Ds. J. Lohuis houdt een prekenserie over Genesis 24. We mogen deze aan u doorgeven. Deel 3 gaat over Gen.24:28-58. Rebekka zegt: ‘Ik zal trekken’.
In deze voorbereidingspreek gaat ds. Lohuis in op drie punten. 1. Het aanzoek van Izak. 2. Het antwoord van Rebekka. 3. Als u weigert.
1.Het aanzoek van Izak
De knecht van Abraham heeft Rebekka de sieraden gegeven als voorproefje om te laten zien hoe rijk zijn meester is. Rebekka spoedt zich vervolgens naar huis om van deze ontmoeting te vertellen. Laban, haar broer, haast zich naar de fontein om deze knecht in huis te halen. Van zo’n rijke man is vast nog wel meer te krijgen. We kunnen ons afvragen of hij net zo gastvrij geweest zou zijn als het een arme man geweest was. In de hele geschiedenis kunnen we merken dat het hem gaat om de rijkdom van Izak en niet om Izak zelf. Rebekka heeft wel Izak op het oog.
Als de knecht bij de waterput komt, begroet hij hem met ‘Komt in, gij gezegende des Heeren’. Hier zie je het welvaartsevangelie. Iemand die voorspoed heeft, moet wel van de Heere gezegend zijn. Maar in de Bijbel is het ook vaak andersom, dan hebben de kinderen van de Heere te maken met strijd, armoede en andere noden. Maar Laban zegt het ook om deze knecht naar de mond te praten; omdat hij iets van die rijkdommen wil hebben.
Deze knecht gaat mee en neemt plaats in het huis van Bethuel. Hij weigert echter om de maaltijd te gebruiken. Eerst moet hij de boodschap van zijn heer brengen. Als hij het doel van zijn reis gaat vertellen, is alles erop gericht om de vader en de broer te overtuigen dat zij Rebekka zullen laten gaan. En hij wil Rebekka’s hart innemen voor Izak. En hij zal niet rusten voordat hij dat doel heeft bereikt.
De knecht weet dat het moeilijk kan zijn voor ouders om hun kind te laten gaan. Dat is soms nog zo. Dan blijven ouders zich nog voortdurend bemoeien met hun kind als het getrouwd is. Dat mag niet. Als wij ons kind hebben gegeven aan een godvrezende man of vrouw, dan moeten we onszelf verloochenen en het kind loslaten. Zo staat het ook in Genesis 2: De man zal zijn vader en zijn moeder verlaten, en zijn vrouw aanhangen, en die twee zullen tot één vlees zijn.
Dan gaat de knecht vertellen. Hij vertelt dat zijn heer een rijke herdersvorst is. Ook vertelt hij van Izak, een zoon van de ouderdom, die straks de enige erfgenaam zal zijn. Hij benoemt ook van zijn zending om een bruid voor Izak te zoeken én, heel belangrijk, dat hij vrij is van de eed als zij niet wil volgen. Zo schetst hij voor Rebekka een heerlijke toekomst en laat haar tegelijk vrij in haar beslissing. Tenslotte vertelt hij nog over Gods leiding op de reis, zodat ze begrijpen zal dat er in Kanaän een levende kennis is van God en Zijn dienst, dat Hij wonderlijk is en machtig en dat Hij de hoop nooit beschaamd.
We kunnen de lijn toch weer doortrekken naar Christus. Hij is de Erfgenaam van Zijn Vader. Alle heerlijkheid en rijkdom van de hemel en van de aarde is van Hem. En God heeft dienstknechten uitgezonden, opdat wij aan u, zondaar, een huwelijksaanzoek zouden doen. Zou je Christus niet willen toebehoren? U weet wat het Hem kostte; welke bruidsschat Hij heeft betaald. Hij liet Zijn handen doorboren op het kruis. Hij stierf de vloekdood, opdat Hij u uit de wereld zou kunnen roepen.
Wil je met me mee trekken vanmorgen? Wil je met me meegaan naar het verre onbekende land, naar het die je niet gezien hebt, maar waar je wel van gehoord hebt? De knecht heeft er alles aan gedaan om Izak uit te schilderen als iemand die al de anderen overtreft. Er zijn veel mannen, maar er is maar één Izak. Kent u iemand die uitnemender, rijker, wijzer, heerlijker is dan Izak? Kan iemand u gelukkiger maken dan de meerdere Izak, de Heere Jezus Christus?
Rebekka’s antwoord
In Mesopotamië beseffen ze dat het een zaak Gods is. Laban en Bethuel antwoorden op het verzoek. Let erop dat Laban hier op de voorgrond treedt. Hij neemt hier het roer over van zijn vader, wat duidelijk in strijd is met het 5e gebod. Het zou nog kunnen zijn dat Bethuel oud is geworden en dat Laban als het ware de dagelijkse leiding in het gezin draagt. Maar ze geven beiden hun toestemming, waardoor Rebekka officieel de verloofde is geworden van Izak.
Nadat de knecht opnieuw God aanbeden heeft, gaat hij de bruidsschat betalen. Het moet zelfs voor die tijd een grote bruidsschat geweest zijn. Dubbel en dwars is zij betaald. Hoe is het ook in het geestelijke zo. Als u de nodiging door het geloof mocht aannemen, weet dan dat Christus de prijs voor uw verlossing ook dubbel en dwars heeft betaald. Hij riep aan het kruis: ‘Het is volbracht’. Uw schuld is door Zijn bloed betaald en het eeuwige leven is ook betaald.
