omdat God ons ook aan elkaar gegeven heeft. We dragen zorg voor elkaar. We moeten ons daarom afvragen wat onze keuzes doen met anderen. Dat geldt voor mij en voor u. In deze tijd lijkt het mij zó belangrijk dat we anderen (jongeren) bekendmaken met Gods betrouwbaarheid. Kunnen onze keuzes heilzaam zijn, als ze zorgen voor verwarring?

Ten slotte
De brief is lang geworden, toch liet ik nog veel aspecten onbenoemd. Wellicht is daar nog eens de gelegenheid voor. Er wachten voor mijn derde brief nog wat vragen. Over de kerk als een gastvrije plaats (uw eerste brief), over aanvaarding als broeders en zusters (uw tweede brief). En dat in het licht van Christus, Die de Weg en de Waarheid en het Leven is. Voor nu dank voor de openheid om mij te laten delen in uw kwetsbaarheid en pijn. We zijn allebei aangewezen op Gods ontferming in Christus en Zijn leiding door Woord en Geest!

Met vriendelijke groet,

M. van Reenen


Alle brieven lezen? Klik dan hier.


Gepubliceerd: 20-10-2021

Ook interessant