En zo hoeft Rebekka zelf niets mee te nemen. Alleen maar te ontvangen uit de volheid van Izak. En als dan al die geschenken uitgepakt zijn, gaan ze de maaltijd gebruiken. Zo heeft Christus tegen Zijn Kerk gezegd dat ze Zijn dood moeten gedenken in het Avondmaal.
De volgende dag wil de knecht direct vertrekken. Nu al? Jazeker, de knecht weet dat Izak thuis ligt te zuchten of God de weg voorspoedig wil maken. En nu is er geen groter vreugde dan om de bruid aan Izak voor te stellen. De ouders en Laban maken bezwaar. Waarom zo’n haast? Blijf nog even. Je hebt ons zo overrompeld! Weet je wat, laten we het Rebekka zelf vragen. U moet maar niet denken dat het bijbelse uithuwelijken buiten de vrouwen is omgegaan. Hier heb je een duidelijk bewijs van.
En dan zie je direct het verschil. Laban heeft vooral naar de schatten gekeken, maar bij Rebekka is haar hart opengegaan voor Izak, de Eigenaar van al die schatten. Die scheiding valt ook in de kerk. Velen zien veel schoonheid in de Heere Jezus, vanwege al Zijn rijkdom en Zijn trouwe zorg. Maar als er dan een keuze gemaakt moet worden, zeggen ze een tikje verachtelijk: ‘Zult gij met deze man trekken?’ Is hij wel betrouwbaar? Misschien valt het wel heel erg tegen. En velen stellen hun beslissing uit.
Bij Rebekka is het anders. Zij heeft het Woord gehoord en geloofd. En dadelijk is zij bereid om met Hem te gaan. Zij zegt: ‘Ik zal trekken’. Ze geeft haar hele hart aan Hem. Ze geeft zich helemaal aan haar toekomstige bruidegom en begeert hem te dienen als een hulp tegenover. Om haar man te helpen in het dienen van de Heere. In het groot maken van de Heere.
Ik wil dat aan onze meiden vragen. Zouden jullie zo’n jongen willen hebben? Om die jongen, om je aanstaande bruidegom te helpen in het dienen van de Heere. Al die tijdelijke dingen, dat wil ik nog wel geloven. Maar wil je het ook voor die eeuwige dingen? Want het beeld van God, dat is zo rijk, dat niet de man alleen, en ook niet de vrouw alleen, dat kan vertolken. Maar de Heere schiep de mens naar Zijn beeld, mannelijk en vrouwelijk. Om samen de grootheid van hun Schepper te dienen.
De nodiging om tot Christus te komen vraagt direct een onvoorwaardelijk antwoord. Het kan geen uitstel lijden. Zolang je nog twijfelt, is Christus niet alles voor je geworden. Als je de Heere Jezus Christus hebt gezien, dan begeer je Hem en niemand anders. Zo is het ook met de overgang van een zondaar in het genadeverbond. Het komt eenzijdig bij God vandaan. Genade betekent dat je eigen werk er helemaal niet meer toe doet. Je kunt zelf niet geloven. Maar als God het geloof eist, dan belooft Hij dat ook te geven. Tussen het beloven en het aannemen van de belofte zit de kracht van Gods trekkende liefde. Dat is het wat Rebekka zag. Ze zag in de woorden van de knecht een liefdevol hart dat voor haar klopte. Dat vervulde haar hart zo met wederliefde, dat ze niet anders kon dan dit antwoord te geven.
Als u weigert
De nodiging van de knecht is zeer ernstig en indringend vanmorgen. Wilt u meetrekken, geef het mij te kennen (Gen.24:49). En als u niet wilt, geef het mij ook te kennen. In dat laatste geval: wat hebt u op mij aan te merken? Wat hebt u op de Heere Jezus aan te merken? Als het volgende week Avondmaal is, gaat uw hart naar Hem uit. Of u blijft zitten in uw zonde. Misschien met twijfel in uw hart. Maar als je blijft twijfelen, dan gaat de zonde het winnen hoor. Van je ongerechtigheid of van je eigengerechtigheid. In het geloof is dezelfde beslistheid als bij Rebekka: Ik zal trekken.
Laban wilde rijk worden van zijn gasten. Christus wil gasten aan Zijn tafel die niets mee kunnen brengen. Misschien bent u bang dat u de overeenkomst morgen weer verbreekt. Maar Hij zegt: Ik zal u Mij ondertrouwen in eeuwigheid. Denk maar aan Hosea 2:18-19. Hebt u geen bruiloftsklederen? Hij zal u ondertrouwen in gerechtigheid en in heiligheid. Doet u nog zoveel verkeerde dingen? Hij zegt: Ik zal u Mij ondertrouwen in gericht. Al waren uw zonden als scharlaken, Ik zal ze witter maken dan sneeuw (Jes.1:18).
Wilt u meetrekken, of niet? Geef het mij te kennen.
Ds. J. Lohuis is predikant in de hervormde kerk van Scherpenisse.